2010/034

Rapport

De Belastingdienst/Toeslagen voerde een fraudeonderzoek uit bij verschillende gastouderbureaus. Gedurende van dit onderzoek werd de kinderopvangtoeslag, zonder voorafgaand bericht, niet meer uitbetaald aan de klanten van de betrokken gastouderbureaus. De gastouderbureaus, gastouders en klanten kwamen hierdoor in de problemen. Verschillende vraagouders en twee gastouderbureaus dienden over de gang van zaken een klacht in bij de Nationale ombudsman.

De Nationale ombudsman startte een onderzoek naar de wijze waarop de Belastingdienst de mogelijke fraude met kinderopvangtoeslag door de gastouderbureaus aanpakte. Doel van het onderzoek was om te achterhalen waarom de Belastingdienst de keuze maakte om, gedurende het fraudeonderzoek, de uitbetaling van de kinderopvangtoeslag aan de betreffende gastouderbureaus stop te zetten en op welke manier dit aan de betrokkenen werd gecommuniceerd.

De Belastingdienst koos ervoor om de kinderopvangtoeslag stop te zetten door middel van opschorting van de betalingen. Als later zou blijken dat de toeslag onterecht was opgeschort dan konden de betalingen makkelijk hervat worden. De betrokken ouders ontvingen echter pas na de stopzetting van de betalingen een brief van de Belastingdienst waarin zij geïnformeerd werden over de gang van zaken. Ook lopende het fraudeonderzoek bleek dat de ouders soms niet goed wisten waar ze aan toe waren en bestonden er onduidelijkheden over welke informatie de Belastingdienst van hen verwachtte.

De Nationale ombudsman oordeelde dat de onderzochte gedraging, behoorlijk was ten aanzien van het stopzetten van de kinderopvangtoeslag. Hoewel opschorting van de kinderopvangtoeslag de beste keuze was voor de Belastingdienst, oordeelde de Nationale ombudsman echter wel dat ernstig tekort is geschoten in de informatieverstrekking aan de betrokkenen en dat de onderzochte gedraging derhalve niet behoorlijk was. De Belastingdienst werd in overweging gegeven in soortgelijke situaties in de toekomst meer aandacht te besteden aan de duidelijkheid en tijdigheid in de communicatie. Tevens stelde de Nationale ombudsman dat de Belastingdienst, op het moment dat de fraude wordt geconstateerd, betrokkenen zou moeten wijzen op hun fouten en hen informeren over hun mogelijkheden om verdere schade te beperken.

Instantie: Belastingdienst/Toeslagen Utrecht

Klacht:

Kinderopvangtoeslag stopgezet ten tijde van het fraudeonderzoek bij gastouderbureaus.

Oordeel:
Niet gegrond

Instantie: Belastingdienst/Toeslagen Utrecht

Klacht:

Vraagouders, gastouders en gastouderbureaus niet goed geïnformeerd.

Oordeel:
Gegrond