2017/147 UWV is onvoldoende transparant over onderzoek naar arbeidsongeschiktheid Nederlander in Roemenië

Instantie
UWV
Rapportnummer
2017/147
Rapport

De Nederlandse heer P. woont in Roemenië en raakt arbeidsongeschikt. Hij vraagt een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan in Roemenië. Als iemand binnen de Europese Unie een uitkering aanvraagt, kan het zijn dat er ook recht bestaat op een uitkering uit het land waar iemand eerder heeft gewerkt. In dat geval coördineert de Europese regelgeving in welke verhouding ('pro rata') beide landen een arbeidsongeschiktheidsuitkering betaalt. De heer P. heeft eerder in Nederland gewerkt. Nadat in Roemenië is vastgesteld dat hij arbeidsongeschikt is, vraagt de Roemeense instantie begin januari 2016 aan Nederland om vast te stellen of de heer P. ook in Nederland 'verzekerd' was. In dat geval moeten zowel de Nederlandse als de Roemeense overheid een gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering betalen.
De Roemeense instantie stuurt daartoe verschillende formulieren aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Maar in Nederland is het UWV de instantie die bepaalt of iemand recht kan hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het aanvraagformulier voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering had dus aan het UWV gestuurd moeten worden. De SVB ontdekt pas een tijd later dat één van de formulieren eigenlijk voor het UWV is bedoeld. De SVB stuurt de aanvraag door naar het UWV. Het UWV ontvangt de aanvraag op 14 april 2016. Er blijken dan stukken te ontbreken. Die worden door het UWV opgevraagd bij de Roemeens instantie. Ook wordt informatie opgevraagd bij de heer P. In de tussentijd is er veel contact tussen de heer P. en het UWV. Uiteindelijk ontvangt de heer P. in november 2016 de beslissing dat zijn aanvraag is afgewezen. Uit de beslissing van het UWV blijkt hem voor het eerst dat het UWV de aanvraag van de Roemeense instantie niet goed heeft opgevat. De heer P. dient een bezwaar in en dat wordt gegrond verklaard. Uiteindelijk ontvangt hij in mei 2017 met terugwerkende kracht zijn gedeeltelijke WIA-uitkering. De Nationale ombudsman vindt de klacht van de heer P. gegrond. De SVB heeft niet onderkend dat de formulieren voor het UWV bestemd waren. Het UWV is onvoldoende transparant geweest over de gevolgde procedure.

Instantie: UWV en SVB

Klacht:

aanvraag om een WIA-uitkering onvoldoende voortvarend afgehandeld

Oordeel:
Gegrond