2017/099 RDW laat motordealer aanvragen indienen die kansloos zijn omdat hij in België woont

Een man dient, op basis van informatie die hem telefonisch door de RDW is verstrekt, een gecombineerde aanvraag in voor motordealers. Alle aanvragen worden afgekeurd omdat hij in België woont. Hij moet elke aanvraag apart betalen. Ook op de website van de RDW stond niet als voorwaarde genoemd dat hij in Nederland moet wonen. De ombudsman vindt dat de RDW duidelijker moet wijzen op de voorwaarden en kosten bij afwijzing van de aanvraag.

Instantie: Dienst Wegverkeer (RDW)

Klacht:

wijze van handelen bij behandeling van ingediend aanvraagformulier               

Oordeel: gegrond

Verzoeker woont in België en heeft een eenmanszaak in Nederland. Hij wil motoren gaan verkopen. Hij belt met het Klant Contact Centrum (KCC) van de RDW om te achterhalen of hij, gelet op zijn situatie, in aanmerking kan komen voor bepaalde erkenningen/bevoegdheden voor motordealers. Uit de informatie die hem telefonisch wordt verstrekt maakt hij op dat dat het geval is. Hij kruist drie aanvragen aan op het daarvoor bestemde aanvraagformulier van de RDW: erkenning bedrijfsvoorraad, bevoegdheid tenaamstelling voertuigbedrijf en handelaarskenteken. De RDW wijst de aanvragen af omdat hij niet in Nederland woont en stuurt hem een factuur, waarop voor alle drie de aanvragen kosten in rekening worden gebracht (in totaal ruim € 500,-).

Verzoeker klaagt over de wijze waarop de RDW heeft gehandeld bij de behandeling van een door hem ingediend aanvraagformulier.

De ombudsman vindt dat de RDW bij de behandeling van de aanvraag te weinig oog heeft gehad voor de specifieke omstandigheden van het geval. Gelet op het verhaal van verzoeker acht hij het aannemelijk dat er sprake is van een kennelijke vergissing. Aangenomen mag worden dat verzoeker de aanvragen nooit zou hebben gedaan als hij had geweten dat ze bij voorbaat kansloos waren omdat hij in België woont. Vooral nu elke afzonderlijke aanvraag aanzienlijke kosten met zich meebrengt en toewijzing van de ene aanvraag (de erkenning bedrijfsvoorraad) een noodzakelijke voorwaarde was voor toewijzing van de andere (de bevoegdheid tenaamstelling voertuigbedrijf). Als hij de handleiding had geraadpleegd waar de RDW op het aanvraagformulier naar verwijst, had hij weliswaar kunnen weten dat hij voor geen van de erkenningen/bevoegdheden in aanmerking kwam. Maar juist om daarover duidelijkheid te krijgen heeft hij telefonisch contact opgenomen met het KCC. De RDW kan niet vaststellen welke informatie het KCC hem heeft verstrekt.

De ombudsman vindt het daarom niet redelijk om de kosten van de aanvragen voor rekening van verzoeker te laten. Dat de RDW kostendekkend moet werken, doet daar niet aan af. Door de wijze waarop de RDW het proces heeft ingericht rond de beoordeling van dit soort aanvragen, is er geen ruimte om bij een kennelijke vergissing van een burger in te grijpen voordat de factuur de deur uit gaat.

De klacht is gegrond wegens strijd met het vereist van maatwerk.

De ombudsman geeft de RDW in overweging om de kosten te vergoeden die voor de behandeling van de aanvragen in rekening zijn gebracht en het aanvraagformulier zo mogelijk te verbeteren.

Met instemming heeft de ombudsman kennisgenomen dat de RDW de informatie op de website over heeft aangevuld en de beslissingen op dit soort aanvragen voortaan beter gaat motiveren

Wat is er gebeurd?

Verzoeker woont in België en heeft een eenmanszaak in Nederland. Hij wil motoren gaan verkopen en neemt telefonisch contact op met de RDW. Hij wil zo achterhalen of hij, gelet op zijn specifieke situatie, in aanmerking kan komen voor bepaalde erkenningen/ bevoegdheden voor motordealers. Uit de informatie die hem telefonisch wordt verstrekt maakt hij op dat hij de erkenningen/bevoegdheden kan krijgen. Hij doet de aanvragen vervolgens met het daarvoor bestemde Aanvraagformulier erkenningen, bevoegdheden en/of regelingen (zie Achtergrond1).

