Politie verleent onvoldoende nazorg aan nabestaanden

Brief

Een man diende bij de Nationale ombudsman een klacht in over de nazorg die de politie had verleend na het overlijden van zijn dochter. De man klaagde er bij de politie over dat de officier van dienst niet (tijdig) Slachtofferhulp Nederland had ingeschakeld. De man had dit na het overlijden zelf moeten doen. Hij vond dat de politie daarmee onvoldoende medeleven richting hem en zijn familie had getoond.

De politiechef stelde dat de officier van dienst aan het einde van zijn dienst zijn werkzaamheden – aan een collega – overdroeg. Hierbij deed hij het verzoek om onder andere de volgende dag Slachtofferhulp Nederland in te schakelen. De politiechef erkende dat dit daarna niet goed was gegaan. Volgens de politiechef was de officier van dienst hier als individuele medewerker niet verantwoordelijk voor te houden. De politiechef achtte de klacht daarom ongegrond.

De man was het niet eens met dit oordeel van de politiechef. Hij vond dat de politiechef de klacht gegrond had moeten verklaren. Daarom wendde hij zich tot de Nationale ombudsman.

De Nationale ombudsman vindt dat de nazorg na het overlijden van de dochter van de man beter had gemoeten. Hij heeft te laat hulp gekregen. Het is belangrijk dat de politie nabestaanden in een vroeg stadium duidelijk maakt wat de taak van Slachtofferhulp Nederland is en dat de politie de nazorg op gang brengt.

De ombudsman kan de politiechef niet volgen dat de klacht ongegrond zou zijn omdat de gang van zaken de officier van dienst niet kan worden aangerekend. Gedragingen van politieambtenaren worden de politiechef namelijk aangerekend. De behandeling van klachten is voor de politie een kans om lessen uit te trekken voor de organisatie als geheel. De politiechef erkent dat de nazorg – vanuit de politieorganisatie – tekort is geschoten. Gelet hierop had hij de klacht volgens de ombudsman gegrond moeten verklaren.