De Raad voor Rechtsbijstand reageert op juiste manier op klacht

Brief

De voorzitter van een stichting diende een klacht in bij de Nationale ombudsman. Deze stichting wilde een juridische procedure starten tegen een gemeente. Hiervoor nam de stichting contact op met een advocaat. Deze advocaat nam de zaak aan en vroeg een zogenaamde toevoeging voor de stichting aan bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de raad). Een toevoeging is een vergoeding voor een advocaat. De overheid betaalt deze vergoeding.

De raad gaf de stichting een toevoeging voor een bepaald bedrag. De stichting moest nog wel een deel van de kosten voor de advocaat zelf betalen. Dat ging om € 823,-.

De advocaat ging met de zaak aan de slag. Op een bepaald moment kwam de advocaat erachter dat hij meer tijd aan de zaak moest besteden. Daarom vroeg hij de raad om een aanvullende vergoeding, zodat hij extra uren aan de zaak kon besteden. De raad wees dat af. De raad kwam er namelijk achter dat zij de toevoeging eigenlijk helemaal niet had mogen geven. Daarna is de advocaat gestopt met zijn werkzaamheden voor de stichting.

De stichting diende een klacht in bij de raad. Als de stichting van tevoren had geweten dat de hulp van de advocaat halverwege zou stoppen, was de stichting hier niet aan begonnen. Dan was de stichting ook geen € 823,- kwijt geweest. De stichting vond dat dit de schuld was van de raad.

De raad verklaarde de klacht ongegrond. De raad wees erop dat hij het verzoek om extra vergoeding had afgewezen. Maar dat de raad de toevoeging niet had ingetrokken. Volgens de raad moest de advocaat daarom zijn werkzaamheden zonder extra vergoeding voortzetten.

De stichting was het hier niet mee eens en diende een klacht in bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman deed onderzoek naar de klacht en kwam tot de conclusie dat de reactie van de raad juist is. De vergoeding die de raad al aan de advocaat had gegeven was voor werkzaamheden van de advocaat in de hele zaak. Een advocaat mag niet stoppen met zijn werk als een verzoek tot extra uren door de raad wordt afgewezen. De Nationale ombudsman vond de klacht van de stichting dus niet terecht.