2019/012 Jeugdbescherming Gelderland neemt voldoende regie in complexe echtscheidingszaak

Een transgender-ouder van twee kinderen is verwikkeld in een complexe echtscheiding. Ze heeft haar kinderen al een jaar niet gezien. De rechter spreekt een ondertoezichtstelling (OTS) uit om het contact tussen de ouders te herstellen. De OTS wordt verlengd als de ouders na een jaar nog steeds niet communiceren. De vrouw klaagt erover dat Jeugdbescherming niet genoeg doet om een bezoekregeling van de grond te krijgen. Ook voelt ze zich door hen niet geholpen als haar ex bij hen op kantoor discriminerende en kwetsende opmerkingen maakt. De ombudsman vindt dat Jeugdbescherming voldoende regie heeft genomen. In verband met een onpartijdige houding kan de jeugdbeschermer over de vermeende discriminatie geen standpunt innemen. Wel mag worden verwacht dat de jeugdbeschermer in een gesprek de-escalerend optreedt. Uit gespreksaantekeningen blijkt dat dit ook is gebeurd.

Instantie: Jeugdbescherming Gelderland

Klacht:

bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling over verzoeksters kinderen onvoldoende regie genomen 

Oordeel: niet gegrond

Instantie: Jeugdbescherming Gelderland

Klacht:

geweigerd in te grijpen als verzoekster wordt gediscrimineerd door haar ex-partner tijdens de gesprekken met Jeugdbescherming Gelderland.

Oordeel: niet gegrond

Verzoekster (transgender-ouder) was verwikkeld in complexe echtscheidingsproblematiek. Zij had al een jaar geen omgang meer met haar kinderen, toen de rechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitsprak. De rechter vond het voor de kinderen belangrijk dat de jeugdbeschermer zou werken aan het contactherstel met verzoekster. De OTS werd een jaar later verlengd, omdat ouders vanwege hun strijd nog steeds niet adequaat over de kinderen communiceerden. Jeugdbescherming kreeg als taak deze patstelling tussen ouders te doorbreken, door de regie te voeren en hulp in te zetten.

Verzoekster klaagde erover dat Jeugdbescherming zich niet heeft gehouden aan de opdracht van de rechtbank. Zo heeft Jeugdbescherming niet genoeg gedaan om de communicatie tussen ouders te verbeteren. Ook de bezoekregeling met verzoeksters zoon kwam maar niet van de grond. Toen de uitvoering van de OTS stagneerde, greep Jeugdbescherming volgens verzoekster onvoldoende in.

Daarnaast voelde verzoekster zich door Jeugdbescherming bij hen op kantoor (indirect) gediscrimineerd. Jeugdbescherming deed namelijk niets als haar ex-partner tijdens gezamenlijke gesprekken discriminerende en kwetsende opmerkingen maakte.

De ombudsman overwoog dat JbGld voldoende regie genomen heeft bij de uitvoering van de OTS. Ook bij het bepalen van de aanpak ging JbGld steeds goed voorbereid en zorgvuldigheid te werk.

Om goed haar taak uit te kunnen voeren, moet Jeugdbescherming een onpartijdige houding innemen ten opzichte van beide ouders. De ombudsman overwoog dat het daarom niet aan de jeugdbeschermer is om een waardeoordeel te geven over vermeende discriminatie. Wel mag verzoekster verwachten dat de jeugdbeschermer tijdens een gesprek de-escalerend optreedt als ontoelaatbare uitingen gedaan worden. Uit gespreksaantekeningen van Jeugdbescherming blijkt dat dit tenminste één keer ook is gebeurd. Hiermee laat Jeugdbescherming zien dat zij weet hoe zij behoorlijk met haar gesprekspartners om moet gaan.

De ombudsman vond de klacht over de onderzochte gedragingen van Jeugdbescherming niet gegrond.

Wat is de klacht?

Wat ging er aan de klacht vooraf?

Verzoekster is de vader van twee kinderen (beide jonge tieners). Sinds eind 2012 zijn ouders verwikkeld in complexe echtscheidingsproblematiek. Daarbij werd duidelijk dat vader/verzoekster transgender is en een transitieproces inging. Sinds september 2014 zijn de ouders gescheiden. Zij hebben gezamenlijk gezag over de kinderen. Bij de scheiding is over de vastgestelde zorgregeling overeenstemming bereikt. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij moeder. Sinds begin 2015 was er echter geen omgang meer tussen de kinderen en hun vader.
De Raad voor de kinderbescherming (Raad) is op verzoek van de rechter een onderzoek gestart naar de zorgregeling. Dit onderzoek is later door de Raad uitgebreid naar een beschermingsonderzoek. Uiteindelijk heeft dit in april 2016 geleid tot een Ondertoezichtstelling (OTS) van beide kinderen. Jeugdbescherming Gelderland (JbGld) werd aangewezen als gecertificeerde instelling (GI) om uitvoering te geven aan de OTS voor de duur van 12 maanden. Twee jeugdbeschermers zijn aangesteld om de kinderen en ouders te begeleiden.

