2004/376

Rapport

Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden op 29 december 2002 een diensthond tegen hem hebben ingezet waardoor hij letsel heeft opgelopen.

Tevens klaagt verzoeker erover dat het regionale politiekorps Haaglanden de schade die is voortgevloeid uit genoemd politieoptreden niet heeft vergoed.

Voorts klaagt verzoeker erover dat het regionale politiekorps Haaglanden in een brief gedateerd 27 maart 2003 hem ten onrechte noemt als een van de deelnemers aan de groep op rellen beluste personen.

Beoordeling

I. Algemeen

Op zaterdag 28 december 2002 was er een feest in een partycentrum aan de Z-laan in Den Haag. Het feest was op zondag 29 december 2002 in de vroege morgen afgelopen. Verzoeker was op dat feest aanwezig. Na afloop van het feest vond er een confrontatie plaats tussen ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden en de aanwezige feestgangers. Bij deze confrontatie werd gebruik gemaakt van de diensten van een aantal politiehonden en hun hondengeleiders.

II. Ten aanzien van de diensthond

1. Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden op 29 december 2002 een diensthond tegen hem hebben ingezet waardoor hij letsel heeft opgelopen.

2. De korpsbeheerder acht de klacht in de zin dat er conform de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is opgetreden, niet gegrond. De stelling van verzoeker dat hij door een politiehond is gebeten, wordt door de korpsbeheerder niet betwist. De korpsbeheerder deelt mee dat de openbare orde op die 29ste december 2002 door een groep personen ernstig werd verstoord. Hierop is er door de betrokken ambtenaren meerdere malen aan de groep personen gevorderd zich te verwijderen. Verder geeft de korpsbeheerder aan dat verzoeker wel is aangezegd dat hij was aangehouden. Verzoeker wist zich echter door het tumult bij het grootschalige incident aan zijn aanhouding te onttrekken. Bij de aanhouding van verschillende verdachten stonden de verschillende ambtenaren bloot aan ernstige vormen van agressie en geweld. Hierop is, aldus de korpsbeheerder, gefaseerd en conform de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit opgetreden.

3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij zonder enige aanleiding door een politiehond net onder zijn knie en in zijn voet werd gebeten. Verzoeker heeft aangegeven dat hij naar een tramhalte liep toen hij door een hond werd gebeten. Alvorens verzoeker door de hond werd gebeten, werd, aldus verzoeker, door de politie niets tegen hem gezegd. Verzoeker lag op de grond toen de hond door een ambtenaar aan het touw werd getrokken waarna de hond losliet. Een ambtenaar uitte hierop, aldus verzoeker, het woord "wegwezen". Verzoeker is toen ook weggegaan. Verder heeft verzoeker opgemerkt dat hij niets tegen de ambtenaar heeft gezegd. De enige woorden die tussen de ambtenaar met de hond en verzoeker zijn geuit, uitte de ambtenaar toen hij na de beet van de hond de woorden "wegwezen" zei. Tot slot heeft verzoeker gedurende het onderzoek verklaard dat hij niet is aangehouden en ook niet behoorde tot de groep personen die onrust veroorzaakte.

4. Gedurende het onderzoek is het volgende gebleken.

Naar aanleiding van het incident hebben ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden een meldingsformulier geweldaanwending (registratienummer PL1532/2002/59496-1) opgemaakt. Uit dit meldingsformulier blijkt dat betrokken ambtenaren G., H., B. en J. rond 04:00 uur bij het partycentrum arriveerden. Uit voornoemde meldingsformulier valt te lezen dat een persoon door betrokken ambtenaar Ba met een wapenstok is geslagen. Een andere persoon werd vervolgens voor het niet voldoen aan een bevel of vordering aangehouden en later heengezonden.

Ongeveer rond 05:00 uur werden de betrokken ambtenaren G., H., B. en J. wederom gezonden naar het partycentrum. Toen zij ter plaatse kwamen, zagen ze de eerder aangehouden en heengezonden verdachte weer bij het partycentrum staan. Deze verdachte toonde opruiend gedrag. Hierop verzamelde een groep van ongeveer 300 mensen rond het partycentrum. Inmiddels waren twee surveillance eenheden van de hondenbrigade gearriveerd. Een verdachte heeft toen een vechthouding aangenomen en een brandende sigaret naar betrokken ambtenaar R. gegooid. De betrokken ambtenaren hebben deze verdachte aangehouden.

Politieambtenaar S. heeft een andere verdachte een klap in het gezicht gegeven omdat hij in een gevechtshouding tegenover politieambtenaar S. stond. Deze verdachte is aangehouden. Tijdens deze aanhouding keerde de hele groep zich massaal tegen de aanwezige politieambtenaren. De groep werd nogmaals gesommeerd zich te verwijderen. Hierna werd een grote glazen Coca Cola fles door een persoon gegooid waarna deze flessengooier is aangehouden. Uit het meldingsformulier valt verder te lezen dat de situatie hierna is geëscaleerd. Verder blijkt dat de hondengeleiders hierop de politiehonden uit het voertuig hebben gehaald.

Zoals eerder aangegeven, zijn er eenheden van de hondenbrigade ingezet. De hondengeleiders hebben naar aanleiding van het incident een rapport opgesteld. Uit dit rapport blijkt onder meer het volgende.

Bij het incident bij het partycentrum zijn er in totaal 4 politiehonden ingezet, te weten de politiehonden Gismo, Rex, Danjo en Carlo. Voorts blijkt dat respectievelijk betrokken ambtenaren Sp., Ba., Rx. en St. de geleiders van de eerder genoemde politiehonden waren.

Uit het rapport van de hondengeleiders blijkt dat Danjo een verdachte in zijn been heeft gebeten. Danjo is vervolgens door Ba. los gecommandeerd waarna deze verdachte is weggerend. Dezelfde verdachte is hierna door Rex in zijn been gebeten. Deze verdachte, die door Danjo en door Rex werd gebeten, is aangehouden.

Uit het rapport van de hondengeleiders blijkt verder dat ook Carlo een verdachte heeft gebeten en wel in zijn linkerhand. Ook deze verdachte is aangehouden en wel in het ziekenhuis.

Danjo heeft op een later moment nog een andere verdachte in zijn been gebeten. Vervolgens is Danjo gecommandeerd om deze verdachte los te laten waarna deze derde verdachte in de richting van betrokken ambtenaar St. en Gismo is gerend. Hierop laat St. de verdachte door zijn hond Gismo bijten. Deze verdachte, die eerst door Danjo én vervolgens door Gismo wordt gebeten, wordt ook aangehouden.

Uit het bovenstaande is komen vast te staan dat alle verdachten die door de politiehonden zijn gebeten ook zijn aangehouden. De eerste aangehouden verdachte is door Rex én Danjo gebeten. De tweede aangehouden verdachte door Carlo. Danjo én Gismo hebben de derde aangehouden verdachte gebeten. Uit het rapport van de hondengeleiders blijkt geenszins dat een verdachte door één van de politiehonden is gebeten én niet is aangehouden.

Verder is gedurende het onderzoek gebleken dat alle bij het incident betrokken combinaties diensthondgeleiders en diensthonden op zondag 29 december 2002 gecertificeerd en geoefend waren.

Tot slot blijkt uit een verklaring van een met naam genoemde arts-assistent van de afdeling Heelkunde van het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam gedagtekend 29 december 2002 te 12:30 uur dat de arts-assistent bij verzoeker een beet aan het linkerbeen heeft geconstateerd. Verzoeker kreeg nat verband om zijn wonden. De arts-assistent gaf aan dat poliklinische controle noodzakelijk werd geacht.

5. Betrokken ambtenaar Ba. heeft gedurende het onderzoek onder meer het volgende verklaard. Een linie werd geformeerd van politieambtenaren waaraan de diensthondgeleiders met hun gecertificeerde diensthonden deelnamen. Tijdens het naar voren lopen met deze linie in de richting van de groep riep een politieambtenaar meermalen luidkeels dat de groep zich moest verwijderen. In het geval de groep geen gehoor gaf aan dit bevel, zou de politiehond worden ingezet. Diverse personen renden vervolgens weg en een aantal bleef staan en begon tegen de politie te schreeuwen. Tegen deze laatste groep hebben meerdere politieambtenaren waaronder betrokken ambtenaar Ba. geroepen dat ze weg moesten gaan. Ba. zag dat enkele personen bleven staan. Ba. heeft verklaard dat hij op het moment van het gebeuren dacht te hebben gezien dat een collega toen werd geduwd. In een later stadium had betrokken ambtenaar Ba. de belevenis dat de collega een persoon had geduwd. Gedurende het onderzoek kon betrokken ambtenaar Ba. zich niet meer herinneren wie er geduwd werd. Verder heeft betrokken ambtenaar Ba. verklaard dat hij voornemens was om een van de personen aan te houden omdat men diverse keren was gevorderd om weg te gaan en men hieraan niet voldeed. Kort hierna zag Ba. een man tussen de geparkeerde auto's staan. Ba. heeft verklaard dat deze man deel uitmaakte van eerder genoemde groep. De man stond te schreeuwen, rende weg en voldeed niet aan de vordering te blijven staan. Betrokken ambtenaar Ba. probeerde toen met zijn aangelijnde diensthond deze man aan te houden. Deze man werd, aldus betrokken ambtenaar Ba., vervolgens in zijn rechteronderbeen gebeten. Deze man verloor vervolgens zijn evenwicht, kwam ten val en sloeg de kop van de diensthond met zijn vuisten. Betrokken ambtenaar Ba. zag en hoorde dat de man continu aan het schreeuwen en gillen was. Hierop heeft betrokken ambtenaar Ba. de diensthond los gecommandeerd. Vervolgens zag betrokken ambtenaar Ba. dat een schreeuwende menigte zijn kant op kwam. Ba. heeft hierbij aangegeven dat de mogelijkheid bestond dat hij belaagd zou kunnen worden door de overige personen. Hij schreeuwde toen in diverse richtingen voortdurend de woorden "wegwezen, wegwezen" naar de omstanders.

Ba. wilde de man de transportboeien omdoen maar zag geen andere collega's in de nabije omgeving. Ba. was met de aangelijnde diensthond ongeveer een meter van de man verwijderd. Ba voelde zich, gezien de situatie, genoodzaakt om alert om zich heen te blijven kijken waardoor hij niet continu zicht op de aangehouden man had.

