Rapportbrief: Defensie voldoet eindelijk aan zorgplicht en biedt oplossing voor psychisch beschadigde veteraan

Afghanistanveteraan komt in de knel met zichzelf na uitzending met veel vuurgevechten. Drank- en drugsgebruik, agressie, een scheiding en een restschuld na de verkoop van zijn huis. Defensie heeft hem na negen jaar nog steeds geen duidelijkheid gegeven over zijn medische toestand voor een Militair Invaliditeitspensioen. De keuringen en onzekerheid over zijn (financiële) situatie zorgen voor veel spanning en stress. Na tussenkomst van de veteranenombudsman heeft de minister van Defensie eindelijk aan haar zorgplicht voldaan en een wenselijke oplossing gevonden. (V2018.07941)

Instantie: Minister van Defensie

Klacht:

in de periode van december 2007 tot en met maart 2016 vijf (her)beoordelingen voor een Militair Invaliditeitspensioen moeten ondergaan.

Oordeel: geen oordeel

Instantie: Minister van Defensie

Klacht:

na negen jaar nog steeds geen duidelijkheid over verzoekers medische eindtoestand ten aanzien van zijn psychische klachten.

Oordeel: geen oordeel

Op 15 januari 2016 werd de Veteranenombudsman telefonisch benaderd door de heer A. (verder: verzoeker) uit Arnhem met een klacht over het Ministerie van Defensie. Verzoeker werd in 2006 met een luchtmobiel infanterie bataljon uitgezonden naar Afghanistan en heeft daar veel vuurgevechten meegemaakt. Eind 2006 komt verzoeker weer thuis en dan gaat het naar zijn zeggen mis. Verzoeker woont samen met zijn vriendin in een koopwoning in Purmerend. Vervolgens raakt hij in de knel met zichzelf en er volgt een periode van veel drank, harddrugs en agressief gedrag. De situatie escaleert en zijn vriendin verlaat hem. De koopwoning van verzoeker wordt noodgedwongen verkocht met een forse restschuld.

Verzoeker klaagt erover dat hij in de periode van december 2007 tot en met maart 2016 minimaal vijf (her)beoordelingen voor een Militair Invaliditeitspensioen heeft moeten ondergaan en dat hij na negen jaar nog steeds geen duidelijkheid heeft over zijn medische eindtoestand ten aanzien van zijn psychische klachten. Na de opening van het klachtonderzoek door de Veteranenombudsman én het zorginhoudelijke onderzoek van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg is de minister van Defensie gekomen tot een ambtshalve toekenning van een medische eindtoestand voor verzoeker. Met deze toekenning vond verzoeker eindelijk rust om zijn leven verder op te bouwen.

De minister van Defensie
Mevrouw drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Postbus 20701
2500 ES Den Haag

Geachte mevrouw Bijleveld,

 

Aanleiding
Op 15 januari 2016 werd de Veteranenombudsman telefonisch benaderd door de heer A. (verder: verzoeker) uit Arnhem met een klacht over het Ministerie van Defensie. Verzoeker werd in 2006 met een luchtmobiel infanterie bataljon uitgezonden naar Afghanistan. Volgens verzoeker was het een uitzending met veelvuldig vuurcontact met de vijand. Dieptepunt voor verzoeker was het gewond raken van zijn buddy in een hinderlaag. Eind 2006 komt verzoeker weer thuis en dan gaat het naar zijn zeggen mis. Verzoeker woont samen met zijn vriendin in een koopwoning in Purmerend. Vervolgens raakt hij in de knel met zichzelf en er volgt een periode van veel drank, harddrugs en agressief gedrag. De situatie escaleert en zijn vriendin verlaat hem. De koopwoning van verzoeker wordt noodgedwongen verkocht met een forse restschuld. In de zomer van 2007 wordt verzoeker, nadat hij langere tijd had 'gezworven' en ongeoorloofd afwezig was van zijn onderdeel, opgenomen in het Centraal Militair Hospitaal. Op 2 december 2007 volgt ontslag uit militaire dienst omdat zijn arbeidscontract beroeps bepaalde tijd afloopt. Vanaf dat moment wordt de toestand van verzoeker alsmaar slechter en wordt hij in april 2008 aangemeld bij het Centraal Aanmeld Punt van het Veteraneninstituut. In 2008 wordt verzoeker voor het eerst gekeurd ten behoeve van een militair invaliditeitspensioen.