Gronden OTS april 2016
Er is volgens de rechter sprake van een belastende thuissituatie voor de kinderen omdat de ouders al geruime tijd in een verharde echtscheidingsstrijd verwikkeld zijn. De belangen van de kinderen worden door de ouders onvoldoende centraal gesteld. De kinderen zitten hierdoor emotioneel klem tussen de ouders. De ouders zijn niet in staat om zelf de onderlinge communicatie over de kinderen op gang te brengen of vorm te geven aan een omgangsregeling. De rechtbank acht het van belang dat het contact tussen vader en de kinderen hersteld wordt en dat de jeugdbeschermer een belangrijke rol gaat spelen bij het herstel van het contact. Deze zou zowel de kinderen als de ouders hierbij moeten begeleiden en ondersteunen. De zorgregeling moet naar het oordeel van de rechtbank geleidelijk worden opgebouwd, waarbij de vorm en de frequentie moet worden overgelaten aan de gezinsvoogd. De belangen van de kinderen moeten daarbij steeds vooropgesteld worden. Ook is de rechtbank van oordeel dat de kinderen in verband met het transitieproces van vader begeleid moeten worden door Transvisie Zorg.

Verlenging OTS april 2017
Op verzoek van JbGld wordt de OTS in april 2017 voor de duur van een jaar verlengd. Op dat moment is er wel een omgangsregeling tot stand gekomen tussen vader en dochter, maar nog niet tussen vader en zoon. Bij zoon speelt ook kindeigen problematiek mee. De kinderrechter acht de nog aanwezige problematiek (loyaliteitsconflict) veel te ernstig om de ondertoezichtstelling te beëindigen. Gebleken is dat ouders niet, dan wel moeizaam met elkaar communiceren. Het feit dat er over en weer totaal geen begrip/respect wordt gevoeld tussen ouders, dient inzet te zijn van de hulpverlening. Het is volgens de rechter bij uitstek de taak van de GI om een dergelijke patstelling te doorbreken en om hierin de belangen van de kinderen te waarborgen. Dit belang is in de eerste plaats dat de kinderen met beide ouders een goed contact kunnen en mogen hebben. De GI kan hierbij de regie voeren om dit mogelijk te maken door het inzetten van hulp daarbij.

Welke klacht is bij Jeugdbescherming Gelderland behandeld?

Op 30 mei 2017 diende verzoekster een klacht in bij JbGld. Zij klaagt erover dat er na een jaar nog geen bezoekregeling tussen verzoekster en haar zoon is opgestart. Ook neemt JbGld volgens verzoekster geen regie in de communicatie, terwijl de rechtbank dit wel heeft opgedragen.
Ook stelt verzoekster door JbGld te worden gediscrimineerd. Zij krijgt als transgender-ouder een andere behandeling dan andere ouders. Zo werd de omgang met haar dochter extra voorzichtig opgebouwd. Tijdens gesprekken bij hen op kantoor staat JbGld toe dat haar ex-partner haar misgendert en uitmaakt voor homo. Ook zou ze door de teamleider in een e-mail met geachte heer zijn aangeschreven.
Een andere klacht van verzoekster gaat over het plan van Aanpak. Dit plan is acht weken te laat door JbGld vastgesteld en de inhoud gaat volgens haar voorbij aan de onderliggende oorzaken van de complexe scheiding. Ten slotte zouden de jeugdbeschermers volgens verzoekster onvoldoende op de hoogte zijn van de wettelijke kaders waarbinnen zij opereren en klaagt verzoekster over het doorkruisen van de klachtenprocedure door JbGld.
De klachten zijn door de klachtencommissie ongegrond verklaard, met uitzondering van de klacht over de te late vaststelling van het plan van aanpak. Voor de misgendering van verzoekster door de teamleider heeft JbGld excuses aangeboden. De raad van bestuur van JbGld conformeert zich aan de uitspraak.

Wat heeft de Nationale ombudsman onderzocht?

Verzoekster was het niet eens met de uitspraak van de klachtencommissie en legde haar klacht op 3 september 2017 voor aan de Nationale ombudsman. Na een mondelinge toelichting en instemming van verzoekster verwoordt de ombudsman de klachten voor zover hij besluit die in behandeling te nemen als volgt:

  1. Verzoekster klaagt erover dat Jeugdbescherming Gelderland bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling over haar kinderen onvoldoende regie neemt en heeft genomen. Verzoekster is van mening dat JbGld zich in de uitvoering van de OTS niet heeft gehouden aan de opdracht die de rechtbank JbGld heeft gegeven.

  2. Daarnaast klaagt verzoekster erover dat JbGld zich tijdens gesprekken die zij samen met haar ex-partner in aanwezigheid van JbGld heeft gevoerd discriminerend heeft opgesteld. Wanneer haar ex-partner haar discrimineert of misgendert en zij aan JbGld vraagt hierop in te grijpen weigert JbGld dit.

Eind januari 2018 legde de ombudsman de klacht voor aan JbGld met het verzoek op de klacht te reageren. Daarbij is ook gevraagd antwoord te geven op de volgende vragen:

  1. De rechtbank heeft in de beschikking van de OTS van 11 april 2017 het volgende opgenomen: “De kinderrechter is van oordeel dat het feit dat er in het geheel geen begrip/respect over en weer wordt gevoeld tussen ouders inzet dient te zijn van de hulpverlening. Het is bij uitstek de taak van de GI om een dergelijke patstelling te doorbreken en om hierin de belangen van de minderjarigen te waarborgen. Het belang van de minderjarigen in dezen is in de eerste plaats dat zij met beide ouders een goed contact kunnen en mogen hebben. De Gl kan hierbij de regie voeren om dit mogelijk te maken door het inzetten van hulp daarbij." Hoe ziet JbGld de wijze waarop deze opdracht uitgevoerd moet worden?

