2021/048 Belastingdienst ziet terecht geen aanleiding voor kwijtschelding belastingaanslag

Briefnummer
2021/048
Brief
7 juni 2021

Een man dient bij de Nationale ombudsman een klacht in, omdat hij zijn belastingaanslag niet kan betalen. Hij had de Belastingdienst gevraagd om te bepalen dat hij de aanslag niet hoefde te betalen (kwijtschelden). De Belastingdienst wilde dit niet. Hij vindt dat de Belastingdienst, bij het vaststellen van het bedrag dat hij per jaar kan missen (betalingscapaciteit), rekening had moeten houden met zijn hoge huurlasten. En dat het voor hem onmogelijk is om een goedkopere woning te vinden of binnen een korte tijd een sociale huurwoning te krijgen.

De Nationale ombudsman volgt de Belastingdienst in zijn standpunt dat de man genoeg geld per jaar kan missen (betalingscapaciteit) om de aanslag te betalen. Iemand komt in aanmerking voor kwijtschelding als er geen vermogen of betalingscapaciteit is. Voor de berekening van de betalingscapaciteit wordt rekening gehouden met zogenaamde normbedragen. Het gaat daarbij niet om de precieze kosten die iemand maakt.

Hoewel de Nationale ombudsman er begrip voor heeft dat het lastig voor hem is om een sociale huurwoning te krijgen, betekent dat niet dat de Belastingdienst daarom een andere beslissing had moeten nemen. Het is namelijk een bewuste keuze om bij de berekening van de betalingscapaciteit alleen rekening te houden met de huurlasten tot het maximum bedrag waarvoor huurtoeslag kan worden gekregen.