2009/184

Rapport

Verzoeker deed op 15 november 2006 aangifte van oplichting door advocaat X bij de politie Brabant Zuid-Oost. Verzoeker deed in augustus 2008 navraag over de stand van zaken bij het parket te 's-Hertogenbosch. De aangifte was daar niet bekend. Bij brief van 19 augustus 2008 stuurde verzoeker een kopie van de aangifte naar genoemd parket. Door tussenkomst van een parketsecretaris werd de aangifte begin oktober 2008 naar het politiekorps Brabant Zuid-Oost teruggestuurd voor nader onderzoek. Gelet op de pleegplaats van het strafbare feit (Rotterdam) stuurde de politie Brabant Zuid-Oost de aangifte eind oktober 2008 naar het politiekorps Rotterdam-Rijmond met het verzoek de behandeling over te nemen. De aangifte had in de periode van november 2006 tot oktober 2008 bij de politie Brabant Zuid-Oost stilgelegen.

Verzoeker klaagt erover dat politieambtenaren van het regionale politiekorps Brabant Zuid-Oost op 15 november 2006 zijn aangifte van oplichting door W. die op 15 november 2006 was opgenomen, pas op 17 oktober 2008 aan het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond hebben toegestuurd om die aangifte te behandelen.

De Nationale ombudsman oordeelde dat de klacht gegrond was en volgde daarmee het oordeel van de korpsbeheerder. De Nationale ombudsman stelde vast dat de aangifte door politieambtenaar X verkeerd was gecodeerd in het Bedrijfsprocessensysteem. X erkende dit ook. Daarnaast stelde de Nationale ombudsman vast dat niet meer viel te achterhalen waarom dit was gebeurd. X herinnerde zich dat niet meer en de verklaringen van de overige betrokken ambtenaren gaven over die vraag evenmin uitsluitsel.

Administratieve nauwkeurigheid; niet behoorlijk

Instantie: Regiopolitie Brabant Zuid-Oost

Klacht:

Aangifte van oplichting die op 15 november 2006 was opgenomen, pas op 17 oktober 2008 aan het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond toegestuurd om te behandelen.

Oordeel:

Gegrond