2018/048 Gemeente Pijnacker-Nootdorp schendt privacy door geluidsopnamen zonder toestemming te beluisteren en te verwerken

Een man en vrouw liggen in echtscheiding. Ze vragen ieder voor zich en voor hun kinderen hulp aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Een kernteam gaat hen helpen met het maken van een ouderschapsplan en omgangsregeling. De man stuurt het kernteam via Whatsapp geluidsopnamen van de hevige ruzies met zijn ex-vrouw. De opnamen worden afgeluisterd en gemeld aan de Jeugdbeschermingstafel zonder de vrouw hierover te informeren. De vrouw klaagt erover dat haar privacy is geschonden. De Nationale ombudsman vindt dat het kernteam de kwestie slechts juridisch heeft bekeken en de vrouw niet fatsoenlijk heeft behandeld.

Instantie: Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Klacht:

verzoeksters privacy geschonden door geluidsopnamen zonder haar toestemming te beluisteren en te verwerken.

Oordeel: gegrond

Een man en vrouw lagen na een huwelijk van ruim twintig jaar in echtscheiding. De man was bij de vrouw en de kinderen weggegaan. Omdat er de nodige spanning was in het gezin, vroegen de man en de vrouw, ieder voor zich en voor hun kinderen, hulp bij hun gemeente. Ze kwamen terecht bij een kernteam van de gemeente.

Op een gegeven moment ontvingen medewerkers van dat team via whatsapp geluidsopnamen van de man. Het bleek te gaan om opnamen van hevige verbale ruzies tussen de man en de vrouw.

Het kernteam heeft deze opnamen afgeluisterd zonder dat de vrouw hiervan op de hoogte was. Het kernteam vond het, in verband met de verdere hulpverlening aan de kinderen, nodig om summiere informatie uit de geluidsopnamen te melden aan de zogenaamde Jeugdbeschermingstafel.
Een bespreking op de Jeugdbeschermingstafel heeft tot doel te beoordelen of kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In dat geval zal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek gaan doen.

De vrouw klaagde erover dat het kernteam haar privacy heeft geschonden door deze geluidsopnamen zonder haar toestemming te beluisteren en te verwerken.

De Nationale ombudsman ziet dat het kernteam na het beluisteren van de geluidsopnamen voor een lastig dilemma stond waarbij het moest kiezen tussen het opnemen van privacygevoelige informatie in verband met de Jeugdbeschermingstafel of het negeren van die signalen. Het koos voor het eerste omdat het volgens de gemeente noodzakelijk was en een essentieel bewijsstuk vormde in het aantonen van het naar haar mening sterk destructieve gedrag van de man en de vrouw in het bijzijn van hun kinderen.

De Nationale ombudsman is van mening dat het kernteam in dit geval het vraagstuk van de privacy uitsluitend juridisch heeft bekeken vanuit zijn verplichting op grond van de privacywetgeving en de Jeugdwet. De Nationale ombudsman hecht er echter groot belang aan dat ook het burgerperspectief is geborgd in privacy-vraagstukken. Dat houdt in dat de overheid de burger betrekt bij de wijze waarop en de mate waarin gegevens worden gedeeld. Dit draagt bij aan het respecteren van de privacy van de burger.

Toen de vrouw haar onvrede uitte op dit punt, had de gemeente dit, net als haar andere uitingen van onvrede, als een klacht moeten behandelen. Daarmee had de gemeente de vrouw gelegenheid gegeven haar kant van het verhaal toe te lichten. De ombudsman kan zich voorstellen als een klacht gepaard gaat met veel juridische vragen en met een schadeclaim dat het college de vragen wil beantwoorden. Dit laat echter onverlet dat uiting van onvrede over privacy als een klacht behandeld had moeten worden.

Alles overziend is de Nationale ombudsman van oordeel dat het kernteam/de gemeente niet behoorlijk met de vrouw is omgegaan nadat het kernteam de whatsapp opnamen had ontvangen.

