2002/048

Rapport

Verzoeker klaagt over het optreden van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland op 21 januari 1999, toen er een toeloop van mensen was naar aanleiding van de aanhouding van een persoon in café "The Old Sailor". Hij klaagt er met name over dat de politie:

- excessief en onnodig geweld heeft toegepast, waarbij hij door een diensthond in zijn been is gebeten;

- geen aangifte wilde opnemen toen hij zich daartoe naar het bureau Warmoesstraat had begeven, terwijl daar op dat moment slechts enkele bezoekers aanwezig waren en er aldaar geen sprake was van een hectische situatie.

Ook klaagt verzoeker erover dat de toezegging dat het politiebureau Warmoesstraat op 22 januari 1999 telefonisch contact met hem op zou nemen niet is nagekomen, terwijl hij met het oog daarop zijn persoonsgegevens en een kopie van de ziekenhuisstatus had verstrekt.

Ten slotte klaagt verzoeker erover dat de korpsbeheerder zijn verzoek om schadevergoeding in verband met de hondenbeet niet heeft toegewezen, althans heeft ingestemd met de afwijzing door Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam.

Beoordeling

Inleiding

Tijdens de landbouwbeurs in de RAI te Amsterdam begaf verzoeker zich met enkele andere personen op 21 januari 1999, omstreeks 20.00 uur, naar café "The Old Sailor" aan de Oudezijds Achterburgwal. Op een gegeven moment kwamen ambtenaren van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland (hierna ook: de politie) met een arrestant uit het café. Verzoeker bevond zich toen op een brug vlakbij het café. Vervolgens vonden enige charges door de politie plaats. Een aantal personen, onder wie verzoeker, werd daarbij gebeten door diensthonden.

A. Ten aanzien van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland

I. Toegepaste geweld

1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat de politie excessief en onnodig geweld heeft toegepast, waarbij hij door een diensthond in zijn been is gebeten.

2. De politie is bevoegd om in de rechtmatige uitoefening van haar bediening geweld te gebruiken. Ingevolge artikel 8, eerste lid van de Politiewet, dient de daadwerkelijke inzet van geweld, waaronder ook het inzetten van een diensthond valt, in overeenstemming te zijn met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Aan het gebruik van geweld moet bovendien zo mogelijk een waarschuwing vooraf gaan (zie Achtergrond, onder 1.).

Wanneer de politie in het kader van een (grootschalig) politieoptreden ter handhaving van de openbare orde geweld gebruikt, zijn daaraan risico's verbonden. De politie dient in dat verband bij de inzet van een diensthond rekening te houden met het ervaringsgegeven dat die hond niet (altijd) in staat is om onderscheid te maken tussen personen die wel of niet in aanmerking komen om te worden gebeten. Dit onderstreept het grote belang van een duidelijke waarschuwing aan alle aanwezigen om zich van de plaats te verwijderen.

Daarnaast komt aan een burger die - al dan niet bedoeld - wordt geconfronteerd met een dergelijk politieoptreden een zekere eigen verantwoordelijkheid toe waar het betreft (het vermijden van) het risico om betrokken te raken bij eventueel geweldgebruik. In dit verband mag van hem worden verwacht dat hij zich, zo enigszins mogelijk, van de plaats van het (mogelijke) politieoptreden verwijdert, ongeacht de vraag of de politie daar al dan niet om vraagt.

3. De korpsbeheerder achtte de klacht niet gegrond. Voor de motivering van dit oordeel verwees hij naar het advies van de Commissie voor de Politieklachten (hierna ook: de Commissie).

Volgens de Commissie was de keuze van de politie voor de inzet van onder meer de politiehonden niet onevenredig. Er deed zich een belangrijke verstoring van de openbare orde voor, nu zich een menigte van circa 150 grotendeels onder invloed van alcohol verkerende personen opdrong, die geen gehoor gaven aan de aanwijzingen van de politie. Politieoptreden was noodzakelijk om een gevaarlijke situatie door een verdere escalatie te voorkomen. Gelet op het feit dat het politieoptreden al enige tijd aan de gang was en er meerdere malen was gewaarschuwd, had verzoeker moeten begrijpen dat hij zich diende te verwijderen. Door dit niet te doen heeft hij zich blootgesteld aan het risico dat hij het slachtoffer zou worden van het door de politie gebruikte geweld, aldus de Commissie.

4. De verklaringen van betrokken ambtenaren en de diverse politierapportages stemmen niet op alle punten overeen. Volgens de klachtbehandelaar, die een zeer uitvoerig rapport heeft gemaakt met een reconstructie van het hele gebeuren in kwestie, was het weinig zinvol om alle gevoerde gesprekken met betrokken ambtenaren uit te werken. Vaak wist men namelijk niet precies waar, samen met wie, hoeveel en op wie geslagen was. De situatie was daarvoor - zeker bij aanvang van de escalatie - te onoverzichtelijk verlopen, aldus de klachtbehandelaar. Hij is ervan uitgegaan dat het bijtincident met verzoeker in elk geval aan het begin van de escalatie heeft plaatsgevonden. Aangezien dit ook door verzoeker is gesteld, kan worden aangenomen dat dit het geval is geweest. Echter, volgens bedoelde rapportage vond het onderhavige incident pas plaats nadat (voor de eerste keer) een cordon was gevormd door de politie, waarbij hondengeleider We. in de richting van de Oude Kennissteeg "ruimte maakte" (zie situatieschets in bijlage 2; verzoekers situatieschets staat in bijlage 1.). Blijkens de geweldsrapportage en de verklaringen van de hondengeleiders We. en J. heeft echter daarvóór al een charge richting Molensteeg - derhalve precies de andere kant op - plaatsgevonden, hetgeen strookt met verzoekers stelling dat hij is gebeten direct nadat de politie de brug op was gekomen, bezien vanaf de Oude Kennissteeg. De verklaringen en rapportages van de politie zijn evenmin eensluidend over het moment waarop de verdachte in de surveillanceauto was geplaatst. Dit zou volgens We. en J. pas ná het uitvoeren van de eerste charge zijn geweest, doch in de rapportage van de klachtbehandelaar staat dat dit reeds vóór de eerste charge is gebeurd.

Volgens verzoeker heeft de politie pas nadat de arrestant in de auto was geplaatst, geroepen dat men opzij moest en dat men moest plaatsmaken. De sfeer was zijn inziens niet grimmig en hem was op dat moment niet duidelijk dat de omstanders zich moesten verwijderen. Volgens het rapport van de klachtbehandelaar zou dit beeld overigens passen bij hetgeen zich in de eerste minuten en de aanleiding van het voorval had afgespeeld. Vrijwel direct hierna hoorde verzoeker dat de honden werden ingezet en kwamen We. en J. met gestrekte arm en honden aan een lijn van - volgens verzoeker - twee meter aangerend. Op dat moment kon hij niet meer wegkomen, omdat de brug deels werd versperd door een geparkeerde personenauto en een schuin op de brug staande surveillanceauto. Verzoekers lezing strookt grotendeels met de lezingen van een drietal door hem overgelegde getuigenverklaringen.

4. De lezingen van verzoeker en de - op meerdere punten niet eensluidende - lezingen van politiezijde staan tegenover elkaar voor wat betreft de vraag of er op het tijdstip van het bijtincident met verzoeker al reden was voor de toepassing van geweld en zo ja, of er voldoende is gewaarschuwd en gelegenheid is geboden zich te verwijderen, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan aan de ene lezing meer betekenis moet worden toegekend dan aan de andere. Al met al kan wel worden aangenomen dat verzoeker althans enige waarschuwing heeft gehoord, maar niet of het hem op dat moment ook duidelijk had moeten zijn dat hij zich direct diende te verwijderen en evenmin of aan omstanders daartoe voldoende de gelegenheid is gegeven, mede gelet op het feit dat door de plaatsing van een politieauto schuin op of voor de brug, het zich verwijderen er in elk geval niet eenvoudiger op was geworden. De Nationale ombudsman kan derhalve geen oordeel geven over de vraag of het geweld dat ten aanzien van verzoeker is toegepast voldeed aan de hiervoor onder 2. vermelde eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

II. Aangifte

1. Verzoeker klaagt er ook over dat de politie geen aangifte wilde opnemen toen hij zich daartoe naar het bureau Warmoesstraat had begeven.

2. Een politieambtenaar is verplicht een aangifte op te nemen van een ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit (zie Achtergrond, onder 1.)

3. Volgens het rapport van de klachtbehandelaar was het baliepersoneel unaniem van mening dat de slachtoffers van hondenbeten in een sterk beschonken toestand verkeerden. In de hectiek werden van deze slachtoffers geen gegevens genoteerd. Er werd wel meegedeeld dat men achteraf op elk politiebureau aangifte kan doen.

Verzoeker stelt echter dat er op het moment dat hij aangifte wilde doen nagenoeg geen andere personen op het bureau aanwezig waren, maar dat aangifte werd geweigerd, omdat de chef van dienst niet aanwezig was. Verzoeker benadrukt dat hij absoluut niet dronken is geweest; hij had bij het eten slechts één pilsje gedronken. Hem was niet meegedeeld dat hij achteraf op elk politiebureau aangifte zou kunnen doen.

De lezingen staan ook hierbij tegenover elkaar, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan aan de ene lezing meer betekenis moet worden toegekend dan aan de andere, zodat de Nationale ombudsman zich op dit punt eveneens van een oordeel moet onthouden.

Ten overvloede wordt met betrekking tot dit punt nog het volgende overwogen. Hoewel een aangifte in beginsel dient te worden opgenomen op het moment dat deze wordt gedaan (zie Achtergrond, onder 2.), kan daarvan onder omstandigheden van worden afgeweken. Die omstandigheden kunnen gelegen zijn in de (gemoeds)toestand van de aangever of in het feit dat geen leidinggevende aanwezig is in het geval het - zoals hier - een aangifte tegen de politie betreft. In dat laatste geval is het in beginsel wenselijk dat een leidinggevende deze opneemt. Overigens had in dit geval de chef van dienst - inspecteur W. - zich op een gegeven moment naar buiten begeven, maar was de interne dienst op het bureau op dat moment overgenomen door K., die eveneens inspecteur was. Dat W. niet aanwezig was tijdens de aangifte, was in ieder geval geen reden geweest om het opnemen van aangifte te weigeren.

