2013/210: UWV wijst eerste ontslagaanvraag af, maar honoreert kort daarop de tweede

Rapportnummer
2013/210
Rapport

De werkgever van de heer K. vroeg bij het UWV een ontslagvergunning voor hem aan. Het UWV concludeerde dat niet aannemelijk was gemaakt dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht om de mogelijkheden tot herplaatsing te onderzoeken. Daarom werd de toestemming om de heer K. te ontslaan niet verleend.

Exact een week na de afwijzing van het UWV vroeg de werkgever opnieuw een ontslagvergunning aan. Deze aanvraag werd door het UWV in behandeling genomen en leidde ertoe dat nu wel een vergunning werd verleend om het dienstverband met de heer K. te beëindigen.

Verzoeker klaagde er bij de Nationale ombudsman over dat het UWV een tweede ontslagaanvraag van zijn werkgever, zeer kort na het afwijzen van diens eerste aanvraag, in behandeling nam. Naar zijn mening handelde het UWV hiermee in strijd met de eigen beleidsregels.

In diverse rapporten is door de Nationale ombudsman geoordeeld dat het UWV terughoudend dient om te gaan met de bevoegdheid, een hernieuwde aanvraag in behandeling te nemen na afwijzing van een eerdere aanvraag. Verder stelt de Nationale ombudsman zich op het standpunt dat aan de beoordeling van een tweede aanvraag hogere eisen moeten worden gesteld naarmate deze dichter ligt op de eerdere weigering. Dat speelt ook hier.

Ook is de Nationale ombudsman van oordeel dat door de wijze waarop de belangen van de heer K. en de werkgever zijn gewogen, de indruk ontstaat dat het UWV vooral de werkgever van dienst heeft willen zijn. Met name de typering van de heer K. – de werknemer die al geruime tijd met doorbetaling van salaris thuiszit – tegenover die van de werkgever – de charitatieve instelling die geen winstoogmerk heeft – doet onvoldoende recht aan de situatie van de heer K. Daar komt bij dat de werkgever zich beriep op nieuwe omstandigheden en niet op zijn grote belang bij het in behandeling nemen van de tweede aanvraag.

Naar het oordeel van de Nationale ombudsman heeft het UWV, bij de beslissing de tweede aanvraag in behandeling te nemen, door die belangenafweging de schijn van partijdigheid op zich geladen. Dit heeft ertoe geleid dat de heer K. in zijn belangen is aangetast.

De klacht is gegrond. Vereiste van onpartijdigheid.

Instantie: UWV Amersfoort

Klacht:

tweede ontslagaanvraag van verzoekers werkgever, zeer kort na het afwijzen van diens eerste aanvraag, in behandeling genomen

Oordeel:
Gegrond

Instantie: UWV Amersfoort

Klacht:

verzoekers klacht pas na vijftien weken afgehandeld

Oordeel:
Gegrond