2014/005: Ex-werknemer UWV klaagt over de wijze waarop onderzoek naar hem is gedaan

Rapportnummer
2014/005
Rapport

De heer X werkte als afdelingsmanager bij het UWV. Naar aanleiding van meldingen die over hem werden ontvangen werd door Bureau Integriteit van het UWV een onderzoek naar hem ingesteld. Dat onderzoek leidde eerst tot schorsing van de heer X en uiteindelijk tot ontslag op staande voet.

Bureau Integriteit doet binnen het UWV onderzoek naar mogelijke schendingen van de integriteit door medewerkers. Dat er in het geval van de heer X sprake was van meldingen/signalen bij Bureau Integriteit stond voor de Nationale ombudsman niet ter discussie. Dat Bureau Integriteit kon besluiten om een onderzoek in te stellen evenmin.

Dat het rapport van Bureau Integriteit , zoals de heer X heeft gesteld, op ondeugdelijke gronden tot stand was gebracht werd door de rechtbank, die oordeelde over het ontslag, niet aangenomen. De bevindingen die er lagen op het moment waarop het ontslag werd gegeven konden dat ontslag, naar het oordeel van de rechtbank, dragen. Voor de Nationale ombudsman is dat een gegeven.

Wel stelde de Nationale ombudsman vast dat de mogelijkheden van de heer X om zich te verweren beperkt waren. Dat hing in ieder geval samen met het feit dat hij, vanaf het moment van schorsing, niet meer over e-mails, documenten en dergelijke kon beschikken. Ook stelde de Nationale ombudsman vast dat de naderhand door de heer X overgelegde – ontlastende – verklaringen niet zijn meegenomen in de eindrapportage van Bureau Integriteit.

De Nationale ombudsman stelde verder vast dat de (tussen)resultaten van het onderzoek door Bureau Integriteit onverkort zijn overgenomen door het UWV; een eigen afweging lijkt het UWV, in zijn rol van werkgever, niet meer te hebben gemaakt. Vooral het feit dat de heer X, bewijsrechtelijk bezien, in een lastige positie verkeerde en dat na het ontslag op staande voet aangeleverd tegenbewijs niet of nauwelijks in de eindrapportage is betrokken springt in het oog. Echter, nu de rechtbank had geoordeeld dat het ontslag op staande voet, met wat op dat moment bij het UWV bekend was, gerechtvaardigd was kon de Nationale ombudsman niet anders doen dan dat vonnis volgen en oordelen dat de gedraging behoorlijk is.

Fair play. Behoorlijk.

Instantie: UWV Amsterdam

Klacht:

wijze waarop door het Bureau Integriteit van het UWV onderzoek naar verzoeker, ex-werknemer van het UWV, is gedaan

Oordeel:
Niet gegrond

Instantie: UWV Amsterdam

Klacht:

bij de procedures rond verzoekers WW-aanvraag beide rollen die het UWV vervulde - (ex)werkgever en uitkerende instantie - onvoldoende gescheiden

Oordeel:
Gegrond