Indien de aangifte terecht niet wordt opgenomen, dient er wel zo mogelijk een concrete afspraak te worden gemaakt voor het doen van aangifte en moet in ieder geval de aangever erop gewezen worden dat hij ook later - in beginsel op ieder politiebureau - aangifte kan doen.

III. Telefonisch contact opnemen

1. Nadat verzoeker in het ziekenhuis was behandeld voor zijn verwondingen, begaf hij zich naar het politiebureau 's-Gravesandeplein, alwaar men hem - aldus verzoeker - toezegde dat het politiebureau Warmoesstraat de volgende dag telefonisch contact met hem zou opnemen. Verzoeker klaagt erover dat deze toezegging niet is nagekomen, terwijl hij met het oog hierop zijn persoongegevens alsmede een kopie van de ziekenhuisstatus had verstrekt.

2. Volgens de politie is aan verzoeker meegedeeld dat hij de volgende dag telefonisch contact kon opnemen met het politiebureau Warmoesstraat.

Ook op dit punt staan derhalve de lezingen tegenover elkaar, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de ene lezing aannemelijker moet worden geacht dan de andere, zodat de Nationale ombudsman zich ook op dit punt van een oordeel moet onthouden.

B. Ten aanzien van de korpsbeheerder

1. Verzoeker klaagt er ten slotte over dat de korpsbeheerder zijn verzoek om schadevergoeding in verband met de hondenbeet niet heeft toegewezen, althans heeft ingestemd met de afwijzing door Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam.

2. De korpsbeheerder achtte de klacht over het toegepaste geweld niet gegrond, waarna de verzekeraar de schadeclaim heeft afgewezen, omdat geen sprake was van onrechtmatig politieoptreden. Nu de Nationale ombudsman zich van een oordeel over bedoeld politieoptreden onthoudt, kan, mede gelet op de terughoudende opstelling van de Nationale ombudsman in schadevergoedingszaken (zie Achtergrond, onder 2.) niet gesteld worden dat de aanspraak van verzoeker op schadevergoeding zo evident juist is dat het betrokken bestuursorgaan niet in redelijkheid tot zijn afwijzende besluit heeft kunnen komen. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk.

Conclusie

Met betrekking tot de klacht over de onderzochte gedraging van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland (de burgemeester van Amsterdam), onthoudt de Nationale ombudsman zich van een oordeel.

De klacht over de onderzochte gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland is niet gegrond.

Onderzoek

Op 18 augustus 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Lemelerveld, met een klacht over een gedraging van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland.

Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland (de burgemeester van Amsterdam), werd een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de korpsbeheerder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

Daarnaast werd de betrokken ambtenaren de gelegenheid geboden om commentaar op de klacht te geven. Zij maakten geen gebruik van deze gelegenheid.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren.

Een tweetal ambtenaren van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland is telefonisch gehoord door een medewerkster van het Bureau Nationale ombudsman.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

Eén betrokken ambtenaar deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen.

De reactie van verzoeker gaf geen aanleiding het verslag te wijzigen.

De korpsbeheerder en betrokken ambtenaar W. gaven binnen de gestelde termijn geen reactie.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:

A. feiten

1. Tijdens de landbouwbeurs in de RAI te Amsterdam begaf verzoeker zich met enkele andere personen op 21 januari 1999, omstreeks 20.00 uur, naar café "The Old Sailor" aan de Oudezijds Achterburgwal. Op een gegeven moment kwamen ambtenaren van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland (hierna ook: de politie) met een arrestant uit het café. Verzoeker bevond zich toen op een brug vlakbij het café. Vervolgens voerde de politie enige charges uit. Een aantal personen, onder wie verzoeker, werd daarbij gebeten door diensthonden.

2.1. Op 24 januari 1999 wendde verzoeker zich tot de burgemeester van Amsterdam met de volgende klacht:

"Op donderdagavond 21 januari 1999 jl. rond 20.30 uur was ik met enkele anderen onderweg om een biertje te pakken in de horecagelegenheid The Old Sailor aan de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam.

Toen wij de brug over de gracht opliepen (vanuit de richting Warmoesstraat) in de richting van The Old Sailor kwam er van onze rechterzijde een politieauto aanrijden die zowel licht- als geluidssignalen voerde.

Nadat de auto midden voor de brug gestopt was, kwamen er twee agenten uit die The Old Sailor binnengingen. Wij zijn vervolgens op de brug blijven staan. Van linksachter kwam nog een politieauto aangereden, eveneens voorzien van zwaailicht en sirenes. Deze auto werd schuin en midden op de brug tot stilstand gebracht. Uit deze auto kwamen een agent en een agente. Zij gingen eveneens in de richting van The Old Sailor.

Toen vervolgens de agenten naar buiten kwamen met een arrestant werd deze in de eerste politieauto geplaatst. De betreffende arrestant was op de rug geboeid.

Het volgende moment zag ik van links twee agenten te paard aankomen.

Direct nadat de arrestant in de auto was gezet werden wij door een van de agenten gemaand plaats te maken; de agent riep daarvoor termen in de geest van: Opzij! Maak plaats! Aan de kant!

Ik ben toen zo dicht mogelijk tegen de brugleuning gaan staan, omdat de weg terug over de brug geblokkeerd was door een geparkeerde blauwe personenauto (Fiat?) en de tweede politieauto. Overigens bevonden zich op dit moment meer dan 25 personen op de brug.

In mijn waarneming was de actie hiermee ten einde. De politieauto met daarin de arrestant had mijns inziens zonder enig probleem (en de ruimte om te) kunnen vertrekken, er was ook geen enkele dreiging door omstanders ten aanzien van de betrokken agenten of andere omstanders. Ook werden de agenten op geen enkele wijze belemmerd in de uitoefening van hun functie.

Echter, binnen 10 seconden werd er geroepen: "De honden.... De honden komen..... wegwezen hier!" Op het moment dat ik deze kreten hoorde zag ik vanachter de tweede, schuin en midden op de brug geplaatste politieauto twee agenten met politiehonden aankomen. De honden werden meegevoerd zonder dat ze kort aan de lijn werden gehouden. Ze hadden daardoor alle bewegingsvrijheid aan lange riemen. Het volgende moment werd een man voor mij zonder enige aanleiding in zijn broek gegrepen. Onmiddellijk daarop werd ik door deze politiehond van achter in mijn been gebeten, juist boven de linkerknie. Aangezien de weg over de brug versperd was hadden we onvoldoende mogelijkheid om ons uit de voeten te maken.

Ik ben rechtsaf de Oudezijds Achterburgwal opgevlucht en heb op de hoek met de Lange Niezel op mijn vrienden gewacht Vervolgens hebben we ons gezamenlijk naar bureau Warmoesstraat begeven om aangifte te doen. De dienstdoende agent achter de balie weigerde de aangifte op te nemen omdat - zoals hij zei - de chef van dienst op dat moment niet op het bureau was.

Vervolgens ben ik samen met de heer R. (…) en de heer Ho. (…), beiden eveneens slachtoffer van de honden, per ambulance naar het O.L. Gasthuis vervoerd, waar wij om 21.10 uur binnenkwamen. Ho. en ik werden hier op de Eerste Hulp behandeld en kregen onder meer een tetanus-injectie. De heer R. was dusdanig gewond dat een operatie noodzakelijk bleek.

Vervolgens kwamen nog enige slachtoffers met hondenbeten in dit ziekenhuis binnen ter behandeling.

Om plusminus 22.00 uur hebben wij het ziekenhuis verlaten en hebben ons in het politiebureau tegenover de eerste hulp (een ander bureau in hetzelfde politiedistrict) gemeld, teneinde daar ten tweede male een poging te doen om aangifte te doen. Ook hier konden wij geen aangifte laten opnemen volgens de dienstdoende agenten, waarop men ons terugverwees naar het politiebureau Warmoesstraat. Er werd ons toegezegd, nadat wij onze namen en adressen en telefoonnummers hadden achtergelaten, en tevens een kopie van het EHBO-attest, dat wij door bureau Warmoesstraat zouden worden teruggebeld op 22 januari, waarna we telefonisch aangifte zouden kunnen doen (e.e.a. nogmaals volgens de dienstdoende agent). Ik ben vrijdag niet teruggebeld."

2.2. Verzoeker voegde bij zijn klachtbrief een situatieschets (zie bijlage 1) en een drietal getuigenverklaringen:

Verklaring van G.

"Om ± 20:30 uur richting Café The Old Sailor gelopen. Bij aankomst op de brug voor het café zagen wij een dienstauto stoppen, voor het café, waaruit 2 agenten stapten die het café binnenliepen. Nog geen minuut later volgde er nog een dienstauto waaruit 2 agenten uitstapten om hun collega's bij te staan.

Deze tweede auto nam positie aan de andere kant van de brug, zo iedere doorgaande beweging afsluitend.

Op het moment dat de 4 agenten uit The Old Sailor naar buiten kwamen met de arrestant volgde er een personenauto, type stationcar, met daarin de honden.

Agenten, gekleed als ME-ers, joegen de honden de menigte in onder kreten als: "oprotten en wegwezen hier". Ook zijn diverse personen geslagen met de wapenstok.

Door de geleideriem te laten vieren zijn de honden in staat geweest diverse mensen met beten te verwonden. Gezien het feit dat de arrestant al enige tijd in de dienstauto zat leek deze actie dan ook wat overbodig."

Verklaring van E.

“Dit is een kleine uitleg van de situatie die op de gracht had plaatsgevonden 21-01-1999.

Daar wij een drankje wilden drinken bij café “The Old Sailor" bleek bij aankomst dat hier iets gaande was waar wij op dat moment niet konden zien wat.

Op de brug staande bleek, voordat we er erg in hadden in een tijdbestek van hooguit 2 minuten dat er van alle kanten politie kwam opdraven, waardoor er voor ons weinig tot geen mogelijkheid was tot vertrekken van deze locatie, waardoor mijn collega geen enkele kans maakte om uit de tanden van een politiehond te blijven.

Ik kan mij voorstellen dat er in dit gedeelte van Amsterdam direct en adequaat moet worden opgetreden, maar ik vind dat onschuldige voorbijgangers in dit geval mijn collega dhr. B. (verzoeker; N.o.) niet de kans heeft gekregen om zich op juiste manier te verwijderen."

Verklaring van Sch.

"Na ergens gegeten te hebben met de heer B. en twee van zijn collega's waren we voornemens om ergens wat te gaan drinken. De heer B. of een van zijn collega's stelde voor dit op de wallen te gaan doen bij het café de Old Sailor.

