1998/475

Rapport
Op 2 maart 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer C. te Velp, met een klacht over een gedraging van de Sociale Verzekeringsbank, district Haarlem. Nadat verzoeker op 5 april nadere informatie had verstrekt, werd naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen, een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd:Verzoeker, die belast is met de afwikkeling van de nalatenschap van zijn overleden schoonmoeder S., klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank, district Haarlem:1.       een bedrag aan AOW-uitkering, dat na het overlijden op 1 februari 1997 van zijn schoonmoeder via het KLM-pensioenfonds ten onrechte is uitbetaald, bruto in plaats van netto terugvordert; 2.       hem naar aanleiding van gestelde vragen betreffende de (bruto) terugvordering onvoldoende uitleg heeft gegeven.

Achtergrond

zie BIJLAGE

Onderzoek

In het kader van het onderzoek werd de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank een aantal specifieke vragen gesteld. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Zowel verzoeker als de Sociale Verzekeringsbank deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:1. De feiten1.1. Op 1 februari 1997 overleed mevrouw S., de schoonmoeder van verzoeker. De erfgenamen van mevrouw S. hebben verzoeker gemachtigd om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van de nalatenschap van mevrouw S.1.2. In verband met het overlijden van mevrouw S. zond de Sociale Verzekeringsbank, district Haarlem, haar erven op 17 februari 1997 de volgende brief:"...Door het overlijden van mevrouw S. bestaat er recht op AOW-pensioen tot en met 1 februari 1997. In deze brief informeren wij u over de afsluiting van dit AOW-pensioen. Door de SVB te veel betaald AOW-pensioenWij konden niet voorkomen dat het AOW-pensioen tot het eind van de maand februari 1997 is doorbetaald. In totaal is f 1.487,13 te veel AOW-pensioen betaald. Nog door de SVB te betalen vakantie-uitkering Het recht op vakantie-uitkering voor AOW-pensioen liep tot en met 1 februari 1997. De vakantie-uitkering bedraagt f 764,47. Te veel betaald Hetgeen te veel is betaald verrekenen wij met de betaling(en) waar nog recht op bestaat. Wij verzoeken u daarom binnen 4 weken f 722,66 over te maken..."1.3. Bij brief van 20 februari 1997 liet KLM-Pensioenfondsen de erfgenamen - voor zover hier van belang - het volgende weten:"...Be indiging AOW-pensioen De uitkering van het AOW-pensioen ten behoeve van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) dient de dag na het overlijden be indigd te worden. Het teveel betaalde AOW-pensioen zal worden verrekend met de hierna genoemde - eventueel – verschuldigde uitkering(en). Op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) zal te zijner tijd een afrekening worden opgemaakt van de verschuldigde vakantie-uitkering over het AOW-pensioen. Wij hebben de Sociale Verzekeringsbank (SVB), district Haarlem, in kennis gesteld van het overlijden van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.). De SVB zal contact met u opnemen om u te informeren over de wijze van betaling van het vorenstaande..."1.4. De Sociale Verzekeringsbank herhaalde het onder 1.1. weergegeven betalingsverzoek in haar brief van 20 mei 1997.1.5. Verzoeker reageerde bij brief van 29 mei 1997 op het verzoek van de Sociale Verzekeringsbank. Hij liet de Sociale Verzekeringsbank het volgende weten:"...Van uw organisatie is geen bedrag ontvangen en derhalve ook geen onverschuldigd overgemaakt bedrag. Het pensioen werd door (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) ontvangen van de KLM-pensioenfondsen. Deze hield op het pensioen ook loonbelasting, sociale premies en ZFW-premie in. Bovendien bedroeg de vakantie-uitkering die verleend werd f 470,-, in plaats van de in uw brief van 17 februari 1996 vermelde f 764,47. Door de onduidelijkheden in uw brief (over welke periode wordt het bedrag teruggevorderd; werd dat bedrag inderdaad wel ontvangen; welke 'onverschuldigd betaalde' inhoudingen worden gerestitueerd; hoe sluit dit aan met het van de KLM ontvangen pensioen etc.) en het feit dat ik al een definitieve afrekening van de KLM-pensioenfondsen heb ontvangen, neem ik aan dat