De klacht is gegrond, wegens schending van het vereiste van fatsoenlijke bejegening.

De Nationale ombudsman geeft het college in overweging om het onderhavige aspect van privacy ook onder de aandacht te brengen van de kernteams.

Wat is er gebeurd?

Een man en vrouw lagen na een huwelijk van ruim twintig jaar in echtscheidingDe man was bij de vrouw en de kinderen weggegaan. Omdat er de nodige spanning was in het gezin, vroegen de man en de vrouw, ieder voor zich en voor hun kinderen, hulp bij hun gemeente. Ze kwamen terecht bij een kernteam van de gemeente. Medewerkers van het kernteam voerden gesprekken met de man en de vrouw en de kinderen. Ze hielpen de man en de vrouw met het maken van een ouderschapsplan en een regeling voor de omgang tussen de man en de kinderen. Door bepaalde gebeurtenissen wilden de kinderen op enig moment niet meer naar hun vader. Om die reden werd de omgang tussen de man en de kinderen omgezet in een begeleide omgang, waar een medewerker van het kernteam bij aanwezig was.

In oktober 2016 ontvingen twee medewerkers van het kernteam op hun telefoon een whatsapp van de man. Het bleek te gaan om zeven geluidsopnamen (van een totale duur van ongeveer een half uur) die de man had gemaakt in de maanden voor zijn vertrek, waarop hevige verbale ruzies tussen de man en de vrouw, (deels) in het bijzijn van de kinderen, te horen waren. Het kernteam1 heeft deze opnamen afgeluisterd zonder dat de vrouw hiervan op de hoogte was. Het kernteam vond het, in verband met de verdere hulpverlening aan de kinderen, nodig om summiere informatie uit de geluidsopnamen te melden aan de zogenaamde Jeugdbeschermingstafel. Het kernteam heeft de man en de vrouw van dit voornemen via de e-mail op de hoogte gesteld. Op verzoek van de vrouw en nadat zij hiervoor toestemming aan haar ex-echtgenoot heeft moeten vragen, zond het kernteam de geluidsopnamen via whatsapp aan verzoekster. Daarna is de informatie summier (niet letterlijk) verwerkt in het zogenaamde Verzoek tot onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel (VTO) dat het kernteam op dat moment samenstelde. Dit document was bestemd voor de Raad voor de Kinderbescherming en werd bij de Jeugdbeschermingstafel besproken. Een bespreking op de Jeugdbeschermingstafel heeft tot doel te beoordelen of kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In dat geval is een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming aangewezen.

Wat is de klacht?

Verzoekster klaagt erover dat het kernteam van de gemeente Pijnacker-Nootdorp haar privacy heeft geschonden door geluidsopnamen zonder haar toestemming te beluisteren en te verwerken.

Wat was de oorspronkelijke klacht?

Verzoekster diende diverse klachten en een schadeclaim in bij de gemeente over het handelen van de medewerkers van het kernteam rond het uitbrengen van het VTO. Ze vond dat er in het VTO onjuistheden, onvolledigheden en ongefundeerde conclusies stonden vermeld.

Verzoekster was van mening dat het kernteam de geluidsopnamen niet had mogen afluisteren. Ze was daar zeer verbolgen over. Ze ervoer het als zeer pijnlijk dat het kernteam alle geluidsopnamen van haar ex-echtgenoot had beluisterd en dat ze gegevens uit die opnamen eenzijdig hadden verwerkt in het VTO. Verzoekster vond dat een ernstige inmenging in haar privéleven en dat van haar kinderen en vroeg de gemeente te motiveren waarom het kernteam van mening was dat het deze opnamen mocht afluisteren en verwerken.

