Openbaar Ministerie laat demonstrant lang in onzekerheid

Rapport

Een man ontvangt een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie nadat hij tijdens een demonstratie is aangehouden. Daarin staat dat de man zich volgens het OM schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen goederen. Daar is de man het niet mee eens. Hij dient daarom een verzetschrift in. Daarin legt hij uit waarom volgens hem van openlijke geweldpleging geen sprake was. Er was bijvoorbeeld geen schade. De man doet ook een beroep op het demonstratierecht. Hij legt uit waarom zijn actie onderdeel was van de demonstratie.

Na het indienen van het verzetschrift hoort de man lange tijd niets. Ruim twee jaar later ontvangt hij opeens een brief van het OM. Het OM trekt de strafbeschikking in en besluit om de man niet meer te vervolgen. Dat heet een sepotbeslissing. De man dient hierover een klacht in bij het OM. Want uit de sepotbeslissing blijkt dat het OM nog steeds vindt dat de man een strafbaar feit heeft gepleegd en dat het OM denkt dat de rechter hem had veroordeeld als de zaak was voorgekomen. Hierdoor kan de beslissing van het OM invloed hebben op een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Het OM vindt de klacht ongegrond. Volgens het OM is er voldoende bewijs voor openlijke geweldpleging tegen goederen. Hierover klaagt de man bij de Nationale ombudsman. De man heeft de indruk dat hij de aanklacht niet heeft kunnen bestrijden. Het OM heeft niet gereageerd op de argumenten in zijn verzetschrift en heeft hem niet uitgenodigd voor een hoorzitting naar aanleiding van zijn klacht.

De Nationale ombudsman onderzoekt de klacht en stelt vragen aan het OM. Naar aanleiding van die vragen bekijkt het OM de zaak opnieuw en wijzigt het OM de sepotbeslissing. Dat vindt de Nationale ombudsman goed om te zien. Maar de Nationale ombudsman vindt dat het OM de man toch onbehoorlijk heeft behandeld. Bij het nemen van de sepotbeslissing heeft het OM niet gereageerd op de argumenten van de man. Ook tijdens de klachtbehandeling heeft het OM dit niet gedaan. De man is ook niet uitgenodigd voor een hoorzitting. Hierdoor is het begrijpelijk dat de man de indruk heeft gekregen dat hij de aanklacht niet heeft kunnen bestrijden. De Nationale ombudsman is  daarom van oordeel dat het OM in strijd heeft gehandeld met het behoorlijkheidsvereiste van eerlijke proceskansen.