2014/190 Gemeente rekent verzekeringsuitkering terecht tot vermogen bij beoordeling kwijtschelding belasting

Rapportnummer
2014/190
Rapport

Verzoekers hebben verzocht om kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend heeft het verzoek afgewezen. Verzoekers hebben voor een viertal vermogensbestanddelen verzocht deze niet mee te tellen als vermogen. Het college heeft dit geweigerd.

De uitkomst daarvan mag niet onredelijk zijn. Het redelijkheidsvereiste brengt met zich mee dat een overheidsinstantie, in het kader van een verzoek om kwijtschelding, de bepalingen van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 naar de geest toepast, indien een letterlijke toepassing tot een onredelijke en onbedoelde uitkomst leidt.

Als een vermogensbestanddeel met een specifiek doel is verkregen, bijvoorbeeld om aan te wenden voor het herstel van schade, is er een spanningsveld tussen dat doel en de toepasselijke regelgeving voor kwijtschelding. In een dergelijke situatie kan er aanleiding bestaan voor een ruimhartige opstelling van de betrokken overheidsinstantie.

Als een vermogensbestanddeel buiten de vermogenstoets wordt gelaten, betekent dat niet dat dit tot in lengte van jaren zo moet blijven. Te denken valt aan een overgangssituatie, waarin het vermogensbestanddeel geheel of gedeeltelijk niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen. De lengte van een overgangsperiode is maatwerk. De Nationale ombudsman acht het echter wenselijk dat de betrokken overheidsinstantie inzichtelijk maakt welke criteria zij hanteert bij de afweging hoe en hoelang zij rekening houdt met het specifieke doel van het vermogensbestanddeel. Dit brengt met zich mee dat een invorderingsambtenaar bij de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om kwijtschelding of een herzieningsverzoek de bepalingen van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 naar de geest toepast indien een letterlijke toepassing tot een onredelijke en onbedoelde uitkomst leidt.

Het college hanteert als beleidsregel dat uitkeringen die dienen ter voldoening van zorgkosten, zoals uitkeringen op grond van de Wet Tegemoetkoming Chronisch Zieken en gehandicapten en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, in beginsel slechts één maand buiten aanmerking blijven, omdat het geld doorgaans binnen die maand zal zijn besteed. Als het bedrag na een maand nog op de rekening staat is het kennelijk beschikbaar als vermogen, aldus het college. De Nationale ombudsman vindt dit beleid redelijk, te meer daar dit beleid slechts als uitgangspunt wordt gehanteerd en in individuele gevallen maatwerk mogelijk blijft.

Ten aanzien van de verzekeringsuitkering wegens schade aan de woning oordeelde de gemeente dat de uitkering drie maanden voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek is ontvangen, zodat het, volgens het college, aannemelijk is dat de uitkering inmiddels is besteed aan de noodzakelijke vervanging en herstel. De Nationale ombudsman kan zich hierin vinden.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat het college de verzekeringsuitkering wegens een geannuleerde vakantie terecht (wel) in de vermogensberekening heeft betrokken.

De gevallen waarin een vermogensbestanddeel alsnog buiten de vermogenstoets moet blijven, dienen beperkt te blijven tot uitzonderlijke gevallen. Alleen bij ernstige bezwaren dient tot een dergelijke maatregel te worden overgegaan. Een verzekeringsuitkering wegens een geannuleerde vakantie is hiervoor van onvoldoende gewicht. Met name omdat de uitkering (vooral) bestond uit een terugbetaalde reissom en zodoende betrekking had op uitgaven die reeds waren gedaan. Dit betekent dat het terugontvangen bedrag, anders dan voor de verzekeringsuitkering wegens schade aan de woning waarmee noodzakelijk uitgaven moesten worden gedaan, volledig vrij te besteden was.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat het college het verzoek om kwijtschelding terecht heeft afgewezen. De beslissing is behoorlijk.

Instantie: Gemeente Purmerend

Klacht:

geen verzoek om kwijtschelding verleend voor de aanslag gemeentelijke belastingen 2013.

Oordeel:
Niet gegrond