Verzoekster verweet het kernteam dat het haar geen (schriftelijke) inzage had willen geven in de juridische basis waarop het kernteam zijn handelen had gebaseerd. Ze verzocht de gemeente om een verklaring en een juridische onderbouwing waaruit bleek dat het kernteam de geluidsopnamen had mogen beluisteren en gebruiken.
Voorts had verzoekster het vermoeden dat de geluidsopnamen naast een centrale server ook op andere plaatsen/servers werden bewaard, aangezien de opnamen desgevraagd door een van de desbetreffende medewerkers van het kernteam via de telefoon aan haar waren doorgestuurd. Verzoekster vroeg hoe de gemeente (in theorie en praktijk) omging met opnamen met een sterk privékarakter. Voorts wilde ze weten hoe de gemeente de veiligheid van die bestanden garandeerde. Eerder had zij die vragen ook aan het kernteam gesteld, maar daarop geen antwoord gekregen.

Ten slotte vroeg ze (opnieuw) om vernietiging van de bestanden, schriftelijke bevestiging daarvan en de garantie dat de bestanden van alle servers, telefoons waren verwijderd.

Welke reactie komt er op de klachten?

De gemeente heeft de uitingen van onvrede van verzoekster in drieën gesplitst.

Het ongenoegen over de vastlegging van feiten in het VTO heeft de gemeente opgevat als een klacht en als zodanig behandeld met een hoorzitting, waar verzoekster de gelegenheid kreeg haar klachtaspecten nader toe te lichten.

Voor de claim is verzoekster gewezen op het kunnen doen van een aansprakelijkstelling.

Verzoeksters ongenoegen over de schending van de privacy heeft de gemeente niet als klacht opgevat, maar als inhoudelijke vragen respectievelijk als verzoeken om informatie over het privacy- en informatiebeveiligingsbeleid van de gemeente en de toepassing van de vigerende wetten. De gemeente heeft de door verzoekster gestelde vragen over de toepassing en naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens2 inhoudelijk beantwoord. Ook heeft de gemeente haar verwezen naar de Autoriteit Persoonsgegevens.

De gemeente vond dat het kernteam de opnamen mocht beluisteren zonder dat het daarvoor toestemming van verzoekster nodig had. Ook vond zij dat het kernteam de gegevens daaruit proportioneel mocht verwerken in het VTO, gelet op de signalen die de gemeente hadden bereikt. De gemeente heeft zich hierbij gebaseerd op de Jeugdwet (zie Achtergrond). Naar haar mening is dat een directe grondslag voor het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens ten behoeve van onder meer toegang tot jeugdhulp en het doen van een VTO. Het gebruik van de geluidsopnamen daarbij was volgens de gemeente gerechtvaardigd met oog op de taken die de Jeugdwet aan de gemeente heeft opgelegd.

De gemeente benadrukte dat verzoeksters ex-echtgenoot ervoor had gekozen om de opnamen met een medewerker van het kernteam te delen via whatsapp. Hij heeft daarmee naar de mening van de gemeente een signaal willen afgeven over een situatie die potentieel bedreigend was voor het gezond en veilig opgroeien van de kinderen. De gemeente stelde zich op het standpunt dat het de verantwoordelijkheid en de plicht heeft dergelijke signalen serieus te nemen en (na afweging) stappen te zetten. De gemeente gaf aan dat het kernteam al bezig was met het voorbereiden van een VTO en dat ze de informatie uit de opnamen een belangrijke aanvulling vond, die van essentieel belang was voor dat document.

