2010/134

Rapport

Op 21 februari 2009 was er in Amersfoort een demonstratie van een extreemrechtse partij. De burgemeester van Amersfoort had voor zowel deze demonstratie als voor een 'tegendemonstratie' toestemming verleend. Verzoeker was een uur voor aanvang al aanwezig in Amersfoort, bij het station. Hij wilde beroepshalve foto's maken van de aangekondigde demonstraties. Hij is op dat moment staande gehouden door twee politieambtenaren die hem hebben gevraagd om inzage in zijn identiteitsdocument.

Verzoeker stelt met nadruk dat zijn klacht niet het optreden van de individuele politieambtenaren betreft, hij is uitermate correct door hen bejegend. Hij klaagt er over dat de politie hem zonder geldige reden heeft gevraagd naar zijn legitimatiebewijs.

De korpsbeheerder voert aan dat de inzage noodzakelijk was omdat het gebied rondom het station één uur voor aanvang van de demonstratie werd aangemerkt als een gebied met een verhoogd veiligheidsrisico. De Nationale ombudsman heeft geen reden aangetroffen waaruit blijkt dat het gebied rondom het station zelf extra beveiligd zou moeten worden een uur voor aanvang van de demonstratie. Nu er geen deugdelijke motivering wordt gegeven dat de vordering tot inzage in dit geval viel onder de redelijke taakuitoefening van de politie had de politie niet het recht om deze inzage te vorderen.

De klacht is gegrond wegens schending van het behoorlijkheidsvereiste dat grondrechten (in dit geval het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) worden gerespecteerd.

Instantie: Regiopolitie Utrecht

Klacht:

Zonder geldige reden gevraagd naar legitimatiebewijs van journalist.

Oordeel:

Gegrond