  2. Hoe kijkt u aan tegen het niet reageren wanneer er discriminerende en kwetsende uitspraken worden gedaan tijdens gesprekken waar u bij aanwezig bent? Wanneer zou er een punt komen waar de jeugdzorgwerker zou moeten ingrijpen?

JbGld heeft gereageerd bij brief van 2 maart 2018. Deze brief is voorgelegd aan verzoekster, die daarop gereageerd heeft. Hierna volgt een weergave van hoe de partijen tegen de klacht aankijken.

Wat is de visie van verzoekster?

Regie

Verzoekster is van mening dat JbGld onvoldoende regie heeft genomen bij de uitvoering van de OTS. Na een jaar is er nog steeds geen bezoekregeling met haar zoon van de grond gekomen. JbGld neemt bijvoorbeeld geen regie in de communicatie. Op
17 januari 2017 is de hulpverlening gestaakt door te bepalen dat er geen gesprekken meer op kantoor van JbGld kunnen plaatsvinden. Ook neemt JbGld geen regie door niet in te grijpen wanneer de voortgang van de OTS stagneert als moeder onvoldoende medewerking verleent aan verzoeken van JbGld. Hieronder wordt verzoeksters visie nader toegelicht.

Communicatie
Verzoekster is van mening dat JbGld de verstoorde communicatie tussen haar en haar ex-partner aanvoert om geen werk te maken van de OTS. Na protest van verzoekster op de door haar ex-partner geuite beledigingen heeft JbGld besloten dat er geen gesprekken meer op kantoor van JbGld kunnen plaatsvinden. Verzoekster en haar ex-partner moeten eerst in relatietherapie gaan. Verzoekster is van mening dat JbGld hiermee expliciet de hulpverlening staakt. Zowel verzoekster als haar ex-partner maken zich hierover ernstige zorgen. Na het laatste, volgens JbGld beschadigende gesprek, heeft JbGld geen actie ondernomen om specialistische hulp in te schakelen, anders dan te herhalen dat ouders zélf relatietherapie moesten gaan volgen.

Uitblijven bezoekregeling met zoon
JbGld heeft van de rechter de taak opgelegd gekregen om de bezoekregeling tussen verzoekster en haar kinderen op te starten. Na een jaar is de omgang beperkt gebleven tot enkele ontmoetingen tussen verzoekster en haar zoon. Verzoeken vanuit de kant van verzoekster om te starten met het opstellen van een zorgregeling zijn onbeantwoord gebleven. Verzoekster had verwacht dat de JbGld nadrukkelijk de regie zou nemen met betrekking tot de omgangsregeling voor haar zoon. JbGld schrijft echter dat verzoekster samen met de moeder de omgang moet regelen.
De reden voor het staken van de werkzaamheden is volgens JbGld de verharde strijd tussen de ouders en de onmogelijkheid onderling te communiceren. Het bevreemdt verzoekster dat de omstandigheden die aanleiding waren voor de OTS nu opeens reden zijn om niets meer te doen. JbGld gaat daarmee ook voorbij aan de expliciete opdracht van de rechter om een omgangsregeling met verzoeksters zoon vast te stellen.

Stagnatie uitvoering OTS na onvoldoende meewerken ex-partner
JbGld neemt volgens verzoekster niet de benodigde maatregelen wanneer haar ex-partner weigert om de jeugdbeschermers met de kinderen te laten spreken, of wanneer zij weigert JbGld toestemming te geven om huisarts of school te raadplegen over de kinderen.
Pas na de verlenging van de OTS probeerde JbGld alsnog een start te maken met het door de Raad geadviseerde traject bij Transvisie Zorg. Toen de jeugdbeschermer hierover informatie opvroeg bij de huisarts, weigerde de arts (ten onrechte) deze informatie zonder toestemming van moeder te verstrekken. Het duurde uiteindelijk tien dagen voordat de jeugdbescherming zonder toestemming van moeder de gegevens toch had opgevraagd.
Ook accepteerde JbGld gelaten dat de jeugdbeschermers van haar ex-partner niet meer mochten spreken met de kinderen. Daarmee wordt in feite de regie uit handen gegeven aan één van de ouders. Verzoekster vindt dit kwalijk nu de jeugdbeschermer is toegevoegd aan het gezag en zelfstandig zonder toestemming van de ouders de nodige wettelijke taken kan uitvoeren. Het weigeren mee te werken door één van de ouders is naar mening van verzoekster voldoende aanleiding om maatregelen te nemen. JbGld doet echter niets. Zij geven ook geen schriftelijke aanwijzing of suggereren om een uithuisplaatsing aan te vragen.