Voorts gaf de gemeente in het algemeen aan dat zij uiterst zorgvuldig omgaat met het verwerken van persoonsgegevens in het sociale domein en in het bijzonder in de jeugdzorg. Het desbetreffende whatsapp-bericht was volgens de gemeente op twee plekken bewaard: bij de verzender en bij de ontvanger. De gemeente schreef dat het verwijderen van die opnamen zodoende ook op die twee plekken moest gebeuren. De desbetreffende medewerkers van het kernteam hadden de geluidsopnamen van hun telefoon gewist. De gemeente gaf aan dat de opnamen niet elders waren opgeslagen; alle informatie in een dossier wordt in één applicatie opgeslagen en beheerd die uitsluitend voor bevoegde medewerkers toegankelijk is. Dit is de webapplicatie WIZportaal die volledig proces ondersteunend is. In dit geval is ervoor gekozen om de opnamen niet in deze applicatie op te nemen. Er zijn volgens de gemeente geen alternatieve methodes om gegevens vast te leggen en/of te delen. De gemeente schreef verzoekster dat haar aannames en beweringen dat de opnamen ook elders bij de gemeente op een server zouden worden opgeslagen volstrekt ongefundeerd waren. Wel is de relevante casusinformatie door de medewerker van het kernteam op hoofdlijnen opgenomen in het dossier en is die informatie verwerkt in het regiesysteem, bijvoorbeeld in de vorm van een verslag of aantekening, aldus de gemeente.

Ten slotte herhaalde de gemeente dat de geluidsopnamen van de telefoon van de desbetreffende medewerkers waren gewist, dat de opnamen niet waren opgeslagen op enige server bij de gemeente en dat de gemeente geen verantwoordelijkheid droeg voor hoe de ex-echtgenoot van verzoekster met de opnamen was omgegaan.

Wat was de aanleiding voor de klacht bij de Nationale ombudsman?

Verzoekster nam hier geen genoegen mee en vond dat de klacht over de schending van haar privacy ook als klacht moest worden behandeld. Ze bleef bij haar standpunt dat de gemeente haar privacy had geschonden. Het had verzoekster veel pijn gedaan en ze kon niet begrijpen dat dergelijke opnamen op een telefoon van een medewerker konden staan en konden worden doorgestuurd.

Verzoekster heeft het als ontzettend spijtig en teleurstellend ervaren dat zij bij de gemeente/het kernteam geen gehoor heeft kunnen vinden. Naar haar gevoel stond de gemeente met de reactie op haar klachten niet open voor de gedachte om omissies, waar mogelijk, samen recht te zetten en de schade waar mogelijk te beperken. Alle deuren werden volgens verzoekster voor haar gesloten gehouden.

Wat heeft de Nationale ombudsman onderzocht?

De Nationale ombudsman heeft de klacht over de privacy onderzocht. Hij heeft de gemeente nadere vragen gesteld op gebied van werkwijze en beveiliging. De Nationale ombudsman heeft in zijn onderzoek ook gekeken naar de wijze waarop de gemeente met verzoekster is omgegaan nadat het kernteam de geluidsbestanden had ontvangen (via whatsapp).

Hoe reageerde De gemeente?

De gemeente heeft de uitingen van onvrede van verzoekster opgevat als inhoudelijke vragen en verzoeken om informatie over het privacy-beleid van de gemeente. Uitingen van ongenoegen over gemeentelijk beleid vallen volgens de gemeente niet onder de klachtenregeling.

Desgevraagd gaf de gemeente in het algemeen aan dat een kernteam zelf met zijn cliënten afspreekt hoe, wanneer en via welke kanalen contacten verlopen. Vanuit klantgerichtheid kunnen medewerkers van een kernteam daarbij hun mobiele telefoonnummers geven. In sommige situaties is er alleen een indirecte vorm van contact via de centrale gemeentekanalen mogelijk. De medewerkers van een kernteam werken met WIZ-portaal, een beveiligd registratiesysteem dat alleen toegankelijk is voor bevoegde medewerkers. Volgens de gemeente is met dit systeem voldaan aan de privacy-eisen betreffende de verwerking van persoonsgegevens. Binnen dit registratiesysteem worden dossiers gemaakt die ook voor de cliënten zijn in te zien.

