2011/119: Man ontvangt geen kwijtschelding door teveel vermogen door fout Belastingdienst

Het waterschap Peel en Maasvallei weigert een meneer de waterschapsbelasting over 2009 kwijt te schelden. Hij heeft teveel vermogen, want zijn banksaldo is te hoog. Dat komt doordat hij geld heeft gereserveerd dat het Rijk hem teveel had uitbetaald. Als het Rijk dat geld terugvordert, wil hij het direct kunnen terugbetalen. De Nationale ombudsman vindt het niet redelijk dat bedragen die aantoonbaar aan het Rijk moeten worden terugbetaald meetellen als vermogen. Het waterschap vindt dit uiteindelijk ook en kent de kwijtschelding tijdens het onderzoek van de ombudsman toe.

Instantie: Waterschap Peel en Maas

Klacht:

geen kwijtschelding van waterschapsbelastingen over 2009 toegekend, vanwege vermogen op zijn bankrekening

Oordeel: gegrond

De heer C. heeft geen kwijtschelding gekregen van de waterschapsbelastingen over 2009 door het dagelijks bestuur van het waterschap Peel en Maasvallei, vanwege een te hoog vermogen door saldo op zijn bankrekening.

Hij is het hiermee niet eens, omdat zijn banksaldo hoger is vanwege door de rijksbelastingdienst gestorte bedragen aan huurtoeslag en aanslag loonheffing. Deze bedragen kloppen niet en zijn te hoog. Om die reden heeft hij de bedragen op zijn bankrekening laten staan, zodat hij het kan terugbetalen.

De Nationale ombudsman vindt het terecht dat bij de berekening van de betalingscapaciteit in het kader van een verzoek om kwijtschelding of een herzieningsverzoek, een bedrag op de bankrekening van betrokkene buiten beschouwing wordt gelaten als de rijksbelastingdienst dit aantoonbaar terugvordert.

Zolang het terugvorderingsbesluit van de rijksbelastingdienst op zich laat wachten is het redelijk dat de behandeling van de kwijtschelding wordt opgeschort en/of invorderingsacties achterwege worden gelaten. Van de betrokkene mag worden verwacht dat deze zich inspant om een terugvorderingsbesluit te verkrijgen.

Redelijkheidsvereiste. De klacht is gegrond. Met instemming is kennis genomen van het alsnog verlenen van kwijtschelding door het waterschap Peel en Maasvallei

De heer C. klaagt erover dat het dagelijks bestuur van het waterschap Peel en Maasvallei hem geen kwijtschelding van de waterschapsbelastingen over 2009 heeft toegekend, vanwege vermogen op zijn bankrekening.

Bevindingen en beoordeling

I Bevindingen

1. De heer C. heeft op 5 juli 2009 een aanvraag om kwijtschelding van waterschapsbelastingen over 2009 ingediend. De kwijtschelding is hem geweigerd, vanwege de hoogte van zijn banksaldo.

2. De heer C. heeft tijdig administratief beroep aangetekend. Hij stelt daarin dat het hoge banksaldo is ontstaan doordat de rijksbelastingdienst te hoge bedragen aan huurtoeslag en aanslag loonheffing had toegekend en op zijn bankrekening had gestort. Deze bedragen heeft hij op zijn bankrekening laten staan, om de rijksbelastingdienst te kunnen terugbetalen.

3. Eerst na de beslissing op administratief beroep kon de heer C. met besluiten van de Rijksbelastingdienst aantonen welk bedrag van hem wordt teruggevorderd. Het waterschap handhaaft de weigering om kwijtschelding te verlenen, omdat wordt uitgegaan van het banksaldo ten tijde van de aanvraag om kwijtschelding.

4. De heer C. heeft de kwestie voorgelegd aan de Nationale ombudsman.

II Beoordeling

5. Het redelijkheidsvereiste houdt in dat overheidsinstanties de in het geding zijnde belangen tegen elkaar afwegen en dat de uitkomst hiervan niet onredelijk is.

Dit brengt met zich mee dat een waterschap, bij de berekening van de betalingscapaciteit in het kader van een verzoek om kwijtschelding of een herzieningsverzoek, de bepalingen van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 naar de geest toepast indien een letterlijke toepassing tot een onredelijke en onbedoelde uitkomst leidt.

6. In de kwijtscheldingsregelgeving nemen terugbetalingen aan de rijksbelastingdienst een speciale plaats in (zie artikel 15 van de Uitvoeringsregeling Invorderingsweg 1990 bij "achtergrond"). De terugbetalingen dienen immers in mindering te worden gebracht op het berekende netto-besteedbare inkomen. De Nationale ombudsman is van oordeel dat - daar waar sprake is van een reservering van te hoog toegekende bedragen van de rijksbelastingdienst op de bankrekening die aantoonbaar zullen worden teruggevorderd - ook bij de berekening van het vermogen rekening dient te worden gehouden met de speciale plaats die terugbetalingen aan de rijksbelastingdienst innemen. Deze gereserveerde bedragen dienen dan niet tot het vermogen te worden gerekend. Het spreekt voor zich dat de feitelijke terugbetalingen dan niet ook nog bij de berekening van het netto-besteedbare inkomen in mindering hoeven te worden gebracht.

De klacht van de heer C. is gelet op het voorgaande gegrond.

7. De Nationale ombudsman merkt nog het volgende op. In de praktijk is er doorgaans een (soms aanzienlijk) tijdsverloop tussen het storten van een bedrag en het terugvorderen daarvan door de rijksbelastingdienst. In de situatie dat een betrokkene zich realiseert dat de toekenning niet juist kan zijn en daarom de bedragen op zijn bankrekening reserveert om terug te kunnen betalen, acht de Nationale ombudsman het redelijk dat de behandeling van het verzoek om kwijtschelding (of het administratief beroep) wordt opgeschort en/of invorderingsacties achterwege worden gelaten. Van een betrokkene mag worden verwacht zich in te zetten om op zo kort mogelijke termijn een terugvorderingsbesluit te verkrijgen (bijvoorbeeld door het indienen van een aanvraag om een terugvorderingsbesluit). De instantie die het kwijtscheldingsverzoek in behandeling heeft genomen wijst de betrokkene hier zo nodig op.

8. Tijdens het onderzoek heeft het waterschap aangegeven van mening te zijn dat het niet juist heeft gehandeld door de weigering kwijtschelding te verlenen te handhaven, nadat was aangetoond dat de rijksbelastingdienst de bedragen had teruggevorderd. Het waterschap heeft de heer C. alsnog kwijtschelding verleend.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van het dagelijks bestuur van het waterschap Peel en Maasvallei, is gegrond wegens schending van het redelijkheidsvereiste.

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen van het alsnog toekennen van kwijtschelding door het waterschap Peel en Maasvallei.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Achtergrond

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Artikel 14, eerste lid, aanhef:

"1. Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in artikel 13, wordt verstaan het met de in artikel 15, eerste lid, vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van:

….. "

Artikel 15, eerste lid onder a:

"1. Als uitgaven als bedoeld in artikel 14, eerste lid, worden in aanmerking genomen:

betalingen op belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in artikel 8, tweede lid en betalingen op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

….. "

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Artikel 2. Definities

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede in inkomensafhankelijke regelingen, wordt verstaan onder:

…..

h. tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling;

….. "

4

2010.01917

de Nationale ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2011/119