Discriminatie

De klachtencommissie heeft de discriminatieklacht volgens verzoekster niet volledig behandeld. Het gaat verzoekster erom dat JbGld het toestaat dat zij binnen hun muren door haar ex wordt gediscrimineerd. JbGld staat het toe dat verzoekster ex-partner haar misgendert, met een verkeerde naam aanspreekt, haar refereert aan 'het' en haar "ordinaire homo" noemt. Zij had verwacht dat JbGld daarop zou reageren, maar er werd door hen niets gezegd als dat gebeurde. Ook niet wanneer verzoekster daar nadrukkelijk om vroeg.
JbGld dient naar mening van verzoekster een ieder een veilige omgeving te bieden, vrij van discriminatie en opzettelijk discriminatoire beledigingen, maar is daartoe niet bereid. Sterker nog JbGld concludeert dat de oorzaak bij beide ouders ligt en stelt relatietherapie als voorwaarde om weer verder te kunnen praten. Daarmee legt JbGld de schuld dat verzoekster gediscrimineerd wordt, deels bij haarzelf. Volgens verzoekster impliceert dit dat zij de discriminatie maar had moeten accepteren, en dat het stilleggen van de gesprekken mede te wijten is aan haar protesten.
Verzoekster is van mening dat de algemene wet gelijke behandeling, die bepaalt dat de werkvloer vrij moet zijn van discriminatie, ook geldt voor bezoekers van diezelfde werkvloer. Het gaat verzoekster hierbij om indirecte discriminatie: het nalaten van passend ingrijpen in deze situatie kan volgens verzoekster weldegelijk als discriminatie worden aangemerkt, zonder dat de gespreksleiding zelf discriminerende uitspraken doet.

Wat is de reactie van JbGld?

Regie

JbGld is van mening dat zij voldoende regie genomen heeft bij de uitvoering van de OTS en, voor zover mogelijk, gewerkt heeft aan de opdracht vanuit de rechtbank. Voor de dochter van verzoekster is het gelukt tot een omgangsregeling te komen. Voor haar zoon is dit mede door zijn specifieke problematiek en eigen wensen over de omgang met zijn vader, moeilijker gebleken. JbGld acht verzoeksters klacht niet gegrond. Hieronder volgt een onderbouwing van het standpunt van JbGld op het punt van het nemen van regie op communicatie, het opstellen van de bezoekregeling en het oppakken van regie bij dreigende stagnatie in het traject wanneer verzoeksters ex-partner niet voldoende meewerkt.

Communicatie
De betrokken jeugdbeschermers hebben vanaf de start van de OTS het tot stand brengen van omgang tussen verzoekster en haar kinderen als belangrijk doel geformuleerd en hebben hun handelen hier op ingezet. Onderlinge communicatie met beide ouders is hiervoor een voorwaarde. Volgens JbGld klopt het dat de Raad en de Rechtbank oordelen dat zij de regie moet nemen betreffende de communicatie tussen de ouders. Dat is ook wat de jeugdbeschermers beoogd hebben te doen. Gezien de geharde strijd die de ouders met elkaar voeren, is gekozen hier direct gespecialiseerde hulp op in te zetten in de vorm van 'Ouderschap Blijft'. Deze ondersteuning is helaas niet van de grond gekomen, nadat ouders eerder hiermee hadden ingestemd en JbGld hen hiervoor had aangemeld. Verzoekster bleek hier geen vertrouwen in te hebben en trok zich terug. Zij voelde niet de bereidheid bij haar ex-partner om daadwerkelijk verbetering te bewerkstelligen.
Vervolgens is geprobeerd met beide ouders op kantoor tot gezamenlijke gesprekken te komen. Tijdens deze gesprekken zitten ouders vol verwijten naar elkaar en bejegenen zij elkaar weinig respectvol. Dit blijkt niet te doorbreken.
Na een gedegen multidisciplinair overleg (MDO) in januari 2017 (waar onder andere de gedragswetenschapper bij betrokken was) wordt het besluit genomen dat gesprekken zoals op dat moment vormgegeven, geen doorgang meer kunnen vinden. Dit zou erg beschadigend zijn voor beide ouders en niet het beoogde effect opleveren. Het doel communicatie over de kinderen wordt niet gehaald. Ouders krijgen het advies om in relatietherapie te gaan om aan ex-partner problematiek te werken zodat zij in staat zouden zijn om op een meer neutrale en zakelijke wijze met elkaar om te kunnen gaan. Door hiermee een standpunt in te nemen, pakt JbGld naar haar mening de regie betreffende de communicatie. Helaas geven ouders hieraan geen gehoor. De communicatie over de omgang verloopt in die periode noodgedwongen via e-mail. Het is gebleken dat ouders via de e-mail wel in staat zijn om op een zakelijke manier afspraken te maken over bijvoorbeeld contactmomenten.

Na de zitting van de kinderrechter in april 2017 heeft JbGld zich opnieuw beraden over de ontstane patstelling. Besloten is om het advies te starten met relatietherapie nogmaals een kans te geven. Op 12 mei 2017 hebben ouders via de e-mail het dwingende advies gekregen hiermee te starten. Vervolgens zijn ouders op 23 juni 2017 door de teamleider uitgenodigd om met de gezinsvoogden, teamleider en gedragswetenschapper op 6 juli 2017 om de tafel te gaan om de impasse in het proces van de OTS te bespreken. Verzoekster wilde niet ingaan op deze uitnodiging omdat JbGld daarmee de klachtenprocedure zou proberen te doorkruisen. Hoewel de uitnodiging werd verstuurd nadat de klacht was ontvangen, was het besluit van het MDO echter al genomen vóór ontvangst van de klacht. Het gesprek heeft uiteindelijk in september plaatsgevonden.