Na vele jaren van behandelingen en (her)beoordelingen heeft verzoeker in 2016 nog steeds geen medische eindtoestand in relatie tot zijn psychische klachten.

De klacht
Verzoeker klaagt erover dat hij in de periode van december 2007 tot en met maart 2016 minimaal vijf (her)beoordelingen voor een militair invaliditeitspensioen heeft moeten ondergaan. Verzoeker klaagt erover dat hij na negen jaar nog steeds geen duidelijkheid heeft over zijn medische eindtoestand ten aanzien van zijn psychische klachten. De keuringen én de onzekerheid over zijn (financiële) situatie zorgen voor veel spanning en stress bij verzoeker.

Opening onderzoek Veteranenombudsman
Op 8 maart 2016 liet de Veteranenombudsman per brief aan de minister van Defensie weten de klacht van de heer A. te onderzoeken op grond van titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht. In het kader van het klachtonderzoek vroeg de Veteranenombudsman bij het Ministerie van Defensie alle relevante documenten op, waaronder het personeelsdossier van de heer A. Onderstaande vragen werden in het kader van het onderzoek aan de minister van Defensie gesteld.

  1. Kunt u aangeven hoe in het geval van de heer A. de Wet Poortwachter is toegepast vanaf de datum van eerste ziekmelding tot aan zijn ontslag? Wanneer is de heer A. voor het eerst ziek gemeld na terugkeer van zijn uitzending? Welke acties heeft Defensie ondernomen om de heer A te begeleiden in zijn re-integratie?

  2. Klopt het dat de heer A. op grond van expiratie van zijn arbeidsovereenkomst met ontslag is gegaan uit militaire dienst? Zo ja, is er inmiddels sprake geweest van ontslagomzetting naar ziekten- en gebreken ontslag?

  3. De heer A. stelt sinds 2007 minimaal vijf keer beoordeeld te zijn door de verzekeringsarts? Klopt dit?

  4. Wat is de reden dat, in geval van de heer A., na negen jaren van behandelingen en opnames in verband met psychische klachten nog steeds geen sprake is van een medische eindtoestand?

Reactie minister van Defensie
Op 6 september 2016 ontving de Veteranenombudsman van de minister van Defensie een schriftelijke reactie op de gestelde onderzoeksvragen.

Vraag 1: Na terugkomst uit Afghanistan is de heer A. vier keer wegens ziekte uitgevallen, te weten; op 18 januari 2007 voor 3 dagen, op 26 februari 2007 voor 5 dagen, op 9 april 2007 voor 7 dagen en van 22 augustus 2007 tot aan de datum van zijn ontslag vanwege einde aanstelling op 2 december 2007. Aangezien hij ten tijde van zijn ontslag nog ziek was, heeft hij een verzoek gedaan om in aanmerking te komen voor bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid na ontslag. Per 7 november 2008 is hij dienstongeschikt verklaard. Hierdoor is met ingang van 2 december 2007 tot en met 22 april 2009 een uitkering aan de hem toegekend. Een beoordeling van de achtergrond van de (medische) klachten en verdere acties in het kader van re-integratie zijn niet te achterhalen vanwege het niet kunnen inzien van het medische dossier.

Vraag 2: De heer A. is vanwege het einde van zijn aanstelling op grond van artikel 39, r lid onder b. van de AMAR met ontslag gegaan uit de militaire dienst. Deze ontslaggrond is na de vaststelling dienstongeschiktheid op 7 november 2008 per 12 januari 2009 met terugwerkende kracht omgezet in ontslag wegens ziekten en gebreken.

