2015/186 Politie Midden-Nederland blijft onduidelijk over niet opnemen van aangifte en wegsturen van verzoekers

Rapportnummer
2015/186
Rapport

In het kader van een onderzoek van de sociale recherche hebben verzoekers informatie gedeeld over een buurman. De buurman raakte hiervan op de hoogte en stuurde verzoekers via de mobiele telefoon berichten met een dreigende toon. Verzoekers hebben dit gemeld bij de politie, die daarop een gesprek heeft gevoerd met de partner van de buurman. Verzoekers ontvingen geen berichtjes meer, totdat verzoeker zes weken later werd klem gereden door de buurman. De buurman zou hem toen hebben bedreigd. Verzoeker wilde die dag aangifte doen bij de politie. Toen hij naar het politiebureau ging, werd hem verteld dat hij niet dezelfde dag aangifte kon doen. De wijkagent was niet bereikbaar. In de daaropvolgende nacht werden de twee auto's van verzoekers die dicht tegen de woning geparkeerd stonden in brand gestoken. Ook werden er vernielingen gepleegd aan de woning. De buurman werd later schuldig bevonden aan deze feiten en veroordeeld. Na de brandstichting hebben verzoekers ondergedoken gezeten. Na enige tijd zijn ze weer teruggekeerd naar de woning. Na hun terugkeer hebben zij nog meerdere keren contact gehad met de politie.

Verzoekers klaagden erover dat de politie, in de persoon van de wijkagent, onvoldoende actie had ondernomen naar aanleiding van hun melding van het versturen van bedreigende berichten door de overbuurman en naar aanleiding van de brandstichting.

De Nationale ombudsman heeft naar verschillende contactmomenten tussen verzoekers en de wijkagent gekeken. Ten aanzien van het aanspreken van de buurvrouw over de berichten die haar partner zou sturen, oordeelde de ombudsman dat de wijkagent niet juist had gehandeld. Hij had de buurman zelf moeten aanspreken, want op die manier had hij een beter beeld van de persoon kunnen krijgen en een zorgvuldigere inschatting van de situatie kunnen maken.

Het vereiste van professionaliteit.

Verzoekers klaagden er ook over dat de politie niet kon achterhalen welke twee medewerkers verzoeker op de dag voor de brandstichting hadden weggestuurd van het politiebureau, toen hij daar aangifte wilde doen van bedreiging.

Instantie: politie-eenheid Midden-Nederland

Klacht:

onvoldoende actie door wijkagent ondernomen naar aanleiding van de eerdere melding van bedreiging en de brandstichting in de nacht van 8 op 9 oktober 2013.

Oordeel:
Gegrond