Eenmaal daar aangekomen, althans bijna, werden we verrast door een politieauto met sirene. Welke voor ons van rechts kwam aan de overkant, dus aan de kant van het café. Toen wij verbaasd bleven kijken, op de brug, waar deze naar toe zou gaan, stopte deze auto op de brug voor ons. Vervolgens kwam daaruit 2x een politieagent en deze gingen gelijk het café in, daar waar wij met z'n vieren wat wilde gaan drinken. Na enig tijd kwamen deze politiemensen uit het café met twee arrestanten. Deze gingen gelijk in de auto (een VW Golf). Op dit zelfde moment nog meer sirenes en achter ons nog enkele politie auto's. Binnen enkele seconden stonden daar diverse politiemensen met honden en wapenstokken. Na een keer gemeld te hebben: "weg wezen!” door de politie bleek later, werd er gelijk op de menigte (een enkele burger die langs kwam) ingeslagen met stokken en aangevallen door honden van de politie.

Daarnaast werden we als beesten uit elkaar gedreven, waardoor wij dus de heer B. kwijt raakten. Na elkaar middels de mobiele telefoon bereikt te hebben, bleek dat de heer B. door een politiehond gebeten is. En hoe! Naar ons bezoek aan het politiekantoor, vlakbij, werd hij met enkele andere zelfs per ambulance naar het ziekenhuis afgevoerd Op het politiekantoor reageerde men nogal laconiek, zo van:

"ach man, had je er maar niet moeten staan! Verkeerde tijd, verkeerde plaats!" Hulpvaardend? Nee, dat was men niet. Een heer op leeftijd, behoorlijk beschonken (gelukkig maar bleek later!) was zo 'vies' gebeten dat hij zelfs geopereerd moest worden, wegens het missen van een stuk been."

3. Het rapport van brigadier Kn. van 23 januari 1999 houdt onder meer het volgende in:

Op donderdag 21 januari 1999, omstreeks 20:10 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met auto surveillance dienst belast op de openbare weg de Nieuwmarkt, te Amsterdam, samen met een surveillant genaamd Fe. (…).

Per portofoon, hoorde ik dat een voetpost van het bureau Warmoesstraat, assistentie nodig had, bij een aanhouding in een café genaamd OLD SAILOR (…) te Amsterdam.

Onmiddellijk begaf ik mij naar de opgegeven plaats. Onderweg naar genoemde locatie, hoorde ik rapporteur een aantal malen de eerder genoemde collega's per portofoon roepen om "assistentie collega's".

Omstreeks 20:12 uur kwam ik ter plaatse bij café OLD SAILOR.

Ter plaatse aangekomen, zag ik dat het eerste gedeelte van de Molensteeg gezien vanaf de Oudezijds Achterburgwal en voor het café OLD SAILOR er een grote oploop was van mensen. Deze groep bestond uit ongeveer 100 a 150 zeer luidruchtige mannen, waarvan op dat moment een dreigende houding uitging. Een aantal van deze mannen waren in het bezit van lege en half lege bierglazen.

Tevens zag ik een tweetal collega's in uniform heen en weer rennen, voor het café OLD SAILOR, kennelijk op zoek naar de voetpost die de assistentie collega had aangevraagd.

Ik riep nog naar deze collega's dat de collega's die de assistentie collega hadden aangevraagd binnen moesten zijn in café OLD SAILOR.

Vervolgens heb ik mij al duwend en met enig geweld een weg weten te banen door de mensen menigte het café OLD SAILOR in. In het midden van het café aan de bar zag ik een mannelijke en een vrouwelijke collega van bureau Warmoesstraat, bij een man staan, welke over de bar van café OLD SAILOR hing. Deze man bleek later te zijn genaamd Wi., de collega's bleken te zijn genaamd Po. en van Sc.

Nadat deze collega's mij hadden geïnformeerd, bleek mij dat de man welke over de bar hing was aangehouden en zich tegen de eerder genoemde collega's had verzet.

Vervolgens heb ik, rapporteur met de twee eerder genoemde collega's de man met gepast geweld naar de grond weten te werken en hem de transportboeien aangelegd.

Ten einde de aangehouden man, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar het politiebureau Warmoesstraat, moesten wij wederom met enig geweld en voornamelijk duw en trek werk de aangehouden man naar buiten brengen.

Op het moment dat ik rapporteur naar buiten kwam, uit het café OLD SAILOR met de geboeide aangehouden Wi., zag ik rapporteur dat er een compleet veldslag gaande was.

Ik zag dat de eerder genoemde grote groep mannen, welke zich had verzameld voor het café OLD SAILOR, in de Molensteeg en op de brug over het water van de Oudezijds Achterburgwal tegenover het café OLD SAILOR, in gevecht was met een groep van ongeveer 20 geüniformeerde collega's.

Ik rapporteur zag twee geüniformeerde collega hondengeleiders (met hond), twee geüniformeerde collega's te paard, enkele collega's in ME KLEDING met lange wapenstok en een tiental geüniformeerde collega's van bureau Warmoesstraat met lange wapenstok een charge uitvoeren op eerder genoemde grote groep mannen.

De charges werden uitgevoerd de Molensteeg in, vanaf de Oudezijds Achterburgwal en beiden zijden van de Oudezijds Achterburgwal vanaf de locatie (…), zijnde café OLD SAILOR.

Na deze charges lukte het mij, rapporteur, om de aangehouden man in het dienstvoertuig te laten plaats nemen en keerde de rust weer."

4. Het rapport van inspecteur W. van 27 februari 1999 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

“Op donderdag 21 januari 1999 was ik als "chef van dienst" in uniform gekleed werkzaam in bureau Warmoesstraat. Als chef van dienst droeg ik, onder andere, verantwoording voor de operationele aansturing en inzet van het aanwezige personeel. Het dienstverband waarin werd gewerkt was middagdienst. Gedurende de eerste uren van de middagdienst kreeg ik van de surveillerende collega's het bericht dat veel bezoekers van de landbouw-Rai zich in "ons" wijkteam gebied bevonden. De stemming onder deze bezoekers kon bij aanvang van de dienst omschreven worden als "uitgelaten". Naar mate de avond vorderde hoorde ik steeds meer geluiden dat er zich regelmatig vervelende situaties voordeden waarbij alcoholhoudende drank een rol speelde. Deze vervelende situaties bestonden uit:

schelden op surveillerende agenten, schreeuwen op straat, alcoholgebruik op straat, wildplassen en meer van op zich geen ernstige vergrijpen. Na verloop van tijd nam het aantal mensen, vooral in de directe omgeving van de Oudezijds Achterburgwal / Molensteeg sterk toe. Ook het bier dat op straat werd genuttigd nam toe. Het café "The Old Sailor" puilde op dat moment uit van de bezoekers. Enkele tientallen bezoekers van "The Old Sailor" stonden direct voor het café en op de brug tussen de Molensteeg én de Oude Kennissteeg. Daar het schreeuwen en alcohol op straat drinken sterk toenam, hebben de collega's Sc. en Po. het initiatief genomen om aan de voortdurende overlast een einde te maken.

Zij hebben hierop de voor het café en op de brug staande mensen gesommeerd om het café "The Old Sailor" binnen te gaan en geen alcoholhoudende drank meer te drinken op straat. Hieraan gaf een aantal bezoekers gehoor. Een aantal personen keerde zich tegen dit politieoptreden waaronder de verdachte Wi. (…)

Kennelijk naar aanleiding van het politieoptreden werden nogal wat nieuwsgierigen getrokken.

Zowel de even zijde als de oneven zijde van de Oudezijds Achterburgwal kwamen vol te staan met mensen. Vanuit deze menigte werd luid geschreeuwd en naar ik later begreep van de ter plaatste aanwezige brigadier van politie S. kwam deze menigte agressief over. Dit uitte zich vooral in geschreeuw, opdringen en geen aanwijzingen van ter plaatste aanwezig politiepersoneel op te volgen. Om een einde aan deze situatie te maken is door diverse ter plaatse aanwezig politiemensen de menigte met luide stem te kennen gegeven dat men zich diende te verwijderen van de Oudezijdse Achterburgwal ter hoogte van de Molensteeg. Na een aantal herhalingen van dit bevel is besloten een charge te houden en de mensen de verdrijven van genoemde locatie. Ter plaatste was personeel van wijkteam Warmoesstraat, wijkteam Nieuwmarkt, mobiele eenheid onder leiding van P., twee hondengeleiders J. en We., twee hoofdagenten te paard en diverse collega's van kennelijk omliggende wijkteams. Welk personeel van omliggende wijkteams ter plaatse was naast wijkteam Nieuwmarkt is onbekend gebleven. Tijdens deze geweldsaanwending zijn een onbekend aantal mensen gewond geraakt door inzet van wapenstok en diensthonden. Van het begin van optreden, het verbaliseren en later aanhouden van verdachte Wi. heeft enkele minuten geduurd. Hierop hoorde ik via de portofoon van de brigadier van politie S. dat mijn komst gewenst was. Vervolgens heb ik mij naar de opgegeven plaats begeven. De dienst in het bureau werd op dat moment overgenomen door de inspecteur van politie K. Ter plaatse heb ik mij vervolgens uitgebreid laten inlichten over de gebeurtenissen door de brigadier van politie S.

S. en ik zijn vervolgens café "The old Sailor" binnengegaan om een en ander te bespreken voor wat betreft het tegengaan van verdere overlast door op straat alcoholdrinkende mensen. (…) Inmiddels kreeg ik via de portofoon van de inspecteur van politie K. door dat zich in de hal van het bureau diverse mensen hadden gemeld die ofwel een klap met een wapenstok hadden gehad ofwel door een politiehond waren gebeten. Door K. zijn de namen van deze mensen genoteerd en verwerkt in een mutatierapport.”

5. De hiervoor onder 3. en 4. vermelde rapporten werden door de Commissie voor de Politieklachten Amsterdam-Amstelland (hierna: de Commissie) aan verzoeker gezonden. In zijn reactie hierop deelde verzoeker, voor zover hier van belang, het volgende mee.

