Rapportbrief: Belastingdienst ziet terecht af van vermindering aanslagen vennootschapsbelasting

Belastingdienst wijst volgens verzoekers onterecht vermindering van de aanslagen vennootschapsbelasting 2008 en 2010 af. Bij het opleggen van de aanslagen is volgens hen geen rekening gehouden met de vaststellingsovereenkomst. Ze klagen hierover bij de Nationale ombudsman. De rol van de ombudsman is beperkt hierin. Na ontvangst van een reactie van de Belastingdienst oordeelt de ombudsman dat de Belastingdienst in redelijkheid tot deze beslissing heeft kunnen komen. (2017.18733 / 2017.22946)

Verzoekers zijn van mening dat de Belastingdienst op basis van het vertrouwensbeginsel in afwijking van de vijfjaarstermijn alsnog de aanslagen overeenkomstig de gesloten vaststellingsovereenkomst moet vaststellen. Ondanks dat zij zelf geen rekening hebben gehouden met de vaststellingsovereenkomst. Verzoekers zijn van mening dat de Belastingdienst in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Door bij het opleggen van de aanslagen geen rekening te houden met de vaststellingsovereenkomst. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de gesloten vaststellingsovereenkomst in dit geval geen bijzondere omstandigheid is die maakt dat de Belastingdienst gehouden is om "na verloop van de vijfjaarstermijn" alsnog uitvoering te geven aan het verzoek om ambtshalve vermindering. Nu niet ter discussie staat dat verzoekers geen gevolg hebben gegeven aan de in de vaststellingovereenkomst gemaakte afspraken. Onder die omstandigheid vindt de Nationale ombudsman dat de Belastingdienst - hoewel denkbaar was dat deze uit eigen beweging de aanslagen had aangepast - in redelijkheid kan afzien van het buiten de vijfjaarstermijn verlenen van ambtshalve vermindering. De Belastingdienst mag er immers op vertrouwen dat de herziene aangiften op de juiste wijze - in dit geval conform de gemaakte afspraken - worden ingediend.

Geachte heer xxxxxxxx

U hebt namens xxxxxxxx (hierna: xxxxxxxx) en xxxxxxxx (hierna: xxxxxxxx) op 24 mei 2017 bij ons twee klachten ingediend. Het gaat om de afwijzende beslissing van de Belastingdienst op het verzoek van xxxxxxxx om ambtshalve vermindering van de aanslag vennootschapsbelasting 2010. En de afwijzende beslissing van de Belastingdienst op het verzoek van xxxxxxxx om ambtshalve vermindering van de aanslag vennootschapsbelasting 2008.

U bent van mening dat de Belastingdienst ten onrechte de onderhavige aanslagen vennootschapsbelasting niet ambtshalve heeft verminderd.

Waar gaat het om?
Op 24 mei 2012 hebben xxxxxxxx met de Belastingdienst een vaststellings-overeenkomst gesloten over de vaststelling van de omvang van de resultaten uit immateriële vaste activa xxxxxxxx in het kader van de innovatieboxregeling.

In paragraaf 5.6 van de vaststellingovereenkomst is opgenomen dat xxxxxxxx in hun aangiften zullen verwijzen naar de gesloten vaststellingsovereenkomst en dat zij de innovatiebox zullen toepassen conform de in de overeenkomst opgenomen afspraken.

Op 13 juli 2012 worden door xxxxxxxx over 2010 en door xxxxxxxx over 2008 herziene aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Door xxxxxxxx wordt door een foutieve invoer het innovatieboxvoordeel onjuist vermeld. In de aangiften wordt ook verzuimd om naar de vaststellingsovereenkomst te verwijzen.

Door de behandelend inspecteur worden de aanslagen opgelegd overeenkomstig de ingediende aangiften.

In 2015 wordt door xxxxxxxx de onjuiste verwerking van het innovatieboxvoordeel in de aangiften vennootschapsbelasting ontdekt.

Bij brief van 6 juni 2016 verzoeken xxxxxxxx de Belastingdienst om de onderhavige opgelegde aanslagen ambtshalve te verminderen.

De Belastingdienst heeft deze verzoeken afgewezen.

