Politie had man niet uit zijn huis mogen meenemen voor beoordeling door GGZ

Rapport

De politie kreeg een melding dat een man had gedreigd om zijn echtgenote met lood vol te pompen. Vier politieambtenaren gingen naar zijn huis. De man was verbaasd dat er politie aan zijn deur stond. Volgens hem was er niets aan de hand. De man werd boos toen de politieambtenaren weigerden om weg te gaan. Niet veel later kwamen vier andere politieambtenaren bij hem aan de deur. De politie maakte zich zorgen om het welzijn van zijn gezin. De politieambtenaren hebben de man in het kader van de hulpverleningstaak aangehouden. Hij werd overgebracht naar het politiebureau om hem daar door Pro Persona (GGZ-instelling) te laten beoordelen.

De man klaagt er onder meer over dat de politieambtenaren hem hebben meegenomen naar het politiebureau om hem aldaar te laten beoordelen door Pro Persona.

In artikel 25 van de Ambtsinstructie voor de politie staat dat de politie in het kader van hulpverlening een persoon, die zich op een openbare plaats bevindt, mag overbrengen naar het politiebureau. De man bevond zich echter in zijn eigen huis en niet op een openbare plaats. Een andere wettelijke bepaling waarop het overbrengen van een persoon die in de war is kan worden gebaseerd is er evenmin. Dit betekent dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door de man mee te nemen naar het politiebureau om hem daar te laten beoordelen door Pro persona.

Ook wanneer het overbrengen van een persoon onrechtmatig is, kan het in sommige gevallen nog steeds behoorlijk zijn. Van belang hierbij is of de afweging om iemand over te brengen naar het politiebureau om hem daar te laten beoordelen zorgvuldig en gewetensvol heeft plaatsgevonden. Niet moet uit het oog worden verloren dat het overbrengen van een persoon naar het politiebureau om hem daar vervolgens op te houden een ingrijpend middel is.

De Nationale ombudsman begrijpt dat de politie in deze zaak voor een lastige afweging stond. Er was een melding dat de man had gedreigd zijn echtgenote vol te pompen met lood. Zijn echtgenote maakte volgens de politie een angstige indruk. Ook waren er vier jonge kinderen in het huis aanwezig. De politie wilde de man zo snel mogelijk uit zijn huis weghalen.

De man mag echter ook van de politie verwachten dat zij zijn grondrecht op persoonlijke vrijheid respecteert. De Nationale ombudsman oordeelde dat het gedrag van de man niet zodanig gevaar zettend was dat een inbreuk op zijn grondrecht gerechtvaardigd was. Indien de politieambtenaren de indruk hadden dat er sprake was van een noodsituatie dan had van hen mogen worden verwacht dat zij direct hadden ingegrepen.