Omdat het in de hectiek van dat ogenblik niet mogelijk was om een andere politieambtenaar ter plaatse te krijgen, heeft betrokken ambtenaar Ba. de man niet kunnen aanhouden. Deze manspersoon slaagde erin om weg te lopen. Betrokken ambtenaar Ba. heeft hem nog nageroepen om te blijven staan maar hij zag de man wegrennen in de richting van de M-weg. Betrokken ambtenaar Ba. gaat ervan uit dat deze man verzoeker is.

6. De Nationale ombudsman overweegt dat ingevolge artikel 8 van de Politiewet (zie Achtergrond, onder 2) politieambtenaren bevoegd zijn om in de rechtmatige uitoefening van hun bediening geweld te gebruiken indien het door hen beoogde doel alleen daardoor kan worden bereikt en indien het belang van het doel het gebruik van geweld rechtvaardigt. Het inzetten van een diensthond valt onder het gebruik van geweld. De daadwerkelijke inzet van een diensthond moet, evenals iedere andere geweldstoepassing van de politie, in overeenstemming zijn met de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of het beoogde doel het gebruik van geweld rechtvaardigt en of dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld moet bovendien zo mogelijk een waarschuwing voorafgaan.

7. De Nationale ombudsman overweegt als volgt.

Wanneer de politie in het kader van een (grootschalig) politieoptreden ter handhaving van de openbare orde geweld gebruikt, zijn daaraan risico's verbonden. De politie dient in dat verband bij de inzet van een diensthond rekening te houden met het ervaringsgegeven dat die hond niet (altijd) in staat is om onderscheid te maken tussen personen die wel of niet in aanmerking komen om te worden gebeten. Dit onderstreept het grote belang van een duidelijke waarschuwing aan alle aanwezigen om zich van de plaats te verwijderen.

De Nationale ombudsman overweegt verder dat uit de aan hem door het regionale politiekorps Haaglanden ter beschikking gestelde stukken niet blijkt dat verzoeker is gewaarschuwd voor de inzet van een diensthond. Verder blijkt niet dat verzoeker is aangehouden. De Nationale ombudsman acht het wel aannemelijk dat verzoeker ter plaatse was en door een diensthond is gebeten. Niet is gebleken dat een van de hondengeleiders een diensthond een commando heeft gegeven om verzoeker te bijten. Immers blijkt uit de verklaring van betrokken ambtenaar Ba. dat de persoon die door zijn diensthond is gebeten, in het rechteronderbeen is gebeten. De arts-assistent van het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam heeft daarentegen een beet in het linkerbeen van verzoeker waargenomen.

Hoewel er die bewuste ochtend sprake was van veel tumult tussen de toen aanwezige ambtenaren en een groep feestgangers en voor zover sprake was van een hectische situatie, stelt de Nationale ombudsman voorop dat ook in zulke gevallen de politie schriftelijk dient vast te leggen dat een persoon door een politiehond is gebeten. Dat deze gebeten persoon mogelijk is ontkomen, doet aan deze plicht niet af.

Alles overziende, acht de Nationale ombudsman reden aanwezig om de politie een verwijt te maken.

De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk.

III. Ten aanzien van de schade

1. Tevens klaagt verzoeker erover dat het regionale politiekorps Haaglanden de schade die is voortgevloeid uit het politieoptreden niet heeft vergoed.

2. De korpsbeheerder acht de klacht niet gegrond. De korpsbeheerder heeft zich door de chef Financieel Economisch Beleid bij brief van 28 augustus 2003 laten informeren. De conclusie die de chef Financieel Economisch Beleid trekt is dat er aan de kant van het regionale politiekorps Haaglanden geen onrechtmatige daad jegens verzoeker is gepleegd. Op grond hiervan heeft het regionale politiekorps Haaglanden verzoeker niet benaderd voor een eventuele schadevergoeding. De korpsbeheerder heeft hieraan toegevoegd dat de ambtenaren zich in de rechtmatige uitoefening van hun bediening bevonden, hetgeen ook maakt, aldus de korpsbeheerder, dat er geen sprake is van een onrechtmatige daad.

3. De Nationale ombudsman overweegt als volgt. In verband met de terughoudende opstelling van de Nationale ombudsman waar het besluiten inzake schadevergoeding betreft die aan de burgerlijke rechter kunnen worden voorgelegd, is hier slechts aan de orde de vraag of de aanspraak van verzoeker zo evident juist is dat het regionale politiekorps niet in redelijkheid het verzoek om schadevergoeding heeft kunnen afwijzen (zie Achtergrond, onder 4.).

Uit het bovenstaande volgt dat er bij verzoeker schade is ontstaan als gevolg van een handelen van de politie. De vraag of dit handelen onrechtmatig is, kan, gezien het onder punt II.7 overwogene en het gebrek aan door de politie opgestelde mutaties en processen-verbaal ter zake van de vermeende aanhouding van verzoeker niet worden beantwoord. De aanspraak van verzoeker kan daarom niet als evident juist worden aangemerkt.

De onderzochte gedraging is in zoverre behoorlijk

IV. Ten aanzien van de brief d.d. 27 maart 2003

1. Voorts klaagt verzoeker erover dat het regionale politiekorps Haaglanden in een brief gedateerd 27 maart 2003 hem ten onrechte noemt als een van de deelnemers aan de groep op rellen beluste personen.

2. De korpsbeheerder heeft verzuimd op dit klachtonderdeel in zijn reactie aan de Nationale ombudsman te reageren.

3. Gedurende het onderzoek is het volgende gebleken.

Verzoeker heeft bij brief van 8 januari 2003 een klacht bij het regionale politiekorps Haaglanden ingediend.

Bij beslissing van 27 maart 2003 heeft de chef van het bureau Levende Have de klacht afgedaan en ongegrond verklaard. In laatstgenoemde brief geeft het korps aan dat die ochtend een linie werd geformeerd van politieambtenaren waaraan de diensthondgeleiders met hun gecertificeerde diensthonden deelnamen. Vervolgens geeft het korps in deze brief aan dat tijdens het naar voren lopen met deze linie in de richting van de groep op rellen beluste personen waarvan, aldus het korps, verzoeker deel uitmaakte, een ambtenaar meermalen luidkeels riep dat de groep zich moest verwijderen of de politiehond zou worden ingezet. Diverse personen renden vervolgens weg en een aantal bleef staan en begon tegen de politie te schreeuwen. Tegen deze laatste groep hebben meerdere politieambtenaren waaronder betrokken ambtenaar Ba. geroepen dat ze door moest lopen. Enkele personen voldeden hieraan maar het overige deel van de groep, waaronder, aldus het korps, verzoeker, bleef staan. Hierop werd een politieambtenaar weggeduwd waarna hij zijn evenwicht verloor. Betrokken ambtenaar Ba. probeerde toen met zijn aangelijnde diensthond verzoeker aan te houden. Verzoeker werd, aldus het korps, gevorderd te blijven staan omdat verzoeker was aangehouden. Verzoeker voldeed hier niet aan en probeerde, aldus het korps, weg te rennen. Verzoeker werd vervolgens, aldus het korps, in zijn linkeronderbeen gebeten. Verzoeker verloor zijn evenwicht en kwam ten val. Betrokken ambtenaar Ba. is toen onmiddellijk naar verzoeker gelopen en heeft de diensthond los gecommandeerd. Toen de diensthond verzoeker beet heeft verzoeker, aldus het korps, kennelijk opzettelijk en met kracht met zijn gebalde vuisten op de kop van de diensthond geslagen. Omdat het in de hectiek van dat ogenblik niet mogelijk was om een andere politieambtenaar ter plaatse te krijgen, is verzoeker niet aangehouden door betrokken ambtenaar Ba. Verzoeker slaagde, aldus vermeld in de brief van 27 maart 2003, erin om weg te lopen. Betrokken ambtenaar Ba. heeft verzoeker nog nageroepen om te blijven staan maar hij zag verzoeker wegrennen in de richting van de M-weg.

4. De Nationale ombudsman overweegt dat uit de verklaring van betrokken ambtenaar Ba. blijkt dat hij zijn diensthond opdracht heeft gegeven een manspersoon te bijten nadat deze persoon geen gehoor gaf aan het bevel te blijven staan. Het bevel om te blijven staan werd gegeven omdat deze manspersoon was aangehouden. Betrokken ambtenaar Ba. heeft aangegeven dat deze persoon in zijn rechteronderbeen is gebeten. De arts-assistent van het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam heeft daarentegen een beet in het linkerbeen van verzoeker waargenomen.

Derhalve is niet vast komen te staan dat verzoeker dezelfde persoon is waarover de betrokken ambtenaar heeft verklaard dat deze zich moest verwijderen. Evenmin is duidelijk geworden welke persoon de betrokken ambtenaar heeft geprobeerd aan te houden, door de diensthond is gebeten maar is ontkomen.

De Nationale ombudsman is daarom van oordeel dat het regionale politiekorps Haaglanden in de brief van 27 maart 2003 op onvoldoende gronden verzoeker heeft aangemerkt als deelnemer van de groep op rellen beluste personen.

De Nationale ombudsman acht de gedraging op dit punt niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van het regionale politiekorps Haaglanden, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Haaglanden (de burgemeester van Den Haag), is gegrond, behalve ten aanzien van de vergoeding van de schade; op dit punt is de klacht niet gegrond.

Onderzoek

Op 15 april 2003 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer N. te Dokkum, met een klacht over een gedraging van het regionale politiekorps Haaglanden.

Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Haaglanden, werd een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de korpsbeheerder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Daarnaast werden de betrokken ambtenaren de gelegenheid geboden om commentaar op de klacht te geven. Deze betrokken ambtenaren maakten van deze gelegenheid gebruik.

Tijdens het onderzoek kregen de korpsbeheerder en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren. Tevens werd aan de korpsbeheerder een aantal specifieke vragen gesteld.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De korpsbeheerder deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. De verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:

A. feiten

1. Op zaterdag 28 december 2002 was er een feest in een partycentrum aan de Z-laan in Den Haag. Het feest was op zondag 29 december 2002 in de vroege morgen afgelopen. Verzoeker was op dat feest aanwezig. Na afloop van het feest vond er een confrontatie plaats met ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden. Bij deze confrontatie werd gebruik gemaakt van een aantal politiehonden.

2. Verzoeker diende bij brief van 8 januari 2003 een klacht in bij het regionale politiekorps Haaglanden. Deze klacht hield onder meer het volgende in:

"Hierbij wil ik een klacht indienen tegen het politie optreden dat plaatsvond op 29-12-02 in Den Haag om ongeveer 6.00 uur.

