Brief: school op Sint Eustatius bezorgd over waarborgen onderwijsniveau door internetproblemen

Een school op Sint Eustatius klaagt over problemen die de school ondervindt met het gebruik van internet. Volgens de school blijft de capaciteit op het eiland ver achter bij de Nederlandse maatstaven en zijn de prijzen voor het internet ook nog eens buitensporig hoog. Daardoor is het voor de school niet mogelijk onderwijs aan te bieden op het gewenste niveau. De Nationale ombudsman vraagt de coördinerend minister (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) naar de stand van zaken en recente ontwikkelingen (2015.30532).

Instantie: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Klacht:

gewenste onderwijsniveau kan niet worden gegarandeerd door problemen met het internet

Oordeel: gegrond

Gwendoline van Putten School op Sint Eustatius klaagt over problemen die de school ondervindt met het gebruik van internet. Volgens de school blijft de capaciteit op het eiland ver achter bij de Nederlandse maatstaven en zijn de prijzen voor het internet ook nog eens buitensporig hoog. Daardoor is het voor de school niet mogelijk onderwijs aan te bieden op het gewenste niveau. De Nationale ombudsman vraagt de coördinerend minister (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) naar de stand van zaken en recente ontwikkelingen (2015.30532).

Geachte heer Odijk,

U heeft zich namens de Gwendoline van Puttenschool op Sint Eustatius tot de Nationale ombudsman gewend vanwege de problemen die de school ondervindt met het gebruik van het internet. Volgens de school blijft de capaciteit op het eiland ver achter bij Nederlandse maatstaven en zijn de prijzen voor het internet ook nog eens buitensporig hoog. Daardoor is het voor de school niet goed mogelijk onderwijs aan te bieden op het gewenste niveau.

Zorgen voorgelegd
Wij hebben uw zorgen voorgelegd aan het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (OLE) en aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en vragen aan hen gesteld. Hiervan heeft u een afschrift gekregen.

Wij hebben van het OLE geen reactie ontvangen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft bij brief van 5 september 2016 gereageerd.

De minister geeft aan dat een aantal stappen is gezet om sneller en goedkoper internet te kunnen aanbieden in Caribisch Nederland. Als gevolg daarvan zal voor dit schooljaar de internetsnelheid met tenminste 25 mb toenemen. Volgens de minister gaat het om een traject waarvoor verschillende partijen verantwoordelijkheid dragen. Zo is volgens de minister de school, met ondersteuning van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een proactieve rol om ontwikkelingen op het gebied van het internet te stimuleren. Daarnaast heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties  een belangrijk knelpunt weggenomen met de aanleg van een zeekabel naar Saba en Sint Eustatius en is de lokale telecom operator Eutel verantwoordelijk voor de lokale infrastructuur op het eiland, aldus de minister. Omdat de aandelen van Eutel in handen zijn van het OLE heeft het OLE volgens de minister weer de mogelijkheid om het beleid met betrekking tot internet te beïnvloeden daarbij wel in aanmerking nemend dat Eutel een bedrijf is dat winst zal moeten maken om diensten en services te kunnen blijven aanbieden. Verder geeft de minister aan dat het Ministerie van Economische Zaken, verantwoordelijk voor het telecommunicatie-en vestigingsbeleid en de uitgifte van telecomlicenties en machtigen, bezig is waar nodig het beleids-en wet- en regelgevingskader voor Caribisch Nederland aan te passen. De minister wijst erop dat hieruit volgend per 1 juli 2016 een subsidieregeling in werking is getreden voor de verbetering van telecomvoorzieningen in Caribisch Nederland. De lokale telecom operator kan subsidie aanvragen voor het realiseren van telecomvoorzieningen ten behoeve van het algemeen belang zoals het onderwijs.  De subsidie kan eveneens worden aangewend voor het oplossen van knelpunten in de lokale infrastructuur zodat ook scholen kunnen profiteren van snel internet en de voordelen die de zeekabel biedt. Tenslotte merkt de minister op dat de oplossing voor sneller en goedkoper internet een proces van stappen is. Het vergt een gezamenlijke inspanning. Hij zal zich als coördinerend bewindspersoon hard zal blijven maken voor voortgang op dit traject. De minister geeft aan daarover met de Nationale ombudsman in contact te blijven als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen.

U heeft per email van 13 oktober 2016 op bovenstaande reactie gereageerd.