uw brieven op een misverstand berusten en zal dus niet aan uw verzoek tot terugstorting voldoen..."1.6. De Sociale Verzekeringsbank antwoordde bij brief van 10 juni 1997. Zij herhaalde daarin de letterlijke tekst van haar brief van 17 februari 1997, behoudens de volgende alinea:"...Te veel betaald De vordering is bruto berekend. Wij vragen ook een bruto bedrag van u terug. Omdat het pensioenfonds degene is die de inhoudingen verzorgt, beschikken wij niet over de gegevens om de vordering netto te berekenen. Voor teruggave van de loonheffing verwijzen wij u derhalve naar de Belastingdienst. Wij raden u aan om deze brief dan te overhandigen..."1.7. Verzoeker liet de Sociale Verzekeringsbank bij brief van 18 juni 1997 weten dat hij niet tot terugbetaling wenste over te gaan, aangezien hij van het KLM-pensioenfonds reeds een definitieve afrekening had ontvangen. Volgens deze afrekening ging het om een lagere uitkering dan waarvan de Sociale Verzekeringsbank in haar brieven uitging. Voorts had verzoeker al op basis van deze definitieve afrekening aangifte gedaan en de te veel betaalde belasting en sociale premies terugontvangen. Ten slotte liet verzoeker nog weten dat het verschil tussen het te veel betaalde AOW-pensioen en de nog te betalen vakantie-uitkering f 722,66 bedroeg.1.8. De Sociale Verzekeringsbank deelde verzoeker bij brief van 8 september 1997 het volgende mee:"...(De schoonmoeder van verzoeker; N.o.) ontving een AOW-pensioen van de Sociale Verzekeringsbank. Dit pensioen werd op verzoek sedert 1 september 1986 aangevuld met het haar toekomende bedrijfspensioen, uitbetaald via het KLM-pensioenfonds. Indien een ongehuwde pensioengerechtigde overlijdt wiens AOW-pensioen werd uitbetaald via een pensioenfonds, wordt het te veel betaalde AOW-pensioen over de maand van overlijden teruggevraagd van de erfgenamen. Immers, voor de afwikkeling van het AOW-pensioen en het bedrijfspensioen gelden verschillende procedures. Door het overlijden van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) op 1 februari 1997 bestond recht op 1 dag AOW-pensioen ten bedrage van f 55,07 en het opgebouwde vakantiegeld over de periode 1 mei 1996 tot en met 1 februari 1997, een bedrag van f 764,47. Aangezien het AOW-pensioen verschuldigd was tot en met de dag van overlijden is dit na het overlijden van de pensioengerechtigde overgemaakte bedrag van f 1487,13 - overigens te verminderen met een bedrag van f 764,47 aan vakantie-uitkering - geheel onverschuldigd uitbetaald. Het draagt dan ook niet (meer) het rechtskarakter van pensioen in de zin van de AOW. Ten aanzien van dit soort na overlijden "doorgeschoten" betalingen nemen wij het standpunt in dat zij geen deel uitmaken van de bij het overlijden opengevallen nalatenschap en dat zij dan ook buiten de erfrechtelijke afwikkeling daarvan staan. In artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de SVB bevoegd is al hetgeen onverschuldigd is uitbetaald terug te vorderen. Op grond van dit artikel vorderen wij dan ook een bedrag van f 722,66 van u terug. (...) Zoals wij u reeds eerder mededeelden wordt dit bedrag bruto teruggevorderd en dient u zich voor teruggave van teveel betaalde loonheffing en premies te wenden tot de Belastingdienst. De omstandigheid dat u reeds een definitieve afrekening omtrent het bedrijfspensioen van KLM ontving en de belastingaangifte hebt afgewikkeld doet niet af aan uw verplichting tot terugbetaling van het teveel betaalde ouderdomspensioen. Immers, bij brief van 17 februari 1997 hebben wij u reeds ingelicht over de terugvordering. (...) Indien dit bedrag niet v r 29 september 1997 op onze rekening is bijgeschreven, zullen wij de inning van deze vordering in handen stellen van de deurwaarder..."1.9. Verzoeker reageerde bij brief van 20 september 1997 als volgt op de brief van de Sociale Verzekeringsbank:"...U vat (...) mijn brieven van 29 mei en 18 juni niet juist samen. Door u wordt gesuggereerd dat (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) haar AOW van de SVB heeft ontvangen. Dit is onjuist. Er werd een ander bedrag van de KLM pensioenfondsen ontvangen (...). Wat niet ontvangen is kan ook niet 'terug'betaald worden. Uw brief van 10 juni was geen antwoord op mijn

