2018/021 Defensie voldoet niet aan zorgplicht voor ziek personeelslid Koninklijke Marechaussee rond uitzending

Rapportnummer
2018/021
Rapport

De Veteranenwet voorziet sinds 2014 in de instelling van een onafhankelijke Veteranenombudsman, ondergebracht bij Nationale ombudsman. De Veteranenombudsman ziet toe op de juiste bejegening van veteranen door (overheids)instanties die zich bezighouden met de zorg voor veteranen.

Verzoeker is een veteraan van de Koninklijke Marechaussee. In 2013 beveiligde hij een minister bij een bezoek aan vluchtelingenkampen in Libanon en Jordanië. Na terugkomst bleek hij ziek te zijn als gevolg van een infectie. Dit leidde tot een chronische ziekte. Uiteindelijk werd verzoeker afgekeurd als militair en heeft hij de dienst verlaten.

Verzoeker klaagde over dat:

  1. de KMar hem onvoorbereid op reis heeft gestuurd;
  2. de KMar hem onvoldoende heeft begeleid in het kader van zijn re-integratie;
  3. de KMar zijn dienstverband onvoldoende zorgvuldig heeft beëindigd.

De Veteranenombudsman overweegt over de eerste klacht onder meer dat een risico inventarisatie en evaluatie had moeten zijn gemaakt, en dat deze ontbrak. Ook heeft de minister niet aangetoond dat verzoeker vóórdat hij op reis ging de nodige informatie had gekregen. Dit leidt tot de conclusie dat de KMar verantwoordelijk was voor de voorbereiding van de reis en dat de minister als werkgever de bijzondere zorgplicht niet heeft nageleefd.

De Veteranenombudsman overweegt over de tweede klacht onder meer dat de KMar verzoeker weinig tot geen steun heeft verleend bij de procedurele en administratieve afwikkeling van zijn dienstongeval. Met name omdat hij zelf zijn proces-verbaal van het ongeval heeft moeten opmaken. Ook is niet gebleken dat, en zo ja, hoe, de casemanager verzoeker zou hebben ondersteund. De Veteranenombudsman komt tot de conclusie dat uit het onderzoek niet blijkt dat de KMar verzoeker steun heeft verleend bij zijn re-integratie en dat de minister als werkgever ook op dit punt de bijzondere zorgplicht niet heeft nageleefd.

De Veteranenombudsman overweegt over de derde klacht onder meer dat de KMar geen exitgesprek met verzoeker heeft gevoerd, en dat hij zelf de veteranenstatus en zijn schildje moest aanvragen. Dit is in strijd met het geldende beleid.

het vereiste van betrouwbaarheid, niet behoorlijk
het vereist van betrouwbaarheid, niet behoorlijk
het vereiste van fatsoenlijke bejegening, niet behoorlijk

De Veteranenombudsman constateert dat het alsnog ambtshalve toekennen van een militair invaliditeitspensioen een goed gebaar richting verzoeker is geweest, maar dat de minister hiermee niet zonder meer alsnog als een goede werkgever kan worden aangemerkt.

De Veteranen ombudsman heeft met instemming kennis genomen van het aanbod van de minister om met verzoeker in gesprek te willen gaan.

De Veteranen ombudsman beveelt de minister van Defensie aan om op korte termijn verzoeker de erkenning en waardering te geven die hij nodig heeft om het vertrouwen in Defensie te herstellen.

Instantie: Minister van Defensie

Klacht:

verzoeker onvoldoende voorbereid op dienstreis gestuurd, omdat hij niet is gewezen op de gezondheidsrisico's ter plaatse

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Minister van Defensie

Klacht:

verzoeker onvoldoende begeleid in het kader van zijn re-integratie

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Minister van Defensie

Klacht:

verzoekers dienstverband op onvoldoende zorgvuldige wijze beëindigd

Oordeel:
Gegrond