Per email van 26 oktober 2016 heeft u een update gegeven van de laatste ontwikkelingen. Daarbij heeft u de Nationale ombudsman laten weten dat de aanleg van een glasvezelkabel van de school naar Eutel inmiddels is gerealiseerd. Verder heeft u aangegeven dat de school een gesprek heeft gehad met commissioner Simmons van het OLE en Eutel. Daarin is naar voren gekomen dat Eutel niet op de hoogte was van de subsidieregeling ook al is er, zo schrijft u, recentelijk nog wel contact is geweest tussen Eutel en het ministerie van Economische Zaken. Ook heeft u aangegeven dat Eutel nu een subsidieaanvraag gaat doen nadat u Eutel de brief van de minister van BZK aan de Nationale ombudsman had overgelegd. Voor de school zou deze subsidie nodig zijn, want u heeft aangegeven dat de school het zich niet kan veroorloven om $5000,- per maand te betalen voor 100 Mb/s, hetgeen Eutel nu kan aanbieden zonder winst te maken. Dit is volgens u ook zo omdat de langere termijnplanning is om stapsgewijs naar 1000Mb (1 Gb/s) te gaan als de school in de lessen daadwerkelijk ICT gaat gebruiken, net zoals in Europees Nederland.

Bevindingen en beoordeling
De Nationale ombudsman toetst het optreden van de overheid aan behoorlijk overheidsoptreden. Een van de vereisten is dat de overheid de grondrechten van haar burgers respecteert. Het recht op onderwijs is een grondrecht dat is neergelegd in de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is een grondrecht dat een actief optreden van de overheid vereist.

De Tweede Kamer stemde in november 2015 in met het voorstel alle scholen in het primair onderwijs (Europees Nederland) aangesloten te laten zijn op snel internet. De Tweede Kamer beschouwde dit als een overheidsverantwoordelijkheid, die in samenwerking met het bedrijfsleven ingevuld zou moeten worden.

Betaalbare toegang tot het internet is door de Verenigde Naties geformuleerd als doel. Het is een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling van een land, een samenleving. De aanwezigheid van goede ICT voorzieningen heeft een directe link met het verwezenlijken van veel van de 17 duurzaamheidsdoelen van de VN, in dit geval het bieden van goed onderwijs.

Kortom, van de overheid mag verwacht worden dat zij ervoor waakt dat scholen goede toegang tot het internet hebben. Als er marktverstoringen zijn waardoor dit niet tot stand komt, verdient het inspanning van de (Rijks)overheid om hier verbetering in te brengen.

Niet ter discussie staat dat naar Nederlandse maatstaven de Gwendoline van Puttenschool op Sint Eustatius sneller en goedkoper internet nodig heeft om onderwijs aan te kunnen bieden op het gewenste niveau. Dat wil zeggen dat op dit moment het recht op onderwijs onvoldoende is gewaarborgd. Dat sneller en goedkoper internet niet zomaar van de ene op de andere dag kan worden bewerkstelligd is ook geen punt van discussie, gelet op de verschillen die er nu eenmaal nog zijn met Europees Nederland in infrastructuur, marktwerking en de bijzonder kleine schaal van het eiland. Wel is de vraag of de overheid zich voldoende inspant om de capaciteit en de kosten van het internet op een acceptabel niveau te brengen voor goed en betaalbaar onderwijs.

Na opening van het onderzoek van de Nationale ombudsman in februari van dit jaar is er veel in beweging gebracht, zo blijkt uit de reactie van de minister.

De minister laat hiermee zien dat hij zich inspant en verantwoordelijkheid neemt. De minister heeft gemotiveerd uitgelegd dat het gaat om een traject waarin meerdere partijen samen moeten optrekken (de school, het OLE, BZK, OCW en EZ) waarbij hij zich als coördinerend bewindspersoon hard zal blijven maken voor voortgang op dit traject. Ik ga ervan uit dat de minister als coördinerend bewindspersoon in dat kader alle betrokken partijen ook informeert over alle stappen die worden gezet.

Hoe nu verder?
De door de minister genoemde partijen zijn nu aan zet met de minister als coördineren bewindspersoon. Graag hoor ik van de minister vóór 1 februari 2017 over de stand van zaken. Ook hoor ik graag van u als zich recente ontwikkelingen voordoen.

Ik heb een kopie van deze brief aan het Openbaar Lichaam Sint Eustatius en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties gestuurd. In een begeleidende brief heb ik de minister gevraagd mij vóór 1 februari 2017 te informeren over de stand van zaken.

Met vriendelijke groet,


 

de Nationale ombudsman,
Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
Rapportbrief: