OM had eerder duidelijkheid moeten geven bij klacht binnentreden woning

Brief

De politie was in de woning van een vrouw binnengetreden om haar meerderjarige zoon als verdachte aan te houden voor een strafbaar feit. De vrouw klaagde er bij het Openbaar Ministerie (OM) over dat de machtiging tot binnentreden niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Zij ging ervan uit dat het OM de machtiging tot binnentreden had verleend, omdat de officier van justitie het bevel had gegeven om haar zoon buiten heterdaad aan te houden. Het OM reageerde niet inhoudelijk op de klacht en verwees de vrouw naar de klachtenprocedure bij de politie. De vrouw klaagde er bij de Nationale ombudsman over dat het OM hiermee geen verantwoordelijkheid nam voor de fouten in machtiging tot binnentreden.

De Nationale ombudsman heeft het OM verzocht om te verduidelijken of het OM (mede) verantwoordelijk is voor de machtiging tot binnentreden. Het OM legde vervolgens uit dat de officier van justitie alleen toestemming aan de politie had gegeven om de zoon buiten heterdaad aan te houden. De politie kan vervolgens zelfstandig invulling geven aan de manier waarop een aanhouding wordt verricht. De politie heeft er in dit geval voor gekozen om in de woning van de vrouw binnen te treden om haar zoon aan te houden. Verder lichtte het OM toe dat de machtiging tot binnentreden is opgesteld door de hulpofficier van justitie. En dat de hulpofficier van justitie geen OM-medewerker, maar een politiemedewerker is. Dit alles maakte dat niet het OM, maar de politie in dit geval verantwoordelijk is voor de machtiging tot binnentreden.

De vrouw en de Nationale ombudsman konden deze uitleg van het OM volgen. Wel gaf de ombudsman als leerpunt aan het OM mee dat het beter was geweest als het OM eerder duidelijk uitleg aan de vrouw had gegeven. Daarbij wees de ombudsman erop dat het van belang is dat het OM zich er steeds van bewust is dat een strafrechtelijk onderzoek voor veel burgers onbekend terrein is.