2013/021: Onderneemster vindt dat Belastingdienst haar onderdrukt en controlebevoegdheid misbruikt

Rapportnummer
2013/021
Rapport

Verzoekster exploiteert diverse seksinrichtingen en merkt de bij haar werkzame sekswerkers aan als zelfstandigen. De Belastingdienst vindt echter dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Voor de sector is een ministeriële regeling gecreëerd waarbij gedeeltelijk wordt gehandeld alsof er een dienstbetrekking is. De Belastingdienst heeft aangegeven dat als niet wordt gekozen voor deze regeling, hij de arbeidsverhouding gaat onderzoeken door waarnemingen ter plaatse. Verzoekster voelt zich onder druk gezet door de Belastingdienst en vindt dat die zijn controlebevoegdheid misbruikt om haar te bewegen akkoord te gaan met de regeling. Volgens de Nationale ombudsman is het niet toegestaan om controlecapaciteit in te zetten uitsluitend om ondernemers te bewegen tot een keuze voor een bepaalde regeling. De Nationale ombudsman onderkent dat van het in het vooruitzicht stellen van waarnemingen ter plaatse een zekere druk uitgaat om te kiezen voor de hier bedoelde regeling, maar is van oordeel dat dit geoorloofd is. Immers als niet voor de regeling wordt gekozen, blijven de verschillen van inzicht tussen verzoekster en Belastingdienst over de kwalificatie van de arbeidsverhouding bestaan. Dan resteert de Belastingdienst gebruik te maken van zijn normale bevoegdheden om feiten te onderzoeken.

Instantie: Belastingdienst Amsterdam

Klacht:

bevoegdheden misbruikt om verzoekster te brengen tot de door de Belastingdienst gewenste keuze van een wettelijk belastingregime ten aanzien van de bij haar werkzame sekswerkers en haar ten onrechte anders behandeld en meer lastig gevallen dan exploitanten die het door de Belastingdienst gewenste belastingregime wel hebben gekozen.

Oordeel:
Niet gegrond