Verzoeker kruist op dat formulier de volgende drie aanvragen aan:
- erkenning bedrijfsvoorraad2
-bevoegdheid tenaamstelling voertuigbedrijf3 en
- handelaarskenteken4

Ook geeft hij op het formulier aan dat hij een extra bedrijfsvoorraadpas wenst. Bij toekenning van de aanvraag erkenning bedrijfsvoorraad wordt standaard een bedrijfsvoorraadpas verstrekt. Als men een extra pas wil, moet men dat aankruisen.

Twee dagen na ontvangst ervan, wijst de RDW de aanvragen af. Reden die genoemd wordt: het feit dat hij niet in Nederland woont. De RDW stuurt hem vervolgens een factuur voor ruim € 500,-. Dit zijn de kosten van de drie afzonderlijke aanvragen (respectievelijk €185,- €155,- en €185,-) plus die van een extra bedrijfsvoorraadpas (€21,50).

HET AANVRAAGFORMULIER EN DE VOORWAARDEN

Met het Aanvraagformulier erkenningen, bevoegdheden en/of regelingen kunnen ruim vijftien verschillende aanvragen worden ingediend. Deze worden in het formulier opgesomd en moeten worden aangekruist als men ze wil aanvragen.

Voor de voorwaarden die gelden voor de diverse aanvragen wordt op het formulier verwezen naar de Handleiding aanvraag erkenningen, bevoegdheden en/of regelingen. In deze handleiding, ongeveer 30 pagina's, staat voor de voertuigbranche per erkenning, bevoegdheid en/of regeling aangegeven wat men ermee kan, waaraan men moet voldoen en wat voor de aanvraag noodzakelijk is. In de handleiding staat onder meer dat de eigenaar van een eenmanszaak in Nederland moet wonen, wil hij in aanmerking kunnen komen voor een erkenning bedrijfsvoorraad en een handelaarskenteken. Ook blijkt daaruit dat het hebben van een erkenning bedrijfsvoorraad een noodzakelijke voorwaarde is voor toekenning van de bevoegdheid tenaamstelling voertuigen (zie Achtergrond).

Wat is de klacht?

Verzoeker klaagt over de wijze waarop de RDW heeft gehandeld bij de behandeling van een door hem ingediend aanvraagformulier.

Het standpunt verzoeker

Verzoeker vindt de factuur disproportioneel hoog. Hij vindt het niet terecht dat de RDW de kosten voor alle drie afzonderlijke aanvragen in rekening heeft gebracht. Niet alleen omdat hem telefonisch kennelijk onjuiste informatie door de RDW-medewerkster is gegeven. Maar ook omdat de aanvragen met elkaar samenhangen. Na afwijzing van een van de aanvragen was volgens hem al duidelijk dat de andere twee ook afgewezen moesten worden. Hij dient daarom een klacht in bij de RDW.

DE KLACHTAFHANDELING DOOR DE RDW

De RDW legt in reactie op de klacht uit waarom de aanvragen zijn afgewezen. Zij wijst er onder meer op dat het voor een persoon die niet in Nederland woont niet mogelijk is een Nederlands kenteken op naam te zetten. Veder geeft de RDW aan dat zij geen aanleiding ziet de factuur aan te passen. Alle drie aanvragen zijn in behandeling genomen en afgewezen omdat de aanvragen niet kunnen worden toegekend als de aansprakelijke van een eenmanszaak in het buitenland woont. De RDW acht het niet van belang of de aangevraagde erkenningen onderling samenhangen.
De RDW kan niet meer nagaan wat aan de telefoon is besproken omdat de inhoud van dit soort gesprekken met het Klant Contact Centrum niet wordt geregistreerd. Zij biedt excuses aan voor zover er telefonisch niet de juiste informatie is verstrekt. Tegelijkertijd wijst zij erop dat verzoeker de juiste informatie had kunnen vinden op de website, in de Handleiding aanvraag erkenningen, bevoegdheid en/of regelingen en in de Informatiemap voor de voertuigbranche.

DE OMBUDSMAN START EEN ONDERZOEK

Verzoeker wendt zich met zijn klacht tot de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman gaat naar aanleiding van de klacht met de RDW in gesprek en stelt vragen over onder meer het proces rond de verwerking en beoordeling van het aanvraagformulier. Ook vraagt de ombudsman de RDW om een standpunt ten aanzien van het in rekening brengen van de kosten.