Zaterdag 28 december ben ik naar een Ethiopisch feest geweest. Toen ik na een gezellige avond (…) in Den Haag naar buiten kwam, zag ik politie.

Ik was op weg naar lijn 6, toen ik onverwachts werd gepakt door een politiehond. Ik was nergens op bedacht en schrok geweldig. De hond beet mij net onder mijn knie. De politie trok de hond van mij af en liet hem vervolgens weer zijn gang gaan. Ditmaal werd ik in mijn voet gebeten. Terwijl ik op de grond lag, vroeg ik de agent waarom ik gebeten werd. Ik had namelijk niets gedaan. Het enige wat hij tegen mij zei was: "wegwezen"! Ik kwam overeind en ben door twee mensen ondersteund aangezien het moeilijk voor mij was om goed te lopen.

In Amsterdam ben ik naar het VU ziekenhuis gegaan voor behandeling van de hondenbeten. Ik ben ook naar het dichtstbijzijnde politiebureau gegaan om aangifte te doen. Men vertelde mij dat ik dit niet op dit bureau kon doen, maar wel in mijn woonplaats. In Dokkum ben ik tot 2x toe naar het politiebureau gegaan. 1 Keer alleen en 1 keer met mijn contactpersoon mw. Br. die in AZC Dokkum werkt. Mijn contactpersoon heeft op 07-01-03 telefonisch contact gehad met mevrouw Ge. van het hoofdbureau "Haaglanden" in Den Haag.

Naast dat ik lichamelijk schade heb geleden is er ook een materiële schade.

Mijn broek is kapot omdat de hond in mijn knie heeft gebeten. De tweede keer ben ik door mijn schoen heen, in mijn voet gebeten. Mijn mobiel ben ik tijdens de aanval kwijt geraakt.

Kosten: Broek ƒ 129,--

Schoenen ƒ 89,--

Mobiel ƒ 199,--

ƒ 417,--"

3. Uit een verklaring van een met naam genoemde arts-assistent van de afdeling Heelkunde van het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam gedagtekend 29 december 2002 te 12:30 uur blijkt dat de arts-assistent bij verzoeker een beet aan het linkerbeen constateerde. Verzoeker kreeg nat verband om zijn wonden. De arts-assistent gaf aan dat poliklinische controle noodzakelijk werd geacht.

4. Bij brief van 27 maart 2003 schreef hoofdinspecteur J. van het regionale politiekorps Haaglanden, chef Bureau Levende Have, onder andere het volgende aan verzoeker:

"Procedureel

(…)

Conform de klachtenregeling van het Regionaal Politiekorps Haaglanden is uw klacht aan mij doorgezonden en vervolgens door mij ter behandeling gegeven aan de inspecteur van politie Sc. in zijn hoedanigheid van ploegchef van de bij dit incident betrokken politieambtenaar.

Op vrijdag 21 februari 2003 omstreeks 13.25 uur heeft u uw klacht mondeling, met behulp van een door u gevraagde tolk in de Armhaarse taal, te weten de heer S., middels een tolkentelefoon toegelicht.

De daarbij opgemaakte conceptverklaring is na vertaling door genoemde tolk door u ondertekend.

Inhoudelijk

Uit uw schriftelijke klacht valt op te maken dat uw grieven samengevat betreffen:

a. Dat u, toen u een Ethiopisch feest verliet op de Z-laan te 's-Gravenhage, voor u onverwacht tweemaal door een politiehond werd gebeten, eenmaal net onder uw knie en in uw voet;

b. Dat u als antwoord op uw vraag aan de diensthondgeleider waarom u werd gebeten te horen kreeg dat u moest "wegwezen".

Ten aanzien van de feiten

Uit de verklaring van de bij dit incident betrokken collega is het volgende gebleken:

Op zondag 29 december 2002 vond er een Ethiopisch feest plaats in het partycentrum aan de Z-laan te 's-Gravenhage.

Op dit feest was een 500 tal personen aanwezig.

Na afloop van dit feest vonden er ongeregeldheden plaats zoals onderlinge vechtpartijen tussen een 25-tal Ethiopische feestgangers.

Er waren op dat moment meerdere surveillance-eenheden ter plaatse waaronder twee eenheden van bureau Levende Have afdeling diensthondengeleiders.

Bij de uitgang van het partycentrum werd meermalen gepoogd door de aanwezige politieambtenaren om de vechtpartijen te doen ophouden, echter zonder resultaat.

Er werd meermalen gevorderd om zich te verwijderen, waaraan niet voldaan werd.

De agressie van een groep feestgangers richtte zich vervolgens tegen de politie, waarbij met flessen en stenen naar de aanwezige politieambtenaren werd gegooid.

Hierop werden diverse personen aangehouden ter zake van openlijke geweldpleging dan wel wederspannigheid (zie Achtergrond, onder 1.2; N.o.).

Door deze aanhoudingen werd de sfeer ter plaatse grimmiger en groeide de groep op rel beluste personen naar ongeveer 50 personen.

Wederom werden diverse vorderingen gedaan zich te verwijderen vanaf de ingang van het partycentrum, ook nu weer zonder resultaat.

Vervolgens werd onder leiding van de hoogst in rang aanwezige politieambtenaar nog driemaal tevergeefs gevorderd om zich te verwijderen.

Vervolgens werd door deze commandant een linie geformeerd van politieambtenaren waaraan de diensthondengeleiders met hun gecertificeerde diensthonden deelnamen.

Tijdens het naar voren lopen met deze linie in de richting van de groep op rellen beluste personen waarvan u deel uitmaakte, riep de bij dit incident betrokken diensthondengeleider meermalen luidkeels, terwijl zijn diensthond luid blafte: "Verwijdert u of de politiehond zal worden ingezet".

Diverse personen renden vervolgens weg over de rijbaan en een aantal personen bleef staan en begon tegen de politieambtenaren in de vermoedelijk Ethiopische taal te schreeuwen.

Meerdere politieambtenaren waaronder de betrokken diensthondengeleider riepen tegen laatstgenoemde groep dat zij door moesten lopen. Enkele personen voldeden hieraan en het overige deel van deze groep, waaronder u, bleef staan.

Hierop werd een politieambtenaar weggeduwd en verloor bijna zijn evenwicht.

De desbetreffende diensthondengeleider is toen met zijn aangelijnde diensthond naar de rijbaan gelopen en poogde toen om u, terwijl u stond te schreeuwen naar de politie, aan te houden.

U werd gevorderd om te blijven staan omdat u was aangehouden. U voldeed hier niet aan en poogde weg te rennen.

Omdat u zich binnen de lijnlengte (3 meter) bevond werd u vervolgens door de diensthond in uw linkeronderbeen gebeten. U verloor uw evenwicht en kwam ten val.

Onmiddellijk is de diensthondengeleider naar u toegelopen en heeft hij de diensthond los gecommandeerd.

(U was; N.o.) constant aan het schreeuwen en bewegen tijdens dit incident en wellicht daardoor heeft de diensthond zelfstandig eenmaal overgebeten in uw schoen.

Toen de diensthond u beet, heeft u enige malen kennelijk opzettelijk en met kracht met uw gebalde vuisten op de kop van de diensthond geslagen.

Omdat het in de hectiek van dat ogenblijk niet mogelijk was om een andere politieambtenaar ter plaatse te krijgen, bent u niet aangehouden door deze diensthondengeleider, maar slaagde u erin om weg te lopen.

De desbetreffende diensthondengeleider heeft u nog nageroepen om te blijven staan, maar hij zag dat u wegrende in de richting van de M-weg.

Oordeel

Gelet op de resultaten van het (nader) ingestelde onderzoek concludeer ik met betrekking tot de in uw klacht geformuleerde klachtaspecten het volgende:

Ad A

U maakte deel uit van een groep op rel beluste feestgangers die flessen en stenen gooide naar de aanwezige politieambtenaren en u weigerde weg te gaan ondanks meerdere vorderingen daartoe gedaan door de politie.

Door de betreffende diensthondengeleider met zijn luid blaffende hond is er meermalen geroepen dat u moest wegwezen in de door hem aangewezen richting.

Hier kan naar mijn oordeel geen sprake zijn van onverwacht bijten door een diensthond.

Ik acht uw klacht op dit punt niet gegrond.

Ad B

De term "wegwezen" tegen u is door de diensthondengeleider gebezigd voordat u bent gebeten door de diensthond en is niet als antwoord op uw vraag waarom u werd gebeten, gebruikt.

Ook op dit klachtonderdeel kom ik niet toe om uw klacht als gegrond te verklaren."

5. Naar aanleiding van de schermutselingen met een aantal feestgangers stelde betrokken ambtenaar V. een proces-verbaal van bevindingen met het nummer PL1532/2002/59491-5 d.d. 16 januari 2003 op. Dit proces-verbaal van bevindingen hield onder meer het volgende in:

"Op zondag 29 december 2002, omstreeks 06.10 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met opvallende surveillance belast op de Z-laan ter hoogte van het partycentrum aldaar. Ik bevond mij daar met de collega Z. omdat daar een feest gaande was van Somaliërs, waarbij omstreeks 04.07 uur reeds een schermutseling was geweest.

Bij deze schermutseling was een man aangehouden voor het niet voldoen aan bevel of vordering.

Omstreeks 06.10 uur liep het feest ten einde. Er stond een groep van ongeveer 20 mensen buiten en er was nog een groep van 30 mensen binnen.

Op een gegeven moment was er een man die zich niet hield aan het door ons gegeven bevel om zich te verwijderen. Deze man gedroeg zich recalcitrant, de man had een agressieve blik in zijn ogen en kwam teruggelopen, jegens de mensen in uniform die zich daar bevonden.

Deze man kreeg vervolgens een duw van een collega gekleed in burgerkleding maar herkenbaar aan een jas met de opschrift "POLITIE" aan voor- en achterzijde.

De man draaide zich om en nam een vechthouding aan, hij hief zijn handen op en balde zijn handen tot vuisten alsof hij wilde boksen.

Vervolgens stapte hij in de richting van de collega in burgerkleding met opvallende politiejas, zijnde de hoofdagent van politie R. Collega R. duwde de man vervolgens wederom naar achteren. Hierbij kwam de man ten val.

De man stond aanstonds weer op en nam wederom een houding aan alsof hij wilde boksen. Vervolgens pakte de man zijn sigaret en gooide (deze; N.o.) naar de collega R. Ik zag dat de man zijn arm uitstrekte in de richting van de collega R. en de sigaret losliet, in de richting van de collega R.

