Nederlanders in buitenland beter voorgelicht over verlies Nederlanderschap

Foto van een paspoort

De overheid gaat Nederlanders in het buitenland beter informeren over het verlies van hun Nederlandse nationaliteit. Dit is een van de uitkomsten van de gesprekken van de Nationale ombudsman met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. In mei 2016 constateerde de Nationale ombudsman dat veel Nederlanders in het buitenland tegen hun wil hun Nederlandse nationaliteit waren verloren..

De drie ministeries van Buitenlandse Zaken, van Binnenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie hebben de ombudsman toegezegd verschillende maatregelen te nemen. Zo start deze zomer 2017 al een publiekscampagne om mensen in binnen- en buitenland te informeren over het Nederlanderschap, zodat burgers kunnen voorkomen dat ze ongewild het Nederlanderschap verliezen. Deze campagne loopt tot het einde van het jaar. Ook is er een nieuwe brochure gemaakt over het verlies van de Nederlandse nationaliteit. Deze brochure is inmiddels onder de aandacht gebracht bij de grensgemeenten, zodat zij burgers erop kunnen wijzen.

Betere informatie aan burgers

De ministeries hebben afspraken gemaakt om te voorkomen dat burgers onjuist geïnformeerd worden als zij de overheid een vraag stellen over hun nationaliteit, bijvoorbeeld over de gevolgen van het aannemen van een andere nationaliteit. Zo letten de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse zaken er scherp op dat ambassades en grensgemeenten met een paspoortfunctie bij de uitgifte van nieuwe paspoorten een inlegvel verstrekken aan Nederlanders die in het buitenland wonen. Op dat inlegvel staat informatie over de Nederlandse nationaliteit. Ook wordt verwezen naar de website van de Rijksoverheid en de brochure over Nederlanderschap.

Terugkrijgen van de Nederlandse nationaliteit

Een drempel voor oud-Nederlanders om hun Nederlanderschap te herkrijgen via de zogenaamde 'spijtoptantenregeling' vervalt. In de Tweede Kamer is een amendement aangenomen waardoor Nederlanders die tussen 1 april 2013 en de datum van inwerkingtreding van het huidige wetsvoorstel hun nationaliteit zijn kwijtgeraakt vanwege langdurig verblijf in het buitenland, deze gedurende één jaar na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel kunnen herkrijgen, zonder afstand te hoeven doen van de andere nationaliteit. Dit is in overeenstemming met de opmerking van de ombudsman dat afstand doen van de andere nationaliteit redelijkerwijs niet van de doelgroep van deze regeling kan worden verwacht. Het wetsvoorstel ligt nog in de Eerste Kamer en kan pas in werking treden als deze het wetsvoorstel heeft aanvaard.
Er wordt nog nader overlegd over regelingen voor oud-Nederlanders die tijdelijk naar Nederland willen komen.

Centraal register Nederlanders in het buitenland

Vooralsnog komt er geen centraal register van Nederlanders in het buitenland om hen gericht en tijdig te waarschuwen voordat zij hun Nederlanderschap verliezen door tijdsverloop. De ombudsman betreurt dit, maar heeft oog voor de praktische problemen die het in het leven roepen en up-to-date houden van zo'n register oplevert. De gemeente Den Haag schrijft circa 550.000 Nederlanders in het buitenland aan met het verzoek of men opgenomen wil worden in een permanente registratie van kiezers in het buitenland. In de brief wordt wel verwezen naar op internet beschikbare informatie over het Nederlanderschap.

Achtergrond

In het rapport  "Verlies Nederlanderschap" (2016/145) van 10 mei 2016 constateerde de ombudsman dat veel (oud-) Nederlanders tegen hun wil en zonder zich er bewust van te zijn, hun Nederlanderschap zijn kwijt geraakt. De ombudsman deed de verantwoordelijke ministers (BZ, BZK en V&J) een aantal aanbevelingen om dit in de toekomst te voorkomen. De ministers reageerden met een brief van 3 oktober 2016 op deze aanbevelingen. Hoewel in deze brief al een aantal toezeggingen werd gedaan, wilde de ombudsman graag verder in gesprek gaan over de uitwerking daarvan. Op 23 december 2016 stuurde hij daarom een brief aan de ministers. Op 10 april 2017 is er overleg gevoerd tussen de ombudsman en de betrokken ministeries.