De reactie van de RDW

Het formulier
Tot ongeveer 2000 moesten de aanvragen die met het huidige formulier kunnen worden gedaan allemaal met een apart formulier worden gedaan. Uit klantenonderzoek bleek dat veel klanten dat niet prettig vonden. Vandaar dat besloten is één formulier te gebruiken waarmee verschillende aanvragen kunnen worden gedaan. De volgorde in de opsomming van de verschillende aanvragen is willekeurig. De aanvragen worden ook niet in een bepaalde vaststaande volgorde beoordeeld. Er kunnen verschillende combinaties van aanvragen worden gedaan. Soms is toewijzing van de ene aanvraag een noodzakelijke voorwaarde voor de toewijzing van de ander, soms niet. Het komt ongeveer tien keer per jaar voor dat aanvragen worden afgewezen omdat iemand in het buitenland woont.

In de toekomst zal het formulier mogelijk digitaal kunnen worden ingevuld; nu kan dat nog niet omdat een handtekening is vereist. Dan zullen er ook meer mogelijkheden zijn om situaties als deze te voorkomen. Het is nog niet duidelijk op welke termijn het formulier digitaal kan worden ingediend.

De behandeling van de aanvragen
Als het aanvraagformulier door de RDW wordt ontvangen, wordt het in het systeem ingevoerd. Een medewerker van de afdeling Erkenningen en toezicht voert de gegevens van het formulier, waaronder de gedane aanvragen, in het systeem in. Vervolgens checkt de medewerker wat er verder nog nodig is voor de beoordeling en vraagt hij de gegevens van het bedrijf op bij de Kamer van Koophandel. Als vervolgens voor de beoordeling nog een bedrijfsbezoek moet plaatsvinden door een controleur, dan geeft de medewerker daarvoor via het systeem een opdracht aan de controleur die de locatie moet bezoeken. Daarna wordt een beslissing afgegeven.Als de aanvraag is beoordeeld, wordt automatisch in het systeem een signaal doorgegeven aan de afdeling Finance en Control. Daar wordt de factuur aangemaakt en verzonden.

In deze zaak is uit de check van de gegevens bij de Kamer van Koophandel gebleken dat verzoeker in het buitenland woont. Omdat daaruit duidelijk werd dat de aanvragen niet konden worden toegewezen heeft de medewerker geen opdracht gegeven aan de controleur voor een bedrijfsbezoek.

Het standpunt ten aanzien van de kosten
De RDW vindt het terecht dat kosten in rekening zijn gebracht voor alle aanvragen die verzoeker op het formulier heeft aangekruist en wijst daarbij op het volgende.

De bevoegdheid om tarieven te heffen is gebaseerd op de Wegenverkeerswet 1994. Daarbij is expliciet gekozen om geen onderscheid te maken tussen kosten voor een toewijzing van een erkenning/bevoegdheid of een afwijzing daarvan. Het tarief dat voor elke aanvraag moet worden berekend staat vermeld in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer. Dat de toekenning van de ene aanvraag afhankelijk is van toekenning van de andere, doet daar niet aan af en is volgens de RDW niet relevant. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht moet een beslissing worden genomen op elke aanvraag die is gedaan. Bovendien moet de RDW kostendekkend werken. Voor het toekennen van een aanvraag worden dezelfde handelingen verricht als voor het weigeren of annuleren ervan. Daardoor worden ook bij afwijzing of niet in behandeling nemen van een aanvraag kosten in rekening gebracht.

Verzoeker had kunnen weten dat hij niet voor de toekenning van de aanvragen in aanmerking kwam als hij de handleiding bij de aanvraag had gelezen. Op het aanvraagformulier wordt naar die handleiding verwezen. Verder staat op het formulier dat men voor elke aanvraag moet betalen. Achter elke erkenning of bevoegdheid staan de kosten daarvan genoemd. Op het formulier staat dat ook betaald moet worden als een aanvraag wordt geannuleerd of afgewezen.

Gelet op het bovenstaande heeft de RDW ook geen reden gezien om een deel van de gedane aanvragen destijds buiten behandeling te stellen; dat is systeemtechnisch bovendien niet mogelijk.

