2015/098 Belastingdienst moet onjuiste overheidsvordering niet twee keer doen

Man is onder bewind gesteld en heeft belastingschuld van €746. De Belastingdienst legt beslag op zijn beheerrekening waardoor hij te weinig leefgeld over houdt. Dat is niet de bedoeling, ook volgens de Belastingdienst. Er volgt een toezegging dat het geld wordt teruggestort en de vordering stopgezet. Helaas is dat laatste niet gebeurd. Er volgt een nieuwe overheidsvordering. Opnieuw moet het geld worden teruggestort en de vordering stopgezet. De Nationale ombudsman vindt deze gang van zaken onjuist en zorgwekkend. De Belastingdienst maakt excuses aan de gedupeerde man en zijn bewindvoerder.

Instantie: Belastingdienst te Den Haag

Klacht:

sinds 2014 verschillende keren met een overheidsvordering beslag gelegd op de beheerrekening zonder rekening te houden met de beslagvrije voet

Oordeel: gegrond

De heer Strik 1) is door de kantonrechter onder bewind gesteld. Hij heeft een bewindvoerder, die zijn financiën beheert. De heer Strik had een belastingschuld voor de inkomstenbelasting van €746, waarvoor de Belastingdienst een dwangbevel uitbracht. Toen er geen betaling kwam, stelde de Belastingdienst een overheidsvordering in: er werd beslag gelegd op de beheerrekening van de heer Strik bij zijn bewindvoerder. De beheerrekening kwam daardoor in het rood te staan en de bewindvoerder kon geen leefgeld aan de heer Strik overmaken. De bewindvoerder vroeg de Belastingdienst daarom om het beslag met spoed op te heffen en de beslagvrije voet te berekenen. Ook schreef de bewindvoerder naar de Nationale ombudsman.

De Belastingdienst liet weten dat hoewel de klacht bij de juiste afdeling in Apeldoorn terecht was gekomen, namelijk bij de Centrale administratie, de klacht daar niet adequaat werd verwerkt. De klachtbehandelaar van de Belastingdienst had de toezegging gekregen dat de overheidsvordering zou worden stopgezet, dat het al gevorderde bedrag zou worden teruggestort op de beheerrekening en dat de beslagvrije voet zou worden toegepast. Helaas gebeurde dat niet. Integendeel: er werd een tweede overheidsvordering ingesteld en daarna nog een derde. Hierdoor kwam de beheerrekening van de heer Strik telkens (bijna) rood te staan. Uiteindelijk vond de terugstorting door de Belastingdienst van de gevorderde bedragen en de toepassing van de beslagvrije voet pas na de derde overheidsvordering plaats. De Belastingdienst bood de bewindvoerder zijn verontschuldigingen aan voor de gang van zaken en liet weten dat onder de huidige omstandigheden geen verdere herhaling van overheidsvorderingen zal plaatsvinden. De Nationale ombudsman beoordeelt de klacht als gegrond.

1) Niet zijn echte naam

SAMENVATTING

De heer Strik is door de kantonrechter onder bewind gesteld. Hij heeft een bewindvoerder, die zijn financiën beheert. De heer Strik had een belastingschuld voor de inkomstenbelasting van €746, waarvoor de Belastingdienst een dwangbevel uitbracht. Toen er geen betaling kwam, stelde de Belastingdienst een overheidsvordering in: er werd beslag gelegd op de beheerrekening van de heer Strik bij zijn bewindvoerder. De beheerrekening kwam daardoor in het rood te staan en de bewindvoerder kon geen leefgeld aan de heer Strik overmaken. De bewindvoerder vroeg de Belastingdienst daarom om het beslag met spoed op te heffen en de beslagvrije voet te berekenen. Ook schreef de bewindvoerder naar de Nationale ombudsman.

De Belastingdienst liet weten dat hoewel de klacht bij de juiste afdeling in Apeldoorn terecht was gekomen, namelijk bij de Centrale administratie, de klacht daar niet adequaat werd verwerkt. De klachtbehandelaar van de Belastingdienst had de toezegging gekregen dat de overheidsvordering zou worden stopgezet, dat het al gevorderde bedrag zou worden teruggestort op de beheerrekening en dat de beslagvrije voet zou worden toegepast. Helaas gebeurde dat niet. Integendeel: er werd een tweede overheidsvordering ingesteld en daarna nog een derde. Hierdoor kwam de beheerrekening van de heer Strik telkens (bijna) rood te staan. Uiteindelijk vond de terugstorting door de Belastingdienst van de gevorderde bedragen en de toepassing van de beslagvrije voet pas na de derde overheidsvordering plaats. De Belastingdienst bood de bewindvoerder zijn verontschuldigingen aan voor de gang van zaken en liet weten dat onder de huidige omstandigheden geen verdere herhaling van overheidsvorderingen zal plaatsvinden. De Nationale ombudsman beoordeelt de klacht als gegrond.