Ik zag dat de sigaret het gezicht raakte van de collega R. ter hoogte van diens linkeroog. Ik zag dat er vonken afsprongen van de sigaret die zojuist het gezicht van de collega R. had geraakt.

Ik zag dat de man die de sigaret had gegooid zich vervolgens omdraaide en wegliep.

Ik zag dat de man ongeveer 3 meter wegliep en zich vervolgens weer omdraaide.

Ik zag dat de man wederom zijn handen ophief en zijn handen tot vuisten balde in de richting van de collega R.

Ik zag dat de man die de sigaret had gegooid vervolgens ten val kwam, hoe de man ten val is gekomen heb ik niet gezien.

Ik zag vervolgens dat er meerdere collega's, waaronder de collega R., zich op de man die de sigaret had gegooid, richtten teneinde de man aan te houden.

Deze man is aangehouden en bleek te zijn: X1.

Op het moment van aanhouding zag ik dat de groep die eveneens buiten stond vervolgens in de richting liep van de collega's die de man wilden aanhouden die de sigaret had gegooid.

Teneinde een veilige werkkring te creëren werd deze groep gevorderd zich te verwijderen. Bij het geen gevolg geven van de vordering zou er geweld gebruikt gaan worden.

Vervolgens zag ik dat de groep zich verwijderde in de richting van de W-weg.

Plotseling zag ik dat er vanuit de groep een colafles werd gegooid in de richting van de hoofdagent van politie H.

Ik zag dat deze fles rakelings langs het hoofd van de collega H. vloog en verder zonder iemand anders te raken op de grond uiteenspatte.

Tijdens de worp heb ik gezien dat het een colafles betrof van anderhalve liter, die nog voor ruim vier vijfde vol zat.

Ik zag dat een aantal collega's zich richtten op de man die de fles had gegooid.

Ik zag dat de gooier van de fles wegrende in de richting van de K-weg.

De gooier van deze fles is eveneens later aangehouden.

Deze man bleek te zijn: X2.

Terwijl er collega's in de richting van de flessengooier liepen, werd er nog een fles gegooid.

Ik zag dat het wederom een colafles betrof, ditmaal een twee literfles welke eveneens voor ruim vier vijfde nog gevuld was.

Ik zag dat deze fles werd gegooid door een man gekleed in een zwarte leren jas.

Ik zag tevens dat de man een lichtkleurige spijkerbroek aanhad.

Ook zag ik dat de man een roodkleurig petje droeg.

Ik zag dat de fles door deze man werd gegooid in de richting van mij en de brigadier van politie G.

Ik zag dat de fles rakelings langs het hoofd van G. vloog. Tevens zag ik dat de fles rakelings langs mijn hoofd vloog.

Ik bevond mij schuin achter de collega G., op een afstand van anderhalve meter.

Ik zag dat de collega G. zich omdraaide in de richting van de man die de fles had gegooid.

Ik zag dat de collega G. achter de man aanrende die de fles zojuist in zijn richting had gegooid.

Ik rende eveneens in de richting van de man die zojuist de tweede fles had gegooid in de richting van de collega G. en van mij.

Ik zag dat de man die zojuist de tweede fles had gegooid, wegrende in de richting van de K-werf.

Ik rende achter deze man aan, in de richting van de Z-werf.

Ik zag dat ik werd ingehaald door een wagen van Bureau Levende Have, afdeling Hondenbrigade. Ik hoorde dat een van de collega's in de auto vroeg waar de man zojuist was heen gerend. Ik had gezien dat de man op de Z-werf rechtsaf was geslagen in de richting van de Z-laan. Ik zag dat de wagen van de Hondenbrigade eveneens rechtsaf sloeg.

Ik rende de Z-werf op en ik zag dat de hond door een van de collega's uit de auto werd gehaald.

Ik zag dat de man die de tweede fles had gegooid nog steeds wegrende. In tegenovergestelde richting van de politie.

Ik hoorde dat de collega's van de Hondenbrigade de man sommeerden te blijven staan, daar anders de diensthond zou worden ingezet, teneinde de man te doen stoppen en de man aan te kunnen houden.

Ik zag dat de man hier geen gehoor aan gaf en zich nog steeds in tegenovergestelde richting verwijderde.

Ik zag en hoorde dat de collega's van de Hondenbrigade de man nogmaals vorderden om te stoppen met rennen.

Vervolgens zag en hoorde ik dat de collega's van de Hondenbrigade de hond de opdracht gaven de man te stellen.

Ik zag dat de man nog steeds wegrende.

Hierop zag ik dat de man tot staan werd gebracht, doordat de diensthond de man in de linkerenkel beet.

Op het moment dat ik daar aankwam zag ik dat de man op de grond lag.

Ik zag en hoorde dat de diensthond werd gesommeerd los te laten.

Ik zag dat de diensthond losliet.

Ik zag dat de man zich nog steeds recalcitrant gedroeg. Het recalcitrante gedrag uitte zich in het slaande en schoppende bewegingen maken in de richting van de hond.

Hierop is de man door de Hondenbrigade aangehouden, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt.

De man bleek te zijn: X3."

6. Ambtenaren van het Bureau Levende Have stelden een mutatie, genummerd 1532/2002/59491-10, op die onder meer het volgende inhield:

"Omstreeks 06:10 uur stond er een twintigtal mensen nog buiten, ongeveer 30 man binnen. Wij hebben de ingang vrijgehouden. Mensen die bleven staan zijn gevorderd en onder dwang weggeduwd >>> De Werf.

Vervolgens is er een die een duw krijgt omdat hij steeds heen en weer loopt, door onze linie heen. Deze draait zich om en neemt een vechthouding aan. Coll. R. stapt op hem af en krijgt vervolgens een brandende sigarettenpeuk in zijn gezicht gegooid, ongeveer 5 cm naast zijn linkeroog. Men loopt op hem af en hij loopt in eerste instantie weg. Draait zich vervolgens om en neemt weer een vechthouding aan. Op het moment dat hij dat doet, valt hij ZELFSTANDIG op zijn gezicht. Coll. duiken op hem en hij wordt aangehouden. X1, aangehouden voor onder andere poging zware mishandeling (brandende peuk).

Dan slaat de vlam in de pan, de omstanders gaan zich er mee bemoeien. Er wordt gechargeerd >>> De Werf en er worden her en der klappen met de korte wapenstok gegeven. Geweldsrapport is opgemaakt.

Vervolgens wordt er een colafles (1½ liter) gegooid in de richting van de politie; niks aan de hand, niemand geraakt, maar de dader zet het op een lopen, wordt op de K.weg ingehaald en aangehouden. Ondertussen wordt er een tweede colafles gegooid (2 literfles) in de richting van V. en G. Ook deze dader wordt achterna gezeten en uiteindelijk door de 0072 op de Z-werf gepakt, gebeten en aangehouden. Overgebracht door V., omdat de 0072 weer moest chargeren op de Z-laan. Daar zijn vervolgens nog drie mensen gebeten door de 0071 en de 0072, in totaal 8 mensen aangehouden voor niet (voldoen; N.o.) aan bevel of vordering, verzet, belediging, openlijk geweld, poging doodslag en poging zware mishandeling.

Vier mensen gebeten, alle vier in ziekenhuis L., voor behandeling bijtwonden. Een persoon heeft zich na de aanhouding met de diensthond Danjo onttrokken aan zijn aanhouding. Deze persoon is niet meer gezien; deze is gebeten in zijn rechteronderbeen n.a.v. genoemde strafbare feiten.

Aangehouden verdachten:

X4,

X5,

X6."

7. Betrokken ambtenaren Sp. en Ba. stelden een proces-verbaal van bevindingen op. Dit proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL1532/2002/59491-3, hield onder meer het volgende in:

"Op zondag 29 december 2002, omstreeks 06:15 uur bevonden wij ons, verbalisanten Sp. en Ba., hondengeleiders van politie Haaglanden, gekleed in uniform en met regiosurveillance belast op de openbare weg, de Z-laan te Den Haag, Op genoemde locatie is een partycentrum gevestigd. Buiten bij het partycentrum op de openbare weg, werden diverse mannen aangehouden door de collega's van politie Haaglanden voor openlijke geweldpleging en hierna werd de sfeer zeer grimmig. Het publiek begon zich hierop tegen de politie te keren. Door de collega's ter plaatse werd ons medegedeeld dat de groep zich zeer recalcitrant gedroeg en zich niet wilde verwijderen. Gezien het feit dat het donker was en er een groep van ongeveer 50 man stond, die zich recalcitrant gedroegen, vonden de collega's het niet raadzaam zonder ondersteuning van personeel van de Hondenbrigade de groep te verwijderen.

In opdracht van de plaatselijk commandant van politie Haaglanden, werd er meerdere malen gevorderd om zich te verwijderen. Hierop hebben wij verbalisanten en de collega's Rx. en St., ook surveillancehondengeleiders, onze gecertificeerde diensthonden gepakt.

Op de vordering werd door een grote groep mensen niet voldaan. Hierop zijn wij met de aangelijnde dienstenhonden naar voren gelopen. Tijdens het naar voren lopen heb ik verbalisant onophoudelijk geroepen: "wegwezen of de hond wordt ingezet." Wij verbalisanten zijn samen met Rx. en St. achter de collega's aangelopen die de groep aan het verwijderen waren. Wij verbalisanten zagen dat er diverse schermutselingen ontstonden en er diverse collega's weggeduwd werden. Hierop zag ik verbalisant Sx. dat collega Rx. met zijn diensthond iemand aanhield. Ik verbalisant Sp. zag vervolgens dat een man van achter in de richting van Rx. liep. Hierop heb ik luid en duidelijk tweemaal geroepen: politie wegwezen of de hond wordt ingezet. Ik zag dat de man hieraan niet voldeed. Toen ik verbalisant binnen het bereik van de man kwam met mijn diensthond Carlo werd de man in zijn linkerhand gebeten. Nadat ik verbalisant Sp. mijn diensthond had los gecommandeerd, heb ik de man overgedragen aan collega H., hoofdagent van politie Haaglanden. Hierop ben ik weer ter afscherming bij collega Rx. gaan staan. Ik zag vervolgens dat de man, die in zijn hand was gebeten, wegliep in de richting van de M-laan. Daar de prioriteit bij mij verbalisant Sp. lag op het afschermen van mijn collega's, heb ik de man laten lopen. Later is deze man, genaamd A. aangehouden door collega's van politie Haaglanden."

