2014/180 Openbaar Ministerie heeft onvoldoende oog voor slachtoffer ernstig verkeersongeluk

Rapportnummer
2014/180
Rapport

Verzoekster, een meisje van (toen) 16 jaar, heeft in mei 2011 een ernstig verkeersongeluk gehad. Zij is aangereden door een automobilist waardoor zij met haar fiets op het wegdek werd gelanceerd. In oktober 2011 heeft de politie het proces-verbaal gestuurd naar het arrondissementsparket te Amsterdam. Verzoekster heeft niets gehoord van de politie en het arrondissementsparket. In juni 2013 kwam de advocaat van verzoekster erachter dat er een transactievoorstel aan de verdachte was gedaan.

Verzoekster klaagt over de wijze waarop het arrondissementsparket het verkeersongeval in mei 2011 waarbij zij ernstig gewond raakte, heeft afgehandeld. Zij is niet als slachtoffer geregistreerd en niet actief over de afhandeling geïnformeerd en de zaak is met een transactie afgedaan waardoor haar belang (het verhalen van haar schade via het strafproces) is veronachtzaamd.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het arrondissementsparket heeft gereageerd op de brieven van haar advocaat.

Zowel tegen verzoekster als de wederpartij is proces-verbaal opgemaakt. De wederpartij heeft het aangeboden transactievoorstel van € 300,- ter voorkoming van verdere strafvervolging geaccepteerd.

In de zaak tegen verzoekster is geen transactievoorstel aangeboden en is de zaak geseponeerd. De behandelaar van de zaak heeft verzoekster niet als slachtoffer ingevoerd.

De advocaat van verzoekster heeft hierover geklaagd bij de hoofdofficier; zij is in het geheel niet geïnformeerd over het doorzenden van het proces-verbaal naar het arrondissementsparket. Zij is niet geïnformeerd over het doen van een transactievoorstel door het arrondissementsparket aan de verdachte. Hierop kreeg hij te horen dat verzoekster per abuis niet was geregistreerd als slachtoffer waardoor zij geen wensen- en schadeopgaveformulier opgestuurd heeft gekregen. Als dit wel was gebeurd, had zij deze kunnen invullen en retourneren en zich op deze manier als benadeelde partij kunnen voegen in het strafproces. Dan was zij ook op de hoogte gehouden van de afloop van deze zaak. Voor de gang van zaken worden excuses aangeboden.

Met betrekking tot het informeren van slachtoffers in strafzaken heeft het Openbaar Ministerie dit belang reeds geruime tijd geleden onderkend door hiervoor richtlijnen op te stellen. Zo was bijvoorbeeld al jaren voordat de Wet versterking positie slachtoffers uit 2011 in werking trad, de Aanwijzing Slachtofferzorg van 13 april 2004 van kracht. De vraag is wat een slachtoffer zoals verzoekster hiervan in de praktijk merkt. Verzoekster is ernstig gewond geraakt bij een aanrijding en heeft hiervan aangifte gedaan en geprobeerd te achterhalen wat er met deze aangifte is gebeurd. Zij hoorde in het geheel niets van het Openbaar Ministerie. De behandelaar van het proces-verbaal heeft verzoekster niet geregistreerd als slachtoffer. Hierdoor is verzoekster dus geheel buiten beeld als slachtoffer waardoor zij geen wensen- en schadeopgaveformulieren opgestuurd heeft gekregen met alle gevolgen van dien. Daarnaast is zij ook niet op de hoogte gesteld van de afloop van de strafzaak. Daardoor verkeerde zij sinds eind mei 2011 in onzekerheid totdat zij in juni 2013 via haar advocaat vernam dat de strafzaak was afgerond.

De eerste brief van verzoeksters advocaat hierover is zeer summier beantwoord en excuses bleven uit. Zijn volgende brief werd pas na drie maanden beantwoord door de hoofdofficier van justitie. Voor het feit dat verzoekster per abuis niet geregistreerd was als slachtoffer en dat zij niet op de hoogte was gehouden van de afloop van de zaak werden excuses aangeboden. Er werd echter niet inhoudelijk ingegaan op de argumenten van verzoeksters advocaat dat het aanbieden van een transactievoorstel in strijd was met de Aanwijzing feit gecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen en dat artikel 6 Wegenverkeerswet op deze manier buiten beeld bleef. Met betrekking tot de strafrechtelijke beslissing zag de hoofdofficier van justitie geen aanleiding voor discussie, het was immers voor verzoekster mogelijk geweest om binnen drie maanden na bekendwording van het transactieaanbod een artikel 12 Sv-procedure te starten.

Door deze wijze van reageren (summier, laat en niet inhoudelijk) heeft het Openbaar Ministerie niet laten zien dat het werkelijk heeft geluisterd naar wat verzoekster dwars zat.

De Nationale ombudsman vraagt zich af waarom de hoofdofficier van justitie in deze heeft verwezen naar de artikel 12 Sv procedure in plaats van de bezwaren op te pakken als een klacht over het Openbaar Ministerie in de zin van hoofdstuk 9 van de Awb. Het is duidelijk dat verzoeksters advocaat zijn ongenoegen kenbaar heeft gemaakt en de hoofdofficier van justitie om een reactie heeft gevraagd. Dat de hoofdofficier van justitie hierop niet inhoudelijk wilde reageren, is een gemiste kans. De omstandigheid dat er de mogelijkheid is van een artikel 12 Sv-procedure staat niet aan klachtbehandeling door de hoofdofficier van justitie in de weg.

vereiste van goede informatieverstrekking - niet behoorlijk

vereiste van luisteren naar de burger - niet behoorlijk

De Nationale ombudsman geeft de minister van Veiligheid en Justitie in overweging

verzoekster een tegemoetkoming in haar advocaatkosten toe te kennen, aangezien zij hem niet had hoeven inschakelen als zij wel geregistreerd was als slachtoffer.

Instantie: Arrondissementsparket te Amsterdam

Klacht:

informeren van het slachtoffer

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Arrondissementsparket te Amsterdam

Klacht:

wijze waarop is gereageerd op de brieven van verzoeksters advocaat

Oordeel:
Gegrond