2009/150

Rapport

Verzoekers klagen er over dat de gemeenteraad bij de instelling van de raadscommissie voor de wijziging van een bestemmingsplan onvoldoende maatregelen heeft genomen ter voorkoming van (de schijn van) belangenverstrengeling. Door de wijziging zou permanente bewoning van een bungalowpark mogelijk worden. Op dit park woonden ook enkele raadsleden.

De Nationale ombudsman overwoog dat artikel 2:4 van de Algemene wet een grotere reikwijdte heeft dan artikel 28 van de Gemeentewet. Niet alleen heeft het betrekking op de stemming door raadsleden, maar ook op de voorbereiding van de besluitvorming en zelfs op het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling.

De Nationale ombudsman overwoog dat de verantwoordelijkheid voor de invulling van het raadslidmaatschap, zoals de beslissing om al dan niet aan een stemming deel te nemen, bij het individuele raadslid zelf ligt. Ook de beslissing om deel te nemen aan de voorbereiding van besluitvorming is diens verantwoordelijkheid. Dat laat echter onverlet dat het in beide gevallen wenselijk is dat het betrokken raadslid wordt gewezen op het wettelijk kader. Bij het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling is primair een taak weggelegd voor de gemeenteraad zelf. Ingevolge het tweede lid van artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht dient de gemeenteraad er tegen te waken dat tot gemeenteraad behorende (of daarvoor werkzame) personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming niet beïnvloeden.

Bij de instelling en samenstelling van de raadscommissie 'De Vlietlanden' waren uiteindelijk geen leden benoemd die een belang hadden bij het bungalowpark. Van de gemeenteraad hoefde dan ook geen bijzondere opstelling te worden verwacht.

De Nationale ombudsman oordeelde dat dit anders lag bij de instelling van de begeleidingsgroep ter voorbereiding van de raadscommissie. De door de begeleidingsgroep vastgestelde conclusie(s) zouden als voldoende uitgediscussieerd worden beschouwd en ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De Nationale ombudsman stelt dat van de gemeenteraad een zodanig actieve opstelling mag worden verwacht dat hieruit blijkt dat hij zich bewust is van een risico van beïnvloeding van de besluitvorming en er tegen waakt dat hiermee niet (de schijn van) belangenverstrengeling optreedt. Het enkele feit dat een raadslid, dat een belang heeft bij het onderwerp, deel uitmaakt van een begeleidingsgroep die in beslotenheid vergadert en met de vaststelling dat het bereikte resultaat niet of nauwelijks ruimte overlaat voor heroverweging door de gemeenteraad maakt dat er het risico is van beïnvloeding, los van de vraag of en in hoeverre die beïnvloeding uiteindelijk heeft plaatsgevonden. De klacht was gegrond, wegens strijd met het verbod van vooringenomenheid.

Instantie: Gemeente Wervershoof

Klacht:

Deelname van een raadslid toegelaten aan de begeleidingsgroep De Vlietlanden en aan de vergaderingen van de raadscommissie De Vlietlanden.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Gemeente Wervershoof

Klacht:

Onvoldoende maatregelen genomen bij instelling en samenstelling van de raadscommissie De Vlietlanden ter voorkoming van (de schijn van) belangenverstrengeling.

Oordeel:

Niet gegrond