2016/082 AIVD bespioneert onrechtmatig politici op Bonaire tijdens onderhandeling met Nederlands kabinet

Een man, voormalig politiek leider op Bonaire klaagt erover dat de AIVD in de periode tussen 2005 en 2010 politici op Bonaire heeft bespioneerd. De politici onderhandelden met het Nederlandse kabinet over aansluiting bij Nederland. De Nationale ombudsman oordeelt na onderzoek dat de AIVD in de genoemde periode een korte tijd onderzoek heeft verricht naar de man, terwijl er geen onderzoek verricht mocht worden. De ombudsman stelt ook vast dat er In de overige periode, waarin de man actief was, hetzij geen onderzoek naar de man heeft plaatsgevonden hetzij dat dit onderzoek rechtmatig heeft plaatsgevonden.

Instantie: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

Klacht:

ten aanzien van het in de periode 2005 – 2010 gedurende een betrekkelijk korte tijd instellen van een onderzoek naar verzoeker

Oordeel: gegrond

Instantie: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

Klacht:

overige periode waarin verzoeker actief was in de politiek, onrechtmatig onderzoek naar hem ingesteld

Oordeel: niet gegrond

De NRC publiceerde op 21 november 2013 een artikel dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in de periode 2005 – 2010 politici op Bonaire had bespioneerd die met het Nederlands kabinet onderhandelden over aansluiting bij Nederland. Het betrof volgens het artikel een illegale operatie die verborgen werd gehouden voor het toenmalige Antilliaanse kabinet.

Verzoeker was in die periode politiek leider op Bonaire.

Verzoeker klaagde er over dat de AIVD in de periode tussen 2005 en 2010 politici op Bonaire die met het Nederlands Kabinet onderhandelden over aansluiting bij Nederland – onder wie hijzelf – heeft bespioneerd. Volgens verzoeker gebeurde dit bespioneren onrechtmatig.

De Nationale ombudsman overwoog dat de overheid integer dient te handelen en een bevoegdheid alleen dient te gebruiken voor het doel waarvoor deze is gegeven. Dit betekent dat burgers mogen verwachten dat de overheid haar taken op een gewetensvolle wijze uitvoert. Van de overheid mag worden verwacht dat zij hun positie, hun bevoegdheden, hun tijd en middelen niet misbruiken.

Op grond van de aan de Nationale ombudsman verstrekte en door hem geverifieerde informatie moet worden geoordeeld dat de AIVD in de door verzoeker genoemde periode 2005 – 2010 gedurende een betrekkelijk korte tijd onderzoek heeft verricht naar verzoeker terwijl er geen onderzoek mocht worden verricht. Dit deel van het onderzoek heeft onrechtmatig plaatsgevonden. In zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk.

Voor de overige periode heeft de Nationale ombudsman aan de hand van de aan hem verstrekte en door hem geverifieerde informatie vastgesteld dat er in deze periode hetzij geen onderzoek naar verzoeker heeft plaatsgevonden hetzij dat dit onderzoek rechtmatig heeft plaatsgevonden. Te dien aanzien was de onderzochte gedraging behoorlijk.

Wat is de klacht?

De NRC publiceerde op 21 november 2013 een artikel dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in de periode 2005 – 2010 politici op Bonaire had bespioneerd die met het Nederlands kabinet onderhandelden over aansluiting bij Nederland. Het betrof volgens het artikel een illegale operatie die verborgen werd gehouden voor het toenmalige Antilliaanse kabinet.

Verzoeker was in die periode politiek leider op Bonaire. Hij klaagt er over dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD):

In de periode tussen 2005 en 2010 politici op Bonaire die met het Nederlandse Kabinet onderhandelden over aansluiting bij Nederland – onder wie hijzelf – heeft bespioneerd. Volgens verzoeker gebeurde dit bespioneren onrechtmatig.

