2018/018 Gemeente Velsen stuurt dwangbevel niet ook naar bewindvoerder

Een bewindvoerder beheert de financiën van een man met schulden die dat niet zelf kan. Hij krijgt van de gemeente Velsen bericht over een belastingaanslag die nog open staat en uitstel van betaling. De bewindvoerder reageert niet op die brief. Vervolgens krijgt de cliënt een dwangbevel per post thuisbezorgd. De bewindvoerder krijgt hiervan geen kopie. Volgens de gemeente is dit technisch niet mogelijk. Daarover dient hij een klacht bij de ombudsman in. De ombudsman vindt het van belang dat de bewindvoerder op de hoogte is van alles wat de bewindvoering aangaat. Door het dwangbevel niet naar de bewindvoerder te sturen, heeft de gemeente gehandeld in strijd met het vereiste van maatwerk.

Instantie: Gemeente Velsen

Klacht:

een dwangbevel voor de inning van een belastingschuld van een persoon die onder verzoekers bewind staat, aan deze persoon toegestuurd en niet (ook) aan hem als bewindvoerder

Oordeel: gegrond

Verzoeker is door de rechter benoemd als bewindvoerder van de heer Verbeek1. Verzoeker informeert de gemeente over het bewind. De gemeente laat hem daarna weten dat de heer Verbeek nog een belastingaanslag aan de gemeente moet betalen en biedt daarvoor uitstel van betaling tot eind juli 2016. Als betaling uitblijft stuurt een deurwaarderskantoor in opdracht van de gemeente in november 2016 voor het openstaande bedrag een dwangbevel per post naar het adres van de heer Verbeek. Verzoeker dient over die gang van zaken een klacht in, waarna de gemeente een betalingsregeling met hem treft. De kosten voor het dwangbevel hoeft hij niet te betalen.

Verzoeker, bewindvoerder, klaagt erover dat de gemeente Velsen een dwangbevel voor de inning van een belastingschuld van een persoon die onder zijn bewind staat, aan deze persoon heeft toegestuurd en niet (ook) aan hem als bewindvoerder.

De ombudsman vindt dat van de gemeente c.q. de deurwaarder verwacht had mogen worden dat zij het dwangbevel naar verzoeker zou sturen en in kopie naar de heer Verbeek. Personen die onder bewind staan, vormen een kwetsbare groep. Het gaat om mensen die hun financiële zaken niet meer zelf kunnen regelen. Het is belangrijk dat overheden oog hebben voor het perspectief van die burger. Een bewindvoerder neemt tijdens het bewind beslissingen over geld en goederen van de onder zijn bewind gestelde persoon. Ook vertegenwoordigt hij deze persoon bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte. Het dwangbevel is een executoriale titel en kan daardoor gevolgen hebben voor de goederen van de onder bewind gestelde persoon. Het is van belang dat de bewindvoerder op de hoogte is van al datgene wat de bewindvoering aangaat.

De gemeente heeft gehandeld in strijd met het vereiste van maatwerk.

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen van het feit dat de gemeente in deze zaak heeft gezorgd voor een goede maatwerkoplossing door alsnog een betalingsregeling te treffen zonder verdere kosten voor de heer Verbeek. Ook heeft de ombudsman met instemming kennis genomen van het feit dat de gemeente haar werkwijze en de Leidraad op dit punt gaat aanpassen. De ombudsman geeft de gemeente daarbij in overweging om het dwangbevel zelf naar de bewindvoerder te sturen en de kopie ervan naar de onder bewindgestelde persoon.

Notes

[←1]

gefingeerde naam.

Wat ging er aan de klacht vooraf?

Verzoeker is sinds februari 2016 door de rechter benoemd als bewindvoerder van de heer Verbeek1. Dit is gebeurd omdat de heer Verbeek schulden heeft en niet in staat wordt geacht zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Verzoeker geeft daarna aan de gemeente Velsen door dat hij bewindvoerder is en stuurt een afschrift mee uit het Curatele- en bewindregister.

De gemeente laat verzoeker vervolgens per brief in juni 2016 weten dat de heer Verbeek nog een belastingaanslag aan de gemeente moet betalen. De gemeente biedt daarvoor uitstel van betaling aan tot eind juli 2016. Ook geeft zij aan dat verzoeker contact kan opnemen als hij verder uitstel nodig acht.