De motivering van de beslissing
De RDW erkent dat de motivering van de beslissing die de heer Spijkers heeft ontvangen vrij summier is. Zo zijn de aanvragen niet uitgesplitst en afzonderlijk benoemd. Bekeken wordt of dit in de toekomst kan worden aangepast.

De informatie op de website
Tijdens het onderzoek is gebleken dat de informatie op de website over de voorwaarden voor de handelaarskentekenregeling niet volledig is. Er stond niet als voorwaarde genoemd dat men als eigenaar van een eenmanszaak in Nederland moet wonen. De RDW heeft de website op dit punt tijdens het onderzoek aangepast.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. De overheid houdt steeds oog voor de specifieke omstandigheden waar de burger in terecht kan komen, ook als dat gebeurt nadat de burger zelf een kennelijke vergissing heeft gemaakt.

De RDW heeft toegelicht hoe zij te werk gaat bij het behandelen van aanvragen voor de diverse erkenningen en bevoegdheden die met één aanvraagformulier moeten worden ingediend. De RDW beoordeelt elke aanvraag op het aanvraagformulier afzonderlijk. De kosten voor de behandeling van de aanvragen worden min of meer automatisch in rekening gebracht, doordat daarvoor via het systeem opdracht wordt gegeven aan de afdeling die de factuur opmaakt. Daarbij worden voor de behandeling van elke afzonderlijke aanvraag kosten in rekening gebracht, ongeacht of de aanvragen zijn toegewezen of afgewezen.

Dat de RDW kosten in rekening brengt voor elke aanvraag van een erkenning en/of bevoegdheid ongeacht of deze wordt toegewezen, acht de ombudsman op zich niet onredelijk en begrijpelijk. Dit mede gelet op het feit dat de RDW kostendekkend moet werken. Daar komt bij dat de RDW dit, en de hoogte van de kosten per aanvraag, ook nadrukkelijk op het formulier vermeldt. De aanvrager kan dus weten waar hij aan toe is als zijn aanvragen worden afgewezen. De ombudsman vindt echter dat de RDW in deze zaak bij de behandeling van de aanvraag te weinig oog heeft gehad voor de specifieke omstandigheden van het geval. Daarbij overweegt hij het volgende.

Gelet op het verhaal van verzoeker is het heel aannemelijk dat er bij hem sprake is geweest van een kennelijke vergissing. Het gecombineerd aanvragen van de drie specifieke erkenningen/bevoegdheden was in zijn geval logisch gelet op het doel ervan en het feit dat verzoeker motoren wilde gaan inkopen en verkopen (zie ook Achtergrond onder 4). Aangenomen mag worden dat verzoeker deze drie aanvragen echter nooit zou hebben ingediend als hij had geweten dat ze bij voorbaat kansloos waren omdat hij in België woont. Vooral nu elke afzonderlijke aanvraag aanzienlijke kosten met zich meebrengt (ruim €150,-) en omdat toewijzing van de ene aanvraag (de erkenning bedrijfsvoorraad) een noodzakelijke voorwaarde was voor toewijzing van de andere (de bevoegdheid tenaamstelling voertuigbedrijf).

Als verzoeker de handleiding had geraadpleegd waar op het aanvraagformulier naar verwezen wordt, had hij weliswaar kunnen weten dat hij voor geen van de erkenningen/bevoegdheden in aanmerking kwam. Juist om over dat laatste duidelijkheid te krijgen heeft hij echter telefonisch contact opgenomen met het Klant Contact Centrum (KCC). Dat heeft hij ook aangegeven bij de RDW toen hij achteraf over de hoogte van de kosten klaagde nadat hem automatisch de kosten in rekening waren gebracht voor de behandeling van alle aanvragen. Verzoeker heeft op basis van de informatie die hem telefonisch door het KCC is verstrekt de gecombineerde aanvraag ingediend. De RDW kan niet vaststellen welke informatie hem is verstrekt.

Gelet op het bovenstaande vindt de ombudsman het niet redelijk om de kosten van de aanvragen voor rekening van verzoeker te laten. Dat de RDW kostendekkend moet werken, doet daar niet aan af. Door de wijze waarop de RDW het proces heeft ingericht rond de beoordeling van de aanvragen, is er geen ruimte om bij een kennelijke vergissing van een burger in te grijpen voordat de factuur de deur uit gaat. De RDW had naar aanleiding van de ingediende klacht oog moeten hebben voor de specifieke omstandigheden van het geval.