Bezoekregeling
Met de zoon is een aantal maal gesproken over zijn wensen en verwachtingen ten aanzien van het contact met zijn vader. Vanaf september 2016 zijn er enkele ontmoetingen geweest tussen verzoekster en zoon. In januari 2017 gaf de zoon aan dat hij zijn vader een keer in de maand twee uren zou willen zien. Op 16 februari 2017 wordt door de gezinsvoogden een e-mail gestuurd met daarin de onderstaande alinea: 'Wat zoon betreft hebben wij in een eerdere mail teruggekoppeld wat zijn wens is met betrekking tot de omgang met zijn vader. Wij verzoeken jullie hier gezamenlijk naar te kijken en concrete afspraken te maken. Uiteraard is ons streven om ook voor zoon in de loop van het jaar een omgangsregeling te kunnen vaststellen'.
Op 24 april 2017 wordt door de gezinsvoogden per e-mail aan de ouders gevraagd wat de reden is dat er nog geen afspraak gemaakt is voor de omgang tussen zoon en vader.
Op 12 mei 2017 hebben de jeugdbeschermers middels een e-mail (waarin ook relatietherapie en Transvisie Zorg aan de orde kwamen) ouders gestimuleerd om een opbouw te realiseren met daarin een concrete richtlijn voor de omgang. Verzoekster laat haar ongenoegen blijken over de aanpak en geeft aan dat zij zich gedwongen voelt om buiten het blikveld van JbGld verder te overleggen. Zij gaat verder niet in op de richtlijn.
Op 7 mei 2017 heeft JbGld gezien dat moeder aan verzoekster een voorstel gedaan heeft voor de omgang. Pas tijdens de hoorzitting op de klacht (10 juli 2017) werd het JbGld duidelijk dat verzoekster daar wel op gereageerd heeft en er omgang heeft plaatsgevonden. Hierover was niet met JbGld gecommuniceerd. Dat de bezoekregeling niet was opgestart heeft volgens JbGld niet te maken met het handelen van de jeugdbeschermers, maar omdat ouders via de mail niet tot afspraken komen.

Stagnatie uitvoering OTS na onvoldoende meewerken ex-partner
In oktober 2016 gaf moeder aan dat de huisarts geen verwijzing wilde schrijven voor de hulp bij transvisie Zorg. Na de verlenging van de OTS doen de jeugdbeschermers op 2 juni 2017 navraag bij de huisarts, maar deze wil zonder toestemming van beide ouders geen informatie verstrekken. Op 8 juni 2017 maakt moeder duidelijk dat zij geen toestemming wil geven. Daarop geeft JbGld aan dat de huisarts verplicht is deze informatie te verstrekken en zij de huisarts nogmaals dringend zal verzoeken antwoord te geven op de vragen. De huisarts geeft vervolgens schriftelijk aan dat hij de kinderen gesproken heeft en dat zij beiden aangeven geen hulp te willen van Transvisie Zorg.

Als ook school zonder toestemming van ouders geen informatie wil verstrekken wordt de school erop gewezen dat het hun plicht is informatie met de jeugdbeschermer over de kinderen te delen als er zorgen zijn en het over de veiligheid van het kind gaat.

In de brief van 23 juni 2017 schrijft JbGld dat door de impasse die is ontstaan, JbGld onvoldoende zicht heeft op de kinderen en hun ontwikkeling. Zo krijgen de gezinsvoogden sinds mei 2017 geen toestemming meer van moeder om te spreken met de kinderen. Tijdens een MDO is besloten om deze impasse in ieder geval niet 'eenzijdig' vanuit JbGld te doorbreken. Ouders worden bij JbGld uitgenodigd om hierover met elkaar van gedachten te wisselen. Daarbij staat het proces centraal: 'hoe komen we weer op een constructieve manier in gesprek met elkaar en wat heeft u van ons en wat hebben wij van u nodig om de OTS naar behoren uit te kunnen voeren'.

Uitkomst van dit gesprek (dat in september plaatsvond) was de gezamenlijk genomen en gedeelde beslissing dat de OTS van zoon overgedragen zou worden aan de William Schrikker Stichting, een andere gecertificeerde instelling. JbGld zou daarnaast de rechter verzoeken de OTS van dochter tussentijds te beëindigen. JbGld heeft zich vervolgens gericht op deze overdracht.

Discriminatie

Volgens JbGld hadden de gesprekken op kantoor tussen beide ouders een sterk emotionele lading. Beide ouders maakten elkaar over en weer de nodige verwijten. De jeugdbeschermers hebben ouders in gesprekken meerdere malen geconfronteerd met hun gedrag en aangesproken op hun destructieve manier van communiceren over elkaar en met elkaar. Het is niet gelukt deze negatieve communicatie over en weer te doorbreken. Gedachten en gevoelens over het transitieproces van verzoekster vormden naar mening van JbGld ook een voedingsbodem voor discussie en verwijten tijdens de gesprekken. Een voorbeeld uit een contactjournaal van 7 oktober 2016: "Incident besproken waar moeder "het" zei tegen vader, nadat vader heftig reageerde op moeders verspreking "hij" in plaats van "zij". Moeder geeft aan vader toch "hij" blijft voor haar. Dat dit moeilijk is. En dat ze zich kan verspreken als de gemoederen oplopen. Vader snapt dit maar kan ook niet accepteren dat ze "hij" genoemd wordt.

