2008/189

Rapport

Verzoeker had een WIA-uitkering aangevraagd en ging voor een medische keuring op gesprek bij een verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De resultaten van deze keuring waren voor de verzekeringsarts aanleiding om telefonisch contact op te nemen met de revalidatiearts bij wie verzoeker in behandeling was. Voor dit contact had hij aan verzoeker geen schriftelijke machtiging gevraagd. De verzekeringsarts meende namelijk dat hiertoe geen noodzaak bestond. Hij had de behandelaar niet gebeld voor het opvragen van medische informatie over verzoeker, maar voor een doorverwijzing voor verzoeker naar een psychiater.

Verzoeker klaagde erover dat de verzekeringsarts informatie heeft opgevraagd bij zijn behandelend arts, terwijl de verzekeringsarts hiervoor aan verzoeker geen schriftelijke machtiging heeft gevraagd.

De Nationale ombudsman overwoog dat het UWV goede richtlijnen hanteert voor contacten tussen verzekeringsartsen en behandelend artsen. Centraal hierin staat het begrip 'communicatie en niet het beperktere begrip 'informatie-uitwisseling'. Voor iedere communicatie tussen een verzekeringsarts en een behandelend arts dient een schriftelijke machtigingsprocedure te worden gevolgd.

De Nationale ombudsman overwoog dat in dit geval de verzekeringsarts niet de juiste beoordeling heeft gemaakt. De machtigings­procedure heeft immers betrekking op wat in brede zin tussen verzekeringsarts en behandelend arts gecommuniceerd wordt, en niet slechts op communicatie in de enge zin van informatie-uitwisseling. De verzekeringsarts had daarom moeten beoordelen of in het voorgenomen gesprek met de behandelaar communicatie zou plaatsvinden in de zin van de richtlijnen van het UWV. Communicatie in deze zin omvat tevens overleg en afstemming. De verzekeringsarts heeft de bedoeling gehad om in het telefoongesprek met de behandelaar een doorverwijzing voor psychologisch onderzoek te realiseren. In zoverre heeft hij dus tenminste beoogd om met de behandelaar in overleg te treden. Dit had voor hem al reden moeten zijn om aan verzoeker een schriftelijke machtiging te vragen.

De Nationale ombudsman oordeelde dat de onderzochte gedraging niet behoorlijk was wegens schending met het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Instantie: UWV Amsterdam

Klacht:

In het kader van een WIA-beoordeling, informatie opgevraagd bij verzoekers behandelend arts zonder hiervoor een schriftelijke machtiging te hebben gevraagd.

Oordeel:

Gegrond