De ombudsman acht het ook niet redelijk dat de kosten voor een extra bedrijfsvoorraadpas bij verzoeker in rekening zijn gebracht. Die pas is immers niet verstrekt. De pas had alleen verstrekt kunnen worden als de aanvraag erkenning bedrijfsvoorraad zou zijn toegewezen. Nu deze is afgewezen en de pas niet verstrekt kon worden is het niet redelijk om de kosten in rekening te brengen.

Door alle genoemde kosten in rekening te brengen heeft de RDW gehandeld in strijd met het vereiste van maatwerk. De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer is gegrond wegens strijd met het vereiste van maatwerk.

Slotbeschouwing

Het is belangrijk dat de RDW duidelijke en volledige informatie verstrekt over de voorwaarden voor de verschillende erkenningen/bevoegdheden. De burger dient zich goed te kunnen informeren over die voorwaarden, te meer nu afwijzing ervan ook aanzienlijke kosten met zich mee kan brengen. Als een burger het Klant Contact Centrum van de RDW belt voor die informatie, dient dat de juiste informatie te verstrekken. Verzoeker geeft aan dat hij onjuiste informatie heeft ontvangen van het KCC en de RDW sluit, gelet op haar reactie op de klacht, niet uit dat dat het geval is. De RDW kan niet vaststellen welke informatie telefonisch is verstrekt omdat deze niet wordt vastgelegd. De ombudsman vindt dat de RDW zich in zo'n geval niet kan beroepen op het feit dat de (juiste) informatie elders is terug te vinden door de burger. De burger moet er op kunnen vertrouwen dat het KCC, ingericht om klanten van dienst te zijn, de juiste informatie verstrekt.

Het aanvraagformulier bevat nu al veel informatie en de voorwaarden voor elke afzonderlijke erkenning/bevoegdheid zijn anders. Daarom is het begrijpelijk dat de RDW op het formulier niet bij elke aanvraag de voorwaarden opsomt. Als de RDW het aanvraagformulier gaat digitaliseren, waardoor het digitaal kan worden ingevuld en verstuurd, biedt dit goede mogelijkheden om de informatie voor de burger te optimaliseren. Het digitale formulier zou bijvoorbeeld kunnen worden ingericht op een wijze, vergelijkbaar met het digitale formulier voor de aangifte Inkomstenbelasting. Bij elke aanvraag zou dan met een muisklik de voorwaarden voor die aanvraag zichtbaar kunnen worden gemaakt.

Nu digitalisering op korte termijn niet aan de orde is, geeft de ombudsman de RDW in overweging het huidige formulier nogmaals kritisch te bezien en te kijken of dit verbeterd kan worden. Daarbij wijst de ombudsman erop dat de aanvrager er nadrukkelijker op gewezen zou kunnen worden dat hij de handleiding moet lezen voor de voorwaarden bij de afzonderlijke aanvragen (en eventueel de website, waar de voorwaarden per erkenning/bevoegdheid puntsgewijs worden opgesomd – zie Achtergrond). Ook zou voor degene die meerdere aanvragen tegelijkertijd doet, duidelijk moeten worden gemaakt dat afwijzing van een van de aanvragen kan betekenen dat een andere aanvraag ook wordt afgewezen.

INSTEMMING

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen dat de RDW de informatie op de website heeft aangevuld en de beslissingen op dit soort aanvragen voortaan beter gaat motiveren.

Aanbeveling

De Nationale ombudsman geeft de RDW in overweging om met inachtneming van de overwegingen van dit rapport verzoeker alle kosten te vergoeden die voor de behandeling van de aanvragen in rekening zijn gebracht. De Nationale ombudsman geeft de RDW ook in overweging om het aanvraagformulier zo mogelijk te verbeteren met inachtneming van de overwegingen die daarover in dit rapport zijn opgenomen.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen


Achtergrond/bijlagen

1. Aanvraagformulier

Afbeelding verwijderd.

Afbeelding verwijderd.
 

Afbeelding verwijderd.


2. Handleiding aanvraag erkenningen, bevoegdheden en/of regelingen

"2.7 (deel)Erkenning Bedrijfsvoorraad (BV)
(…)

Voorwaarden erkenning Bedrijfsvoorraad
Heeft u een eenmanszaak en woont u in het buitenland dan komt u niet in aanmerking voor de erkenning Bedrijfsvoorraad. Voor de erkenning Bedrijfsvoorraad moet u in Nederland wonen.
(…)

2.10 Bevoegdheid Tenaamstelling Voertuigbedrijf (TV)
(...)

Voorwaarden
De bevoegdheid TV wordt uitsluitend afgegeven aan bedrijven die in het bezit zijn van een (deel) erkenning Bedrijfsvoorraad.
(...)

