2010/051

Rapport

Verzoeker klaagde er bij de Nationale ombudsman over dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) hem liet weten dat er een betalingsachterstand bestond en dat tot inning van de alimentatie zou worden overgegaan, tenzij verzoeker binnen 14 dagen aantoonde dat er geen achterstand in de betaling bestond. Hierbij werd verzoeker niet de mogelijkheid geboden de achterstond alsnog aan de alimentatiegerechtigde te voldoen. Ook klaagde verzoeker erover dat het LBIO de alimentatie had overgenomen terwijl de betalingsachterstand slechts € 11, 44 bedroeg en hij vervolgens, gedurende zes maanden, de opslagkosten moest voldoen.

Uit hetgeen het LBIO liet weten en uit de stukken die het de Nationale ombudsman deed toekomen, bleek dat de alimentatiegerechtigde in een tijdsbestek van twee jaar driemaal een inningsverzoek bij het LBIO had ingediend. Meermalen werd verzoeker door het LBIO in staat gesteld de alimentatie alsnog rechtstreeks aan de alimentatiegerechtigde te voldoen. Dat het LBIO uiteindelijk uitvoering gaf aan het beleid verzoeker niet nogmaals hiertoe in de gelegenheid te stellen achtte de Nationale ombudsman behoorlijk. Dat het hierbij slechts ging om een achterstallig bedrag van € 11, 44 deed aan dit gegeven niet af.

De gedraging werd getoetst aan het redelijkheidsvereiste. De klacht is niet gegrond.

Instantie: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Klacht:

Niet in de gelegenheid gesteld betalingsachterstand alsnog te voldoen; inning van de alimentatie overgenomen terwijl betalingsachterstand slechts € 11,44 bedroeg.

Oordeel:

Niet gegrond