JbGld acht de klacht niet gegrond omdat wel degelijk is gereageerd op discriminerende en kwetsende uitspraken over en weer. Uit het gedrag en de emoties van beide ouders hebben de jeugdbeschermers kunnen opmaken dat de gesprekken beschadigend waren voor hen en niet het beoogde effect zouden opleveren. Er is ingegrepen en besloten de gesprekken stop te zetten en meer specialistische hulp in te schakelen. Ouders konden of wilden hier helaas niet in mee gaan.

Van discriminatie of misgendering door de jeugdbeschermers is volgens JbGld geen sprake. Zij sluit zich hierbij aan bij het oordeel van de klachtencommissie hierover: dat verzoekster zich gediscrimineerd heeft gevoeld door haar ex-partner in deze gesprekken valt de jeugdbeschermers niet te wijten.

JbGld geeft daarnaast aan dat jeugdbeschermers worden getraind met situaties om te gaan waarin cliënten zich discriminerend, kwetsend of anderszins grensoverschrijdend uiten. Dit krijgt in algemene zin de aandacht tijdens de methodische scholing die alle beginnende jeugdbeschermers volgen, de training omgaan met agressie (grensoverschrijdend gedrag) en meer specifiek in de scholing complexe echtscheiding. Hoe een en ander concreet vorm krijgt en/of wanneer er een punt komt waarop de jeugdbeschermer ingrijpt is afhankelijk van de specifieke casus.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Inleiding: de (on)mogelijke? opdracht van de rechter aan de GI

In 2012 deed de Nationale ombudsman samen met de Kinderombudsman een groot onderzoek naar de ondertoezichtstelling bij omgangsproblemen (rapport 2012/166)1. Aanleiding waren signalen en klachten van kinderen en ouders over de wijze waarop de jeugdbeschermers de ondertoezichtstelling en met name de omgangsregelingen uitvoerden.
Het komt regelmatig voor dat een uitwonende ouder zijn of haar kinderen na een complexe scheiding niet meer ziet. In dit onderzoek zag de ombudsman dat bij de start van een OTS de verwachtingen vaak hooggespannen zijn. De uitwonende ouder verwacht weer contact te hebben met zijn of haar kinderen. Thuiswonende ouders verwachten soms dat de GI inziet dat de omgang moet stoppen.
Inherent aan het probleem is echter dat er juist vanwege de strijd tussen ouders voor een jeugdbeschermer niet meteen veel te bereiken valt. En dan volgt er teleurstelling van één of beide ouders met vaak klachten en/of nieuwe procedures tot gevolg. Wat niet altijd helder is, is dat ouders zelf verantwoordelijk blijven voor een goed lopende omgangsregeling. Een GI kan vrijwel nooit omgang forceren of ervoor zorgen dat een ouder zijn gedrag verandert wanneer die ouder niet meewerkt.
De conflictdynamiek in scheidingszaken stelt extra hoge eisen aan de professionaliteit van de jeugdbeschermer. Het ingrijpen van overheidswege kan, gelet op de partijdige insteek van ouders zelf, in veel gevallen niet neutraal overkomen of zelfs bijdragen tot verdere escalatie. Het is daarbij de vraag hoe effectief een ondertoezichtstelling kan zijn. De ombudsman geconstateerde dat reflectie op de inzet van het middel OTS hoog nodig is.

Methodiek complexe scheidingen
Mede naar aanleiding van het onderzoek van de ombudsman is door Jeugdzorg Nederland een methodiek2 ontwikkeld voor jeugdbeschermers die te maken hebben met complexe echtscheidingsproblematiek. Daarin staat onder meer dat het belangrijk is de communicatie helder en transparant te houden en verwachtingen over en weer te verhelderen. Tijdens het eerste gesprek wordt informatie gegeven over het doel van de OTS, de werkwijze en verwachtingen, en wordt duidelijk gemaakt dat het belang van het kind centraal staat. Daarnaast is het belangrijk dat de rechter tijdens de zitting de ouders gezamenlijk aanspreekt op hun verantwoordelijkheid.
In deze methodiek is ook opgenomen dat in het belang van de jeugdige de strijd tussen ouders niet te lang invloed mag uitoefenen op zijn opvoedingssituatie. Mogelijkheden die voor een GI bestaan om te zorgen voor een verandering van de situatie zijn o.a. het herzien van de zorgverdeling, het (tijdelijk) beperken van de omgang tot telefonisch/schriftelijk contact, het geven van een schriftelijke aanwijzing en het verzoek tot onderzoek voor een verderstrekkende maatregel of voor eenhoofdig gezag.