2.14 Handelaarskentekenregeling
(…)

Voorwaarden
(...)
Heeft u een eenmanszaak en woont u in het buitenland? Voor de handelaarskentekenregeling moet u in Nederland wonen.
(…)"

3. Website RDW

(onder: zakelijk > RDW-erkenningen > bedrijfsvoorraad:)

"Voorwaarden voor de aanvraag (deel)erkenning Bedrijfsvoorraad

Om in aanmerking te komen voor de (deel)erkenning Bedrijfsvoorraad moet uw bedrijf aan een aantal voorwaarden en eisen voldoen. De eisen kunt u vinden in de Regeling erkenning Bedrijfsvoorraad op wetten.overheid.nl. Leest u ook de informatie over het Toezichtbeleid van de RDW goed door. De informatie die hierin staat is belangrijk voor uw deelname en later het behoud van uw erkenning, deelname of bevoegdheid.

  • Als u een eenmanszaak heeft, moet u woonachtig zijn in Nederland;
  • U of uw bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Als u een BV in oprichting (i.o.) heeft, komt u niet in aanmerking voor een erkenning;
  • Uit de bedrijfsomschrijving op uw uittreksel van de KvK blijkt dat uw bedrijfsactiviteiten bestaan uit het inkopen of fabriceren van voertuigen met het doel deze te verkopen of uw bedrijfsactiviteiten bestaan uit het bedrijfsmatig inkopen van voertuigen met het doel deze te bewaren en te bewerken (demonteren);
  • Uw bedrijf beschikt over een bedrijfsadres. Hier bewaart u uw administratie. De bedrijvencontroleur van de RDW voert hier ook de periodieke controle uit;
  • Op uw bedrijfsadres heeft u een afsluitbare voorziening voor het opbergen van RDW-documenten;
  • Uw bedrijf beschikt over een bedrijfslocatie waar u de voertuigen uit uw bedrijfsvoorraad kunt stallen. Dit mag niet de openbare weg zijn;
  • U moet een computer hebben en een internetverbinding. Uw computer moet minimaal zijn voorzien van een standaard softwarepakket en een actuele browser;
  • U moet een printer hebben. Met de printer moet u op A-4 formaat kunnen printen."

(onder: zakelijk > RDW erkenningen > handelaarskenteken (met RDW-erkenning bedrijfsvoorraad:)

"Voorwaarden voor aanvraag handelaarskenteken

  • Als u een eenmanszaak heeft, moet u woonachtig zijn in Nederland;
  • U beschikt over de Erkenning Bedrijfsvoorraad. Heeft u geen Erkenning Bedrijfsvoorraad ga dan naar 'Aanvraag handelaarskenteken (zonder RDW Erkenning Bedrijfsvoorraad)'".

(onder: zakelijk > RDW-erkenningen > handelaarskenteken (zonder RDW-erkenning bedrijfsvoorraad:)

"Voorwaarden voor aanvraag 

  • Als u een eenmanszaak heeft, moet u woonachtig zijn in Nederland;
  • Uw bedrijf staat ingeschreven in handelsregister Kamer van Koophandel (KvK). Als u een BV in oprichting (i.o) heeft komt u niet in aanmerking voor een handelaarskenteken
  • Uit de bedrijfsomschrijving in het Handelsregister KvK blijkt dat u voertuigen herstelt of bewerkt in opdracht van derden.
  • U beschikt over bedrijfsadres met inrichting waar u onder alle weersomstandigheden de bedrijfsactiviteit kunt uitvoeren. De inrichting moet overdekt en af te sluiten zijn.
  • U heeft een afsluitbare voorziening voor het opbergen van RDW-documenten."

(onder: zakelijk > RDW-erkenningen > Tenaamstellen Voertuigbedrijf:)

"Voorwaarden voor aanvraag

  • Uw bedrijf heeft de RDW-erkenning bedrijfsvoorraad.
  • Voor het printen van documenten heeft u een printer nodig
  • Uw bedrijf heeft een computer met een standaard softwarepakket met een actuele versie van een gangbare internetbrowser."

