2015/182 Politie-eenheid Den Haag houdt man en vrouw aan die niet voldoen aan signalement

Rapport

Bij de politie waren meldingen binnengekomen dat er in Leiderdorp werd geprobeerd om bejaarde mensen via een 'babbeltruc' geld afhandig te maken. De meldkamer van de politie gaf aan diverse politie eenheden de opdracht om op de meldingen te reageren en gaf later een signalement door van de verdachten. Op een gegeven moment zag een politie eenheid verzoekers vanuit een flatportiek naar een auto lopen. Zij besloten verzoekers staande te houden omdat zij redelijk aan het signalement echtpaar (vrouw, netjes gekleed en met donker haar en man met donker en grijs haar) zouden voldoen en zich in de buurt van de locatie van de laatste melding bevonden. Omdat zij in de auto van verzoekers nog een derde persoon zagen zitten, besloten zij om de meldkamer te verzoeken om een extra politie eenheid naar hun locatie te sturen. Deze eenheid kwam vervolgens ter plaatse. Niet veel later kwamen ook nog andere politie eenheden op de locatie. Nadat een senior politieambtenaar ter plaatse had besloten dat verzoekers niet konden worden aangehouden, ging de politie weg.

Verzoekers klaagden erover dat politieambtenaren hen ten onrechte hadden staande gehouden en in dat kader een onderzoek hadden ingesteld naar hun identiteit. Verzoekers klaagden er verder over dat de politie in groten getale aanwezig was.

De Nationale ombudsman stelde tijdens het onderzoek vast dat geen van de meldsters het over een vrouwelijke verdachte had gehad en dat de meldkamer niet aan de eenheden op straat had doorgegeven dat er moest worden uitgekeken naar een vrouwelijke verdachte en al zeker niet naar een echtpaar. Omdat deze signalementen haaks stonden op de signalementen die volgens de betrokken politieambtenaren door de meldkamer waren uitgegeven, was de Nationale ombudsman van oordeel dat verzoekster en verzoeker niet hadden mogen staande gehouden nu zij zelfs niet 'redelijk' aan het signalement voldeden. De Nationale ombudsman was daarom van oordeel dat de politieambtenaren niet professioneel hadden gehandeld.

Voor wat betreft de getalsmatige grote aanwezigheid van de politie was de Nationale ombudsman van oordeel dat er meer politie aanwezig bleef in de buurt van de locatie van de staande houding dan op grond van de situatie noodzakelijk zou kunnen worden geacht. Hierdoor had de politie gehandeld in strijd met het evenredigheidsvereiste.

Instantie: Politie-eenheid Den Haag

Klacht:

verzoekers ten onrechte staande gehouden en in dat kader een onderzoek ingesteld naar hun identiteit

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Politie-eenheid Den Haag

Klacht:

politie in grote getale aanwezig

Oordeel:

Gegrond