8. Betrokken ambtenaren Sp., Ba., Rx en St., hondengeleiders, stelden een zogenoemde Dagrapport Hondengeleiders op. Dit dagrapport van de hondengeleiders hield onder meer het volgende in:

"AANHOUDING (EN): 3

(…) Rx. en St. 0072 en (…) Ba. en Sp. 0071

06:00 uur. 0072: Op de Z-laan alwaar de 0071 nog tp stond, werd er door twee man uit een grote groep met flessen gegooid, 1 fles vloog net langs het hoofd van Rx. en spatte op de grond uiteen. Twee collega's zijn achter de verdachten aangerend. Op de Z-werf ziet de 0072 de verdachte rennen die de fles naar Rx. gooide. Daar de collega's de verdachte niet kunnen bijhouden, heeft Rx. zijn diensthond getrokken en de verdachte laten stellen. De verdachte werd in zijn linkerbeen gebeten. Verdachte aangehouden en naar b32.'

Vanaf dat moment loopt het op de Z-laan bij het partycentrum uit de hand. Er wordt een peuk bij een collega in het gezicht gegooid en er ontstaan wat schermutselingen. Door de algemeen commandant wordt er gevorderd dat iedereen zich moet verwijderen. Aan deze vordering wordt niet voldaan. Hierop de honden uit de auto getrokken in opdracht algemeen commandant. De collega's begonnen de groep te verwijderen die zich tegen de politie keerde. Nadat een collega door een man hard werd weggeduwd, werd deze man door Danjo in zijn been gebeten. Deze man, stijf onder de verdovende middelen en alcohol begon op Danjo in te slaan. Sz. heeft Danjo los gecommandeerd, waarna de verdachte hard wegrende. Op het moment dat Danjo beet, rende een man in de richting van de achterzijde van Sz. F. heeft ter afscherming deze man door Rex in zijn been laten bijten, nadat hij tweemaal had geroepen dat de man moest blijven staan. Verdachte aangehouden.

Op een verhoging staat vervolgens een man, ook onder de verdovende middelen, die in de richting van F. loopt. Sp. heeft vervolgens de man aangeroepen dat hij moest blijven staan, omdat anders de hond werd ingezet. Deze man bleef doorlopen en hierop heeft Sp. Carlo de man in zijn linkerhand laten bijten. Deze man werd helemaal wild en zijn ogen stonden wijd open. Carlo los gecommandeerd. Hierop collega verzocht de man aan te houden. Helaas kon de verdachte ontkomen. Later is deze verdachte in het ziekenhuis aangehouden.

Vervolgens komt er een man op Sz. afgelopen met een zwart klein voorwerp in zijn hand. Deze man maakt vervolgens een gooiende beweging naar Sz., waarop Danjo de verdachte stelt. Verdachte wordt in zijn been gebeten. Het voorwerp vliegt vlak langs Sz. zijn hoofd en spat op de grond uiteen. Verdachte gaat compleet door het lint en probeert de hond los te maken door te schoppen en te slaan. Danjo los gecommandeerd, waarop twee collega's trachten de verdachte aan te houden. Dit lukte niet omdat de man helemaal door het lint ging en op de collega's inhakte. Collega's laten de man los en gaat ervandoor. De verdachte gaat ervandoor en rent langs St. en Gismo. St. laat de verdachte in zijn hand bijten teneinde hem aan te houden. De verdachte pakt Gismo bij zijn kop beet en trekt zijn kaken van elkaar. Gismo bijt hierdoor over in zijn been. Hond los gecommandeerd. Hierop zijn er diverse collega's op de verdachte gedoken en lukte het om de verdachte te boeien. Hierna keert de rust redelijk terug. Vervolgens naar B 32 gegaan voor het tikwerk. De algemeen Commandant verzorgt de geweldsrapportage.

Duidelijk was in ieder geval dat er een hoop verdovende middelen en alcohol was gebruikt."

9. Uit het op 29 december 2002 door betrokken ambtenaar Gr. opgemaakte meldingsformulier geweldaanwending, genummerd 1532/2002/59496-1, blijkt onder meer het volgende:

"Door de Centralist van de Centrale meldkamer Haaglanden werd ik Gr. brigadier van politie samen met H. en B. en J. allen hoofdagenten van politie Haaglanden op zondag 29 december 2002, omstreeks 04:00 uur gezonden naar de Z-laan, alwaar is gevestigd het Partycentrum X.

In het partycentrum loopt eigen beveiliging die ons ter plaatse aansprak dat er binnen een vechtpartij was geweest die door de beveiliging naar buiten zijn gewerkt.

Op de Z-laan begon een groep van drie mannen zich vervelend te gedragen in de richting van het partycentrum en deze personen zijn door ons verbalisanten gevorderd zich te verwijderen in de richting van de M-weg te 's-Gravenhage. Dit betrof drie als uiterlijk herkenbare Somalische mannen.

In het partycentrum was een groot Somalisch feest aan de gang. Het aantal bezoekers was geschat ongeveer 1000 mensen.

De drie Somalische mannen wilden zich niet verwijderen en een van de personen is hierop door middel van de wapenstok corrigerend in de juiste richting gewezen en heeft daarvoor een tik op zijn bovenbeen gehad. Deze tik werd gegeven naar later bleek door de hondengeleider van de Hondenbrigade van de politie Haaglanden Ba. Dit is in opdracht van mij Gr. gebeurd.

Een andere persoon uit dit groepje werd vervolgens voor het niet voldoen aan bevel of vordering aangehouden en deze is na het uitschrijven van een Mulder gedraging voor de APV. weer heengezonden.

Gezien het sfeerbeeld van de overige gasten in het partycentrum en de melding van een van de beveiligers dat een van de gasten naar buiten was gelopen met de mededeling dat hij een pistool uit zijn auto ging halen en een van de portiers zou doodschieten, hebben wij ons samen met de Hondenbrigade in de omgeving opgehouden en vervolgens toezicht gehouden op mogelijke strafbare feiten.

Omstreeks 05:00 uur die dag werden wij wederom gezonden naar genoemd adres in verband met vervelende personen die zich voor de ingang ophielden.

Toen wij ter plaatse kwamen zagen wij de eerder aangehouden persoon weer voor de ingang van het partycentrum staan en deze stond de boel behoorlijk op te ruien.

Er verzamelden zich hierop een groep van 300 mensen die rond en voor het partycentrum bleven vervelen en mensen hinderen. Een zeer groot deel van de aanwezige mensen is onder invloed van alcoholhoudende drank. Er werden zelfs glazen bier afgenomen van mensen die het partycentrum verlieten en zich op de openbare weg begaven.

Vervolgens heb ik duidelijk en luidkeels meermalen gevorderd In het belang van de openbare orde, dat het publiek zich ter plaatse moest verwijderen en dat anders geweld zou worden gebruikt. Hierop volgde nauwelijks een reactie.

Inmiddels waren er twee surveillance eenheden van de Hondenbrigade ter plaatse en tevens de Wijk Ondersteuningsgroep plus de overige collega's van de nachtdienst. Alle collega's, 12 in getal, waren belast met de uitoefening van toezicht op de openbare orde. Na een fysieke aanpak van de demonstranten en hen duwende in de door ons gewenste richting kregen twee collega's n.l. S. en R. een persoon tegenover zich die een vechthouding aannam vanuit deze vechthouding gooide hij een brandende sigaret in het gelaat van R. die vlak naast zijn rechteroog in het gelaat kwam.

De man werd hierop aangehouden en omdat hij in een gevechtshouding tegenover ons stond, kreeg hij van de collega S. een klap met de vuist op zijn gezicht. Tijdens de aanhouding viel de verdachte waardoor hij een bloedende wond naast zijn neus opliep. Tijdens de aanhouding keerde de hele groep zich massaal tegen de aanwezige overige collega's. Ik probeerde met de overige collega's en hondengeleiders zonder honden voor de collega's een vrije werkruimte te creëren.

Ik vorderde nogmaals om zich te verwijderen, hieraan werd geen gevolg gegeven.

Ik zag in de richting van de collega H. een grote glazen coca-cola fles gegooid worden uit de groep mensen. De fles kon maar ternauwernood worden ontweken door de collega.

Wij hebben de flessengooier hierop eveneens aangehouden. Hierop werd ik samen met de collega V. eveneens bekogeld met een grote fles met inhoud. Ik kon deze fles nog net op tijd ontwijken en zag deze fles vlak achter mij op de grond uit elkaar spatten. Gezien de dreigende situatie in onze richting en gezien de grote groep mensen hebben de hondengeleiders hierop de honden uit het voertuig gehaald. Door een van de hondengeleiders werd deze flessengooier na een korte achtervolging aangehouden en daarbij gebeten door zijn diensthond.

Deze aanhouding vond plaats op de Z-werf te 's-Gravenhage omstreeks 06:18 uur die dag.

Hierop is nogmaals gevorderd door de diverse ter plaatse aanwezige collega's om zich te verwijderen anders worden ze aangehouden ter zake openlijk geweld.

Mensen die zich niet verwijderen worden vervolgens door diverse honden gebeten.

Tijdens de aanhoudingen gaan de verdachten zelfs vechten met de diensthonden. Tijdens deze aanhoudingen worden de aanhoudende diensthondengeleiders afgeschermd door andere diensthondengeleiders. Overige omstanders die proberen de aanhoudingen te verijdelen worden vervolgens ook weer gebeten door de diensthonden. Een van de aangehouden verdachten werd, door een ter plaatse gekomen ambulance van de GGD voor behandeling, van het opgelopen bijtletsel, naar het ziekenhuis L. overgebracht. Daar meldde zich later nog een verdachte die in een vinger gebeten bleek te zijn en zich met een taxi had verwijderd."

10. Gedurende de interne klachtprocedure werd verzoeker in het kader van het hoor en wederhoor door de ploegschef diensthondgeleiders, genaamd Sc., gehoord. Sc stelde d.d. 21 februari 2003 naar aanleiding van dit gesprek verzoekers verklaring op. Deze verklaring hield onder meer het volgende in:

"Op vrijdag 21 februari 2003 omstreeks 13.25 uur hoorde ik Sc., inspecteur van politie in mijn hoedanigheid van ploegchef diensthondgeleiders, de na uitnodiging (…) verschenen klager (…) in het kader van hoor- en wederhoor.

Klager, die in een asielzoekerscentrum te Dokkum verblijft en de Ethiopische nationaliteit bezit heeft op 8 januari 2003 een schriftelijke klacht ingediend omtrent het politieoptreden op zondag 29 december 2002 op de Z-laan te 's-Gravenhage.