Verzoeker reageert niet op die brief. In november 2016 wordt voor het openstaande bedrag in opdracht van de gemeente via een deurwaarderskantoor een dwangbevel per post bezorgd op het adres van de heer Verbeek. Verzoeker dient daarover een klacht in. De gemeente treft vervolgens een betalingsregeling met hem voor het aanslagbedrag inclusief invorderingsrechten maar zonder de kosten voor het dwangbevel.

Wat is de klacht?

Verzoeker, bewindvoerder, klaagt erover dat de gemeente Velsen een
dwangbevel voor de inning van een belastingschuld van een persoon die onder
zijn bewind staat, aan deze persoon heeft toegestuurd en niet (ook) aan hem als
bewindvoerder.

Wat is het standpunt van verzoeker

Verzoeker vindt dat de gemeente het dwangbevel naar hem had moeten sturen. Het is volgens hem principieel niet juist dat het dwangbevel naar zijn cliënt wordt gestuurd, nu deze onder bewind is gesteld. Hij wijst hierbij op diverse wettelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek over bewind, waaronder artikel 1:12 en 1:438 eerste lid (zie Achtergrond). Via de ombudsman hoopt hij te bereiken dat de gemeente haar werkwijze aanpast.

Een eerste reactie van de gemeente

De ombudsman vraagt de gemeente of zij bereid is haar werkwijze aan te passen. De gemeente geeft aan dat zij daartoe geen aanleiding ziet. Zij baseert haar handelwijze op artikel 13.1.1. van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Velsen (zie Achtergrond). Ter toelichting merkt zij nog het volgende op.

Zodra een bewindvoerder als zodanig bij de gemeente in beeld komt, stuurt de gemeente deze bewindvoerder een brief met daarin het bedrag aan gemeentelijke belastingen dat openstaat voor zijn cliënt. Daar wordt dan automatisch uitstel van betaling voor verleend en in deze brief wordt ook altijd expliciet de mogelijkheid geboden om een betalingsregeling te treffen. Als de bewindvoerder niet op de brief ingaat, blijft het invorderingsproces verder doorlopen. Als ook op de aanmaning niet wordt gereageerd, wordt de zaak overgedragen aan een deurwaarderskantoor. Dat heeft alle informatie over de klant die de gemeente ook heeft - dus ook de informatie over een bewind.

De gemeente stelt dat zij er bewust voor heeft gekozen om het postdwangbevel naar de belastingschuldige zelf te sturen om zo ook aan hem duidelijk te maken dat er iets niet goed gaat bij zijn of haar bewindvoerder. De bewindvoerder heeft dan immers al het schuldenoverzicht van de gemeente gekregen met daarin het aanbod om te komen tot een betalingsregeling of om uitstel van betaling voor zijn cliënt aan te vragen.

De gemeente stuurt de andere invorderingscorrespondentie (waaronder aanmaningen) overigens wel naar de bewindvoerder. Dat doet ze als de bewindvoerder bij haar bekend is en daar om heeft verzocht.

Nader onderzoek door de ombudsman

De ombudsman ziet in de reactie van de gemeente aanleiding voor verder onderzoek. Hij stelt de gemeente nadere vragen. Ook wijst hij op de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek over bewind en het feit dat het hier gaat om een kwetsbare groep mensen. En hij vraagt de gemeente aan te geven waarom zij bij het versturen van een dwangbevel anders handelt dan bij het versturen van overige (invorderings)correspondentie waar het gaat om een belastingplichtige die onder bewind staat.

Nadere reactie van de gemeente

De gemeente geeft aan dat het op dit moment technisch niet mogelijk is om meerdere adressen uit te wisselen met het deurwaarderskantoor. Een zaak wordt overgedragen aan het deurwaarderskantoor als er niet wordt gereageerd op een aanmaning. Als de gemeente bij uitlevering van het bestand aan de deurwaarder voor het adres van de bewindvoerder zou kiezen (een postbusnummer), dan is bij de deurwaarder het adres van de belanghebbende niet bekend. Dit is een probleem bij het eventueel moeten uitbrengen van een hernieuwd bevel2. Dat moet namelijk in persoon betekend worden en kan dus niet worden uitgebracht aan een postbusnummer.
De gemeente handelt om deze reden ook zo, bij de verzending van een dwangbevel voor mensen die onder curatele staan. Ook al staat in de Leidraad van de gemeente (artikel 13.3, zie Achtergrond) dat het dwangbevel in dat geval ook naar de curator moet worden gestuurd.