Vraag 3: De heer A. is in december 2008 voor de eerste keer gekeurd. Vervolgens heeft er in februari 2011, in juni 2014 en in februari 2016 een termijnbeoordeling plaatsgevonden. Verder is er in maart 2013 een herbeoordeling geweest naar aanleiding van een door hem A. ingediend bezwaar. Zodra de hij een medische machtiging overlegt, kan zijn medisch dossier worden geraadpleegd en kan worden onderzocht wat de reden is van het aantal keuringen.

Vraag 4: De verzekeringsarts is van mening dat ook na de laatste termijnbeoordeling in februari 2016 geen sprake is van een medische eindsituatie. Als reden hiervoor wordt gemeld dat de behandeling van de dienstverbandaandoening niet vordert.

Gelet op de complexiteit van het dossier van de heer A. stelde de minister aan de Veteranenombudsman voor om een zorginhoudelijk onderzoek te laten uitvoeren waarbij een oordeel gegeven kon worden over de kwaliteit van de verstrekte zorg.

Onderzoek Inspectie Militaire Gezondheidszorg

Na melding van de Veteranenombudsman startte de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) een onderzoek. Op 30 maart 2017 bracht de IMG haar rapportage inzake de heer A. uit. Gelet op medische inhoudelijke aspecten van het rapport worden deze niet nader uiteen gezet.

Reactie minister van Defensie
De Hoofddirectie Personeel van het Ministerie van Defensie onderschreef de conclusies van de IMG rapportage en nam de daarin gedane aanbevelingen over. Op juridische gronden werd vervolgens een medische eindtoestand vastgesteld. Het laatstelijk aan toegekende tijdelijke invaliditeitspercentage van de heer A. zal naar de toekomst toe niet meer naar beneden worden bijgesteld en bedraagt minimaal 31%. Daarbij werd vanaf 20 december 2016 een bijzondere invaliditeitsverhoging van 7,5% procent toegekend.

Beëindiging klachtonderzoek
In overleg met de heer A. heeft de Veteranenombudsman in juni 2017 het klachtonderzoek opgeschort.

Slotbeschouwing
De uitzending naar Afghanistan is sterk bepalend geweest voor het leven van verzoeker. Dit leidde tot psychische problematiek en problemen in de privé sfeer. Verzoeker heeft jarenlang bloot gestaan aan spanningen en stress, onder meer door de (her)beoordelingen voor zijn PTSS en de voor hem financiële onzekerheid. Na bijna negen jaren van behandelingen en keuringen was er nog geen zicht op een medische eindtoestand ten aanzien van zijn PTSS.

Ten einde raad deed verzoeker een beroep op de Veteranenombudsman. Na de opening van het klachtonderzoek door de Veteranenombudsman én het zorginhoudelijke onderzoek van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg is de minister van Defensie gekomen tot een ambtshalve toekenning van een medische eindtoestand voor verzoeker. Met deze toekenning vond verzoeker eindelijk rust om zijn leven verder op te bouwen.

De minister van Defensie heeft als werkgever een bijzondere zorgplicht ten aanzien van veteranen zoals is neergelegd in de Veteranenwet en het Veteranenbesluit. De Veteranenombudsman benadrukt dat deze bijzondere zorgplicht een adequate keuring én behandeling van psychisch en/of fysiek beschadigde veteranen met zich meebrengt, onder verwijzing naar eerdere openbare rapporten 2012/30, 2014/045 en 2015/134 van de Nationale ombudsman en Veteranenombudsman.

de Nationale ombudsman,
tevens Veteranenombudsman,

 

Reinier van Zutphen
 

Deze brief wordt ook geplaatst op onze website www.nationaleombudsman.nl

Publicatiedatum
Rapportnummer
V2018.09741