4. Website RDW (onder: zakelijk > een voertuigbedrijf starten)

"Een voertuigbedrijf starten

Wilt u een voertuigbedrijf starten en voertuigen inkopen om deze vervolgens weer te verkopen, dan wilt u deze waarschijnlijk niet op uw eigen naam hebben staan. Dan bent u namelijk zelf verantwoordelijk voor de WA-verzekering, een geldige APK (indien van toepassing) en het betalen van de motorrijtuigenbelasting voor deze voertuigen. Dit geldt ook als u voertuigen inkoopt om deze eerst te herstellen/bewerken voordat u ze gaat verkopen.

Bedrijfsvoorraad
Als u de voertuigen niet op uw eigen naam wilt hebben, dan kunt u dit voorkomen door de ‘Erkenning Bedrijfsvoorraad' bij de RDW aan te vragen. U kunt dan de voertuigen van uw bedrijf die u wilt verkopen in de zogenoemde bedrijfsvoorraad plaatsen. Voertuigen die in de bedrijfsvoorraad staan, zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting, en APK-plicht. Wel moeten de voertuigen voldoen aan de verzekeringsplicht. U kunt hiervoor een collectieve verzekering, Registratie Dekking Bedrijfsvoorraad (RDB), afsluiten bij uw verzekeringsmaatschappij. Als u gebruik maakt van de openbare weg met een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad, dan moet het voertuig altijd zijn voorzien van een handelaarskenteken.

RDW-erkenningen
De RDW verstrekt verschillende erkenningen en bevoegdheden waarvan u gebruik kunt maken als u een voertuigbedrijf heeft. Aan een aanvraag van een erkenning of bevoegdheid zijn aanvraagkosten verbonden.

De RDW houdt ook toezicht op de afgegeven erkenningen en bevoegdheden, voor een zo goed mogelijke kwaliteit van dienstverlening. Hiervoor brengt de RDW het jaarlijkse instandhoudingstarief in rekening.

Als u de 'Erkenning Bedrijfsvoorraad' heeft, dan biedt de RDW verschillende mogelijkheden om uw erkenning uit te breiden met diverse bevoegdheden voor online diensten, zoals:

Handelaarskenteken gebruiken
Als iemand een proefrit wil maken met een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad, dan kunt u gebruik maken van het handelaarskenteken. Een handelaarskenteken is een kenteken voor voertuigbedrijven om met niet-gekentekende voertuigen, voertuigen uit uw bedrijfsvoorraad of voertuigen die bewerkt of hersteld zijn, te rijden. Het is een kenteken dat voor verschillende voertuigen gebruikt kan worden.
Om in het bezit te komen van een handelaarskenteken kunt u de Handelaarskenteken- regeling bij de RDW aanvragen. U kunt ook een Handelaarskentekenregeling aanvragen als u bijvoorbeeld een autopoets- of carrosserieherstelbedrijf heeft.

Zelf voertuigen op uw bedrijfsadres overschrijven
Als u een nieuw, ongebruikt voertuig of een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad heeft verkocht, dan moet het kentekenbewijs worden overgeschreven op naam van de nieuwe eigenaar. U kunt naar een RDW-balie of een kentekenloket gaan om het kenteken op naam over te laten schrijven, maar u kunt dit ook gemakkelijk zelf online doen met de bevoegdheid 'Tenaamstelling Voertuigbedrijf' (TV). Deze bevoegdheid geeft u de mogelijkheid om gemakkelijk en snel vanaf uw bedrijfsadres een voertuig online op naam te zetten van de nieuwe eigenaar.
(…)"

Notes

[←1]

In de Achtergrond is het formulier van 2017 opgenomen, dit is nagenoeg identiek aan het formulier van 2016.

[←2]

Als een handelaar in voertuigen een erkenning bedrijfsvoorraad heeft kan hij ze opnemen in zijn bedrijfsvoorraad; de voertuigen zijn dan vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting en de APK-plicht.

[←3]

Een bevoegdheid tenaamstelling voertuigbedrijf is nodig om kentekens over te kunnen schrijven bij verkoop uit de bedrijfsvoorraad.

[←4]

Met een handelaarskenteken kan met een voertuig uit de bedrijfsvoorraad worden gereden rijden, bijvoorbeeld voor het maken van een proefrit.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2017/099