Er ging absoluut geen dreiging van de mensen op straat uit, toen de politie bij "The Old Sailor" arriveerde. De sfeer was ontspannen en uitgelaten. Toen de politie met de arrestant naar buiten kwam, kon deze direct en ongehinderd in de politieauto worden geplaatst. Vervolgens riep de politie "opzij!, maak plaats!, aan de kant!", waarop verzoeker zich terstond in de richting van de brugleuning begaf. Er was op dat moment beslist geen gevecht gaande. Direct daarop werd geroepen: "De honden komen" en meteen kwamen agenten met gestrekte arm en honden aan een lijn van ongeveer 2 meter aangerend. Aangezien de massa zich terug moest trekken door een versmalling op de brug tengevolge van de geparkeerde auto en de schuin geparkeerde politieauto op de brug, ontstond er een trechter waardoor in een te korte tijd te veel mensen moesten wegkomen, aldus verzoeker. Een en ander speelde zich binnen 15 seconden af. Direct na de waarschuwing vlogen de honden de menigte in.

6. Bij brief van 26 juni 2000 deed de korpsbeheerder verzoeker de beslissing op diens klacht toekomen. Voor het oordeel en de toelichting daarop verwees hij naar het advies van de Commissie, dat onder meer inhoudt:

“De feiten

Uit de politierapportage maakt de Commissie het volgende op.

Donderdag 21 januari 1999 was één van de dagen waarop een RAI-landbouwbeurs plaatsvond. Tijdens zo'n landbouwbeurs is het traditioneel onrustig op de wallen als gevolg van het vertier dat daar door de bezoekers aan deze beurs wordt gezocht. Eén van de horecagelegenheden die dan druk wordt bezocht is 'The Old Sailor.' Het was die avond omstreeks 20.00 uur als gevolg van de aanwezigheid van RAI-bezoekende landbouwers zeer druk op de wallen. De genoemde horecagelegenheid ligt in het gebied waarvoor bijzondere bepalingen gelden ter handhaving van de openbare orde. Eén van die bepalingen is het verbod om op de openbare weg alcohol te nuttigen. Omstreeks 20.10 uur constateerden de politieambtenaren mevrouw Sc. en de heer Po. dat circa 20 personen buiten direct voor 'The Old Sailor' bier dronken. De horecagelegenheid leek vol met gasten. De groep werd gemaand naar binnen te gaan. Eén persoon weigerde en daagde de politie uit. De politieambtenaren wilden een proces-verbaal opmaken, maar de man weigerde zijn naam te geven en liep het café in. Bij de toegangsduur werd hem gezegd dat hij was aangehouden. Hij dook echter weg tussen de landbouwers in de horecagelegenheid. De politieambtenaren gingen ook naar binnen en troffen landbouwers aan die behoorlijk onder invloed van alcohol waren. Ze vroegen assistentie van een koppel politieambtenaren. Hierop werd gereageerd door de politieambtenaar S. (en zijn collega), en brigadier Kn. en surveillant Fe. De betrokken politieambtenaren moesten door een grote oploop van grotendeels landbouw-RAIbezoekers (100 a 150) rennen om in de horecagelegenheid terecht te kunnen komen. Daarbij werden ze tegengewerkt. Het lukte echter om de verdachte binnen te boeien. Voor het café was een toeloop ontstaan van mensen die naar de politie schreeuwden en scholden en niet reageerden op bevelen zich te verwijderen. Het was volgens de politie niet meer mogelijk om de rust en orde in de directe omgeving van de horecagelegenheid te herstellen met alleen woorden. In overleg met de inspecteur van dienst (W.), die in verband met de dreigende situatie werd verzocht te komen, werd besloten tot het uitvoeren van enkele charges. Daarna keerden de rust en orde terug op straat.

De klagers klagen over het geweld dat jegens hen is toegepast bij één van deze charges. De politie verklaart dat door de politie luidkeels en herhaaldelijk is gewaarschuwd dat men zich diende te verwijderen omdat anders geweld zou worden gebruikt. Uit de verklaringen van B. en H., alsmede de door B. ingebrachte getuigenverklaringen leidt de Commissie af dat de politie inderdaad heeft gewaarschuwd. De Commissie acht het aannemelijk dat deze waarschuwing niet is gehoord door R. en Ho.

De klagers die de waarschuwingen wel hebben gehoord (B. en H.) verklaren dat hen niet genoeg tijd en gelegenheid werd gegund om aan de waarschuwing gevolg te geven.

B. geeft aan zich op het moment van de politieactie op de brug te hebben bevonden; hij ging toen zo dicht mogelijk tegen de brugleuning staan. Het staat vast dat zich enkele tientallen personen op de brug bevonden en dat zich daar twee politieauto's en een geparkeerde personenauto bevonden. Volgens de politie was de situatie onoverzichtelijk. Vanaf de Oudezijds Achterburgwal kwamen twee hondengeleiders aanlopen. De Commissie acht het aannemelijk dat B. in het zicht van de hondengeleiders niet eenvoudig weg kon lopen en werd gebeten.

(…)

Uit de verklaringen van B. en H., alsmede de politierapportage maakt de Commissie op dat zich een aantal slachtoffers van hondenbeten - waaronder in ieder geval B. en H. - meldde bij het bureau Warmoesstraat om aangifte te doen. De dienstdoende politieambtenaar weigerde om de aangifte op te nemen. Volgens de politie was het baliepersoneel unaniem van mening dat de slachtoffers in een sterk beschonken toestand verkeerden, in de politierapportage valt te lezen: 'In de hectiek werden van deze slachtoffers geen gegevens genoteerd. Op vragen om een klacht in te dienen of aangifte te doen is niet anders ingegaan dan met de mededeling dat men dat achteraf altijd kan doen op elk politiebureau of dat men de volgende dag kon telefoneren, waarna een formulier zou worden toegezonden. Het opnemen van een aangifte lag niet in de rede, gezien hun toestand.' Het kan niet worden vastgesteld dat de klagers veel hadden gedronken en inderdaad in beschonken toestand verkeerden. De Commissie stelt op basis van deze verklaringen en de politierapportage vast dat het baliepersoneel van het bureau Warmoesstraat geweigerd heeft om op dat moment aangifte op te nemen, maar klagers heeft verwezen naar de mogelijkheden om hetzij aangifte te doen op ieder gewenst tijdstip op een ander bureau hetzij de dag er na te vragen om een klachtenformulier.

De politie heeft ervoor zorggedragen dat de slachtoffers (H., B., R. en Ho.) naar de Eerste Hulp-afdeling van het O.L.V. Gasthuis werden vervoerd. Na behandeling gingen de klagers (althans in ieder geval B. en H.) na telefonisch advies van personeel van het bureau Warmoesstraat naar bureau 's-Gravesandeplein dat tegenover deze afdeling ligt. De Commissie acht het - wederom gelet zowel op de verklaringen van de klagers als op de politierapportage - aannemelijk dat hen geen klachtenformulier werd verstrekt en dat hen werd gezegd om de volgende dag telefonisch contact op te nemen met bureau Warmoesstraat. B. en H. hebben op deze wijze hun klacht doen registreren op een klachtenregistratieformulier. R. en Ho. hebben de korpsbeheerder aangeschreven.

B. en H. stellen dat hen door personeel van het bureau 's-Gravesandeplein is toegezegd dat ze vrijdag door personeel van het bureau Warmoesstraat zouden worden teruggebeld. Ze werden de volgende dag niet teruggebeld. Volgens de politie is alleen gezegd dat ze de volgende dag zouden kunnen bellen om hun klacht op te nemen. De Commissie acht het gelet op de situatie waarin deze mededelingen zijn gedaan aannemelijk dat de klagers de mededelingen niet goed hebben verstaan. Zij acht het dan ook aannemelijk dat deze toezegging om terug te bellen niet is gedaan. De klacht is op dit punt feitelijk ongegrond.

De behoorlijkheid

De politie is bevoegd om geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Indien mogelijk dient eerst te worden gewaarschuwd, voordat het geweld wordt gebruikt. Het toegepaste geweld moet voldoen aan het evenredigheidsbeginsel: de betrokken politieambtenaar moet zich afvragen of de risico's van het geweldgebruik nog wel evenredig zijn met het te bereiken doel; het doel moet niet met een ander, minder ingrijpend middel kunnen worden bereikt, terwijl bovendien op de minst ingrijpende wijze gebruik van de geweldsbevoegdheid moet worden gemaakt. Naar het oordeel van de Commissie is de keuze voor de inzet van de lange wapenstok en de politiehonden niet onevenredig. Bij dit oordeel is een aantal omstandigheden van belang. In de eerste plaats deed zich een belangrijke verstoring van de openbare orde voor, nu zich een menigte van circa 150 grotendeels onder invloed van alcohol verkerende personen opdrong. Ten tweede gaven deze personen geen gehoor aan de aanwijzingen van de politie. Het optreden van de politie was naar het oordeel van de Commissie noodzakelijk om een gevaarlijke situatie door een verdere escalatie te voorkomen. Het was naar het oordeel van de Commissie niet onbehoorlijk om hiervoor de wapenstok te gebruiken, politie te paard en de honden in te zetten. Dit oordeel betreft het politieoptreden in het algemeen.

Klagers stellen uitdrukkelijk de vraag aan de orde of het toegepaste politiegeweld ook jegens hen behoorlijk is geweest. (…)

Gelet op het feit dat het politieoptreden al enige tijd aan de gang was, en er meerdere malen was gewaarschuwd, hadden klagers moeten begrijpen dat zij zich dienden te verwijderen. Door dit niet te doen hebben ze zich blootgesteld aan het risico dat zij het slachtoffer zouden worden van het door de politie gebruikte geweld. Het politieoptreden was op dit punt niet onbehoorlijk.

Met betrekking tot de herhaalde weigering een aangifte op te nemen in verband met het jegens klagers toegepaste geweld overweegt de Commissie het volgende. Ingevolge artikel 163, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering zijn opsporingsambtenaren verplicht tot het ontvangen van een aangifte van een strafbaar feit. Deze verplichting brengt evenwel niet met zich mee dat de aangifte onder alle omstandigheden ogenblikkelijk moet worden opgenomen. Wanneer blijkt dat de aangever als gevolg van dronkenschap niet in staat is om de voor de aangifte benodigde informatie op behoorlijke wijze te verstrekken, kan de politie de aangever verzoeken om op een later tijdstip terug te komen.