Omdat klager de Nederlandse taal niet voldoende machtig is, heb ik zijn verklaring met behulp van een (telefonische) tolk in de Armhaarse taal, de heer So., in concept opgenomen.

De conceptverklaring van klager is door mij voorgelezen via de tolkentelefoon welke op de luidsprekerfunctie was gezet.

Zijn verklaring luidt als volgt:

'Ik was op zaterdag 28 december 2002 naar een Ethiopisch feest geweest in Den Haag.

Ik zag veel politiemensen toen ik naar buiten kwam. Ik weet niet wat er aan de hand was. Ik zocht mijn vrienden, maar kon ze niet vinden.

Ik wilde toen naar de tram lopen om naar huis te gaan. Ik was ongeveer 100 meter ver, toen ik een politieagent met een hond zag. Dit was in de buurt van een benzinestation.

Ik heb geen vechtende mensen gezien. Ik werd plotseling gebeten door de politiehond. Nadat ik in mijn knie en later in mijn schoen was gebeten, zei de politieagent tegen mij: "wegwezen". Daarvoor heeft hij niets tegen mij gezegd.

Nadat ik gebeten was ben ik later naar het huis van een vriend in Amsterdam gegaan.

Ik vind het onbegrijpelijk dat dit gebeurd is. Het is voor mij een ongelofelijk incident.

Ik ben erg geschrokken en dit heeft grote psychologische gevolgen voor mij gehad.

Ik wil mijn schade vergoed hebben. Dit is een bedrag van ƒ 417.

Mijn broek kostte ƒ 129, mijn schoenen kostten ƒ 89 en telefoonkosten ƒ 199.

Omdat mijn schoenen en broek en mobiele telefoon in 2001 gekocht zijn reken ik in guldens.'

Nadat ik zijn verklaring had voorgelezen aan eerdergenoemde tolk, verklaarde klager zich, na vertaling, akkoord met de inhoud, verklaarde hieraan niets toe te voegen of af te doen te hebben en tekende zijn conceptverklaring.

(…)

Noot rapporteur:

Klager toonde mij zijn ontblote linkerbeen en ik zag een kleine, inmiddels genezen, verwonding kennelijk afkomstig van één hoektand, alsmede drie kleine inmiddels genezen verwondingen aan de linkervoet van klager."

11. Gedurende de interne klachtprocedure stelde betrokken ambtenaar Ba. op 8 januari 2003 een verklaring op die onder meer het volgende inhield:

"Op zondag 29 december 2002, omstreeks 06.15 uur bevonden wij ons, verbalisanten Ba., Sp., Rx. en St., zijnde hondengeleiders van Politie Haaglanden, gekleed in uniform en met Regiosurveillance belast op de openbare weg, de Z-laan te Den Haag. Op genoemde locatie is een partycentrum gevestigd. In het partycentrum, genaamd "Partycentrum X", was een feest aan de gang. Er waren in genoemde locatie circa 500 personen aanwezig. Omstreeks 05.00 uur liep dit feest ten einde. De personen die zich ophielden in genoemd partycentrum verlieten het partycentrum. Bij het verlaten van het partycentrum vonden er diverse ongeregeldheden plaats. Deze ongeregeldheden vonden plaats tussen een groep feestgangers. De groep bestond uit circa 25 personen. Er waren diverse eenheden van de wijkpolitie ter plaatse. Deze eenheden trachtten de diverse oploopjes te doen stoppen. Hieraan werd niet voldaan. De agressie onder de feestgangers keerden zich tegen de politie. Bij de uitgang van genoemd partycentrum zagen wij dat er diverse personen aangehouden werden terzake openlijke geweldpleging c.q. wederspannigheid. Tijdens deze aanhoudingen werden er vanuit de groep personen diverse stenen en flessen in de richting van de collega's gegooid. Door de aanhoudingen werd de sfeer op straat steeds grimmiger. Het publiek wat inmiddels grootschalig naar buiten was gekomen, begon zich tegen de politie te keren. Door de collega's werd er diverse malen gevorderd om zich te verwijderen. Hieraan werd niet voldaan. Gezien het feit dat de groep nu uit circa 50 personen bestond en dat deze groep zeer recalcitrant was, vonden de collega's het niet raadzaam zonder ondersteuning van het personeel van de Hondenbrigade de groep te verwijderen. ln opdracht van de plaatselijke commandant van politie Haaglanden, hebben wij verbalisanten onze gecertificeerde diensthonden gepakt. De plaatselijke commandant heeft de groep tot driemaal toe gevorderd om zich te verwijderen. Hieraan werd niet voldaan. Wij, verbalisanten, waren circa twintig meter verwijderd van de groep en de collega's. Hierop zijn wij met de aangelijnde diensthonden, in linie, in de richting van de collega's en de groep gelopen. Wij liepen in de richting van het benzinestation. Ik verbalisant Ba. bevond mij, aan de linkerzijde van de straat, op het trottoir. Tijdens het naar voren lopen heb ik verbalisant Ba., onophoudelijk geroepen: "Verwijder u of de politiehond zal worden ingezet". Ik zag dat door het naar voren lopen met de diensthond de groep zich begon te verwijderen. Ik zag dat er diverse personen verspreid over de rijbaan renden. Ik zag ook dat diverse personen niet weg wilden gaan. De personen stonden te schreeuwen en te schelden. Het waren woorden die ik niet kon verstaan. Inmiddels was ik gekomen ter hoogte van de plaats waar de ongeregeldheden zich hadden plaatsgevonden. Diverse personen c.q. groepjes bleven staan en schreeuwden diverse onverstaanbare woorden in onze richting. Ik voelde mij hierdoor niet gemakkelijk. Ik voelde mij ook bedreigd door de lichaamstaal en het schreeuwen van de personen. Diverse personen stonden met gebalde vuisten te schreeuwen. Ik zag dat men weigerde weg te gaan. Ik zag dat een collega van de wijkpolitie circa twee meter voor mij liep. Ik hoorde deze collega schreeuwen dat de personen weg moesten gaan. Ik zag dat enkele personen niet aan de sommering voldeden. Hierop schreeuwde ik, verbalisant Ba., wederom dat de personen weg moesten gaan. Ik zag dat het eerder genoemde groepje uiteenging. Ik zag dat de enkele personen niet weggingen. Ik zag dat de collega naar de personen toeliep. Deze personen bleven staan. Ik zag dat de collega enkele personen wegduwde. Ik zag dat een van de personen zich kennelijk opzettelijk en met kracht verweerde door zich schrap te zetten om zodoende te kunnen blijven staan. Hierop zag ik dat de collega zijn evenwicht verloor. Vermoedelijk om zelf niet uit zijn evenwicht te geraken deed de collega een stap naar achteren. Inmiddels renden er diverse mannen en vrouwen heen en weer over het trottoir. Uit angst om niet ingesloten te worden en dat de collega eventueel letsel zou kunnen krijgen, ben ik verbalisant met de diensthond de rijbaan opgelopen. Ik was voornemens om een van de personen aan te houden. Hierop liep ik zijdelings langs twee geparkeerde auto's. Gekomen tussen de geparkeerde auto's zag ik dat een man die nog steeds stond te schreeuwen plotseling begon te rennen. Ik was circa drie meter van de man verwijderd. Hierop schreeuwde ik tegen de man dat hij aangehouden was en dat hij moest blijven staan. De man voldeed niet aan mijn vordering. Hierop gaf ik de aangelijnde diensthond de opdracht om de man te "stellen". Daar de lijn circa drie meter lang is en het feit dat de man circa drie meter van mij vandaan verwijderd was werd de man met behulp van de diensthond aangehouden. Ik zag dat de man door het gewicht van de diensthond zijn evenwicht verloor. Ik zag dat de man op de grond viel. Vervolgens liep ik in de richting van de man. Ik zag dat de man inmiddels rechtop was gaan zitten. Ik zag dat de man met gebalde vuisten kennelijk opzettelijk en met kracht op de kop van de diensthond insloeg. Ik zag dat de diensthond de man in zijn rechteronderbeen gebeten had. De man maakte op mij een verwarde indruk. Ik zag en hoorde dat de man continu aan het schreeuwen en het gillen was. De man keek wild met opengesperde ogen om zich heen.

Hierop heb ik direct de diensthond los gecommandeerd. Ik keek in de richting van de man en schreeuwde tegen de man dat hij aangehouden was en dat hij moest blijven liggen. Toen ik weer opkeek, zag ik diverse personen die diverse malen gevorderd waren om weg te gaan in mijn richting liepen. Ik zag en hoorde dat de man die zojuist door mij aangehouden was nog steeds aan het schreeuwen was. Ik zag dat hij aan het bewegen was. De eerder genoemde personen waren voortdurend aan het schreeuwen en waren circa tien meter van mij en de verdachte verwijderd. Enkelen liepen op het trottoir en anderen op het straatgedeelte. Daar de mogelijkheid bestond dat ik belaagd zou kunnen worden door de overige personen schreeuwde ik in diverse richtingen voortdurend de woorden: "Wegwezen, wegwezen" naar de omstanders.

Daar ik de man niet alleen in de transportboeien kon plaatsen keek ik diverse malen om mij heen om ondersteuning te kunnen krijgen van de collega's. Ik zag geen collega's van de wijkpolitie in mijn nabije omgeving. Ik zag dat er enkele personen toch in mijn richting liepen c.q. renden. Hierop zag ik dat enkele van hen door de diensthondgeleiders met de diensthond aangehouden werden. Ik stond met de aangelijnde diensthond vlakbij de verdachte. Daar ik genoodzaakt was om alert om mij heen te kijken had ik geen zicht op de verdachte. Plotseling zag ik de verdachte van mij vandaan rennen. Ik schreeuwde tegen de man dat hij moest blijven staan. Ik zag dat de man in de richting van de M-weg rende. Ik zag dat de man opging in een groep personen die daar stonden, heen en weer liepen en aan het schreeuwen waren. Hierop heb ik besloten om de diensthond niet verder in te zetten omdat er vermoedelijk ook personen stonden die zich wel verwijderd hadden. Ik heb de man verder niet meer gezien.

(Verzoeker; N.o.) verklaart in zijn brief dat hij tijdens het lopen naar tram 6 onverwachts werd gepakt door de diensthond. Hierop verklaar ik verbalisant dat de man moet hebben gezien dat er ernstige ongeregeldheden gaande waren en dat het op straat een complete chaos was tengevolge van de vechtpartijen.

(Verzoeker; N.o.) verklaart dat nadat hij eenmaal gebeten was door de diensthond wederom opzettelijk gebeten is in zijn enkel.