brief van 29 mei, maar een herhaling van uw eigen brief van 17 februari. Zoals u bekend, maakt het AOW-pensioen deel uit van het nabestaandenpensioen van de KLM. Het door u genoemde verzoek is derhalve niet van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) afkomstig, maar is een afspraak tussen uw organisatie en de KLM Pensioenfondsen, waarmee (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) blijkbaar heeft ingestemd. Echter door u is van deze afspraak afgeweken. Niet duidelijk is waarom de terugvordering niet binnen deze afspraak valt, nu de februari-uitbetaling wel op grond van deze afspraak werd verricht. De procedure van de afwikkeling wordt uitgelegd in de brief van de KLM van 20 februari 1997, maar schijnbaar houdt u er w r andere procedures op na, zonder deze overigens te noemen noch te verduidelijken. In de brief van de KLM (zie onder 1.2.; N.o.) vermeldt deze onder het kopje 'Be indiging AOW-pensioen', dat het teveel betaalde zal worden verrekend met (door de KLM?) verschuldigde uitkeringen. (...) suggereert u wederom dat f 1487,13 onverschuldigd werd uitbetaald aan (de schoonmoeder van verzoeker N.o.). Op grond van de brief van de KLM ga ik er van uit dat dit bedrag met de uitkeringen is verrekend. Indien u stelt dat het bedrag onverschuldigd is uitbetaald, dan is dat door u aan het Pensioenfonds kennelijk onverschuldigd betaald. (...) Voor zover ik een 'zeker' bedrag van de KLM heb ontvangen, is het eventueel teveel betaalde verrekend. Los van het voorgaande begrijp ik niet dat, daar waar u bij directe uitbetaling van het AOW-pensioen zorgt voor inhouding van sociale premies en belasting, dat ineens voor de terugvordering niet meer zou kunnen..."1.10. De Sociale Verzekeringsbank gaf de vordering op de erfgenamen van mevrouw S. vervolgens uit handen aan een deurwaarder. Deze liet verzoeker uiteindelijk bij brief van 18 februari 1998 weten dat de Sociale Verzekeringsbank niet langer over de zaak wenste te corresponderen en dat aan hem opdracht was gegeven om bij geen betaling binnen acht dagen tot dagvaarding voor de kantonrechter over te gaan.2. Het standpunt van verzoekerVoor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtformulering onder

Klacht

. In zijn verzoekschrift merkte verzoeker nog het volgende op:"...1. Niet, dan wel onvoldoende wordt uitgelegd, waarom het volgens de SVB teveel betaalde bedrag niet verrekend kan worden via het KLM-Pensioenfonds;2. Niet, dan wel onvoldoende wordt uitgelegd, nu het om een gewone AOW-uitkering gaat, waarom de SVB niet beschikt, of met behulp van het KLM Pensioenfonds kan beschikken, over gegevens om de vordering netto te berekenen;3. Volgens het pensioenreglement van de KLM stopt de uitkering aan het eind van de maand waarin de uitkeringsgerechtigde overlijdt. Het KLM-Pensioenfonds heeft derhalve terecht 2 maanden in 1997 uitgekeerd, maar met een vakantie-uitkering die ruim f 200,- lager is dan waarop volgens de AOW recht bestaat. Dit is eveneens niet duidelijk;4. Niet, dan wel onvoldoende wordt uitgelegd, waarom het teveel betaalde bedrag, dat de SVB niet aan mij betaalde, maar aan het KLM-Pensioenfonds, van mij moet worden teruggevorderd omdat het 'rechtskarakter' is gewijzigd;5. Tot slot vind ik het jammer dat mijn brief van 20 september 1997 waarin ik de vragen nogmaals geconcretiseerd heb, geen antwoord heb ontvangen, maar een maand later een sommatie van de deurwaarder om te betalen. In de brief van 18 februari 1998 van de deurwaarder, laat de SVB kenbaar maken niet te willen corresponderen en met mijn vragen naar de Kantonrechter te gaan..." 3. Het standpunt van de Sociale Verzekeringsbank Naar aanleiding van de klacht van verzoeker deelde de Sociale Verzekeringsbank het volgende mee:"...1) Betaling van AOW-pensioenen en nabestaandenuitkeringen vinden in de regel plaats door de Sociale Verzekeringsbank. Ingevolge de artikel 19 AOW en 48 AOW is echter een ministeri le regeling getroffen op grond waarvan andere organen dan de Sociale Verzekeringsbank betalingen kunnen verrichten indien hen daartoe een vergunning is verleend. Aan het KLM-pensioenfonds is in het verleden een zulke vergunning verleend. Dergelijke vergunningen zijn verder verleend aan iets meer dan 15 pensioenfondsen. Per pensioenfonds heeft de Sociale Verzekeringsbank in het ver-leden afspraken gemaakt over de wijze waarop omgegaan diende te worden met verschillende aspecten van de betalingen, waaronder de betaling van pensioenen in de maand van overlijden. Bij het maken van deze afspraken werd het grootste probleem gevormd door het feit dat de verschillende pensioenfondsen verschillende reglementen hebben en verschillende administratieve procedures hanteren. Hierdoor konden afspraken met pensioenfondsen uiteenlopen per pensioenfonds, waarbij echter altijd is getracht de afspraken zoveel mogelijk af te stemmen op de wensen van pensioengerechtigden. Deze afstemming was met name betreffende de be indiging van pensioenen na overlijden tot op grote hoogte mogelijk doordat pensioenreglementen en wettelijke voorschriften geen grote verschillen kenden. Met ingang van 1 januari 1997 is het regime betreffende de be indiging van AOW-pensioenen en nabestaandenuitkeringen door overlijden drastisch gewijzigd. Bestond voorheen de regel dat het volledige pensioen over de maand van overlijden werd uitbetaald, met ingang van 1 januari 1997 eindigt het recht met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden. Hierdoor lopen de wettelijke regeling en de pensioenreglementen niet langer parallel (pensioenreglementen voorzien nog immer in uitbetaling van de gehele maand over overlijden). Naar aanleiding van de wijziging per 1 januari 1997 is de Sociale Verzekeringsbank in contact getreden met de vergunninghoudende pensioenfondsen. Deze