COA onderbouwt oordeel over klacht over arbeidsconflict onvoldoende

Brief

Een vrijwilligerswerker bij het COA werd na een arbeidsconflict met een vaste kracht door het COA ontslagen. Hij diende hierover een klacht in bij het COA met zijn kant van het verhaal. Het COA stelde vast dat de vaste kracht de vrijwilliger agressief vond en zich door hem geïntimideerd had gevoeld. Ontslag was daarom begrijpelijk en juist volgens COA.
De coördinator van de vrijwilligersorganisatie diende ook een klacht in bij het COA. Het COA antwoordde haar dat nu de vrijwilliger zelf al een klacht had ingediend, de klachtbehandeling zou verlopen via de vrijwilliger. De coördinator zei dat zij zelf een klacht indiende, niet namens de vrijwilliger. Het COA liet daarna niets meer aan haar horen.

Zowel de vrijwilliger als de coördinator waren hiermee niet tevreden en dienden daarom allebei bij de ombudsman een klacht in.

De ombudsman vindt dat het COA uit gaat van de visie van de vaste medewerker dat de vrijwilliger als agressief werd ervaren. Het COA vond dat zwaar genoeg wegen om tot de conclusie te komen dat het ontslag van de vrijwilliger juist was. Het COA heeft niet onderbouwd waarom de ervaring van de vaste medewerker bepalend is geweest bij de beoordeling van de klacht. De vrijwilliger had in zijn klachtbrief geschreven dat ook hij zich bedreigd had gevoeld door het agressieve gedrag van de vaste medewerker, dat die hem had uitgescholden en zijn telefoon uit zijn hand had gerukt.
Niet duidelijk is hoe zijn ervaring is meegewogen in het oordeel over de klacht. In het bijzonder ontbreekt in dat verband uitleg van het COA aan de vrijwilliger over waarom alleen hem zo'n vergaande maatregel is opgelegd. De ombudsman vindt dit in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van goede motivering en vindt de klacht daarover daarom gegrond.

De ombudsman vindt de klacht van de coördinator ook gegrond. Het COA had geen contact met haar gelegd om haar te vragen naar de kern van haar klacht, ook niet nadat zij had aangegeven dat ze namens zichzelf klaagde. Het COA liet gewoonweg niets meer horen. Het COA zorgde er zo voor dat haar klacht niet werd behandeld. Dit vindt de ombudsman in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van fair play. Dat houdt in dat de overheid de burger de mogelijkheid geeft om zijn procedurele kansen te benutten en daarbij zorgt voor een eerlijke gang van zaken.