Tevens gaf de gemeente aan dat bij het toesturen van gegevens aan het kernteam zowel de verzender als de ontvanger zich aan de wet moet houden. Medewerkers van het kernteam moeten rekening houden met de Wet bescherming persoonsgegevens, zowel wat betreft de inhoud van, als de mate waarin zij gegevens opvragen, de manier waarop zij deze gegevens verwerken en in de afweging die zij maken om gegevens eventueel met derden te delen. Hierbij zijn zij gebonden aan de principes van proportionaliteit, doelbinding en subsidiariteit. Ook hebben de medewerkers zich te houden aan de Wet Melding Datalekken en zijn zij bewust met informatieveiligheid bezig. Communiceren via whatsapp ziet de gemeente als veilig omdat de berichten zijn versleuteld met een encryptie. Niettemin vindt de gemeente het een algemene regel dat diepgaande en privacygevoelige informatie niet over whatsapp mag worden gestuurd.

Volgens de gemeente mogen medewerkers van het kernteam er van uitgaan dat algemene regels van fatsoen in acht worden genomen door cliënten. Op het moment dat dit achterwege blijft, overleggen de medewerkers van het kernteam collegiaal en schalen zij bij ernstige overtredingen op naar de teamleider van het kernteam.

In de onderhavige situatie is de gemeente van oordeel dat de geluidsopnamen niet door de ex-echtgenoot van verzoeker gestuurd hadden mogen worden. De medewerkers van het kernteam wisten echter niet wat er stond op het whatsapp-bericht en hebben de geluidsopnamen beluisterd en zijn nadien tot de inschatting gekomen dat de opnamen niet verstuurd hadden mogen worden. In overleg met de teamleider van het kernteam zijn vervolgens de volgende stappen gezet. Het kernteam heeft aan de ex-echtgenoot verzocht om de opnamen ook naar verzoekster te sturen en deze nadien te verwijderen. Voorts is contact met verzoekster opgenomen om aan te geven dat de medewerkers de opnamen hadden ontvangen en hebben zij verzoekster aangeraden in overleg te treden met haar advocaat mocht zij juridische stappen richting haar ex-echtgenoot overwegen. De gemeente zag de onrechtmatige handelingen van de ex-echtgenoot als een civielrechtelijke kwestie tussen verzoekster en haar ex-echtgenoot. Voorts heeft de teamleider met de medewerkers besproken of en zo ja hoe de informatie uit de opnamen gebruikt moest worden. De gemeente gaf aan dat de teamleider de medewerkers had gevraagd om een uiterst summiere samenvatting van de inhoud van de opnamen in het dossier op te nemen en daarna de opnamen van hun telefoons te verwijderen. Het kernteam was van mening dat de geluidsopnamen zeer belastende informatie over verzoekster en haar ex-echtgenoot bevatten. Het kernteam kwam te staan voor een ingewikkeld dilemma. Het negeren van de zeer belastende inhoud zou in strijd kunnen zijn met zowel de meldcode als de Jeugdwet, aldus de gemeente.

Desgevraagd gaf de gemeente aan dat ook zonder het beluisteren van de opnamen het kernteam een VTO had gedaan. Ten tijde van het beluisteren van de opnamen was het VTO al in voorbereiding vanwege vermoedens van kindermishandeling in het gezin. Het kernteam miste echter een goede beargumentering. De vermoedens van kindermishandeling berustten op tussen de exechtgenoten wederzijdse beschuldigingen en ontkenning van de ouders en op onderbuikgevoelens van de medewerkers van het kernteam. De inhoud van de opnamen vormde voor het kernteam een bevestiging van die gevoelens en was om die reden een essentieel bewijsstuk in het aantonen van het sterk destructieve gedrag van de ex-echtgenoten in het bijzijn van hun kinderen.

In verband daarmee achtte de gemeente het verwerken van de gegevens noodzakelijk. De gemeente gaf aan dat zij de professionele verplichting voelde om de geheimhoudingsplicht te doorbreken en bezwaren van de betrokkenen terzijde te leggen omdat de gezonde en veilige ontwikkeling van de kinderen mogelijk in gevaar was.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid de burger respecteert, hem fatsoenlijk behandelt en hulpvaardig is. Dat houdt in dat de overheid de burger betrekt bij de wijze waarop en de mate waarin gegevens worden gedeeld.