hebben echter kenbaar gemaakt geen mogelijkheden te zien hun administratie zodanig aan te passen dat zij over de maand van overlijden een gedeelte van het AOW-pensioen of de nabestaandenuitkering konden terugvorderen of de loonheffing konden aanpassen. De Sociale Verzekeringsbank is daarom overgegaan tot terugvordering van de te veel betaalde bedragen over de maand van overlijden. Deze terugvordering dient bruto te geschieden aangezien aan de vergunninghoudende pensioenfondsen vanuit het AOW- en Anw-fonds bruto bedragen beschikbaar zijn gesteld. Deze bruto bedragen dienen ook weer te worden teruggestort in het fonds. Verschillende problemen spelen indien zou worden besloten van het loonheffingsgedeelte van het uitbetaalde pensioen af te zien. Ten eerste kan niet worden vastgesteld hoeveel loonheffing is ingehouden (moet daarbij bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de belastingvrije voet en belastingschijf?). Voorts zouden gerechtigden ook indien de loonheffing niet wordt teruggevorderd bij de Belastingdienst de loonheffing kunnen terugvragen over het gedeelte van de betaling dat zij hebben teruggestort. Ten slotte zou er ongelijkheid ontstaan tussen personen die direct door de Sociale Verzekeringsbank betaald worden en personen die betaald worden door een pensioenfonds. De Sociale Verzekeringsbank realiseert zich dat de werkwijze sedert 1 januari 1997 enig ongemak met zich mee kan brengen voor de erven van overleden gerechtigden. Wij geloven echter niet dat dit ongemak kan opwegen tegen de belangen die zijn gediend door een correcte uitvoering van de wet en zorgvuldig fondsbeheer. In de situatie van de erven van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.) vond betaling van het AOW-pensioen plaats door het KLM-pensioenfonds. De Sociale Verzekeringsbank is daarom overgegaan tot terugvordering van het te veel betaalde bruto AOW-pensioen. Nadat door de erven was medegedeeld dat zij problemen hadden met het feit dat het bruto bedrag werd teruggevorderd, heeft een medewerker van het districtskantoor Haarlem nog contact opgenomen met het KLM-pensioenfonds. Uit dit contact bleek dat het KLM-pensioenfonds niet bereid was nadere gegevens omtrent de uitbetaling van pensioen aan cli nte te verstrekken. Het was daarom ook in het specifieke geval van (de schoonmoeder van verzoeker; N.o.), ondanks het feit dat het uitbetalen van de AOW-uitkering en de terugvordering in hetzelfde belastingjaar hebben plaatsgevonden, niet mogelijk om met het KLM-pensioenfonds tot een afspraak voor verrekening te komen. In uitzonderingsgevallen, wanneer is gebleken dat terugbetaling van het bruto teruggevorderde bedrag in n keer moeilijkheden voor betrokkene met zich meebrengt, kan de SVB bij de invordering van het teveel betaalde bedrag rekening houden met de financi le situatie van betrokkene. In deze situatie wordt het bedrag dat aan de belastingdienst is afgedragen pas ingevorderd wanneer dit bedrag ook daadwerkelijk door betrokkene terugontvangen is. In de onderhavige zaak is de SVB echter niet gebleken van financi le problemen bij de erven van cli nte. Wij stellen ons dan ook op het standpunt dat de bruto terugvordering, zoals die door de SVB is ingesteld, terecht is. 2) In de AOW is geen bepaling opgenomen die de datum van be indiging van het pensioen in geval van overlijden regelt. Uit de toelichting bij de wet waarbij artikel 18 AOW is gewijzigd, blijkt dat het recht op uitkering van rechtswege ophoudt met ingang van de dag na overlijden. Door de SVB wordt dan ook het over de resterende dagen in de