DE KLACHT

De heer Strik 1), die onder bewind is gesteld, klaagt er via zijn bewindvoerder over dat de Belastingdienst sinds juni 2014 verschillende keren met een overheidsvordering beslag heeft gelegd op de beheerrekening zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. Daardoor kon de bewindvoerder geen leefgeld betalen en kon de heer Strik niet in zijn levensbehoeften voorzien.

WAT GING ER AAN DE KLACHT VOORAF?

De heer Strik werd in maart 2013 door de kantonrechter onder bewind gesteld. De rechter benoemde een bewindvoerder, die zijn financiën beheert. Op 26 juni 2014 legde de Belastingdienst beslag op de beheerrekening van de heer Strik bij de bewindvoerder. Van die rekening werden vier overheidsvorderingen2 afgeschreven, tot een totaal bedrag van €481. Door de afschrijving van dat bedrag kwam de beheerrekening ruim €430 in het rood te staan. Dat betekende dat de bewindvoerder geen leefgeld aan de heer Strik kon overmaken. De bewindvoerder vroeg de Belastingdienst op 27 juni 2014 om het beslag met spoed op te heffen met een "verzoek berekening beslagvrije voet". Ook schreef de bewindvoerder die dag een brief naar de Nationale ombudsman.

KLACHT(EN) BIJ DE NATIONALE OMBUDSMAN

De Nationale ombudsman vroeg de Belastingdienst op 11 juli 2014 om een oplossing te vinden voor de heer Strik en om rekening te houden met de beslagvrije voet.
Op 28 augustus 2014 schreef de bewindvoerder weer naar de Nationale ombudsman en naar de Belastingdienst: op 27 augustus 2014 was er opnieuw met een overheidsvordering beslag gelegd op de beheerrekening. Door afschrijving van driemaal €166 kwam de beheerrekening opnieuw negatief te staan. Op 1 oktober 2014 bleek er voor de derde maal sprake van een overheidsvordering en beslaglegging op de beheerrekening. Ook dit maal bleef er niet genoeg saldo over op de rekening en kon de bewindvoerder geen leefgeld aan de heer Strik uitbetalen.
De Nationale ombudsman besloot de zaak verder te onderzoeken en aanvullende vragen te stellen aan de Belastingdienst.

DE REACTIE VAN DE BELASTINGDIENST

De Belastingdienst liet weten dat de overheidsvorderingen waarover het hier gaat, zijn ingesteld voor de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012. De aanslag bedraagt €746; dat bedrag staat volgens de Belastingdienst nog geheel open. De Belastingdienst deelde verder mee dat de klacht van de bewindvoerder van de heer Strik in behandeling was genomen door een klachtbehandelaar van de Belastingdienst. Die had via de Centrale administratie in Apeldoorn de overheidsvordering stop laten zetten, de terugstorting van het gevorderde bedrag in gang gezet en de beslagvrije voet laten toepassen. Nadat de klachtbehandelaar de toezegging had gekregen dat een en ander binnen drie à vier weken geregeld zou zijn, belde hij de bewindvoerder op 21 juli 2014 om deze hiervan op de hoogte te stellen. De klachtbehandeling werd afgesloten. Helaas ging het daarna toch niet zoals de bedoeling was. Hoewel de klacht dus wel bij de juiste afdeling in Apeldoorn terecht was gekomen, was de verwerking niet adequaat. Daardoor kon het volgens de Belastingdienst gebeuren dat er nogmaals een overheidsvordering plaatsvond. Pas op 23 oktober 2014 werd de overheidsvordering stop gezet en op 7 november 2014 is de correctie, dat wil zeggen terugstorting en toepassing beslagvrije voet, doorgevoerd. De klachtbehandelaar liet weten dat hij telefonisch zijn verontschuldigingen heeft aangeboden aan de bewindvoerder voor de gang van zaken. Hij heeft daarbij ook laten weten "dat een verdere herhaling van overheidsvordering in de huidige omstandigheden niet in de rede ligt".

WAT IS HET OORDEEL VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN?