Hierop verklaar ik dat ik gezien heb dat de diensthond eenmaal de klager in zijn rechteronderbeen gebeten heeft."

B. Standpunt verzoeker

1. Het standpunt van verzoeker staat samengevat weergegeven onder klacht.

2. Verzoeker deelde bij brief van 18 juni 2003 het volgende mee:

"…Er is na mijn klacht over het politieoptreden geen strafrechtelijk onderzoek ingesteld..."

C. Standpunt korpsbeheerder

1. Bij brief van 22 augustus 2003 werd naar aanleiding van verzoekers klacht het onderzoek door de Nationale ombudsman geopend. De Nationale ombudsman stelde een tweetal vragen aan de korpsbeheerder. De Nationale ombudsman stelde de vraag of verzoeker naar aanleiding van de schermutselingen op 29 december 2002 was aangehouden; verder stelde de Nationale ombudsman de vraag hoeveel diensthonden de ambtenaren van het regionale politiekorps Haaglanden assisteerden bij het gebeuren op 29 december 2002.

2. Bij brief van 17 november 2003 reageerde de korpsbeheerder onder meer als volgt op de klacht:

"Ik heb chef van het bureau Levende Have en Schade & Verzekeringen gevraagd mij te informeren over de door u in onderzoek genomen klachtelementen.

Ik heb kennis genomen van de reacties d.d. 28 augustus (zie Bevindingen; onder C4; N.o.) en 25 september jl. (zie Bevindingen, onder C3; N.o.). Kortheidshalve verwijs ik naar de inhoud van die brief. Ik kan mij daarin vinden. Ik acht de klachtelementen niet gegrond.

Ik wil daaraan het volgende toevoegen.

Op de datum, tijd en plaats waar het klachtelement zich voordeed was de openbare orde ernstig verstoord.

Hierop is er door de betrokken politieambtenaren, ten opzichte van de betreffende groep, meerdere malen gevorderd dat de aanwezig betreffende groep personen zich diende te verwijderen. Bij de aanhouding van verschillende verdachten terzake van overtreding van artikel 180 en 184 van het Wetboek van Strafrecht (zie Achtergrond; onder 1; N.o.) ontstond een situatie waarbij verschillende ambtenaren blootstonden aan ernstige vormen van agressie en geweld.

Hierop is gefaseerd en dus conform de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit opgetreden. Gezien het feit dat de ambtenaren zich in de rechtmatige uitoefening van hun bediening bevonden, vervalt daarmee de grondslag aan de vordering ex artikel 162, boek 6 Burgerlijk Wetboek."

3. Als bijlage bij de brief van de korpsbeheerder d.d. 17 november 2003 (zie Bevindingen, onder C2) was een brief d.d. 25 september 2003 gevoegd waarin de chef van het Bureau Levende Have onder meer het volgende aan de korpsbeheerder meedeelde:

"De klachtelementen die het bureau NOM thans in behandeling heeft, komen in essentie overeen met de klachtelementen die eerder ten grondslag hebben gelegen aan de afdoeningbrief van 27 maart 2003 (zie Bevindingen, onder A4; N.o.), welke een beantwoording in zich had van de op 8 januari 2003 (zie Bevindingen, onder A2; N.o.) door genoemde (verzoeker; N.o.) schriftelijk ingediende klacht over bovenbedoeld politieoptreden.

Nadien zijn er geen andere feiten bekend geworden, die het eerdere oordeel zouden kunnen beïnvloeden. Kortheidshalve verwijs ik naar deze afdoeningbrief. I

Ik acht de klachtelementen derhalve ongegrond.

In antwoord op de door het bureau NOM gestelde vragen bericht ik u het volgende.

Ten aanzien van de vraag of betrokkene werd aangehouden (zie Bevindingen; onder C1.; N.o.):

• Zoals vermeld in eerder bedoelde afdoeningbrief is (verzoeker; N.o.) wel aangezegd dat hij was aangehouden, doch wist hij zich door het tumult bij het grootschalige incident aan zijn aanhouding te onttrekken. Klager heeft zich hierbij schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht (zie Achtergrond, onder 1.2; N.o.). Ondanks die overtreding is er, vanwege prioritering strafzaken van dit feit geen proces-verbaal opgemaakt.

Ten aanzien van de vraag hoeveel diensthonden bij het gebeuren zijn ingezet en de namen van deze dieren:

• In totaal zijn er 4 politiediensthonden ingezet. De namen van deze honden luiden respectievelijk, Gismo, Rex, Danjo en Carlo."

4. Als bijlage bij de brief van de korpsbeheerder d.d. 17 november 2003 (zie Bevindingen, onder C2) was een brief d.d. 28 augustus 2003 gevoegd waarin de chef Financieel Economisch Beleid onder meer het volgende aan de korpsbeheerder meedeelde:

"De conclusie die wij uit dit schrijven (zie Bevindingen; onder A4; N.o.) hebben kunnen trekken, is dat er van de kant van Politie Haaglanden geen onrechtmatige daad is gepleegd jegens (verzoeker; N.o.). Op grond hiervan, hebben wij de klager niet benaderd voor eventuele schadevergoeding."

D. Reactie betrokken ambtenaar

1. Bij brief van 15 september 2003 reageerde betrokken ambtenaar Ba. onder meer als volgt op de klacht:

"Naar aanleiding van de klacht van (verzoeker; N.o.), (…) met de inhoud dat (verzoeker; N.o.) klaagt over het feit dat er een diensthond tegen hem is ingezet, bericht ik u als volgt:

Op zondag 29 december 2002, omstreeks 06.15 uur bevond ik mij, zijnde hondengeleider van Politie Haaglanden, gekleed in uniform en met Regiosurveillance belast op de openbare weg, de Z-laan te Den Haag. Ik was vergezeld van drie andere hondengeleiders.

Op genoemde locatie is een partycentrum gevestigd. In het partycentrum, genaamd "Partycentrum X", was een feest aan de gang. Er waren in genoemde locatie circa 500 personen aanwezig. Omstreeks 05.00 uur liep dit feest teneinde. De personen die zich ophielden in genoemd partycentrum verlieten het partycentrum. Bij het verlaten van het partycentrum vonden er diverse ongeregeldheden plaats. Deze ongeregeldheden vonden plaats tussen een groep feestgangers. De groep bestond uit circa 25 personen. Er waren diverse eenheden van de wijkpolitie ter plaatse. Deze eenheden trachtten de diverse oploopjes te doen stoppen. Hieraan werd niet voldaan. De agressie onder de feestgangers keerde zich tegen de politie. Bij de uitgang van genoemd partycentrum zagen wij dat er diverse personen aangehouden werden terzake openlijke geweldpleging c.q. wederspannigheid. Tijdens deze aanhoudingen werd er vanuit de groep personen diverse stenen en flessen in de richting van de collega's van de wijkpolitie gegooid. Door de aanhoudingen werd de sfeer op straat steeds grimmiger. Het publiek dat inmiddels grootschalig naar buiten was gekomen begon zich tegen de politie te keren. Door de collega's van de wijkpolitie werd er diverse malen gevorderd om zich te verwijderen. Hieraan werd niet voldaan. Gezien het feit dat de groep nu uit circa 50 personen bestond en dat deze groep zeer recalcitrant was, vonden de collega's het niet raadzaam zonder ondersteuning van het personeel van de Hondenbrigade de groep te verwijderen.

Hierop werd onder leiding van de hoogst in rang aanwezige politieambtenaar, de brigadier van Politie Haaglanden, Gr., driemaal gevorderd om zich te verwijderen. Hieraan werd niet voldaan. In opdracht van de plaatselijke commandant van politie Haaglanden, heb ik en de drie andere hondengeleiders onze gecertificeerde diensthonden uit het surveillancevoertuig gehaald. Wij, verbalisanten waren circa twintig meter verwijderd van de groep en de collega's. Hierop zijn wij met de aangelijnde diensthonden, in linie, in de richting van de collega's en de groep gelopen.

Wij liepen in de richting van het benzinestation, welke gelegen is aan de M-weg. Ik, verbalisant Ba. bevond mij, aan de linkerzijde van de straat, op het trottoir. Tijdens het naar voren lopen heb ik verbalisant Ba., onophoudelijk geroepen: 'Verwijder u of de politiehond zal worden ingezet'. Ik zag dat door het naar voren lopen met de diensthond de groep zich begon te verwijderen. Ik zag dat er diverse personen verspreid over de rijbaan renden. Ik zag ook dat diverse personen niet weg wilden gaan. De personen stonden luidkeels te schreeuwen. Het waren woorden die ik niet kon verstaan. Inmiddels was ik gekomen ter hoogte van de plaats waar de ongeregeldheden zich hadden plaatsgevonden. Diverse personen c.q. groepjes bleven staan en schreeuwden diverse onverstaanbare woorden in onze richting. Ik voelde mij hierdoor niet gemakkelijk. Ik voelde mij ook bedreigd, door de lichaamstaal en het schreeuwen van de personen. Diverse personen stonden met gebalde vuisten te schreeuwen. Ik zag dat men weigerde weg te gaan in de door ons aangewezen richting. Ik zag dat er een collega van de wijkpolitie enkele meters voor mij liep. Ik hoorde deze collega schreeuwen dat de personen weg moesten gaan. Ik zag dat enkele personen niet naar de collega luisterden. Hierop schreeuwde ik, dat de personen weg moesten gaan. Ik zag dat het eerder genoemde groepje uiteenging. Ik zag dat enkele personen bleven staan. Ik zag dat de collega naar deze personen toeliep. Ik zag dat er geduwd werd.

Ik zag dat een persoon zich schrap zette.

Op dat moment renden er diverse personen heen en weer over het trottoir. Het was een hectische situatie.

Vermoedelijk om zelf niet uit zijn evenwicht te raken, zag ik, dat de collega een stap naar achteren zette.

Op het moment van gebeuren dacht ik gezien te hebben dat de collega geduwd werd. In een later stadium had ik de belevenis dat de collega, een persoon had geduwd. Op dit moment kan ik mij niet meer herinneren wie er geduwd werd.

Uit angst om zelf niet ingesloten te worden en dat de collega eventueel letsel zou kunnen oplopen, ben ik verbalisant met de diensthond de rijbaan opgelopen.