maand van overlijden te veel betaalde AOW-pensioen teruggevorderd. Bedrijfspensioenfondsen handelen in deze gevallen volgens een eigen pensioenreglement. Uit de brief van (verzoeker; N.o.) van 13 februari 1998 blijkt ook dat het KLM-pensioenfonds de regel hanteert dat het pensioen in de maand van overlijden nog in zijn geheel tot uitkering komt. De SVB acht het op basis van het bovenstaande gerechtvaardigd dat het gedeelte van het uitgekeerde pensioen dat AOW-pensioen is, wordt teruggevorderd van de erfgenamen vanaf de dag na overlijden. 3) De SVB kan niet inzien hoe fiscaal nadeel geleden kan worden nu er slechts loonheffing wordt geheven over het bedrag dat door haar wordt uitbetaald. Bovendien heeft de uitbetaling van het AOW-pensioen en de loonheffing in hetzelfde jaar plaatsgevonden waardoor er geen verschil in belastingtarieven kan zijn opgetreden..."4. De reactie van verzoekerVerzoeker reageerde als volgt op het standpunt van de Sociale Verzekeringsbank:"...Be indigingsdatum AOW (...) onder punt 1), vermeldt de SVB dat de be indiging van de AOW drastisch is gewijzigd. Onder punt 2) (...) wordt aangegeven dat de be indiging van het pensioen helemaal niet in de AOW wordt geregeld. Hoe kan deze nu drastisch wijzigen? Tevens wordt (...) aangegeven dat 'voorheen' het volledige pensioen over de maand van overlijden werd uitbetaald. Volgens artikel 17 lid 3 bestaat dat recht mijns inziens nog steeds. Er zou dan op dit punt geen afwijkende regeling met de pensioenfondsen zijn. Ook Samsom's Praktijkgids (...) geeft aan dat de volledige maand wordt uitbetaald. Verrekenen van Sociale Premies en Belasting(...) onder punt 1) vermeldt de SVB dat niet kan worden vastgesteld hoeveel belasting is ingehouden. Onder punt 3) (...) wordt aangegeven dat er belasting wordt geheven over het door haar uitbetaalde bedrag. De SVB kende de persoonlijke situatie (alleenstaand) en kon derhalve over het eventueel terug te betalen AOW-bedrag de (retour)belasting en sociale premie verrekenen. Over het ontstaan van ongelijkheid tussen personen aan wie de SVB direct betaalt, dan wel indirect, voel ik mij juist ongelijk behandeld. Iemand aan wie de SVB de AOW rechtstreeks betaalt, krijgt zijn uitkering netto. De inhouding geschiedt door de SVB. Nu wordt het teveel betaalde verhaald en moet dit ineens bruto. Mijns inziens is er met de Belastingdienst een rekening-courantverhouding, waarbinnen zowel inhoudingen als teruggaven kunnen worden verrekend. De inkomstenaanslag en successie werden met de erfgenamen geregeld voordat de vordering van de SVB duidelijk werd. Omdat ik ervan uitging met de SVB tot een regeling te kunnen komen, heb ik nog geen contact opgenomen met de Belastingdienst. Communicatie(...) onder punt 1) vermeldt de SVB dat een medewerker contact heeft opgenomen met het KLM-Pensioenfonds. Ik ben daarover niet ge nformeerd, noch over het antwoord van het Pensioenfonds. Anders had ik in overleg met de SVB geprobeerd om het Pensioenfonds bereid te krijgen gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld via een machtiging. (...) onder punt 1) vermeldt de SVB dat een regeling ten aanzien van de teruggave van de belasting mogelijk is bij financi le problemen. Op welke wijze de SVB "niet is gebleken" van financi le problemen weet ik niet. Men heeft mij daar nooit naar gevraagd. Samenvattend betwijfel ik nu dus of de terugvordering terecht is. Mocht de terugvordering terecht worden ingesteld, dan zou dit volgens mij netto moeten zijn. Met name is er onvoldoende afstemming geweest gedurende de afhandelingsperiode..."

