2018/075 LBIO verklaart klacht ongegrond zonder vooraf naar vrouw te luisteren

Rapportnummer
2018/075
Rapport

Verzoekster is gescheiden. De omgangsregeling wordt door haar ex-partner al geruime tijd niet meer nageleefd. Hun twee kinderen verblijven, anders dan de omgangsregeling voorschrijft, nauwelijks nog bij hun vader. Als gevolg hiervan draagt zij een groter deel van de kosten van de kinderen dan was afgesproken. Als verzoekster haar ex-partner vraagt om verhoging van de alimentatie, reageert hij afwijzend. Ze vraagt het LBIO om advies. Het echtscheidingsconvenant bevat een bepaling op basis waarvan de ex-partner kan worden aangeschreven over verhoging van de alimentatie. Het LBIO schrijft de ex-partner vervolgens aan met een standaardbrief en onjuiste bedragen. Als verzoekster het LBIO hierop wijst, onderneemt het geen actie. Op basis van de tegenargumenten van de advocaat van de ex-partner besluit het LBIO de bemiddeling te staken. Het LBIO zegt nu dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een betalingsachterstand. Het LBIO verwijst haar naar een mediator of de rechter. Verzoekster is het hier niet mee eens. Ze vraagt om een kopie van de brief van de advocaat en om teruggebeld te worden door het afdelingshoofd. Aan beide verzoeken wordt geen gehoor gegeven. Vervolgens dient ze een klacht in. Haar klacht wordt door het LBIO ongegrond verklaard zonder dat zij vooraf is gehoord en zonder dat op al haar klachtonderdelen wordt gereageerd. De Nationale ombudsman vindt dat het LBIO onvoldoende heeft geluisterd naar verzoekster en onvoldoende aandacht heeft besteed aan haar signalen en argumenten. Ook is de klacht van verzoekster niet behoorlijk behandeld. LBIO heeft hierdoor gehandeld in strijd met de vereisten van goede voorbereiding, goede organisatie, fair play en luisteren naar de burger.

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) te Rotterdam

Klacht:

vermeende toezegging

Oordeel:
Geen oordeel

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) te Rotterdam

Klacht:

onjuiste alimentatiebedragen in de brief aan verzoekers ex-partner

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) te Rotterdam

Klacht:

niet noemen van de jongste zoon in de brief aan verzoekers ex-partner

Oordeel:
Niet gegrond

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) te Rotterdam

Klacht:

niet reageren op het verzoek om de brief van de advocaat te mogen ontvangen en op het verzoek om teruggebeld te worden door het afdelingshoofd

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) te Rotterdam

Klacht:

wijze waarop het LBIO de klacht van verzoekster heeft behandeld

Oordeel:
Gegrond