Veteranenombudsman: klacht Afghanistanveteraan is gegrond

Foto van Nederlandse militairen in Afghanistan

Veteranenombudsman, Frank van Dooren, vindt dat Defensie onzorgvuldig is geweest bij de registratie van medische gegevens en het behandelverloop van een Afghanistanveteraan. De korporaal kreeg tijdens zijn werk als onderhoudsmonteur acute rugpijnen en blijvende incontinentieklachten. Zeven jaar na uitzending is nog steeds onduidelijk of eerdere repatriëring erger letsel had voorkomen. Van Dooren: 'ik kan me voorstellen dat deze man zich in de steek gelaten voelde door de Defensie'.

Een maand na terugkomst in Nederland, maart 2008, meldt de korporaal zich ziek. Hij verneemt weinig meer van zijn werkgever. Na een lang medisch traject bij het Centraal Militair Hospitaal en het Militair Revalidatiecentrum wordt vastgesteld dat hij blijvend dienstongeschikt is. In 2009 verlaat hij, op medische gronden Defensie, met een aanvullend Militair Invaliditeitspensioen. De beperkingen die de jonge man van eind twintig ervaart, leiden tot psychische problemen bij hem. Hij huilt vaak en braakt af en toe van de pijn en de stress. De man, die inmiddels ontslagen is, klopt voor hulp aan bij Defensie. Defensie wijst in eerste instantie psychologische hulp af, want zijn invaliditeit zou enkel lichamelijk van aard zijn.

Rapport Inspectie Militaire Gezondheidzorg

In april 2012 meldt de man de gang van zaken bij de Inspectie Militaire Gezondheidzorg (IMG). De IMG concludeert dat er onder andere sprake was van onvoldoende verslaglegging over en (verzuim)begeleiding van verzoeker tijdens én na zijn uitzending in Afghanistan.  De ombudsman vindt dat de man redelijkerwijs had mogen verwachten dat het rapport van de IMG zou leiden tot enig maatwerk, waaronder excuses en een mogelijk coulante opstelling

De ombudsman beveelt de minister van Defensie aan om alsnog in gesprek te gaan met de man. Het aanbieden van oprechte excuses zou hierbij een uitgangspunt moeten zijn. Hierbij maakt de ombudsman een verwijzing naar de Excuuskaart van de Nationale ombudsman uit 2011.