Bevindingen

Visie verzoeker

Verzoeker was in de periode 1977 tot 2010 politiek actief op Bonaire, waaronder een korte tijd als minister. Verzoeker had in september 2014 een gesprek met zijn biografe. Zij wees hem op het artikel in de NRC van 21 november 2013 en wilde van verzoeker weten of er door de AIVD ook onderzoek naar hem was uitgevoerd. Deze vraag was voor hem aanleiding om bij de verantwoordelijke minister te informeren of er gedurende de periode dat hij actief was in de politiek ook naar hem een onderzoek is gedaan. De wijze waarop zijn verzoek werd afgehandeld was voor hem aanleiding om over de handelwijze van de AIVD een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.

Klachtafhandeling minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties berichtte verzoeker op 9 oktober 2015 dat zijn klacht over de AIVD voor advies was voorgelegd aan de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Nadat de CTIVD advies had uitgebracht, deelde de minister verzoeker bij brief van 29 maart 2016 onder meer het volgende mee:

"De CTIVD heeft uw klacht onderzocht. Bij haar onderzoek heeft de CTIVD onbelemmerd toegang tot alle voor het onderzoek relevante documenten. Tevens heeft de Commissie, waar zij dat nodig achtte, gesproken met medewerkers van de dienst. De Commissie heeft uw gemachtigde gesproken om u de gelegenheid te geven uw klacht toe te (laten) lichten. Op 13 januari 2016 heeft de Commissie haar advies in een rapport aan mij uitgebracht. Dit rapport is geheim gerubriceerd.

De Wiv 2002 bepaalt dat gegevens die zicht geven of kunnen geven op de identiteit van een bron, een lopend onderzoek of een onderzoeksmethode van de dienst, niet naar buiten mogen worden gebracht. Het rapport is door de CTIVD geheim gerubriceerd omdat dat daarmee zicht wordt gegeven op bovengenoemde aspecten, hetgeen op grond van de Wiv 2002 niet is toegestaan. Ik kan u dit rapport dan ook niet toesturen. Gelet op het oordeel van de Commissie in deze zaak zal ik wel enige informatie uit het rapport en het advies in deze brief aan u verstrekken.

(…)

In overeenstemming met klager heeft de CTIVD de klacht als volgt geformuleerd:

Klager is van opvatting dat de AIVD over hem op onrechtmatige wijze informatie heeft vergaard in de periode 1 januari 2005 tot en met 10 oktober 2010.

De CTIVD heeft geadviseerd uw klacht deels gegrond en deels ongegrond te verklaren.

De motivering van de CTIVD kan ik u, zoals hiervoor aangegeven, niet verstrekken. Ik kan u wel melden dat er sprake is geweest van een onderzoek door de AIVD in het kader van zijn wettelijke taakuitvoering. Of dit onderzoek in Nederland of daarbuiten plaatsvond, kan ik u echter niet melden. Evenmin kan ik ingaan op de wijze waarop het onderzoek is verricht; met gebruikmaking van bijzondere inlichtingenmiddelen of aan de hand van open bronnen.

De CTIVD heeft de door u opgegeven periode van 1 januari 2005 tot en met 10 oktober 2010 onderzocht op eventuele onrechtmatigheden, waarbij ik in het midden laat of in deze volledige periode ook daadwerkelijk sprake is geweest van een onderzoek. De CTIVD heeft het onderzoek van de AIVD grotendeels rechtmatig geacht. Ten aanzien van een korte periode is de CTIVD echter tot de conclusie gekomen dat er geen onderzoek mocht worden verricht zodat dit deel van het onderzoek onrechtmatig is geacht. Op grond hiervan heeft de CTIVD het advies uitgebracht uw klacht deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Daarmee staat vast dat uw klacht ten aanzien van vrijwel de gehele periode ongegrond is, wat betekent dat in deze periode hetzij geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar uw persoon, hetzij dat dit onderzoek grotendeels rechtmatig heeft plaatsgehad.

Ik heb het advies van de CTIVD volledig overgenomen. Voor zover dit advies aanleiding gaf tot het treffen van maatregelen, kan ik u melden dat dit inmiddels is gebeurd."

Reactie verzoeker

Verzoeker gaf aan dat hij graag had gezien dat het onderzoek zich had uitgestrekt over de hele periode dat hij politiek actief was geweest. Het was hem echter bekend dat het onderzoek door de Nationale ombudsman zich beperkte tot de periode 2005 tot 2010.