De gemeente geeft aan dat zij bezig is om een nieuwe versie in te voeren van het softwarepakket waarmee de invordering wordt uitgevoerd. Ze heeft aan de leverancier van dat pakket gevraagd om het mogelijk te maken dat de belastingdeurwaarder zowel naar de belastingplichtige zelf als naar de bewindvoerder/curator (al dan niet in kopie) het dwangbevel kan versturen. Zodra dit nieuwe pakket ingevoerd is zal de Leidraad van de gemeente hier op worden aangepast. De gemeente verwacht dat dit in het eerste kwartaal van 2018 het geval zal zijn.

Overigens verbaast het de gemeente dat de bewindvoerder in deze zaak pas als reactie op het dwangbevel met haar in contact is getreden. De gemeente wijst erop dat daardoor zijn cliënt onnodig verder op kosten wordt gejaagd, terwijl deze er juist bij gebaat is dat de zaak in een zo vroeg mogelijk stadium wordt geregeld.

Reactie verzoeker tijdens onderzoek

Verzoeker stelt onder meer dat de gemeente wettelijk verplicht is bij de bewindvoerder te betekenen en ook de correspondentie aan de bewindvoerder te richten. Een technisch probleem bij een systeem of waar dan ook is volgens hem geen vrijbrief om van deze verplichting af te kunnen wijken. Elke bewindvoerder heeft een woon-/kantooradres en het is aan de gemeente om dit te achterhalen. Hij vindt dat de gemeente steeds meer bezig is met haar eigen werkprocessen en met het efficiënt inrichten daarvan en minder oog heeft voor de positie van de burger.

Verder geeft hij nog aan dat hij niet op de aanmaning heeft gereageerd omdat hij deze heeft doorgestuurd naar de schuldhulpverlener. De heer Verbeek was namelijk bij de gemeente aangemeld voor schuldhulpverlening.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het vereiste van maatwerk houdt in, dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Dit vereiste impliceert dat een overheid die weet dat een belastingschuldige onder bewind staat, daar bij haar invordering rekening mee houdt.

Het gaat in deze zaak om het feit dat de gemeente (c.q. de deurwaarder) een postdwangbevel stuurt naar een onder bewind gestelde persoon en niet ook naar diens bewindvoerder. Dit, terwijl zowel de gemeente als de deurwaarder bekend zijn met het bewind en de gemeente de overige invorderingscorrespondentie naar de bewindvoerder heeft gestuurd.

De werkwijze van de gemeente bij bewind is in overeenstemming met haar eigen Leidraad. In die Leidraad staat dat een dwangbevel wordt verzonden naar het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige, tenzij de belastingschuldige een minderjarige is of onder curatele staat. De gemeente wijst er op dat het technisch niet mogelijk is geweest om het dwangbevel voor de heer Verbeek ook naar de bewindvoerder te sturen. Dit komt door de wijze waarop zij gegevens aanlevert aan de deurwaarder.

De ombudsman vindt het belangrijk dat overheden oog hebben voor het perspectief van de burger. Dat geldt te meer als het gaat om een kwetsbare burger. Personen die onder bewind staan, vormen een kwetsbare groep. Het gaat om mensen die hun financiële zaken niet meer zelf kunnen regelen. Een bewindvoerder neemt tijdens het bewind beslissingen over geld en goederen van de onder zijn bewind gestelde persoon; hij heeft het beheer en de beschikking daarover (art. 1:438 leden 1 en 2 BW). Tijdens het bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder deze persoon bij de vervulling van zijn taak ook in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW). Daarom moet in een geding met betrekking tot een onder bewind gesteld goed in principe ook de bewindvoerder in rechte worden betrokken3.

