2010/322: Vrouw merkt geen verschil in faalangstexamen CBR en regulier rijexamen

Rapportnummer
2010/322
Rapport

Van februari 2009 tot februari 2010 heeft het CBR in opdracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat een landelijke proef gehouden met het afnemen van faalangstexamens. Het faalangstexamen is een praktijkexamen dat speciaal is bedoeld voor mensen met faalangst voor het rijexamen. De kandidaten moeten aan dezelfde rijvaardigheidseisen voldoen als bij een regulier praktijkexamen, maar het examen verschilt op een aantal punten van een regulier examen.

Zo is bijvoorbeeld de examinator die het examen afneemt getraind om mensen met faalangst te begeleiden. Een ander verschil betreft de mogelijkheid van de kandidaat om tijdens de examenrit een time-out aan te vragen, of dat deze op initiatief van de examinator wordt gegeven als bijvoorbeeld de spanning de kandidaat teveel wordt. Het faalangstexamen is per 1 juni 2010 definitief ingevoerd.

Verzoekster klaagde over de wijze waarop de examinator/rijvaardigheidsadviseur van het CBR het door haar afgelegde faalangstexamen had afgenomen. Verzoekster gaf aan dat zij haar faalangstexamen als een regulier examen had ervaren. Zij stelde onder meer dat de examinator haar niet duidelijk had geïnformeerd over de mogelijkheid om een time-out aan te vragen. Het uitslagformulier van het examen was volgens verzoekster ook niet goed ingevuld. Verder klaagde verzoekster over de manier waarop het CBR haar klacht had afgehandeld.

De Nationale ombudsman overwoog dat uit de uitleg die de examinator aan verzoekster had gegeven niet af te leiden viel dat verzoekster duidelijk de mogelijkheid was geboden om even te kunnen stoppen tijdens de examenrit. Voorts was gebleken, hetgeen ook door het CBR was erkend, dat de examinator het uitslagformulier niet geheel in overeenstemming met de gang van zaken tijdens het examen had ingevuld. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman voldeed het examen niet geheel aan de gerechtvaardigde verwachtingen van verzoekster. Strijd met het vereiste van rechtszekerheid.

Ten aanzien van de afhandeling van de klacht van verzoekster door het CBR concludeerde de Nationale ombudsman dat het CBR de klacht van verzoekster over het algemeen goed had afgewikkeld. Het CBR was verzoekster in haar klacht tegemoetgekomen door het examengeld bij het CBR te restitueren en had excuses aangeboden.

Verzoekster had in haar klacht aangegeven naast het examengeld bij het CBR ook aparte examenkosten bij de rijschool te hebben gemaakt voor haar faalangstexamen. Verder deelde zij mee haar rijbewijs kort na haar faalangstexamen te hebben behaald via een regulier rijexamen. Verzoekster had na haar faalangstexamen nog drie extra rijlessen genomen.

De Nationale ombudsman beval het CBR aan om verzoekster tegemoet te komen in de helft van de examenkosten bij de rijschool voor het faalangstexamen, en de helft van de kosten van de drie rijlessen die verzoekster na het faalangstexamen heeft genomen.

Instantie: Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Klacht:

Wijze waarop de examinator het faalangstexamen van verzoekster heeft afgenomen.

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Klacht:

Manier waarop de klacht van verzoekster is afgehandeld.

Oordeel:
Niet gegrond