2007/082

Rapport

Ondanks een rechterlijke uitspraak op grond waarvan het verzoeker verboden was zijn vader in het verzorgingstehuis te bezoeken, bevond verzoeker zich aldaar. Nadat verzoeker weigerde het pand te verlaten, werd de politie ingeschakeld. De politieambtenaren brachten verzoeker, die lijdelijk verzet pleegde door zijn lichaam slap te houden, daarop het pand uit met behulp van een rolstoel en namen hem naar het politiebureau. Verzoeker klaagde erover dat de politieambtenaren hem bij zijn aanhouding op dusdanige wijze hadden meegenomen dat hij daarbij een verwonding aan zijn arm had opgelopen. De verwonding was ontstaan doordat verzoekers arm was terechtgekomen op het wiel van de rolstoel. Het vereiste van bijzondere zorg houdt in dat bestuursorganen aan personen die onder hun hoede zijn geplaatst de zorg verlenen waarvoor deze personen, vanwege die afhankelijke positie, op die bestuursorganen zijn aangewezen. De Nationale ombudsman oordeelde dat de keuze voor het vervoer per rolstoel de juiste was geweest omdat het enige denkbare alternatief, het naar buiten tillen of slepen van verzoeker, voor geen van de betrokkenen te prefereren was geweest vanwege het stigmatiserende effect daarvan en de grotere kans op het ontstaan van letsel daarbij bij verzoeker. Volgens beide betrokken ambtenaren was er geen sprake van het vasthouden van verzoeker en was de verwonding aan verzoekers arm ontstaan doordat verzoeker zijn arm zelf van zijn schoot had gehaald, waardoor zijn arm in aanraking kwam met het rolstoelwiel. Verzoeker trok volgens de betrokken ambtenaren zelf zijn arm weer terug nadat de pijn aan zijn arm die daardoor ontstond kennelijk te heftig werd. De Nationale ombudsman achtte het aannemelijk, gelet op deze eensluidende verklaringen, dat de verwondingen van verzoeker door diens eigen toedoen zijn ontstaan, nu hij zich lijdelijk verzette tegen zijn verwijdering en daarbij onnodig met zijn hand het wiel van de rolstoel heeft beroerd. Daarbij nam de Nationale ombudsman in aanmerking dat verzoeker op het politiebureau had geweigerd zich door een arts te laten onderzoeken en zijn klacht daarover pas relatief laat bij de politie en bij de Nationale ombudsman had ingediend. Gelet daarop ging de Nationale ombudsman ervan uit dat de plek op verzoekers arm niet door toedoen van de betrokken ambtenaren is ontstaan. Er was niet gehandeld in strijd met het vereiste van bijzondere zorg jegens verzoeker.

Instantie: Regiopolitie Brabant Noord

Klacht:

Bij aanhouding verzoeker op dusdanige wijze meegenomen dat hij daarbij een verwonding aan arm heeft opgelopen.

Oordeel:

Niet gegrond