2020/029 Klacht over seponeren belagingszaak door OM met sepotcode 02 in plaats van 01

Rapportnummer
2020/029
Rapport

Verzoeker is door de politie als verdachte aangemerkt van belaging. Het OM heeft besloten verzoeker niet strafrechtelijk te vervolgen en heeft de belagingszaak geseponeerd wegens onvoldoende bewijs (code 02).

Verzoeker klaagt erover dat het OM heeft geweigerd om de sepotcode te wijzigen naar code 01 wat inhoudt dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Volgens verzoeker is valse aangifte tegen hem gedaan. Verzoeker vindt dat de politie de aangifte onvoldoende heeft onderzocht, waardoor hij te lichtvaardig als verdachte is aangemerkt. Volgens verzoeker voert de aangever een hetze tegen hem en zijn familie. Verzoeker heeft geprobeerd om zijn onschuld aan te tonen door schriftelijke getuigenverklaringen bij het OM in te brengen. Verzoeker is ook een artikel 12 Strafvorderingsprocedure bij het gerechtshof gestart om strafvervolging van de aangever te krijgen voor het doen van valse aangifte.

Het OM heeft het verzoek om wijziging van de sepotcode afgewezen, maar heeft die beslissing onvoldoende onderbouwd. De ombudsman vond de motivering van het OM daarom onbegrijpelijk. Op verzoek van de ombudsman heeft het OM de afwijzingsbeslissing nader gemotiveerd.

De ombudsman komt tot de conclusie dat het OM het redelijkheidsvereiste niet heeft geschonden door te weigeren de sepotcode te wijzigen. De gedetailleerde aangifte waarin specifieke tijdstippen en het merk en kenteken van de auto van verzoeker werden genoemd was voldoende voor de verdenking tegen verzoeker. Na het ontstaan van de verdenking is verzoekers ondubbelzinnige onschuld niet komen vast te staan. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de schriftelijke getuigenverklaringen die verzoeker in deze zaak heeft ingebracht onvoldoende bewijs opleveren voor een valse aangifte. De ombudsman moet op grond van artikel art. 9:27, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht deze bindende uitspraak van het gerechtshof respecteren. Daarom vindt de ombudsman dat er onvoldoende bewijs is voor een valse aangifte. Verder heeft verzoeker naar het oordeel van de ombudsman geen andere feiten of omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een sluitend alibi, naar voren gebracht waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat verzoeker onschuldig is.

Instantie:

Klacht:

Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over het Openbaar Ministerie ongegrond

Oordeel:
Niet gegrond