Het is dus van belang dat de bewindvoerder op de hoogte is van al datgene wat de bewindvoering aangaat. Het dwangbevel is een executoriale titel en kan daardoor gevolgen hebben voor de goederen van de onder bewind gestelde persoon. Gelet op het bovenstaande had van de gemeente c.q. de deurwaarder verwacht mogen worden dat ze het dwangbevel naar verzoeker zou sturen en in kopie naar de heer Verbeek. Door dat niet te doen en het dwangbevel naar de heer Verbeek te sturen, heeft de gemeente gehandeld in strijd met het vereiste van maatwerk. Dat de gemeente de aan het dwangbevel voorafgaande invorderingscorrespondentie wel naar verzoeker heeft gestuurd en hij daar niet op heeft gereageerd, maakt dat niet anders. In tegendeel, het lag daardoor juist in de rede dat de gemeente hem ook het dwangbevel zou sturen.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van gemeente Velsen is gegrond wegens schending van het vereiste van maatwerk.

INSTEMMING EN AANBEVELING

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen van het feit dat de gemeente in deze zaak heeft gezorgd voor een goede oplossing door alsnog een betalingsregeling te treffen zonder verdere kosten voor de heer Verbeek.

Ook heeft de ombudsman met instemming kennis genomen van het feit dat de gemeente haar werkwijze en de Leidraad gaat aanpassen. De gemeente heeft aangegeven dat zij bezig is haar werkwijze aan te passen opdat in de nabije toekomst een bewindvoerder ook het dwangbevel krijgt toegestuurd, al dan niet in kopie. Zo handelt de gemeente in de nabije toekomst in dit soort gevallen vanuit het perspectief van de kwetsbare burger en niet, zoals bij de huidige werkwijze, vanuit het systeem en de technische (on)mogelijkheden daarvan. De ombudsman geeft de gemeente wel in overweging om het dwangbevel zelf naar de bewindvoerder te sturen en de kopie ervan naar de onder bewindgestelde persoon.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen


Achtergrond

1. Burgerlijk Wetboek boek 1

Artikel 12

"1. Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. (…)

2. Wanneer iemands goederen onder bewind staan, volgt hij voor alles wat de uitoefening van dit bewind betreft, de woonplaats van de bewindvoerder…"

Artikel 431 lid 1

"Indien een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. verkwisting of het hebben van problematische schulden,

kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren…"

Artikel 438

"1. Tijdens het bewind komt het beheer over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende maar aan de bewindvoerder.

2. Tijdens het bewind kan de rechthebbende slechts met medewerking van de bewindvoerder of, indien deze weigerachtig is, met machtiging van de kantonrechter over de onder het bewind staande goederen beschikken."

Artikel 441 lid 1

"Tijdens het bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. De bewindvoerder draagt zorg voor een doelmatige belegging van het vermogen van de rechthebbende, voor zover dit onder het bewind staat en niet besteed behoort te worden voor een voldoende verzorging van de rechthebbende. De bewindvoerder kan voorts voor de rechthebbende alle handelingen verrichten die aan een goed bewind bijdragen."

2. Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Velsen 2016

"Artikel 13 Betekening van het dwangbevel

In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven. Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:

- door de belastingdeurwaarder;

- per post door de ontvanger.

In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

- de betekening van het dwangbevel per post;

- de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder;

- bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel.

13.1. Betekening dwangbevel per post

De betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling.(…)

13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen

Verzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige.(…)

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder

(…)

13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel

Een dwangbevel dat - hetzij door terpostbezorging, hetzij door de belastingdeurwaarder - is betekend aan een minderjarige of onder curatele gestelde, moet mede worden betekend aan de wettelijke vertegenwoordiger alvorens tot tenuitvoerlegging ervan kan worden overgegaan. Zo nodig zal aan de laatstbedoelde betekening het verzenden van een aanmaning aan de wettelijke vertegenwoordiger voorafgaan.

(…)

Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel

(…)

14.1. Tenuitvoerlegging algemeen

Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer leggen (zie artikel 14, eerste lid, van de wet).

Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14, tweede lid van de wet).

Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv - dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel - gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging…"

Notes

[←1]

gefingeerde naam.

[←2]

Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan overgaan (artikel 14, tweede lid van de Invorderingswet).

[←3]

ECLI:NL:HR:2014:525

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/018