Onderzoek Nationale ombudsman

Tijdens een gesprek op 17 juni 2015 tussen de Nationale ombudsman en medewerkers AIVD maakte de Nationale ombudsman gebruik van de hem geboden gelegenheid om de door de minister in zijn brief van 29 maart 2016 aan verzoeker verstrekte informatie te verifiëren. Hij had daarbij inzage in het advies en het rapport van bevindingen van de CTIVD en in de documenten die aan dat advies ten grondslag hebben gelegen (zie ook onder Achtergrond).

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Verzoeker klaagt er over dat de AIVD in de periode 2005 – 2010 politici op Bonaire die met het Nederlandse kabinet onderhandelden over aansluiting bij Nederland – onder wie hijzelf – heeft bespioneerd. Volgens verzoeker gebeurde dit bespioneren onrechtmatig.

Ten aanzien van de door de AIVD naar aanleiding van de klacht aan de Nationale ombudsman verstrekte informatie deed de minister een beroep op geheimhouding. De Nationale ombudsman is op grond van de wet gehouden dit beroep te honoreren.

De overheid handelt integer en gebruikt een bevoegdheid alleen voor het doel waarvoor deze is gegeven. Dit betekent dat burgers mogen verwachten dat de overheid haar taken op een gewetensvolle wijze uitvoert. Van de overheid en haar medewerkers mag worden verwacht dat zij hun positie, hun bevoegdheden, hun tijd en middelen niet misbruiken.

De CTIVD heeft geadviseerd de klacht deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Ten aanzien van een korte periode is namelijk gebleken dat er geen onderzoek had mogen worden verricht. De minister heeft dit advies opgevolgd.

Op grond van de aan de Nationale ombudsman verstrekte en door hem geverifieerde informatie moet worden geoordeeld dat de AIVD in de door verzoeker genoemde periode 2005 - 2010 gedurende een betrekkelijk korte tijd onderzoek heeft verricht naar verzoeker terwijl er geen onderzoek mocht worden verricht. Dit deel van het onderzoek heeft onrechtmatig plaatsgevonden. In zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk.

Voor de overige periode heeft de Nationale ombudsman aan de hand van de aan hem verstrekte en door hem geverifieerde informatie vastgesteld dat er in deze periode hetzij geen onderzoek naar verzoeker heeft plaatsgevonden hetzij dat dit onderzoek rechtmatig heeft plaatsgevonden. Te dien aanzien is de onderzochte gedraging behoorlijk.


Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is gegrond ten aanzien van het in de periode 2005 – 2010 gedurende een betrekkelijk korte tijd instellen van een onderzoek naar verzoeker. Voor het overige is de klacht niet gegrond.

De Nationale ombudsman,

 

Reinier van Zutphen

Achtergrond

Onderzoek

In het geval van onderzoek naar aanleiding van een klacht over de AIVD kunnen onderzoek en rapportage doorgaans niet met dezelfde openheid plaatsvinden als in andere zaken gebruikelijk is.

Ingevolge artikel 9:31, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verstrekken van de door de Nationale ombudsman gevraagde inlichtingen of stukken weigeren of de ombudsman meedelen dat uitsluitend hij van die gegevens mag kennisnemen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn. Gewichtige redenen kunnen zijn strijd met een wettelijke geheimhoudingsplicht of met het belang van de Staat. Op grond van artikel 83, vierde lid van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002) dient de Nationale ombudsman zich bij zo'n beslissing van de Nationale ombudsman neer te leggen.

Indien de Nationale ombudsman een onderzoek instelt naar aanleiding van een klacht over de AIVD, stelt hij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en eventueel een of meer ambtenaren in de gelegenheid om op de klacht te reageren. De Nationale ombudsman maakt daarbij gebruik van de in de Awb gegeven onderzoeksbevoegdheden. In voorkomende gevallen verstaat de substituut-ombudsman zich persoonlijk met medewerkers van de AIVD of neemt hij persoonlijk kennis van relevante gegevens (artikel 83, vijfde lid, WIV 2002). Langs deze weg wordt informatie verkregen die de Nationale ombudsman nodig heeft voor zijn onderzoek.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2016/082