Gemeente Zoetermeer verleent terecht geen kwijtschelding

Brief
5 september 2022

Meneer vraagt kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen van 2021. De gemeente wijst dit verzoek af. De gemeente heeft namelijk berekend dat hij genoeg inkomen heeft op de aanslag mee te betalen. Dit heet het berekenen van de betalingscapaciteit. Meneer is het hier niet mee eens en gaat in beroep. Volgens hem klopt de berekening van de betalingscapaciteit niet. Hij heeft namelijk een schuld bij de Belastingdienst, waar hij elke maand een deel van moet betalen. Dit heeft de gemeente volgens hem niet meegenomen in de berekening. De gemeente wijst ook het beroep af. Meneer vraagt daarom aan de ombudsman hiernaar te kijken.

De ombudsman stelt een aantal vragen aan de gemeente. De gemeente legt uit dat meneer kwijtschelding heeft aangevraagd voor de gemeentelijke belastingen van 2021. Dit deed hij op 4 maart 2021. Bij het berekenen van zijn betalingscapaciteit, wordt gekeken naar wanneer meneer de kwijtschelding vraagt tot een jaar daarna. Er wordt dus gekeken naar maart 2021 tot en met februari 2022. De schuld bij de Belastingdienst is ontstaan in april 2022. Daarom kan deze schuld niet worden meegerekend voor het jaar 2021. Meneer moet daarom de aanslag van 2021 alsnog betalen. Wel wordt de schuld bij de Belastingdienst meegenomen in het verzoek tot kwijtschelding van 2022. Voor het betalen van de aanslag van 2021 kan meneer een betalingsregeling afspreken met de gemeente.

De ombudsman vindt de uitleg van de gemeente duidelijk en redelijk. Hij ziet geen reden waarom de gemeente in dit geval van de regels zou moeten afwijken. Daarom verklaart de ombudsman de klacht ongegrond. 

 

Publicatienummer
2022/145