Platform scheiden zonder schade
In de achterliggende periode is heel veel gedacht, gezegd en geschreven over de problematiek van scheidingen en de – schadelijke – gevolgen ervan voor kinderen. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid de 'divorce challenge' uitgeschreven om ideeën en voorstellen vanuit de samenleving op te halen. Het 'Platform scheiden zonder schade' is opgestart in september 2017 om hiermee verder aan de slag te gaan. Het platform benadrukt in haar actie-agenda3 dat het niet alleen een belang van de – uitwonende- ouder is, maar in eerste plaats in het belang van het kind is dat beide ouders hun ouderschap (kunnen) blijven uitvoeren. Het platform vindt het verontrustend dat jeugdhulpverleners in de praktijk het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap gemakkelijk loslaten, en met het oog op het creëren van 'rust en stabiliteit' voor het kind een van beide ouders geheel buiten beeld brengen. Daarbij wordt niet altijd rekenschap gegeven van de schade die het kind daarvan ondervindt. Volgens het platform is bij professionals in de jeugdbescherming en jeugdzorg een worsteling waarneembaar omtrent de juiste benadering van de bij scheiding betrokken partijen. In het bijzonder de machteloosheid en de handelingsverlegenheid worden misschien wel het sterkst ervaren door de professionals in de jeugdbescherming die werken met kinderen uit complexe scheidingen. Het gaat dan om kinderen die door ruzies van de ouders in hun ontwikkeling worden bedreigd en- vaak pas na jaren van conflict – onder toezicht worden gesteld. De jeugdbeschermer heeft de opdracht om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Daarvoor moet de jeugdbeschermer ook met de ouders aan de slag, maar dit blijkt door de jarenlange strijd vaak een onmogelijke opgave. Jeugdbeschermers vertelden het platform over het dilemma dat zij hier ervoeren: enerzijds het besef dat zij de strijd tussen de (ex)-partners niet op kunnen lossen, anderzijds de wetenschap dat zij 'niet bij het kind kunnen komen' buiten de ruziënde ouders om.

Belangrijke behoorlijkheidsnormen voor werk jeugdbeschermers
Voor het werk van jeugdbeschermers die te maken hebben met complexe scheidingen heeft de ombudsman in zijn hiervoor aangehaalde rapport (2012/166) gezien dat de normen transparant communiceren, onpartijdig zijn, goed voorbereiden en goed organiseren in het bijzonder van belang zijn om hun taak zo goed mogelijk te verrichten.
Onder transparant communiceren valt ook het wekken van gerechtvaardigde verwachtingen. Het ligt voor de hand dat een GI ouders informeert over de taak van de jeugdbeschermer en daarbij ingaat op de verwachtingen van ouders en de vraag of deze gerechtvaardigd zijn. Niet alleen bij aanvang, maar ook bij de verlenging van de OTS. Overigens kan ook de rechter bijdragen aan een goede positionering van de jeugdbeschermer, door diens rol uit te leggen en ouders op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid te wijzen.

Hoe toetst de ombudsman de handelwijze van JbGld?

De ombudsman toetst verzoeksters klacht aan de hand van zijn behoorlijkheidskader. In essentie komt dit kader neer op vier kernwaarden die van belang zijn in het contact tussen overheid en burgers.

  • Open en duidelijk (waaronder transparantie en goede informatieverstrekking)

  • Respectvol (waaronder fatsoenlijke bejegening, respecteren van grondrechten en evenredigheid)

  • Betrokken en oplossingsgericht (waaronder voortvarendheid en de-escalatie)

  • Eerlijk en betrouwbaar (waaronder onpartijdigheid, goede voorbereiding, goede organisatie en professionaliteit)

Eerder in dit rapport besprak de ombudsman verzoeksters klacht over de regie steeds op drie onderdelen: communicatie, bezoekregeling en stagnatie uitvoering OTS na onvoldoende medewerking ex-partner. Hieronder zal wordt per onderdeel besproken of JbGld naar mening van de ombudsman op dat gebied voldoende regie genomen heeft. Daarna volgt de conclusie op dit punt. Het klachtonderdeel over discriminatie wordt apart besproken.

Heeft JbGld voldoende regie genomen?

Communicatie
De ombudsman ziet dat JbGld eerst heeft ingezet op het ouders laten volgen van de module 'Ouderschap blijft'. Vervolgens is geprobeerd gezamenlijke gesprekken met ouders te voeren en ten slotte is aan ouders geadviseerd om relatietherapie te volgen. Dat dit allemaal niet van de grond kwam acht de ombudsman niet te wijten aan de inzet van JbGld, maar aan de houding die ouders innamen ten opzichte van deze voorgestelde hulp. Ouders zijn vervolgens bewogen om per e-mail met elkaar over de kinderen te communiceren. De aansturing hierop door de Jeugdbeschermer kan naar mening van de ombudsman ook worden gezien als het nemen van regie.
Verzoekster had gehoopt meer inhoudelijke begeleiding van de jeugdbeschermer te krijgen. Van de jeugdbeschermer kan echter niet verwacht om zelf een diepgeworteld conflict tussen ouders op te lossen. Daarvoor is inzet van professionele hulp nodig. Het accepteren van deze hulp kan JbGld niet afdwingen. De ombudsman is van oordeel dat JbGld voldoende gepoogd heeft om ouders in het belang van de kinderen te bewegen om adequaat met elkaar te communiceren.