In dit geval werd het personeel van het bureau Warmoesstraat geconfronteerd met een grote groep personen waarvan een groot deel dronken was. De Commissie acht het niet onbehoorlijk dat dit personeel de aangiften niet op dat moment heeft opgenomen en de betrokkenen heeft gewezen op de mogelijkheid om achteraf op elk politiebureau aangifte te doen en heeft aangegeven dat de betrokkenen de volgende dag zouden kunnen bellen om een klachtenformulier te verkrijgen.”

B. Standpunt verzoeker

Het standpunt van verzoeker staat samengevat weergegeven onder Klacht. In zijn verzoekschrift benadrukte hij dat de enige waarschuwing die hij had gehoord was: "Opzij!, Maak plaats!", waarna hij zich naar de brugleuning had begeven. Toen hij op het politiebureau Warmoesstraat binnen kwam, waren er nagenoeg geen mensen aanwezig. Er was één persoon aan de balie en er was geen sprake van een hectische situatie. Aangifte werd geweigerd, omdat de chef van dienst niet aanwezig was. Verzoeker was absoluut niet dronken, hij had slechts één pilsje bij het eten gedronken. Er was niet verteld dat aangifte achteraf bij elk politiebureau zou kunnen worden gedaan.

C. Standpunt beheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland

1. De korpsbeheerder reageerde bij brief van 18 oktober 2000 op de klacht. Hij verwees daarin naar zijn eerdere oordeel dat was gebaseerd op het advies van de Commissie (zie onder A.6.). Over de schadeclaim deelde hij het volgende mee:

"Een Schadeclaim wordt doorgaans ingediend bij en beoordeeld door VGA Verzekeringen, het verzekeringsbedrijf van de gemeente Amsterdam. Indien een klacht gegrond wordt verklaard en er is schade geleden door een klager, verzoekt de Burgemeester VGA Verzekeringen om na te gaan of er termen aanwezig zijn om de schade te vergoeden. De beoordeling geschiedt door de verzekeraar. De verzekeraar beoordeelt het politieoptreden dan op rechtmatigheid. Omdat ik op basis van het advies van de Commissie voor de Politieklachten de klacht van verzoeker over excessief en onnodig geweldgebruik door de politie ongegrond heb verklaard, heb ik het verzekeringsbedrijf niet verzocht om te beoordelen of klager in aanmerking komt voor een schadevergoeding.

Ik heb er kennis van genomen dat de politie het dossier van verzoeker heeft gezonden naar VGA verzekeringen. Het verzekeringsbedrijf heeft de schadeclaim afgewezen omdat er geen sprake was van onrechtmatig politieoptreden."

2.1. Bij de reactie van de korpsbeheerder waren onder meer de volgende stukken gevoegd:

2.2. Een mutatie uit het dag- en nachtrapport van de politie van 22 januari 1999, die onder meer inhoudt:

“Rapp's liepen door de Molensteeg en zagen een grote groep voor de ingang van café Old Sailor staan. Deze groep bestond ongeveer uit 20 personen. Een groot aantal personen die voor het café stonden, stonden op de openbare weg bier te drinken. De Old Sailor zelf zat op dat moment propvol en deze bezoekers stonden zelfs in de ingang, omdat er binnen kennelijk geen ruimte meer was. .

Rapp's hebben de mensen die buiten stonden te drinken aangesproken om niet buiten hun glas bier op te drinken. Vervolgens verzochten de collega's de mensen die buiten bier stonden te drinken, naar binnen te gaan. 1 van deze personen wenste niet aan ons verzoek te voldoen en bleef uitdagend zijn glas bier leeg drinken. Deze man kreeg een pvb (proces-verbaal; N.o.) aangezegd in verband met overtreding van de APV. De man wenste zijn naam niet op te geven en liep weg van rapp het café binnen. Toen hij het café in wilde lopen is hem duidelijk gemaakt dat hij was aangehouden. Verdachte (Wi.) vluchtte het café in. Het café zat vol met de bezoekers, hoofdzakelijk van de landbouwrai, die flink onder invloed waren. Gevolg was dat iedereen zich ermee begon te bemoeien en rapp's zich niet meer veilig voelden. De druk werd voor rapp's zelfs zo groot dat er assistentie collega's is gevraagd. De persoon om wie het in eerste instantie ging, is aangehouden. Inmiddels had zich in de buurt van het café een grote groep personen verzameld, waarvan een groot gedeelte onder invloed was van (alcoholhoudende) drank. Zowel op de Oudezijds Achterburgwal aan beide zijden, in de Molensteeg en in de Oude Kennissteeg bevonden zich een groot aantal mensen. Het totaal aanwezige mensen bestond uit meer dan 150. Er is door diverse collega's gevraagd en daarna gevorderd tegen de mensen om zich te verwijderen en door te lopen. Hieraan werd nauwelijks gevolg gegeven, in plaats zich te verwijderen liepen de mensen naar voren toe. Opnieuw werden de mensen door verschillende politiemensen gevorderd om door te lopen. Ook hieraan werd nauwelijks gevolg gegeven. De situatie werd steeds grimmiger en steeds explosiever. Zeker gelet op het feit dat een groot gedeelte van de mensen onder invloed was, verbeterde de situatie niet en werd het voor de politie een oncontroleerbare situatie. Om de rust weder te laten keren zijn de volgende eenheden ingezet: twee hondengeleiders, twee beredenen en diverse uniform personeel van het wijkteam, Warmoesstraat, Nieuwmarkt en de Nieuwezijds Voorburg. Na enkele charges keerde de rust terug in de omgeving. Na dit hele gebeuren was er een oploop van mensen in de hal van de Warmoesstraat, die klachten wilden indienen, meneer C. zou er nog een nachtje over slapen. Met meneer K. wordt telefonisch contact opgenomen. De personalia van deze personen staan in deze mutatie (hieronder staat niet verzoekers naam genoemd; N.o.).”

2.3. Een proces-verbaal van brigadier S. van 10 augustus 1999, dat onder meer inhoudt:

“Op donderdag 21 januari 1999 omstreeks 20:15 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met voetsurveillance belast op het Oude Kerksplein te Amsterdam. Aldaar hoorde ik via de districtsportofoon, dat een voetpost van het bureau Warmoesstraat assistentie collega riep, tijdens een aanhouding van een persoon in café "The Old Sailor" op de Oudezijds Achterburgwal. Onmiddellijk begaf ik mij naar het café, teneinde te assisteren bij de aanhouding. Aangekomen op de Oudezijds Achterburgwal hoek Oude Kennissteeg, zag ik dat er een grote oploop was ontstaan in de directe omgeving van de Old Sailor. Met grote moeite lukte het mij om het café te bereiken. Onderweg naar het café werd ik enkele keren opzettelijk tegengehouden door verschillende personen. Dit tegenhouden bestond uit het opzettelijk blijven staan en niet op zij gaan als daar om werd gevraagd. Uiteindelijk lukte het mij om in het café te komen, waarop dat moment al assistentie aanwezig was van collega's van de Nieuwmarkt. Omtrent de aanhouding van de verdachte in het café, is een afzonderlijk proces-verbaal van aanhouding opgemaakt.

Nadat de verdachte was aangehouden en wij het café verlieten, zag ik dat er een grote toeloop van mensen was ontstaan in de directe omgeving van het café. Een groot gedeelte van deze groep bestond uit bovenomschreven landbouwrai bezoekers. Ik schat het aantal mensen die in de directe omgeving van het café aanwezig waren op ongeveer 150. Ik hoorde dat er werd geschreeuwd en gescholden door een groot aantal omstanders. Ik zag dat de omstanders zich steeds meer in de richting van de aanwezige politiepersoneel bewogen. Teneinde te voorkomen dat de politie in het nauw werd gedreven heb ik meerdere malen in verschillende richting met luide stem de aanwezige personen verzocht zich te verwijderen en door te lopen. Ik zag dat hierop nauwelijks werd gereageerd door de omstanders. Ik zag en hoorde dat de omstanders geenszins van plan waren om door te lopen. Ik hoorde dat enkele omstanders begonnen te schreeuwen naar de politie. Om te voorkomen dat het politiepersoneel in het nauw zou komen, heb ik de om komst van de inspecteur van dienst verzocht. Enkele minuten later kwam de inspecteur W. ter plaatse. Ondertussen was het gedrag van vele omstanders naar de politie zeer agressief en provocerend. Het was niet meer mogelijk om met woorden alleen de rust en orde te herstellen in de directe omgeving van het café. Hierop is in overleg met en in opdracht van de inspecteur W. besloten tot enkele charges. Door de inspecteur W. is omtrent dit optreden een rapport opgemaakt, waarin staat omschreven wat er plaats heeft gevonden. Na de charges keerde de rust en orde terug op straat."

2.4. Het rapport van commissaris van politie Ee. van 8 februari 2000 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"Bij het onderhavige politieoptreden bleken, uiteindelijk en in totaal plm. 40, geüniformeerde politieambtenaren m/v (verder te noemen GPA!) betrokken van de volgende onderdelen:

-wijkteam Warmoeestraat (incl. z.g. Flexi-team);

-wijkteam Nieuwmarkt;

-wijkteam Nieuwezijds Voorburgwal;

-Vliegende Brigade;

-BraTra- (brand- en traangas; N.o.) eenheid;

-twee GPA+politiehond;

-twee GPA te paard.

De GPA's van de “Vliegende Brigade” maken regulier onderdeel uit van de ME-organisatie en verplaatsen zich per ME-voertuig. In de taakuitoefening als Vliegende Brigade wordt gewerkt in ME-kleding, echter zonder helm en schild! Volgens mededelingen van de groepscommandant (…) is door zijn groep daar ook in die vorm en individueel opgetreden. Hij heeft de groep niet gemeenschappelijk ingezet en er ook niet in die zin leiding aan gegeven. De BraTra-eenheid is regulier gekoppeld aan de Vliegende Brigade. Deze eenheid heeft niet als zodanig opgetreden en geen gebruik gemaakt van de hen specifiek toegewezen geweldmiddelen. Deze GPA's waren gekleed in ME-kleding zonder helm en schild, zij hebben individueel opgetreden.

De GPA+hond trad op in ME-kleding zonder helm en schild.

De inspecteur van dienst van het wijkteam Warmoesstraat, W., moet worden aangemerkt als de primair verantwoordelijke voor het hele politieoptreden op die lokatie. W. werd enige tijd na de aanvang, via de portofoon door brigadier S. in kennis gesteld van de al geëscaleerde ontwikkelingen.