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid er voor zorgt dat haar organisatie en haar administratie de dienstverlening aan de burger ten goede komt. Zij werkt secuur en vermijdt slordigheden. Eventuele fouten worden zo snel mogelijk hersteld.

De Nationale ombudsman heeft al eerder benadrukt dat wanneer iemand de overheid verzoekt om toepassing of berekening van de beslagvrije voet, daarop snel en accuraat gereageerd moet worden. Immers, het gaat om mensen die op het randje van het bestaansminimum leven en voor wie iedere euro telt. Dat geldt ook in de situatie waarin iemand onder bewind is gesteld. Bij bewind is helemaal sprake van kwetsbare personen, die bescherming nodig hebben. Wanneer de beheerrekening bij de bewindvoerder door een overheidsvordering (bijna) negatief komt te staan, ontstaat een probleem. De bewindvoerder moet proberen het budget toch sluitend te krijgen. Hij moet gelden voorschieten zodat de onder bewind gestelde in zijn levensbehoeften kan voorzien en ook de vaste lasten kunnen worden voldaan.

Hoewel in de zaak van de heer Strik het door de bewindvoerder gedane verzoek om berekening beslagvrije voet na de eerste overheidsvordering aanvankelijk correct is opgepakt door de Belastingdienst, is de afwikkeling ervan niet goed verlopen. De Nationale ombudsman vindt dat zorgwekkend. Omdat de afwikkeling niet goed verliep, werd de overheidsvordering niet stopgezet, maar volgden er daarna nog twee. De heer Strik kwam daardoor financieel klem te zitten. En zijn bewindvoerder ook.

Hoewel het de bedoeling van de Belastingdienst is3 dat wanneer na een overheidsvordering door de betrokkene wordt doorgegeven dat er te weinig bestaansmiddelen overblijven om van te leven, bij een volgende overheidsvordering rekening wordt gehouden met de vastgestelde beslagvrije voet, is dat is in dit geval niet goed gegaan. Dat is niet juist. Voor de gang van zaken heeft de Belastingdienst terecht verontschuldigingen aangeboden aan de bewindvoerder.

De Nationale ombudsman beoordeelt de onderzochte gedraging als niet behoorlijk.

CONCLUSIE

De klacht over de onderzochte gedraging van de Belastingdienst Den Haag is gegrond.

INSTEMMING

De Nationale ombudsman heeft er met instemming kennis van genomen dat de Belastingdienst de overheidsvordering uiteindelijk heeft gecorrigeerd en heeft laten weten dat een verdere herhaling van een overheidsvordering in de huidige omstandigheden niet in de rede ligt.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Achtergrond

Wat is een overheidsvordering?

Sinds november 2009 is de Belastingdienst op grond van de wet4 bevoegd om belastingschulden te innen via een overheidsvordering. Wanneer een belastingaanslag niet op tijd wordt betaald, zal de ontvanger na een of meer aanmaningen een dwangbevel uitvaardigen met een bevel om de aanslag inclusief kosten binnen twee dagen te betalen. Wanneer niet wordt betaald, heeft de ontvanger de keus uit diverse invorderingsmaatregelen. Dat kan zijn een loonvordering, een beslag op de bankrekening, beslag op de inboedel of een overheidsvordering. Dat laatste is een vorm van vereenvoudigd derdenbeslag onder de bank. Met een overheidsvordering kan de Belastingdienst een belastingschuld van de bankrekening van de belastingschuldige afschrijven zonder dat deze daarvoor toestemming geeft. De Belastingdienst kan geld afschrijven van een betaal- en spaarrekening en er kan ook worden afgeschreven van het bedrag dat iemand rood mag staan op zijn rekening. De overheidsvordering vindt vrijwel geautomatiseerd plaats. Het wordt ingezet bij de invordering van relatief kleine belastingschulden. Niet alleen het saldo van het moment van de vordering, maar ook alle bijschrijvingen gedurende een week daarna vallen onder het beslag. In 2014 heeft de Belastingdienst besloten niet langer het vakantiegeld af te romen door middel van de overheidsvordering.

Voorwaarden voor de toepassing van de overheidsvordering

De voorwaarden zijn5:

Er moet een dwangbevel zijn betekend

Het openstaande bedrag van de belastingaanslag, waarvoor de belastingaanslag wordt gedaan, mag niet meer bedragen dan € 1.000

Het bedrag van de overheidsvordering bedraagt ten hoogste € 500

De ontvanger mag per belastingaanslag maximaal twee keer per maand een overheidsvordering doen

De overheidsvordering mag worden gesplitst in deelvorderingen (bijvoorbeeld 3 x € 166)

De bank voert de overheidsvordering of deelvordering alleen uit wanneer de bestedingsruimte (saldo + maximale debetsaldo) op de rekening toereikend is

De overheidsvordering wordt bij dezelfde belastingaanslag gedurende een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden gedaan. Wanneer de belastingaanslag dan nog niet is ingevorderd, zal de ontvanger een ander invorderingsmiddel moeten kiezen.

