Koninklijke Marechaussee mocht uitgaan van de informatie in een mutatie

Brief

Richard* werd door twee marechaussees op de openbare weg staande gehouden en om zijn identiteitsgegevens gevraagd. Hij vond die controle niet terecht en diende daarover een klacht in bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). De klacht werd door de Commandant van de KMar gegrond verklaard. Bij het vaststellen van de feiten ging de Commandant uit van de informatie die de twee marechaussees in een mutatie hadden vastgelegd. Richard was het daar niet mee eens.

In die mutatie stond namelijk dat er tijdens de controle een auto stopte en dat de bestuurder van die auto de marechaussees ongevraagd meedeelde dat hij Richard eerder schoppende en slaande bewegingen had zien maken naar meerdere voertuigen die langsreden. Volgens Richard was die informatie volstrekt niet waar. Hij wees op een geluidsopname die hij tijdens de controle had gemaakt. Daarop viel nergens te horen dat de marechaussees door iemand werden aangesproken.

De ombudsman vindt dat in het algemeen mag worden uitgegaan van de juistheid van de informatie die is vastgelegd in een mutatie. Zo'n mutatie is namelijk op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en komt daardoor bijzondere bewijskracht toe. Dit betekent dat de inhoud van een mutatie moet worden gerespecteerd, tenzij er duidelijk bewijs voor het tegendeel is. 

In deze zaak kan niet worden uitgesloten dat het verstrekken van informatie door een voorbijganger aan de twee marechaussees net voor de start van de door Richard gemaakte geluidsopname heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de ombudsman vormt de geluidsopname dus geen duidelijk bewijs dat de informatie die de marechaussees in de mutatie hebben vastgelegd niet juist is. De ombudsman vindt dan ook dat de Commandant van de KMar mocht uitgaan van die informatie die in de mutatie was vastgelegd.

* Niet de echte naam