W. kon niet feitelijk leiding geven aan het optreden. Hij verscheen eerst pas ter plaatse nadat hij zijn interne taken kon overdragen aan de inspecteur K. (er waren nagenoeg geen GPA's meer in het bureau). Zijn komst viel ongeveer samen met het moment dat de aangehouden verdachte kon worden afgevoerd c.q. de rust weer min of meer terugkeerde (…)

Door mij zijn 2 situatietekeningen gemaakt, gebaseerd op de beschikbaar gekomen informatie.

• tekening A (zie bijlage 2; N.o.), betreft de aanvangstoestand (cordon A);

• tekening B, betreft globaal de eindtoestand (cordon B).

• I = ME-voertuig;

• II = BraTra-voertuig;

• III = Surveillance-auto;

• IV = Honden-voertuig (politie uitvoering);

• P = geparkeerde particuliere auto;

• ∇ = geüniformeerde politieambtenaren;

• ∅ = geüniformeerde politieambtenaar + politiehond;

• 889= bijtincident B.

WALLENGEBIED / OLD SAILOR / LANDBOUW RAI.

Het Wallengebied is door de Burgemeester van Amsterdam aangewezen als een gebied waarin bijzondere bepalingen gelden t.a.v. de openbare orde. Zo geldt er o.a. een samenscholingsverbod (...) en het verbod om op de openbare weg alcohol te nuttigen (...).

In januari is het overigens niet toegestaan een terras op de openbare weg uit te zetten. Alle horecaondernemers zijn met deze bepalingen bekend en vele bewoners van het Wallengebied zoeken op voorzienbare avonden als de onderhavige elders een "rustig" heenkomen.

Een aantal cafés blijft al jaren tijdens de avonden van de Landbouw Rai gesloten om reden dat er veelvuldig problemen ontstaan, men schade ondervindt en/of het risico loopt op Bestuurlijke Maatregelen tegen de onderneming n. a. v. die problemen.

Meerdere cafés genieten de belangstelling van evenementbezoekers, de bezoekers klonteren samen in groepen (in dit geval naar geboortestreek) en men trekt van café naar café. Er wordt in korte tijd een enorme hoeveelheid (vooral) bier gedronken.

Het café Old Sailor is een vermaard trefpunt tijdens o.a. de Landbouw Rai. Binnen dit café is plaats voor 80 tot 100 bezoekers.

Het is "traditie" dat de landbouwers (tentoonstelling vindt eens per 2 jaar eind januari plaats) zich aan het eind van de dag begeven naar het Wallengebied om zich daar te "vermaken".

Afhankelijk van de weersgesteldheid geeft dat meer of minder overlast op de openbare weg.

De landbouwers arriveren meestal tussen 17.00 en 18.00 uur op de Wallen. Rond 20.00 uur is het aantal beschonken personen zodanig toegenomen dat de eerste opstootjes en vechtpartijen ontstaan.

Tussen 21.00 en 23.00 uur vinden er veelal geschillen plaats met prostituees of worden groepen landbouwers uit bepaalde sexinrichtingen met soms wat hardere hand verwijderd.

De conflicten bij individuele prostituees eindigen er meestal mee dat de betrokken landbouwer door bordeelpersoneel met politieassistentie hardhandig worden verwijderd.

Vaak is men zo dronken dat men bij een volgende café geen toegang meer krijgt. Niettemin is er altijd wel een goede bekende die een glas bier "doorgeeft".

De meeste landbouwers vertrekken (nadat zij hun braaksel en urine hebben achtergelaten op de openbare weg) tegen 23.00 uur, weer per trein naar hun geboortestreken.

(…)

Het wijkteam Warmoesstraat ervaart op dergelijke avonden een zeer hoge werkdruk. De meeste onderlinge conflicten worden in de praktijk weer gesust of "afgedronken".

Het is voor de politie niet doenlijk om bij dergelijke aantallen beschonken bezoekers effectief op te treden tegen de vele gesignaleerde overtredingen, overlast en schermutselingen.

Ons optreden beperkt zich tot het tegengaan en bestrijden van uitwassen die de openbare orde in "aanzienlijke mate" verstoren.

Op de onderhavige avond was, afgezien van de reguliere (nieuwe) basiscapaciteit van het wijkteam Warmoesstraat, voorzien in:

• dubbele bezetting van het z.g. Flexi-team;

• twee ruiters en twee hondengeleiders;

• Vliegende Brigade (incl. Sectiecommandant en BraTra-eenheid);

• inzet afspraken met de omliggende wijkteams.

(…)

FEITELIJKE OPTREDEN.

Het geheel van de bovengenoemde informatiebronnen brengt mij tot onderstaand overzicht van de feiten en omstandigheden rond het bewuste politieoptreden. Ik maak daarbij onderscheid tussen de aanleiding, de kern, de Molensteeg en de Oude Kennissteeg:

Aanleiding (plm. 20.10 uur)

Omstreeks 20.00 uur was het zeer druk op de Wallen. De bezoekers waren duidelijk herkenbaar als landbouwers, mede gezien het taalgebruik. Bij verschillende cafés hadden zich al wat kleine incidenten tussen dronken bezoekers voorgedaan, maar het was nog nergens echt uit de hand gelopen.

Het beeld begon volgens de (voetsurveillance) koppels van het Flexi-team snel grimmiger te worden. De surveillerende agenten werden nageroepen, soms uitgescholden en uitgedaagd. Alle beschikbare GPA-koppels van het wijkteam en flexi-team waren op straat. Omstreeks 20.10 uur constateert het koppel Sc. /Po. dat plm. 20 personen op de openbare weg voor Old Sailor luidkeels praten en uit glazen bier staan te drinken. Het café lijkt propvol. Deze groep wordt gemaand naar binnen te gaan en gewezen op het verbod. De groep gaat mopperend en schoorvoetend naar binnen, met uitzondering van 1 man. Deze man (Wi.) weigert nadrukkelijk te voldoen aan het verzoek, drinkt uitdagend aan zijn glas bier, en wordt door Po. een proces-verbaal aangezegd. Wi. weigert zijn naam op te geven, daarbij loopt hij weg van de beide GPA's en gaat hij ook het café in. Bij de toegangsdeur wordt Wi. medegedeeld dat hij is aangehouden, maar hij duikt weg tussen de landbouwers in het café Old Sailor.

Binnengekomen constateren Sc./Po. dat de landbouwers behoorlijk onder invloed van alcohol zijn, hen belemmeren om achter Wi. aan te gaan. Zij vragen via de portofoon een GPA-koppel ter ondersteuning "i.v.m. problemen bij de Old Sailor". Hierop reageert de brigadier S., die zich met een collega te voet bevond op het Oude Kerksplein, zij zijn twee minuten later ter plaatse. Onderweg worden zij door groepen dronken landbouwers doelbewust gehinderd in hun rennende tocht via de Oude Kennissteeg en over de brug.

Hierop reageert ook de brigadier Kn., die zich met een surveillance-auto na plm enige minuten ter plaatse bevindt en de auto stilzet voor dat café/tegen de brug (zie III). Kn. hoorde kort achter elkaar (in enkele minuten) meerdere verzoeken van het GPA-koppel in de Old Sailor, uiteindelijk leidend tot een roep om "assistentie collega's". Bij zijn rit heeft hij in elk geval het zwaailicht gebruikt en waar nodig de sirene.

De GPA's+hond J. en We. begeven zich vanaf het bureau Warmoesstraat, met hun speciale voertuig, via de Lange en Korte Niezel naar de OZ AchterburgwaL De optische en de geluidssignalen werden daarbij gebruikt. Zij plaatsen hun auto op die wal, juist voorbij de Oude Kennissteeg (zie IV).

De honden worden aangelijnd uit de auto gehaald en zij begeven zich via de brug in de richting van de Old Sailor.

Kn., S. en J. / We. constateren eensluidend dat zich daar een aanzienlijke menigte (tenminste 150 personen) had gevormd rond de Old Sailor. Zowel voor het café en bij de Molensteeg, als op de brug tussen de Molensteeg en de Oude Kennissteeg en op de OZ Achterburgwal aan de zijde van de Oude Kennissteeg. De menigte bestond deels vermoedelijk uit nieuwsgierigen, maar het front nabij het café was duidelijk opdringerig, uitdagend en agressief. Zij hadden de stellige overtuiging dat het politieoptreden werd belemmerd of dat men de afvoer van de aangehouden verdachte wilde verijdelen. Men was gewoon uit op een flinke vechtpartij!

Ik wijs er overigens op dat deze vier GPA's een zeer ruime ervaring hebben met het werken in het Wallengebied en de mogelijkheid dat politieoptreden op dergelijke avonden zeer snel kan leiden tot massaal verzet als iemand wordt aangehouden.

In het café zijn Sc. /Po. nog steeds bezig om Wi., die zich inmiddels had ontdaan van zijn jas (om herkenning tegen te gaan) en vervolgens had vastgegrepen aan de bar, aan te houden. Door Kn. werd een ander GPA-koppel, kennelijk op zoek naar Sc. /Po., het café ingezonden om hen daar bij te staan.

De aanwezige landbouwers hinderden de bewegingen van Sc. /Po. Er was sprake van een zeer grimmige atmosfeer, zij werden uitgejouwd en uitgescholden terwijl bier naar hen werd gegooid. Achter hen hoorden zij het geluid van brekende glazen.

Het lukte deze 4 GPA's, zonder feitelijk verzet door de andere landbouwers, om Wi., naar de grond te werken en de handboeien om te doen. Vervolgens is Wi. naar buiten gebracht en geplaatst in de surveillanceauto.

Wi. is later voorgeleid en ingesloten aan het bureau Warmoesstraat.

Kern (plm 20.15 uur).

Het voertuig van de BraTra (4 man en groepscommandant) kwam ter plaatse op de OZ Achterburgwal en stond gedeeltelijk voor en in de Molensteeg (zie II).

De inmiddels meer opdringerige menigte van landbouwers was aanzienlijk gegroeid. Het was de GPA's niet mogelijk om voor of nabij Old Sailor heen en weer te lopen. De GPA's waren ingesloten door landbouwers, zij werden uitgejouwd en fysiek bedreigd maar nog niet aangevallen.

De arrestant is door de menigte gedrukt en met de nodige moeite in de surveillanceauto geplaatst. Van verschillende zijden werd onbevoegd geprobeerd de portieren van de surveillance-auto weer te openen. Men was het kennelijk niet eens met de aanhouding.

