2016/033 UWV en Zorginstituut Nederland nemen geen contact met elkaar op en handelen klacht niet zorgvuldig af

Rapportnummer
2016/033
Rapport

Verzoekster heeft schulden en zit ook sinds jaren in de wanbetalersregeling. Dit verliep jaren probleemloos, totdat in september 2014 de maandelijkse inhouding van de bestuursrechtelijke premie op verzoeksters uitkering opeens stopte. Verzoekster snapte dit niet en nam contact op met het UWV en het Zorginstituut en vroeg om opheldering. Welke instantie had ervoor gezorgd dat de bestuursrechtelijke premie niet meer op haar uitkering werd ingehouden en afgedragen aan het Zorginstituut?

Het UWV liet hierop weten dat het een melding van het Zorginstituut had ontvangen om de broninhouding op verzoeksters uitkering te beëindigen. Het Zorginstituut schreef echter dat het van het UWV een lijst met Burgerservicenummers (verder: BSN's) had ontvangen van personen waar broninhouding niet meer bij mogelijk zou zijn. Omdat het BSN van verzoekster op deze lijst stond, was dit aanleiding voor het Zorginstituut om het CJIB in te schakelen.

Uit de klachtafhandeling bleek niet dat betreffende organisaties contact met elkaar hadden gehad over deze casus.

Verzoekster klaagt erover dat het Zorginstituut en het UWV naar elkaar wijzen als de veroorzaker voor het stopzetten van de inhouding van de bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet op haar uitkering. Daarnaast klaagt verzoekster erover dat het Zorginstituut en het UWV niet adequaat hebben gereageerd op haar klachten hierover.

Pas naar aanleiding van het onderzoek van de Nationale ombudsman is naar voren gekomen dat het UWV een fout had gemaakt bij het opstellen van de lijst met BSN's die het UWV maandelijks aanlevert aan het Zorginstituut. Het gevolg van deze fout was dat de broninhouding ten onrechte was stopgezet, met alle gevolgen van dien.

Het had op de weg van beide instanties gelegen om eerder in contact met elkaar te treden en niet naar elkaar te wijzen. Dan was verzoekster niet van het kastje naar de muur gestuurd.

De Nationale ombudsman komt tot de conclusie dat zowel het UVW als het Zorginstituut er niet in zijn geslaagd om de klacht over deze kwestie zorgvuldig af te handelen. Zoals beide instanties ook zelf aangeven, was het beter geweest om contact met elkaar op te nemen over deze klacht. Dan was eerder duidelijk geworden waar de oorzaak lag van het stopzetten van de broninhouding en of dit wel of niet terecht was geweest.

Samenwerkingsvereiste - gegrond

Met instemming heeft de Nationale ombudsman er kennis van genomen dat het UWV de deurwaarderskosten van verzoekster voor zijn rekening neemt én van het feit dat er vanaf nu een andere manier van ''bestandsvergelijking'' plaatsvindt.

Daarnaast heeft de Nationale ombudsman er met instemming kennis van genomen dat in het vervolg het Zorginstituut en het UWV contact met elkaar zullen opnemen als er sprake is van een (gezamenlijke) klacht over dit onderwerp

Instantie: Zorginstituut Nederland

Klacht:

Zorginstituut en UWV wijzen naar elkaar als de veroorzaker voor het stopzetten van de inhouding van de bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet op verzoeksters uitkering

Oordeel:
Gegrond

Instantie: UWV

Klacht:

UWV en Zorginstituut wijzen naar elkaar als de veroorzaker voor het stopzetten van de inhouding van de bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet op verzoeksters uitkering

Oordeel:
Gegrond