2008/179

Rapport

Verzoeker importeerde vleeskalveren. Ter preventie van een Mond- en Klauwzeer-epidemie had LNV een regeling opgesteld, waarin onder andere ten aanzien van geïmporteerde kalveren eisen gesteld werden, waaraan voor de veehouder kosten waren verbonden. Verzoeker was van mening dat die kosten in strijd waren met het EG-recht en maakte hiertegen bezwaar. Omdat de kosten niet op grond van een besluit waren opgelegd, was verzoeker genoodzaakt hierover bij de burgerlijke rechter te procederen. Dit bracht aanzienlijke advocaatkosten met zich mee. Verzoeker werd door de rechtbank in het gelijk gesteld en ontving een klein gedeelte van de advocaatkosten als kostenvergoeding terug.

Verzoeker klaagde erover dat LNV zich onvoldoende had beraden op de vraag of de kosten die werden geheven als een verboden heffing in de zin van artikel 25 van het EG-verdrag moesten worden beschouwd. Door dit na te laten was verzoeker genoodzaakt advocaatkosten te maken en om die reden vond verzoeker dat LNV hem die kosten zou moeten vergoeden.

De Nationale ombudsman overwoog dat op grond van de signalen van verzoeker aan LNV en de vaststaande jurisprudentie voldoende duidelijk was dat het standpunt van LNV niet houdbaar was in een civiele procedure. LNV heeft daarnaast weloverwogen het risico genomen om de uitkomst van de procedure af te wachten en zich ten opzichte van de andere partij in de procedure garant gesteld voor vergoeding van de proceskosten. Onder die omstandigheden achtte de Nationale ombudsman het niet behoorlijk dat LNV zich op het standpunt stelde dat verzoeker het grootste deel van de kosten van de procedure wel voor eigen rekening diende te nemen.

De Nationale ombudsman oordeelde dat LNV in strijd had gehandeld met het beginsel van fair play door zich onvoldoende nader te beraden op mogelijke strijdigheid met het EG-recht van de heffing en in strijd met het redelijkheidsvereiste door de advocaatkosten niet te vergoeden.

De Nationale ombudsman beveelt LNV aan de kosten van de procedure aan verzoeker te vergoeden voor zover zij de kostenvergoeding van de rechtbank te boven gaan.

Instantie: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Klacht:

Naar aanleiding van signalen, waaronder bezwaarschrift verzoeker, niet danwel onvoldoende nader beraden op vraag of ontbreken van vergoeding van overheidswege van de kosten van onderzoeken door Gezondheidsdienst ertoe heeft geleid dat er sprake zou zijn van verboden heffingen in de zin van artikel 25 van het EG-verdrag; geweigerd advocaatkosten te vergoeden.

Oordeel:

Gegrond