Door meerdere aanwezige GPA's is luidkeels en herhaaldelijk gewaarschuwd dat men zich diende te verwijderen omdat anders geweld zou worden gebruikt en de honden zouden worden ingezet!

Samen met ter plaatse gekomen GPA's (aanvankelijk plm 6, later groeiend tot plm 15) van de verschillende wijkteams werd een afzetting gevormd (cordon A) rond de Old Sailor. GPA+hond J. bevond zich voor de Old Sailor en maakte met zijn hond ruimte in de menigte op de OZ Achterburgwal in de richting van de Korte NiezeL

GPA+hond We. bleef op de brug en maakte, vanaf de Old Sailor, met zijn hond enige ruimte in de menigte in de richting van de Oude Kennissteeg.

Gelijktijdig is door alle aanwezige GPA's, in toenemende mate tot zeer heftig gebruik, gemaakt van de lange wapenstok om de menigte voor de Old Sailor uiteen te drijven en ruimte te maken. Vermoedelijk is hierbij klager R. (…) meermalen gebeten door een politiehond. Over de activiteiten van R. zijn geen nadere bijzonderheden bekend gewor-den, anders dan dat hij zich niet onmiddellijk door de Molensteeg verwijderde na de aanzegging dat geweld zou worden gebruikt. Hij was zeer dronken volgens de brief van B. / getuige Sch.

Tegenover het café / op de brug is op nagenoeg hetzelfde moment bij het uiteendrijven van de menigte (tenminste 30 personen) geslagen met de wapenstok en gebeten door de politiehond. Hierbij is klager B. gebeten (…). Hij meldt dat hij en enkele anderen passief stonden tegen de brugleuning en hij niet weg kon komen tussen een daar geparkeerde auto. (de anderen konden blijkbaar wel wegkomen zonder klappen en beten!) De betrokken GPA's herinneren zich wel de geparkeerde auto, maar niet specifiek dat B. daar niet weg kon. Op het moment van die actie was het onoverzichtelijk.

Het was voor de surveillanceauto (inclusief Wi.) desondanks / daarna onmogelijk om te vertrekken vanuit de gemaakte ruimte en door de menigte weg te rijden. De brug was versperd door (politie)auto's. De landbouwers wilden niet wijken en drongen weer terug. De voorhoede van de menigte rond de Old Sailor (OZ Achterburgwal / Molensteeg) was toenemend agressief en drong steeds weer terug tegen de GPA-afzettingen. De landbouwers probeerden die afzettingen ook te doorbreken. Om dit tegen te gaan is door de GPA's herhaaldelijk en intensief gebruik gemaakt van de lange wapenstok. Ook de politiehond is meermalen ingezet.

(…)

Tijdens en na het optreden vervoegden zich meerdere slachtoffers van hondenbeten zich aan het politiebureau Warmoesstraat.

Het bureaupersoneel was unaniem van mening dat deze slachtoffers in een sterk beschonken toestand verkeerden. Men voelde kennelijk geen pijn bij het treffen van de eerste hulp, betrokkenen konden nauwelijks uit hun woorden komen. De door hen uitgeademde lucht was van een hoog alcoholdragend gehalte. De meesten waren eenvoudigweg "stomdronken"!

In de hectiek werden van deze slachtoffers geen gegevens genoteerd. Op vragen om een klacht in te dienen of aangifte te doen is niet anders ingegaan dan met de mededeling dat men dat achteraf altijd kan doen op elk politiebureau of dat men de volgende dag kon telefoneren, waarna een formulier zou worden toegezonden. Het opnemen van een aangifte lag niet in de rede, gezien hun toestand.

Door de teruggekeerde GPA's+hond J. /We. zijn de verwondingen geïnspecteerd en individueel (waar dat begrepen werd) toelichting gegeven over hun optreden. Bovendien zijn aan de slachtoffers (en de GG&GD) gelet op hun ervaring adviezen gegeven over de aard van de vermoedelijk benodigde behandelingen.

Door ambulancepersoneel van de GG&GD is verdere hulp verleend en zijn verschillende gewonden overgebracht c.q. verwezen naar een ziekenhuis (OLVG).

Enkele klagers hebben zich na behandeling in het OLVG-ziekenhuis gemeld bij het politiebureau aan het 's Gravesandeplein. Daar werd hen geen klachtenformulier verstrekt en is men gericht verwezen om de volgende dag telefonisch contact op te nemen met bureau Warmoesstraat. B. en H. hebben van die gelegenheid op 22 januari gebruik gemaakt. Door de Inspecteur F. is telefonisch een klachtenformulier ingevuld, toelichting gegeven en de procedure in werking is gesteld. Een afschrift is deze klagers ook toegezonden.

(…)

Het kwam mij overigens als weinig zinvol voor om alle gesprekken met de betrokken GPA's uit te werken. Vaak wist men niet meer precies waar, samen met wie, hoeveel en op wie geslagen was. De situatie was daarvoor - zeker bij de aanvang van de escalatie- te onoverzichtelijk verlopen.

De meeste GPA's voelden zich herhaaldelijk zeer persoonlijk bedreigd door de repeterende pogingen van landbouwers om door hun afzetting heen te breken!”

(…)

Met de overige drie klagers (onder wie verzoeker; N.o.) heb ik een uitgebreid gesprek gevoerd en een wandeling gemaakt langs de plaats van het optreden.

Daarbij is aandacht besteed aan de openbare orde maatregelen t. a. v. het Wallengebied en de organisatorische beperkingen rond het optreden op een dergelijke locatie. Deze drie klagers hebben mij laten verzekerd dat zij de luide bevelen van de politie zich van die plaats te verwijderen en dat geweld zou worden gebruikt ook hebben gehoord en verstaan !

Niettemin bleken zij veelal verrast door de snelheid en intensiteit van het daarop volgende politieoptreden.

Voor een deel liet zich dit verklaren doordat ieder vond dat hij geen onderdeel uitmaakte van de onrust veroorzakende groep en min of meer toevallig als nieuwsgierige daar aanwezig was.

De aangereikte verklaringen van getuigen, verzameld door klager B., voegen geen andere feiten toe dan hierboven al zijn weergegeven (…). Verschil van inzicht bestaat over de geringere omvang en agressiviteit van de menigte m.n. op de brug voor de Old Sailor. Dit beeld past n.m.m. goed bij de eerste minuten en de aanleiding van het voorval en later op de OZ Achterburgwal/Oude Kennissteeg nadat cordon B was geformeerd. De betrokken agenten hebben de door de getuigen beschreven "tamelijk ontspannen" sfeer gedurende het gehele optreden duidelijk niet zo ervaren. Ik sluit overigens niet uit dat B. en zijn vrienden min of meer bij toeval in het optreden verzeild zijn geraakt. Opgemerkt moet echter worden dat zij allen meldden de luide bevelen en waarschuwingen van de politie hebben gehoord en verstaan."

D. Reactie verzoeker

Verzoeker handhaafde zijn eerder ingenomen standpunt in reactie op de door de korpsbeheerder verstrekte inlichtingen. Hij merkte onder meer op dat het politiecordon A, zoals weergegeven op de situatieschets van commissaris Ee. (bijlage 2) niet stond opgesteld op het moment dat hij door de hond werd gebeten. Verzoeker verwees nogmaals naar de door hem vervaardigde situatieschets (bijlage 1). Er was op dat moment geen sprake van enige vorm van provocatie of opdringerig gedrag door de omstanders ten opzichte van de politie. De bevelen van de politie om opzij te gaan waren niet expliciet gericht op het uiteendrijven van de omstanders, er werd slechts aangegeven plaats te maken. Direct daarna werd er twee à drie keer geroepen dat de honden kwamen en het volgende moment waren de honden reeds ingezet. Er werd niet geroepen dat er geweld zou worden ingezet. Beide GPA's met honden kwamen uit voertuig IV (zie situatieschets in bijlage 2) en liepen met hun honden langs voertuig IIIb dat veel dichter bij voertuig IV stond dan in deze schets is weergegeven. Direct toen W. het voertuig IIIb voorbij was, begon W. de aanwezigen op de brug te verdrijven. Op dit moment werd verzoekers vluchtweg versperd door de geparkeerde personenauto en werd hij door de hond gebeten.

E. Verklaring betrokken ambtenaren

1. Op 23 april 2001 verklaarde politieambtenaar We., hondengeleider, telefonisch tegenover twee medewerksters van het Bureau Nationale ombudsman:

"Ik herinner me nog wel iets van het gebeuren op 21 januari 1999, al weet ik niet meer precies alle details.

Via de portofoon vroegen collega's om assistentie.

U vraagt mij om een beschrijving van de sfeer: er was een grote mensenmassa; men kwam dreigend over. Die dreiging bestond uit veel geschreeuw en het feit dat er collega's in het nauw werden gedreven. Een grote mensenmassa op de been, waarvan volgens mijn schatting zeker 80 % onder invloed was, komt überhaupt dreigend over.

U houdt me voor dat de stemming volgens verzoeker ontspannen en uitgelaten was. Dat komt niet overeen met mijn ervaringen op dat moment.

Toen wij uit de auto (die wij hadden geparkeerd op de Oudezijds Achterburgwal (vlakbij Oude Kennissteeg) stapten, hoorden wij collega's weer om assistentie schreeuwen. Ik wist op dat moment niet of de aanhouding reeds had plaatsgevonden. Ik zag wel dat collega's werden ingesloten door diverse mensen.

Wij hebben direct gewaarschuwd voor de honden. Het eerste stuk van de brug hebben we eerst vrijgemaakt. U vraagt hoeveel tijd er zat tussen onze waarschuwing en de eerste charge. Dat weet ik niet precies. Ik herinner me nog dat er een vrouw met kinderwagen op de brug liep en dat zij nog wel kon wegkomen voor de charge. Er zijn toen trouwens meerdere mensen weggelopen. De vrouw met de kinderwagen is dus nog voor de honden langsgegaan. Ik weet niet meer uit welke richting zij kwam en waar ze heen ging. Toen zij verdwenen was, kwam de mensenmassa op mij en een collega af. Er zat tussen de eerste waarschuwing en de eerste charge toch zeker zo'n 30 seconden, al durf ik dat niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval konden mensen die weg wilden gaan, weglopen.