Toetsingskader Nationale ombudsman
Als het gaat om klachten over ambtshalve vermindering door de Belastingdienst, dan is de rol van de Nationale ombudsman het bieden van aanvullende rechtsbescherming. Dit omdat er geen mogelijkheid is om een oordeel van de bestuursrechter te vragen.

Onze rol is beperkt. Wij kijken of de Belastingdienst in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen om het verzoek om ambtshalve vermindering af te wijzen. Wat wij niet kunnen is "op de stoel van de Belastingdienst gaan zitten". Anders gezegd als de Belastingdienst in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen, is er geen aanleiding om die beslissing als niet behoorlijk aan te merken.

Onderzoek
Naar aanleiding van uw klacht hebben wij de Belastingdienst om een reactie gevraagd. De van de Belastingdienst ontvangen informatie heeft u ontvangen. Kortheidshalve wordt verwezen naar die e-mails.

Oordeel van de Nationale ombudsman
De Nationale ombudsman is van oordeel dat de Belastingdienst in redelijkheid heeft kunnen komen tot afwijzing van de onderhavige verzoeken om ambtshalve vermindering. Wij zullen dat hieronder nader toelichten.

Op grond van artikel 65 AWR en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht paragraaf 23 onderdeel 9, kunt u binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft aanspraak maken op het ambtshalve verlenen van vermindering of teruggaaf van belasting.

Indien zich buiten de termijn van vijf jaar bijzondere omstandigheden voordoen is het op grond van paragraaf 23 onderdeel 15 Besluit Fiscaal Bestuursrecht mogelijk dat de inspecteur moet afwijken van de termijn. Bijvoorbeeld indien de inspecteur verplicht is op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een vermindering of teruggaaf ambtshalve te verlenen.

U bent - kort samengevat - van mening dat de inspecteur in afwijking van de vijfjaarstermijn op basis van het vertrouwensbeginsel de onderhavige aanslagen alsnog overeenkomstig de gesloten vaststellingsovereenkomst moet vaststellen. Ook als xxxxxxxx zelf geen rekening hebben gehouden met de vaststellingsovereenkomst. Daarnaast bent u - kort samengevat - van mening dat de Belastingdienst in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Door bij het opleggen van de aanslagen geen rekening te houden met de vaststellingsovereenkomst.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat de gesloten vaststellings-overeenkomst in dit geval geen bijzondere omstandigheid is die maakt dat de Belastingdienst gehouden is om "na verloop van de vijfjaarstermijn" alsnog uitvoering te geven aan het verzoek om ambtshalve vermindering. Het mag zo zijn dat in de vaststellingsovereenkomst afspraken zijn gemaakt over de aanslagregeling. Niet ter discussie staat echter dat in de door de financieel directeur de heer xxxxxx RA ingediende herziene aangiften (bezwaarschriften/ verzoeken om ambtshalve vermindering) geen gevolg is gegeven aan de afspraak dat het aan xxxxxxxx was om te verwijzen naar de vaststellings-overeenkomst en om de innovatiebox toe te passen conform de gemaakte afspraken. Onder die omstandigheid vindt de Nationale ombudsman dat de Belastingdienst - hoewel denkbaar was dat deze uit eigen beweging de aanslagen had aangepast - in redelijkheid kan afzien van het buiten de vijfjaarstermijn verlenen van ambtshalve vermindering. De Belastingdienst mag er immers op vertrouwen dat de herziene aangiften op de juiste wijze - in dit geval conform de gemaakte afspraken - worden ingediend.

Voornemen tot afronding onderzoek
Wij ronden het onderzoek naar uw klachten af met bovenstaande conclusie(s). Zorgvuldigheidshalve stellen wij u en de Belastingdienst in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken op deze brief te reageren.

Een geanonimiseerde versie van deze brief wordt geplaatst op onze website www.nationaleombudsman.nl.

Hebt u nog vragen?
Hebt u over deze brief nog vragen, neem dan contact op met mevrouw xxxxxxx. U kunt haar op ma t/m vrij bereiken via telefoonnummer xxxxxx

Met vriendelijke groet,
de Nationale ombudsman

 

Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
Rapportbrief