Innen tegen elke prijs?

Onderzoek

Er wordt bij het innen van schadevergoeding van een veroordeelde meer maatwerk geleverd. Als iemand wel wil, maar niet kan betalen, denkt het CJIB mee over een passende oplossing. Veroordeelden betalen zo vaker hun schuld af, op een manier die voor hen haalbaar is. Dat concludeert de Nationale ombudsman in het terugblikonderzoek naar het innen van schadevergoedingen door het CJIB.  

Na vele klachten van burgers die moeite hadden met het betalen van een schadevergoeding, startte de Nationale ombudsman in 2019 een onderzoek. Hieruit bleek: als er al een betalingsregeling tot stand kwam, was het maandbedrag te hoog. Veroordeelden kregen hierdoor te maken met verhogingen, deurwaarderskosten en vervangende hechtenis. Anders dan de term doet vermoeden 'verving' deze hechtenis niet de betalingsverplichting; die bleef gewoon bestaan.   

De Wet tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) die per 1 januari 2020 in werking trad, moest het CJIB meer ruimte geven om passende betalingsregeling te treffen. Nu, ruim drie jaar na de inwerkingtreding, concludeert de ombudsman in zijn onderzoek dat dit inderdaad het geval is. Het uitgangspunt van het CJIB is nu de financiële draagkracht van een veroordeelde in plaats van een maximumtermijn. Ook wordt veroordeelde niet meer gevangengezet als duidelijk is dat hij wel wil, maar niet kan betalen.  

De ombudsman is van mening dat het CJIB ook vóór de wet USB meer ruimte had kunnen en moeten nemen om oplossingen te bieden aan veroordeelden die lieten blijken dat ze van goede wil waren. In de periode voorafgaand aan 2020 is veroordeelden, door toedoen van de overheid, onnodig leed veroorzaakt.