Mensen trokken zich dus na de eerste waarschuwing terug en enkele seconden was de drukte minder. Ik bleef op de brug staan. De mensenmassa kwam er toen weer aan. Ik heb geen waarschuwingen van andere collega's gehoord. Het was erg lawaaierig, er was veel geschreeuw en glasgerinkel. Zelf heb ik wel meerdere malen, ik denk drie keer, gewaarschuwd voor de hond.

Ik zag pas na de eerste charge dat er een geparkeerde personenauto op de brug stond. Daarvoor was mijn zicht belemmerd door de vele mensen. Ik weet niet meer precies in welke positie die auto en de politieauto's op de brug stonden.

De honden houd je in beginsel direct bij je, dus je hebt ze dan heel kort aan de lijn zitten. De lange lat hebben we bij ons om ons tegen mensen af te schermen die dichtbij komen. De hondenlijn is misschien wel twee meter in totaal, maar de honden worden bij het uitvoeren van een charge dichterbij het lichaam van agent gehouden.

Op het moment van de eerste charge kwamen de mensen weer dichterbij. Er waren toen weinig collega's aanwezig. In verband met mijn eigen veiligheid en die van mijn collega werd een charge uitgevoerd. De situatie was dreigend. Indien de charge niet was uitgevoerd, had ik of mijn collega zeker ernstig lichamelijk letsel opgelopen. Bij de charge liet ik de lijn vieren, misschien een meter. Dit is zeker geen twee meter geweest, zoals verzoeker stelt. Dat is absurd en gebeurt nooit. Ik weet niet meer welk commando ik aan de hond heb gegeven. In een situatie als deze is het gebruikelijk om het commando "stellen" te geven, wat betekent dat de hond moet bijten."

2. Op 3 mei 2001 verklaarde politieambtenaar J., hondengeleider, telefonisch tegenover medewerksters van het Bureau Nationale ombudsman:

"Ik herinner me nog wel wat van de gebeurtenissen op 21 januari 1999. Ik heb de geweldsrapportage voor me liggen. Wat daar in staat klopt.

Ik hoorde op een gegeven moment dat collega's om assistentie verzochten. Toen wij ter plaatse (op de Oudezijds Achterburgwal) waren gekomen zagen wij een hele grote mensenmassa. In die mensenmassa stonden collega's die om hulp vroegen.

U houdt mij de verklaring van verzoeker voor dat de sfeer uitgelaten en ontspannen was. Ik zeg daarop dat als je dronken bent, het altijd lijkt alsof er een ontspannen sfeer was. Ik nam waar dat het een dronken mensenmassa betrof. Ik zag dat de mensenmassa collega's bedreigde. Er werd aan collega's geduwd en getrokken; ze werden ook geslagen. Wij hoorden op dat moment ook weer hulpgeroep. Collega We. en ik begonnen met waarschuwen voor de honden op het moment dat wij aan de voet van de brug waren aangekomen. Wij hebben wel drie maal geschreeuwd dat mensen weg moesten voordat de eerste charge uitgevoerd werd. Er ging wel een aantal mensen weg, maar niet voldoende om te beslissen dat de charge niet uitgevoerd zou worden. Wij stonden aan de voet van de brug, dus er was voldoende ruimte voor de mensen om nog weg te lopen. Ze konden langs ons heen wegkomen. Ze konden ook langs de andere kant.

U houdt mij de verklaring voor van verzoeker dat hij niet weg kon en in een soort trechter terecht kwam vanwege geparkeerde auto's. Daar kan ik mij niet niets van herinneren. Volgens mij konden mensen wegkomen.

U houdt mij de verklaring van mijn collega We. voor inhoudende dat hij een vrouw met kinderwagen heeft zien wegkomen. Ik kan mij daarvan niets herinneren. Mijn collega stond aan de linkerkant van de brug, ik aan de andere kant.

U vraagt mij hoeveel tijd er zat tussen onze waarschuwingen en de eerste charge op de brug. Dat kan ik u niet zeggen. Zoveel tijd als het kost om eerst drie keer te waarschuwen.

Op de brug zijn de honden ingezet. Vervolgens is een cordon gevormd. Ik weet niet hoeveel later dit was. Een en ander volgde elkaar redelijk snel op. Je rent nog een stuk met de honden achter de mensen aan. Dan stop je en zorg je ervoor dat de mensen niet terugkomen op die plaats.

Tijdens een charge laat je de lijnen waaraan de honden zitten (die een totale lengte van twee meter hebben) vieren tot één meter.

Je laat de lijnen niet verder vieren dan één meter. U houdt mij voor dat volgens verzoeker de lijnen wel twee meter lang waren. Dat is beslist niet zo. Dat is tactisch gezien niet handig. Je hebt de honden dan te ver van het lichaam en hebt ze dan niet meer voldoende onder controle.

De meeste honden hebben in een situatie als deze geen commando meer nodig. Ze weten precies wat er aan de hand is en wat ze moeten doen, namelijk bijten als mensen zich niet verwijderen.

U vraagt mij of ik nog opmerkingen over deze zaak wil maken. Ik vind het knap dat verzoeker zich zoveel kan herinneren terwijl hij dronken was. Wij hebben verzoeker als eerste verbonden voordat de ambulance kwam. Een nuchter mens ligt dan te gillen van de pijn, dit was bij verzoeker zeker niet het geval.”

3. De geweldsrapportage van We. en J. van 22 januari 1999, waarnaar J. verwees, houdt onder meer het volgende in:

“Rapporteurs bevonden zich in uniform gekleed en belast met speciale opdracht, te weten het handhaven van de openbare orde in het 2e district: met name op en rond de Oudezijds Burgwallen en zorg te dragen voor de veiligheid van de overige collega's van het wijkteam.

Omstreeks 20.15 uur hoorden wij via de districtsportofoon een collega vragen om een extra politiepost op de Oudezijds Achterburgwal nabij café "Old Sailor". Meteen daarop hoorden wij die zelfde collega wederom, doch nu wat dringender, om extra politieposten, wij zijn meteen daarop mee de hondensurveillanceauto naar de genoemde locatie gereden vanaf het bureau Warmoesstraat. Tijdens het aanrijden naar de locatie hoorden wij, meerdere malen achter elkaar, via de districtsportofoon die zelfde collega roepen: "Assistentie collega".

Gekomen op de Oudezijds Achterburgwal nabij de Oude Kennissteeg zagen wij een zeer grote mensenmassa staan op de Oudezijds Achterburgwal aan beide zijden en op de brug over de Oudezijds Achterburgwal, tussen de Molensteeg en de Oude Kennsissteeg. Ik J., bracht het dienstvoertuig tot stilstand op de Oudezijds Achterburgwal/Oude Kennissteeg. Wij zagen dat er enkele collega's stonden op de brug en nabij de Molensteeg omgeven door een mensenmassa. Wij hoorden collega's schreeuwen om assistentie.

Onmiddellijk haalden wij onze diensthonden uit het voertuig en stelden wij ons op aan de voet van de voornoemde brug, in de richting van de Molensteeg. Wij riepen vervolgens, meerdere malen, de waarschuwing dat iedereen weg moest anders zou de hond worden ingezet. Wij zagen dat een enkeling uit die mensenmassa hierop reageerde en wegliep, doch dat het merendeel bleef staan en de in het nauw gebrachte collega' s steeds verder begon in te sluiten. Hierop hebben wij, met de diensthonden en de lange wapenstok, een korte charge gehouden, over de brug in de richting van de Molensteeg.

Ik, J., sloot daarop met de diensthond en enkele collega' s de Oudezijds Achterburgwal af nabij perceel 47, Ik,. We., sloot de Oudezijds Achterburgwal af nabij perceel 35. Wij zagen nu dat, de collega's nabij de Molensteeg iets meer ruimte kregen en over konden gaan tot het aanhouden van een verdachte. Bij deze charge zijn enkele onbekend gebleven personen gebeten en geslagen”.

F. Nadere reactie verzoeker

In reactie op de verklaringen van de betrokken ambtenaren en de geweldsrapportage deelde verzoeker mee dat hij bij zijn eerdere weergave van de gebeurtenissen bleef. Hij merkte op dat hij beslist niet dronken was geweest. Diegene die als zodanig was aangeduid, had ook geen schadeclaim ingediend. Verzoeker kon zich niets herinneren van een kinderwagen op de brug.

Achtergrond

1. Politiewet 1993

Artikel 8, eerste lid:

“De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.”

2. Schadevergoeding

In het geval van een klacht over een besluit van een bestuursorgaan tot afwijzing van een verzoek om schadevergoeding stelt de Nationale ombudsman zich terughoudend op. In zo'n geval is immers de burgerlijke rechter de instantie die bij uitsluiting bevoegd is om bindend te beslissen over de vraag of, op grond van bepalingen van burgerlijk recht, het betrokken bestuursorgaan is gehouden om de gestelde schade te vergoeden.

Alleen wanneer in zo'n geval naar het oordeel van de Nationale ombudsman de aanspraak van betrokkene op schadevergoeding, gezien de gronden waarop deze aanspraak berust, zo evident juist is dat het betrokken bestuursorgaan niet in redelijkheid tot zijn afwijzende besluit heeft kunnen komen, wordt dat besluit tot weigering van de gevraagde schadevergoeding aangemerkt als een niet-behoorlijke gedraging.

In de overige gevallen gaat de Nationale ombudsman ervan uit dat het in beginsel vrijstaat aan het betrokken bestuursorgaan om te betwisten dat het gehouden is tot het vergoeden van de gestelde schade, en om zich in verband daarmee op het standpunt te stellen dat de vraag naar die gehoudenheid - eventueel - moet worden beantwoord door de burgerlijke rechter. In die gevallen zal er voor de Nationale ombudsman geen reden zijn om het besluit tot weigering van de schadevergoeding aan te merken als een niet-behoorlijke gedraging.

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

Instantie: Regiopolitie Amsterdam-Amstelland

Klacht:

Optreden bij aanhouding van persoon in café, waarbij een toeloop van mensen ontstond: excessief en onnodig geweld toegepast, waarbij verzoeker door diensthond in zijn been is gebeten, geen aangifte willen opnemen terwijl op bureau geen sprake was van hectische situatie, toezegging telefonisch contact op te zullen nemen niet nagekomen.

Oordeel:

Geen oordeel

Instantie: Beheerder regiopolitie Amsterdam-Amstelland

Klacht:

Verzoek om schadevergoeding i.v.m. hondenbeet niet toegewezen.

Oordeel:

Niet gegrond