Beoordeling

I. Ten aanzien van de be indiging van de AOW-uitkering op de dag na het overlijden1. Verzoeker, die belast is met de afwikkeling van de nalatenschap van zijn overleden schoonmoeder mevrouw S., wijst erop dat de Sociale Verzekeringsbank, district Haarlem, ten onrechte een bedrag van f 722,67 aan te veel betaalde AOW-uitkering terugvordert. Hij stelt zich op het standpunt dat de uitkering over de maand van overlijden in haar geheel moet worden uitbetaald.2. Verzoeker kan niet in zijn standpunt worden gevolgd. Artikel 18 van de Algemene ouderdomswet (zie

Achtergrond

, onder 1.) bepaalt dat met ingang van de dag na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde het ouderdomspensioen in de vorm van overlijdensuitkering aan een aantal specifieke betrokkenen wordt uitbetaald. Hieruit moet worden afgeleid dat de ouderdomsuitkering eindigt op de dag na het overlijden en dat, indien er geen betrokkenen zijn als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a tot en met c, na deze dag geen uitkering meer wordt gedaan. Deze uitleg is ook in overeenstemming met het voorbeeld dat in de memorie van toelichting is gegeven. Voor zover verzoeker ter onderbouwing van zijn standpunt een beroep doet op artikel 17, derde lid, van de Algemene ouderdomswet, treft dit beroep geen doel. Artikel 17 ziet op de intrekking of herziening van de uitkering bij leven van de uitkeringsgerechtigde en niet op de be indiging in verband met het overlijden van degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend.II. . Ten aanzien van de bruto terugvordering1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat de Sociale Verzekeringsbank het te veel betaalde ouderdomspensioen bruto in plaats van netto terugvordert.2. Voor de beoordeling van dit klachtonderdeel wordt uitgegaan van het volgende. De Sociale Verzekeringsbank heeft de bruto AOW-uitkering over de maand februari 1997 voor betaling aan verzoekers schoonmoeder aan KLM-Pensioenfondsen beschikbaar gesteld. Dit pensioenfonds heeft vervolgens de noodzakelijke inhoudingen verricht en de uitkering netto, samen met het KLM-pensioen, uitgekeerd aan verzoekers schoonmoeder. KLM-pensioenfondsen trad op als inhoudingsplichtige. Indien de Sociale Verzekeringsbank de uitkering rechtstreeks aan verzoekers schoonmoeder zou hebben uitbetaald, dan zou de Sociale Verzekeringsbank inhoudingsplichtig zijn geweest. In beide gevallen kon slechts verzoekers schoonmoeder, als belasting- plichtige, (of haar erven) eventueel ten onrechte afgedragen loonbelasting en premies terugvorderen. Voor terugvordering door een inhoudingsplichtige ontbreekt een grondslag. Het lag derhalve op de weg van verzoeker om te veel betaalde loonbelasting/premies terug te vorderen. In het verlengde daarvan ligt dat de Sociale Verzekeringsbank de te veel betaalde AOW-uitkering bruto kon terugvorderen. Voorts beroept verzoeker zich er nog op dat hij op grond van de brief van de KLM-pensioenfondsen van 20 februari 1997 ervan was uitgegaan dat de te veel betaalde AOW-uitkering al was verrekend. Hij had op basis van de definitieve afrekening van KLM-pensioenfondsen aangifte gedaan. Een en ander dient voor rekening van verzoeker te blijven. De brieven van de Sociale Verzekeringsbank van 17 februari 1997 en 20 mei 1997, in samenhang met de brief van KLM-pensioenfondsen van 20 februari 1997 laten er geen misverstand over bestaan dat de Sociale Verzekeringsbank zou overgaan tot terugvordering van de te veel betaalde AOW-uitkering. Immers, in laatstgenoemde brief wordt vermeld dat de Sociale Verzekeringsbank contact met verzoeker zal opnemen om hem te informeren over de wijze van betaling van het verschil tussen het te veel betaald AOW-pensioen en vakantie-uitkering. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. III. Ten aanzien van informatieverstrekking door de Sociale Verzekeringsbank 1. Verder klaagt verzoeker erover dat de Sociale Verzekeringsbank hem onvoldoende uitleg heeft gegeven over de bruto terugvordering van de AOW-uitkering van zijn schoonmoeder.2. Verzoeker heeft de Sociale Verzekeringsbank in zijn brief van 29 mei 1997 de volgende vragen gesteld:- over welke periode wordt het bedrag teruggevorderd; - werd dat bedrag inderdaad wel ontvangen; - welke 'onverschuldigd betaalde' inhoudingen worden gerestitueerd; - hoe sluit dit aan bij het van de KLM ontvangen pensioen.3. In de brief van 10 juni 1997 aan verzoeker herhaalde de Sociale Verzekeringsbank dat het recht op AOW-pensioen bestond tot en met 1 februari 1997. Ten onrechte was AOW-pensioen over de hele maand februari 1997 aan KLM-Pensioenfondsen uitbetaald. De vordering werd bruto teruggevorderd. Aangezien KLM-Pensioenfondsen de inhoudingen verzorgde, beschikte de Sociale Verzekeringsbank namelijk niet over de gegevens om de vordering netto te berekenen. Voor teruggave van de loonheffing verwees de Sociale Verzekeringsbank verzoeker naar de Belastingdienst.

