2019/063 Onderzoek naar klachten over een gratieadvies

Rapport

Een man (verzoeker) die ruim 30 jaar geleden werd veroordeeld  tot een levenslange gevangenisstraf, klaagde bij de Nationale ombudsman over de behandeling van zijn gratieverzoek door het Openbaar Ministerie (OM).

Rechters hebben uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) afgeleid dat de overheid de uitvoering van een levenslange straf na zo'n 25 jaar opnieuw moet beoordelen. Zij hebben ook aanwijzingen gegeven over hoe dat moet gebeuren en welke criteria een rol spelen. Zonder zo'n herbeoordeling kan levenslang een uitzichtloze en onmenselijke straf worden. In Nederland vindt die herbeoordeling plaats in het kader van een gratieprocedure.  In die procedure vraagt de minister voor Rechtsbescherming advies aan het OM.

Naar aanleiding van verzoekers klacht over het OM, concludeerde de Nationale ombudsman dat het OM de adviesaanvraag niet heeft behandeld op de wijze die van een behoorlijk handelende overheidsinstantie mag worden verwacht. Het OM-advies over de herbeoordeling gaf de man niet de vereiste duidelijkheid en was onvoldoende gemotiveerd. Bijzondere afspraken over de uitvoering van verzoekers straf waren onvoldoende betrokken bij de advisering.

Verzoeker had zijn klacht eerder ingediend bij het OM.  Ook bij de behandeling daarvan was het OM tekortgeschoten, aldus de ombudsman.

Naar aanleiding van het rapport uitte de Nationale ombudsman in een brief van 18 december 2019 zijn zorgen aan de minister voor Rechtsbescherming en de minister van Justitie en Veiligheid over de procedure van herbeoordeling.

Instantie:

Klacht:

wijze waarop het Ressortsparket Den Haag verzoeker bij het uitbrengen van advies over zijn gratieverzoek uit 2017 heeft behandeld

Oordeel:

Gegrond

Instantie:

Klacht:

niet inhoudelijk gereageerd op verzoekers uitvoerig onderbouwde klacht over het advies, maar volstaan met een korte, algemene opmerking

Oordeel:

Gegrond