Ten aanzien van het beluisteren en verwerken van de geluidsopnamen

Bij het bepalen of een verwerking van privacygevoelige informatie is toegestaan, dienen juridisch gezien vanuit de privacywetgeving, verschillende elementen te worden beoordeeld. De verwerking van persoonsgegevens is namelijk slechts toegestaan als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat en als de noodzaak daartoe bestaat. Een overheidsinstantie mag alleen persoonsgegevens verstrekken als dat verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld. Bij de beoordeling of gegevens mogen worden verwerkt spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol.

De Nationale ombudsman constateert dat de gemeente dit vraagstuk met inachtneming van de hierboven beschreven elementen heeft benaderd. De gemeente heeft zich hierbij gebaseerd op de Jeugdwet waarin onder meer staat vermeld dat de gemeente, in dit geval het kernteam, persoonsgegevens verwerkt voor zover noodzakelijk voor het doen van een VTO.

De gemeente stelt zich op het standpunt dat de desbetreffende medewerkers de heimelijk opgenomen geluidsopnamen hadden mogen beluisteren omdat zij niet wisten wat er via de telefoon aan hen was toegestuurd en zodoende niet een inhoudelijke afweging konden maken. Pas nadat het kernteam de opnamen geheel had beluisterd heeft de gemeente verzoekster geïnformeerd dat het geluidsopnamen had ontvangen en dat het belastende informatie uit die opnamen wilde opnemen in het VTO. De Nationale ombudsman ziet dat het kernteam na het beluisteren van de geluidsopnamen voor een lastig dilemma stond waarbij het moest kiezen tussen het opnemen van privacygevoelige informatie in het VTO of het negeren van die signalen en daarvan geen melding maken in het VTO. Het koos voor het eerste omdat het een essentieel bewijsstuk vormde in het aantonen van het sterk destructieve gedrag van de exechtgenoten in het bijzijn van hun kinderen, aldus de gemeente. Om die reden vond de gemeente het noodzakelijk dat de gegevens verwerkt werden in het VTO.

Met bovenstaande onderbouwing heeft de gemeente, naar de mening van de Nationale ombudsman, juridisch gezien voldoende aangetoond waarom zij het verwerken van de geluidsopnamen op dat moment noodzakelijk achtte. In zoverre heeft de gemeente rechtmatig gehandeld. Echter het recht op persoonlijke levenssfeer heeft, gelet op de grote impact die het beluisteren en verwerken van de geluidsopnamen op verzoekster heeft gehad, ook een behoorlijkheidsaspect. In dat kader is van belang hoe het kernteam met verzoekster is omgegaan na het ontvangen van de whatsapp met de geluidsopnamen.

Uit het onderzoek is gebleken dat het om meerdere opnamen ging die allemaal achter elkaar zijn beluisterd en dat het zeer privacygevoelige aangelegenheden betrof. Van te voren noch tijdens het beluisteren van de opnamen is, naar de mening van de Nationale ombudsman, de belangenafweging gemaakt of dit beluisteren richting verzoekster wel fatsoenlijk was. Vanuit communicatief oogpunt had het kernteam hiermee, naar het oordeel van de ombudsman, anders moeten omgaan. In een dergelijke lastige situatie was er idealiter kort na het ontvangen van de geluidsopnamen door het kernteam persoonlijk contact geweest om in overleg met betrokkenen te besluiten op welke wijze er met de privacygevoelige informatie zou worden omgegaan, daarbij in aanmerking nemend dat het belang van de kinderen voorop moet staan. Ook na een stukje van de opnamen beluisterd te hebben, had het kernteam nog hiertoe kunnen besluiten. In totaal was er immers bijna een half uur aan opnamen. Het kernteam had de ex-echtgenoot kunnen vragen wat hij had toegezonden, over welke personen deze opnamen gingen en waarom hij deze had toegezonden. Daarna had het kernteam verzoekster op de hoogte kunnen brengen van het bestaan van de geluidsopnamen en had het al dan niet samen met verzoekster deze kunnen beluisteren. In de situatie dat het kernteam zonder dat verzoekster hiervan op de hoogte was, de opnamen al had beluisterd, zoals in de onderhavige situatie is gebeurd, had het kernteam verzoekster in ieder geval de gelegenheid kunnen geven daarop te reageren. Voor het beluisteren van de geluidsopnamen had het kernteam, naar de mening van de ombudsman, niet de toestemmming van verzoekster nodig. Dat verzoekster eerst toestemming aan haar ex-echtgenoot moest vragen alvorens zij de geluidsopnamen te horen kreeg, had de gemeente naar het oordeel van de ombudsman niet als voorwaarde aan verzoekster mogen stellen.