4. De Sociale Verzekeringsbank heeft verzoeker duidelijk antwoord gegeven op de vraag over welke periode de uitkering werd teruggevorderd. Ook moet voor verzoeker duidelijk zijn geworden dat KLM-pensioenfondsen het bruto ontvangen bedrag, na inhoudingen, netto heeft doorbetaald. Onduidelijk is echter gebleven waarom verzoeker de uitkering bruto diende terug te betalen. Eerst in de reactie naar aanleiding van verzoekers klacht heeft de Sociale Verzekeringsbank uiteengezet dat het bruto uitgekeerde bedrag dient te worden teruggestort in het AOW-fonds en aangegeven welke problemen zouden spelen indien zou worden besloten om af te zien van terugvordering van het loonheffingsgedeelte van het AOW-pensioen. Ook heeft de Sociale Verzekeringsbank pas in deze reactie aangegeven waarom het niet mogelijk was om met KLM-Pensioenfondsen tot een verrekening te komen. Het bovenstaande leidt ertoe dat de gedraging op dit punt niet behoorlijk is.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de Sociale Verzekeringsbank, district Haarlem, die wordt aangemerkt als een gedraging van Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen, is niet gegrond, behoudens wat betreft de uitleg die de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen, district Haarlem, heeft gegeven over de terugvordering; op dit punt is de klacht gegrond. BIJLAGE ACHTERGROND 1. Algemene ouderdomswet (Wet van 31 mei 1956, Stb. 281) Artikel 17, derde lid:"De intrekking van het ouderdomspensioen of de herziening daarvan, welke voortvloeit uit een wijziging der omstandigheden en welke een verlaging van dit ouderdomspensioen tot gevolg heeft, gaat (...) in op de eerste dag der maand, volgende op die, waarin de dag is gelegen met ingang waarvan degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, daarvoor niet meer in aanmerking komt, onderscheidenlijk voor een lager ouderdomspensioen in aanmerking komt (...)" Artikel 18, eerste lid:"Na het overlijden van degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden, ouderdomspensioen in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde." b. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten (Memorie van Toelichting, Tweede Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 24 258, nr. 3) "Hoogte van de uitkering Ten aanzien van de hoogte van de overlijdensuitkering is het uitgangspunt bij de berekening hiervan, anders dan in enkele gevallen thans het geval is, de hoogte van de uitkering op de dag (...) of de maand van het overlijden. Vanaf de dag na het overlijden zal over twee maanden aan de hiervoor genoemde rechthebbende of rechthebbenden een overlijdensuitkering worden uitbetaald. Dit betekent dat in geval de uitkeringsgerechtigde op 10 januari overlijdt hij tot en met 10 januari recht heeft op zijn reguliere uitkering. De genoemde belanghebbende of belanghebbenden hebben daarna recht op uitbetaling van een overlijdensuitkering over de periode 11 januari tot en met 10 maart..."

2. Burgerlijk Wetboek Artikel 6:203, eerste en tweede lid:"1. Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen.2. Betreft de onverschuldigde betaling een geldsom, dan strekt de vordering tot teruggave van een gelijk bedrag."3. Wet op de loonbelasting 1964(Wet van 16 december 1964, Stb. 521) Artikel 1:"Onder de naam 'loonbelasting' wordt van werknemers een directe belasting geheven." Artikel 27, eerste en tweede lid:"1. De belasting wordt geheven door inhouding op het loon.2. Indien de werknemer ook premieplichting is voor de volksverzekeringen geschiedt de inhouding van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in n bedrag dan wel in een percentage, (...)"4. Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965(Besluit van 17 mei 1965, Stb. 202) Artikel 11, eerste lid, onder f:De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende tot het belastbare inkomen (...) in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 behorende inkomsten genieten:(...) f. uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet..."

Instantie: Sociale Verzekeringsbank Haarlem

Klacht:

AOW-uitkering ten onrechte bruto teruggevorderd en daarover onvoldoende uitleg gegeven.

Oordeel:

Niet gegrond