2013/189: Politie lost schoten bij achtervolging zestienjarige jongen

Rapportnummer
2013/189
Rapport

Verzoeker werd op 21 augustus 2011 achternagezeten door de politie Limburg omdat hij werd verdacht van een (poging tot) inbraak. Verzoeker klaagt erover dat op het moment dat hij te voet werd achtervolgd er meerdere schoten (op hem) zijn gelost door politieambtenaren X en Y.

Artikel 7 van de Ambtsinstructie geeft het kader aan waarbinnen een politieambtenaar zijn wapen mag gebruiken. Voor deze casus is van belang dat dit is toegestaan wanneer een persoon vlucht voor zijn aanhouding, wordt verdacht van het plegen van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld én dat een ernstige aantasting vormt van de persoonlijke levenssfeer. Valt een woninginbraak hier onder?

De Nota van toelichting op de ambtsinstructie geeft hier verdere duidelijkheid over. In dit geval was er geen sprake van een situatie waarbij het op grond van de ambtsinstructie was toegestaan om te schieten. Immers, verzoeker en zijn mededader hadden de bewoner niet bedreigd met geweld. Echter, de medewerkster van de meldkamer heeft wel aan de betrokken politieambtenaren doorgegeven dat de daders de bewoner hadden bedreigd. De politieambtenaren X. en Y. waren daardoor in de veronderstelling dat er voldaan was aan de in de nota van toelichting gegeven vereisten. De hoofdofficier van justitie redeneert dat een dergelijke omissie in de meldkamer niet kan worden toegerekend aan de politieambtenaren X. en Y. En de politiechef laat vervolgens de klacht van verzoeker hierover buiten behandeling. Hiermee wordt miskend dat bij klachtbehandeling een gedraging wordt toegerekend aan de politie als organisatie.

Het gebruik van het politiewapen is het zwaarst mogelijke geweldmiddel dat de politie kan toepassen. Vaststaat dat in dit geval niet had mogen worden geschoten. Het schieten op verzoeker ter aanhouding is naar het oordeel van de Nationale ombudsman een te zwaar middel geweest om het doel, de aanhouding, te bereiken. Dat is een ernstige constatering. De Nationale ombudsman kan niet begrijpen dat zowel de hoofdofficier van justitie als de politiechef in deze gebeurtenis geen reden hebben gezien tot evaluatie. Immers naar het oordeel van de ombudsman waren uit dit voorval wel degelijk lessen te trekken.

Evenredigheidsvereiste, niet behoorlijk.

Aanbeveling:

De Nationale ombudsman geeft de politiechef in overweging om het incident te evalueren en om aan te geven welke lessen hieruit zijn getrokken.

Instantie: Politiechef van regionale eenheid Limburg

Klacht:

te voet achtervolgd door politieambtenaren, terwijl er meerdere schoten (op verzoeker) zijn gelost

Oordeel:
Gegrond