Het kernteam heeft in dit geval het vraagstuk uitsluitend juridisch bekeken vanuit haar verplichting op grond van de privacywetgeving en de Jeugdwet. De Nationale ombudsman hecht er echter groot belang aan dat ook het burgerperspectief is geborgd in privacy-vraagstukken. Dat houdt in dat de overheid de burger betrekt bij de wijze waarop en de mate waarin gegevens worden gedeeld. Dit draagt bij aan het respecteren van de privacy van de burger.

Ten aanzien van behandeling van de uiting van onvrede over privacy

Toen verzoekster hierover vervolgens haar onvrede uitte, had de gemeente dit, net als haar andere uitingen van onvrede, als een klacht moeten behandelen. Daarmee had de gemeente verzoekster gelegenheid gegeven haar kant van het verhaal toe te lichten. De ombudsman kan zich voorstellen als een klacht gepaard gaat met veel juridische vragen en met een claim dat het college de vragen wil beantwoorden. Dit laat echter onverlet dat uiting van onvrede over privacy als een klacht behandeld had moeten worden.

Gelet op de grote impact en de verstoorde relatie tussen verzoekster en de gemeente heeft de Nationale ombudsman getracht een bemiddelingsgesprek te organiseren met gemeente en verzoekster. Dat is er echter niet van gekomen omdat de gemeente de privacy niet in het gesprek aan de orde wilde laten komen. De ombudsman juicht persoonlijk contact toe en is van mening dat in het algemeen in een situatie van gebrek aan vertrouwen een bemiddelingsgeprek een instrument is dat het beste kan worden ingezet. Dit is een gemiste kans voor de gemeente.

Alles overziend is de Nationale ombudsman van oordeel dat het kernteam/de gemeente niet behoorlijk met verzoekster is omgegaan nadat het kernteam de whatsapp opnamen had ontvangen.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van gemeente Pijnacker-Nootdorp is gegrond, wegens schending van het vereiste van fatsoenlijke bejegening

Aanbeveling

De Nationale ombudsman geeft het college in overweging om het onderhavige aspect van privacy ook onder de aandacht te brengen van de kernteams.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Achtergrond

Artikel 2.3 van de Jeugdwet

1. Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en waarborgt het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld:
a. gezond en veilig op te groeien;
b. te groeien naar zelfstandigheid, en
c. voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren,
rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
(…)

Artikel 2.4 van de Jeugdwet

1. Zodra het college tot het oordeel komt dat een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente overwogen moet worden, doet het college een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming.
(…)

Artikel 7.4.0 van de Jeugdwet
1. Het college of een door het college aangewezen persoon verwerkt persoonsgegevens van een jeugdige of zijn ouders, waaronder het burgerservicenummer van de jeugdige en andere bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor:
a. de toeleiding naar, advisering over, bepaling van of het inzetten van een voorziening
b. het doen van een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming of de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering;
(…)

Notes

[←1]

In dit rapport wordt hiermee de twee kernteammedewerkers bedoeld.

[←2]

Ten tijde van de klacht gold de Wet bescherming persoonsgegevens. Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevens bescherming hiervoor in de plaats gekomen.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/048