Bezoekregeling
De ombudsman ziet dat JbGld verschillende pogingen gedaan heeft om de bezoekregeling tussen verzoekster en haar zoon op te starten. JbGld heeft ouders er met regelmaat op gewezen om in het belang van hun zoon en aan de hand van zijn wensen tot afspraken te komen. In de beginfase van de OTS heeft verzoekster haar zoon ook enkele keren ontmoet. Ondanks herhaaldelijk aandringen van de jeugdbeschermer kwamen verdere bezoekafspraken niet van de grond, terwijl de omgang tussen verzoekster en haar dochter wel werd opgestart. De ombudsman kan zich voorstellen dat de kindeigen problematiek van verzoeksters zoon hierbij een complicerende rol speelde.
Kort na de verlenging van de OTS heeft JbGld een concreet voorstel voor de opbouw gedaan en ouders verzocht om hierover per e-mail 'in gesprek' te gaan. Maar verzoekster liet JbGld weten zich niet te kunnen vinden in de voorgestelde aanpak en zich gedwongen te voelen om buiten het blikveld van JbGld met haar ex-partner te overleggen.
Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk is aangegeven kan omgang door een GI niet worden afgedwongen. De ombudsman acht het begrijpelijk dat JbGld de verantwoordelijkheid voor de omgang neerlegt bij ouders, nu zij hiervoor zelf verantwoordelijk blijven.JbGld heeft naar het oordeel van de ombudsman voldoende actie ondernomen om de bezoekregeling tussen verzoekster en haar zoon van de grond te krijgen.

Stagnatie uitvoering OTS na onvoldoende meewerken ex-partner
De ombudsman is met de klachtencommissie van oordeel dat JbGld voldoende voortvarend gehandeld heeft, toen verzoeksters ex-partner (moeder) school en huisarts weigerde toestemming te geven om informatie te delen met de jeugdbeschermer.
De ombudsman constateert verder dat JbGld gedurende het OTS-traject steeds in multidisciplinair verband heeft afgewogen welke stappen zij zou zetten. Dit laat zien dat JbGld bij de keuze voor de aanpak de nodige zorgvuldigheid en voorbereiding heeft betracht.
Uit de brief van 26 juni 2017 blijkt dat JbGld er bewust voor heeft gekozen geen 'eenzijdige' maatregelen te treffen, toen JbGld door het handelen van moeder zicht op de kinderen dreigde te verliezen. De ombudsman ziet dat JbGld bewust niet heeft aangestuurd op een schriftelijke aanwijzing of verdergaande maatregel om omgang of gezag te beperken. De verdere inhoud van deze brief getuigt van het nemen van regie en een oplossingsgerichte houding. Daarbij vindt de ombudsman dat juist het gezamenlijk uit de impasse proberen te komen, meer kans op resultaat geeft, dan eenzijdig maatregelen te nemen.
Het is echter niet aan de ombudsman om deze afweging inhoudelijk te toetsen. De belangen van het kind staan voor JbGld centraal. JbGld heeft hierin de vrijheid om een passende aanpak te kiezen in het belang van de kinderen. Zij beschikt hiervoor over specialistische pedagogische kennis. Ook heeft de ombudsman geen kennis van de kant van het verhaal van moeder, nu zij geen partij is bij deze klachtbehandeling.
De ombudsman ziet dat JbGld haar regierol voldoende heeft opgepakt toen bleek dat moeder, school en huisarts niet (voldoende) meewerkten.

Conclusie regie
De ombudsman is van mening dat JbGld op de hiervoor behandelde punten in voldoende mate regie genomen heeft. De gedraging is op dit punt behoorlijk.

Heeft JbGld voldoende opgetreden tegen de vermeende discriminatie?

De ombudsman constateert dat de ouders tijdens gesprekken bij JbGld elkaar over en weer de nodige verwijten en kwetsende opmerkingen maakten. Dat verzoekster ook verwijten maakte naar haar ex heeft zij niet ontkend. Verzoekster had gewild dat JbGld haar ondersteund had in haar protesten tegen de discriminatie door haar ex-partner, welke verband hield met verzoeksters transitieproces.
JbGld heeft hier echter te maken met twee volwassen personen die jarenlang getrouwd geweest zijn. Gelet op het goed vervullen van haar jeugdbeschermingstaak dient JbGld een onpartijdige houding in te nemen ten opzichte van beide ouders. Mede daarom ziet de ombudsman het niet als rol van de jeugdbeschermer om een waardeoordeel uit te spreken over de vermeende discriminatie van verzoekster door haar ex-partner. Hier zijn andere instanties voor. Van een indirecte discriminatie van verzoekster door JbGld is naar het oordeel van de ombudsman dan ook geen sprake.
Wel mag verzoekster verwachten dat de jeugdbeschermer tijdens een gesprek waar ontoelaatbare uitingen gedaan worden de-escalerend optreedt en bespreekbaar maakt wat er in het gesprek gebeurt. Dit is ook tenminste één keer zo gebeurd blijkt uit de gespreksaantekeningen van JbGld. Over het (al dan niet) ingrijpen tijdens andere gesprekken lopen de visies van partijen uiteen. JbGld heeft echter met het aangedragen voorbeeld laten zien dat zij weet hoe zij behoorlijk met haar gesprekspartners om moet gaan. De ombudsman is van mening dat de JbGld door het ingrijpen op deze manier voldoende de-escalerend is opgetreden.

De gedraging op dit punt is behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedragingen van Jeugdbescherming Gelderland te Arnhem is niet gegrond

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Notes

[←1]

Zie rapport 2012/166, www.nationaleombudsman.nl

[←2]

Berben, E.G.M.J. Methodiek complexe scheidingen. Utrecht: Jeugdzorg Nederland (2014).

[←3]

Rouvoet, A. Scheiden… en de kinderen dan? Den Haag: Platform Scheiden zonder Schade (2018)

Publicatiedatum
Rapportnummer
2019/012