Overheidsvordering en beslagvrije voet

Als de Belastingdienst een overheidsvordering doet, moet hij rekening houden met de beslagvrije voet. De Belastingdienst heeft per 1 november 2013 de Leidraad Invordering 2008 daarvoor aangepast. Wanneer de belastingschuldige door de overheidsvordering minder geld overhoudt dan het bedrag van de beslagvrije voet, kan hij achteraf aan de Belastingdienst vragen om de overheidsvordering terug te draaien. Als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij door de toepassing van de overheidsvordering een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan de voor hem geldende beslagvrije voet, dan maakt de ontvanger de overheidsvordering op verzoek ongedaan.

Ongedaanmaking blijft beperkt tot de laatste overheidsvordering voorafgaand aan het verzoek van de belastingschuldige. Een voorbeeld, zoals gegeven door de Belastingdienst:

1 januari1e overheidsvordering ingesteld, belastingschuldige verzoekt niet om ongedaanmaking

1 februari2e overheidsvordering ingesteld, belastingschuldige verzoekt niet om ongedaanmaking

1 maart3e overheidsvordering ingesteld

15 maartbelastingschuldige verzoekt om ongedaanmaking en toepassing beslagvrije voet

In dit geval wordt alleen de derde overheidsvordering ongedaan gemaakt; de andere overheidsvorderingen worden niet ongedaan gemaakt.

De ontvanger past een vermogenstoets toe op basis van het totaal van de bank- en spaartegoeden op het moment dat de overheidsvordering is gedaan. Als het totaal van de tegoeden groter is dan de voor hem geldende beslagvrije voet, vermindert de ontvanger de teruggaaf met het bedrag dat de beslagvrije voet te boven gaat.

Voor een correcte en tijdige toepassing van de beslagvrije voet is de Belastingdienst afhankelijk van informatie van de betrokkene, omdat die zelf het beste inzicht heeft in zijn actuele inkomsten en uitgaven. Op de website van de Belastingdienst staat een berekenmodule beslagvrije voet en ook het formulier waarmee de belastingschuldige kan verzoeken om berekening van de beslagvrije voet.

Informatieverstrekking over de overheidsvordering

Er wordt geen vooraankondiging gestuurd van een overheidsvordering aan de belastingschuldige. Als er een overheidsvordering heeft plaatsgevonden, komt de belastingschuldige hiervan op de hoogte via zijn bank- of giroafschrift. Hierop staat vermeld dat de Belastingdienst een overheidsvordering heeft ingesteld te behoeve van een openstaande vordering. Daarbij wordt het aanslagnummer vermeld, het gevorderde bedrag en een telefoonnummer voor informatie over de vordering.

Beantwoording Kamervragen 2014Z22852 door staatsecretaris van Financiën (mede namens staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op 13 januari 2015 over invordering van belasting- en toeslagschulden door de Belastingdienst

Antwoord op vraag 2:

(…) Gelet op de complexiteit van de beslagvrije voet en op de schaal waarop de verrekening en de overheidsvordering door de Belastingdienst worden toegepast, is het in het algemeen niet mogelijk vóóraf vast te stellen of ten gevolge van de verrekening of van de overheidsvordering te weinig bestaansmiddelen overblijven om van te leven. Daarom is in de kennisgeving van verrekening of van de overheidsvordering informatie opgenomen over de relatie met de beslagvrije voet en over de mogelijkheden de verrekening of de overheidsvordering in voorkomend geval ongedaan te maken. (…) Wanneer eenmaal in hiervoor bedoelde zin is gereclameerd tegen een verrekening of een overheidsvordering, zal de Belastingdienst bij volgende verrekeningen en vorderingen rekening houden met de beslagvrije voet van betrokkene.

1) niet zijn echte naam

zie ACHTERGROND voor een verdere uitwerking van het begrip overheidsvordering

Zie ACHTERGROND onder 4.

Artikel 19, lid 4, Invorderingswet 1990

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Zie ook: www.schuldinfo.nl/bankbeslag

Publicatiedatum
Rapportnummer
2015/098