2015/149 Ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich voldoende in bij weigering inreisvisum door Turkse overheid

Rapportnummer
2015/149
Rapport

Verzoeker heeft samen met zijn vriendin van Turkse afkomst in Nederland een dochter gekregen. Na een aantal jaar zijn zij samen naar Turkije verhuisd. Daar is na enige tijd de relatie verbroken. Zijn dochter heeft hij nooit meer gezien. Verzoeker geeft aan dat hij vervolgens veel problemen heeft ondervonden met de Turkse overheid. Nadat hij Turkije heeft verlaten, is het hem nooit meer toegestaan Turkije opnieuw binnen te treden. Keer op keer wordt zonder opgaaf van reden een inreisvisum geweigerd door de Turkse overheid. De Turkse Hoge Raad heeft het omgangsrecht van verzoeker met zijn dochter eind 2013 bevestigd. Ook de Turkse Nationale ombudsman en de Turkse Centrale Autoriteit zijn van oordeel dat hij toegang zou moeten krijgen tot Turkije om zijn dochter weer te kunnen zien.

Verzoeker klaagt er over dat medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse vertegenwoordiging in Turkije zich onvoldoende hebben ingespannen om bij de Turkse overheid meer duidelijkheid te verkrijgen omtrent het zonder reden stelstelmatig weigeren van een visum.

De Nationale ombudsman heeft in het kader van het onderzoek een overzicht van de minister van Buitenlandse zaken ontvangen van alle correspondentie die er is gevoerd in deze zaak met de Turkse overheid. Uit de stukken blijkt dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich naar het oordeel van de Nationale ombudsman voldoende heeft ingespannen om verzoeker bij te staan. Tevens is gebleken dat de reden voor het weigeren van het inreisvisum waarschijnlijk ligt in de opstelling van het Turkse ministerie van Familie. Dit ministerie geeft aan dat de huidige opstellng van de Turkse overheid is gericht op de bescherming van de minderjarige dochter en de moeder. Verzoeker zou hen hebben mishandeld en bedreigen.

Verzoeker isechter tot op heden, ondanks vele rechtszaken tegen hem in Turkije, niet veroordeeld voor enig strafbaar feit. Nu daarbij zijn omgangsrecht door de Hoge Raad van Turkije is bevestigd ziet de Nationale ombudsman aanleiding om een kopie van dit rapport en de brief van het ministerie van Familie aan de Turkse Nationale ombudsman te sturen, met daarbij het verzoek de mogelijkheden te bekijken om het handelen van dit ministerie te beoordelen.

De Nationale ombudsman heeft hier getoetst aan het behoorlijkheidsvereiste van maatwerk. Klacht over de onderzochte gedraging van de minister van Buitenlandse Zaken is niet gegrond.

Instantie: Ministerie van Buitenlandse Zaken

Klacht:

onvoldoende ingespannen om bij de Turkse overheid meer duidelijkheid te verkrijgen omtrent het zonder reden stelselmatig weigeren van een visum

Oordeel:
Niet gegrond