2019/057 Politie Midden-Nederland brengt vrouw met verward gedrag tegen haar wil geboeid over naar politiebureau en sluit haar in in observatiecel

Rapport

Verzoekster kwam een winkel in Hilversum binnen en zei dat ze bedreigd was door een aantal buren. Twee politieambtenaren zijn naar de winkel gekomen. Volgens de politieambtenaren kwam verzoekster erg verward over. Omdat zij wisten dat psychiatrische hulp lang op zich zou laten wachten, wilden de politieambtenaren haar niet op straat aan haar lot overlaten. Daarom hebben zij haar – tegen haar wil en geboeid – meegenomen naar het politiebureau. Verzoekster heeft meerdere keren duidelijk aangegeven dat zij niet mee wilde en dat ook niet hoefde, aangezien zij geen dader is. Op het politiebureau is verzoekster in een observatiecel geplaatst. Op haar verzoek om rechtshulp werd door de politie negatief gereageerd. Ongeveer vijf uur later kwam de Crisisdienst bij verzoekster in de cel. Snel daarna vertelde de politie haar dat ze mocht gaan.

Verzoekster klaagt er bij de Nationale ombudsman over dat zij tegen haar wil en geboeid door de politie Midden-Nederland is overgebracht naar het politiebureau in Hilversum. Zij is daar ingesloten in een observatiecel. Pas na ongeveer vijf uur is zij beoordeeld door de Crisisdienst. Ook klaagt zij erover dat de arrestantenbewaking haar tijdens haar verblijf in de observatiecel geen eten en drinken heeft aangeboden. Ten slotte klaagt zij erover dat de politie haar verzoek om juridische bijstand heeft geweigerd.

De Nationale ombudsman vindt dat de politie in strijd heeft gehandeld met het vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten – in dit geval het recht op persoonlijke vrijheid – worden gerespecteerd.

Artikel 25 van de Ambtsinstructie van de politie schrijft voor dat de politie in het kader van hulpverlening iemand naar het politiebureau mag brengen en in mag sluiten. De voorwaarde is dat hij of zij daar wel mee instemt. In dit geval wilde verzoekster niet mee naar het bureau. Dit maakt de gedraging onrechtmatig.

Daarnaast overweegt de Nationale ombudsman dat in dit geval de omstandigheden niet zo zwaarwegend waren dat het behoorlijk was om verzoekster tegen haar wil mee te nemen en in te sluiten op het politiebureau. Ze vertoonde verward en agressief gedrag, maar dit leverde onvoldoende aanwijzingen op dat zij een gevaar voor zichzelf en haar omgeving vormde. De klacht is daarom gegrond.

Ook het gebruik van handboeien acht de Nationale ombudsman niet rechtmatig en behoorlijk. Daarmee heeft de politie gehandeld in strijd met het vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten – in dit geval het recht op onaantastbaarheid van het lichaam – worden gerespecteerd. De klacht is gegrond.

Door het verzoek om rechtshulp te weigeren heeft de politie niet in strijd gehandeld met het vereiste van bijzondere zorg. Verzoekster was immers geen verdachte in de zin van het Wetboek van Strafvordering. Wel had het op de weg van de politie gelegen verzoekster, nu zij zonder wettelijke basis van haar vrijheid was beroofd en in een kwetsbare positie verkeerde, in de gelegenheid te stellen om telefonisch contact te leggen met iemand uit haar omgeving.

Over de klacht over het niet aanbieden van eten en drinken heeft de Nationale ombudsman geen oordeel, omdat de verklaringen van verzoekster en de politieambtenaren tegenover elkaar staan. De Nationale ombudsman kan niet achterhalen wat er feitelijk is gebeurd.

Instantie: Politie-eenheid Midden-Nederland

Klacht:

overbrenging naar en insluiting van verzoekster op het politiebureau 

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Politie-eenheid Midden-Nederland

Klacht:

verzoekster geboeid

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Politie-eenheid Midden-Nederland

Klacht:

lange verblijfsduur in de politiecel

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Politie-eenheid Midden-Nederland

Klacht:

weigeren van juridische bijstand

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie:

Klacht:

niet aanbieden van eten en drinken aan verzoekster

Oordeel:

Geen oordeel