Gezien het feit dat men diverse malen gevorderd was om weg te gaan en men hier niet aan had voldaan was ik voornemens om een van de personen aan te houden. Hierop liep ik zijdelings langs twee geparkeerde auto's. Gekomen tussen de geparkeerde auto's zag ik een man staan, die deel uitmaakte van eerder genoemd groepje. De man stond te schreeuwen. Ik was circa drie meter van de man verwijderd. Hierop schreeuwde ik tegen de man dat hij aangehouden was en dat hij moest blijven staan. Ik zag dat de man mij aankeek en ik hoorde dat hij iets tegen mij schreeuwde. Ik kon niet verstaan wat de man schreeuwde. Plotseling begon de man te rennen. De man voldeed niet aan mijn vordering, om te blijven staan. Hierop gaf ik de aangelijnde diensthond de opdracht om de man te 'stellen'. Daar de lijn circa drie meter lang is en het feit dat de man circa drie meter van mij vandaan verwijderd was werd de man met behulp van de diensthond aangehouden. Ik zag dat de man door het gewicht van de diensthond zijn evenwicht verloor. Ik zag dat de man op de grond viel. Vervolgens liep ik in de richting van de man. Ik zag dat de man rechtop was gaan zitten, terwijl de diensthond de man nog beethad aan zijn rechteronderbeen. Tot mijn grote verbazing zag ik dat de man met zijn vuisten op de kop van de diensthond sloeg. Ik zag dat de diensthond de man in zijn rechteronderbeen gebeten had. Ik zag en hoorde dat de man continu aan het schreeuwen en het gillen was. Ik schreeuwde tegen de man dat hij rustig moest worden. Hierop heb ik direct de diensthond los gecommandeerd. Ik keek in de richting van de man en schreeuwde tegen de man dat hij aangehouden was en dat hij moest blijven liggen. Toen ik weer opkeek zag ik diverse personen die diverse malen gevorderd waren om weg te gaan in mijn richting renden. Ik zag en hoorde dat de man die zojuist door mij aangehouden was nog steeds aan het schreeuwen was. Ik zag dat hij aan het bewegen was.

De eerder genoemde personen waren voortdurend aan het schreeuwen en waren circa tien meter van mij en de verdachte verwijderd. Enkelen liepen op het trottoir en anderen op het straatgedeelte. Daar de mogelijkheid bestond dat ik belaagd zou kunnen worden door de overige personen schreeuwde ik in diverse richtingen voortdurend de woorden: 'Wegwezen, wegwezen' naar de omstanders. Daar ik de man niet alleen in de transportboeien kon plaatsen keek ik diverse malen om mij heen om ondersteuning te kunnen krijgen van de collega's. Ik zag geen collega's van de wijkpolitie in mijn nabije omgeving. Ik zag dat er enkele personen toch in mijn richting liepen c.q. renden.

Ik zag dat een hondengeleider bezig was om een van die personen aan te houden. Ik was met de aangelijnde diensthond circa een meter van de aangehouden verdachte verwijderd. Daar ik genoodzaakt was om alert om mij heen te blijven kijken had ik niet continu zicht op de verdachte. Plotseling zag ik tot mijn verbazing de verdachte van mij vandaan rennen. Ik schreeuwde tegen de man dat hij moest blijven staan en dat hij aangehouden was. Ik zag dat de man in de richting van het benzinestation rende.

Ik zag dat de man opging in een groep personen die daar stonden. Men liep ook heen en weer en men was aan het schreeuwen. Hierop heb ik besloten om de diensthond niet verder in te zetten. Dit omdat er vermoedelijk ook personen stonden die zich in een eerder stadium wel verwijderd hadden en om een verdere confrontatie c.q. escalatie te voorkomen. Ik heb de man verder niet meer gezien. Hierop heb ik mijn werkzaamheden hervat ten aanzien van het handhaven van de openbare orde.

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte is gebeten in zijn linkeronderbeen.

Op het moment van het gebeuren was ik in de veronderstelling dat de verdachte gebeten was in zijn rechteronderbeen.

Voorts klaagt verzoeker erover dat de geleden schade door Politie Haaglanden niet is vergoed. Ten aanzien van de geleden schade verwijs ik u naar het Bureau Schaderegeling van Politie Haaglanden."

E. Reactie verzoeker

1. Verzoeker verklaarde gedurende het telefoongesprek op 27 januari 2004 en nadat een medewerkster van het Bureau Nationale ombudsman merkte dat verzoeker de Nederlandse taal voldoende machtig was, het volgende:

"…Ik liep naar de halte van tram 6. Vervolgens werd ik door een hond tweemaal gebeten. Ik werd van achteren door de hond gepakt. Alvorens ik door de hond werd gebeten, heeft de politie niets tegen mij gezegd. Ik werd verrast. Ik lag op de grond toen de hond door een politieambtenaar aan het touw werd getrokken waarna de hond mij losliet. De politieambtenaar zei vervolgens 'Wegwezen'. Ik ben toen weggegaan. De politie heeft mij niet aangehouden. Ik heb niets tegen de politieambtenaar gezegd. De enige woorden die tussen de politieambtenaar met de hond en tussen mij zijn gewisseld, uitte de politieman toen hij na de beet van de hond de woorden 'wegwezen' uitte.

U vraagt naar mijn tred naar de tramhalte. Ik liep naar de tram en rende niet. Ik merk hierbij op dat ik heel erg geschrokken ben van het gebeuren. U vraagt mij of ik een omschrijving kan geven van de politieambtenaar met de hond die mij heeft gebeten. Voor zover ik mij de politieambtenaar kan herinneren was hij blank van kleur en ongeveer 1.80 meter tot 1.85 meter lang. Hij had geen snor.

Verder merk ik op dat ik niet behoorde tot de groep personen die onrust veroorzaakte..."

F. nadere Reactie korpsbeheerder

1. Bij brief van 8 april 2004 legde de substituut-ombudsman de hierboven aangegeven verklaring van verzoeker aan de korpsbeheerder voor. Voorts stelde de substituut-ombudsman een paar vragen te weten 1) Wanneer is het mutatieformulier met het nummer 1532/2002/59491-27 opgemaakt? 2) In het Dagrapport Hondengeleiders van 28 op 29 december 2002, opgemaakt door de politieambtenaren Sp., Ba., Rx. en St. wordt melding gemaakt van 'F.' Wie is F? 3) In bovenstaand Dagrapport Hondengeleiders van 28 op 29 december 2002 wordt melding gemaakt van 'Sz'. Wie is 'Sz'? 4) Uit de stukken blijkt dat de honden geleiders Sp., Ba., Rx. en St. in de nacht van 28 op 29 december 2002 geleiders waren van de diensthonden Gismo, Rex, Danjo en Carlo. Waren voornoemde hondengeleiders in de nacht van 28 op 29 december 2002 in het bezit van een certificaat zoals vermeld in artikel 15, tweede lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar?

2. De korpsbeheerder deelde bij brief van 21 mei 2004 onder meer het volgende mee:

"Ad 1. Het desbetreffende mutatieformulier is op zondag 29 december 2002 om 07:07 uur opgemaakt.

Ad 2. Met 'F' wordt bedoeld de hoofdagent/ diensthondgeleider Rx.

Ad 3. Met 'Sz.' wordt bedoeld de hoofdagent / diensthondgeleider Ba. (…).

Ad 4. Ik kan u meedelen dat alle (…) bij dit incident betrokken combinaties diensthondgeleiders en diensthonden gecertificeerd en geoefend waren, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Ambtsinstructie, op de datum van het incident, in casu zondag 29 december 2002.

Naar aanleiding van uw verzoek om op de (telefonische) verklaring van (verzoeker; N.o.) te reageren, verwijs ik u naar de als bijlage (…) bijgevoegde kopie van de rapportages van de bij dit incident betrokken hoofdagent/ diensthondgeleider Ba. (zie Bevindingen; onder A11; N.o.)."

Achtergrond

1. Wetboek van Strafrecht

1.1 Artikel 180

"Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verlenen, wordt als schuldig aan wederspannigheid gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie."

1.2 Artikel 184, eerste lid

"Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie."

2. Politiewet 1993 (Wet van 9 december 1993, Stb. 724)

2.1 Artikel 2

"De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven."

2.2 Artikel 8, eerste en vijfde lid

"De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn."

3. Artikel 15 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar (Besluit van 8 april 1994; Stb. 275, in werking getreden op 1 april 1994)

"1. Het inzetten van een politie-surveillancehond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:

a. de surveillancedienst, en

b. het optreden van de mobiele eenheid na toestemming van het bevoegd gezag.

2. De geleider dient in het bezit te zijn van een krachtens artikel 14 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen vastgesteld certificaat."

4. Beleid van de Nationale ombudsman bij de beoordeling van besluiten van bestuursorganen op verzoeken om schadevergoeding

In het geval van een klacht over een besluit van een bestuursorgaan tot (gedeeltelijke) afwijzing van een verzoek om schadevergoeding dat kan worden onderworpen aan het oordeel van de bestuursrechter is de Nationale ombudsman niet bevoegd.

Staat bij zo'n klacht de weg naar de bestuursrechter niet open, zodat de Nationale ombudsman ter zake wel bevoegd is, dan stelt de Nationale ombudsman zich terughoudend op. In zo'n geval is immers de burgerlijke rechter de instantie die bij uitsluiting bevoegd is om bindend te beslissen over de vraag of, op grond van bepalingen van burgerlijk recht, het betrokken bestuursorgaan is gehouden om de gestelde schade te vergoeden. Alleen wanneer in zo'n geval naar het oordeel van de Nationale ombudsman de aanspraak van betrokkene op schadevergoeding, gezien de gronden waarop deze aanspraak berust, zo evident juist is dat het betrokken bestuursorgaan niet in redelijkheid tot zijn afwijzende besluit heeft kunnen komen, wordt dat besluit tot weigering van de gevraagde schadevergoeding aangemerkt als een niet-behoorlijke gedraging.

In de overige gevallen gaat de Nationale ombudsman er vanuit dat het in beginsel vrijstaat aan het betrokken bestuursorgaan om te betwisten dat het gehouden is tot het vergoeden van de gestelde schade, en om zich in verband daarmee op het standpunt te stellen dat de vraag naar die gehoudenheid - eventueel - moet worden beantwoord door de burgerlijke rechter. In die gevallen zal er voor de Nationale ombudsman geen reden zijn om het besluit tot weigering van de schadevergoeding aan te merken als een niet-behoorlijke gedraging.

Instantie: Regiopolitie Haaglanden

Klacht:

Diensthond ingezet waardoor verzoeker letsel heeft opgelopen; in brief verzoeker ten onrechte genoemd als een van de deelnemers aan de groep op rellen beluste personen.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Regiopolitie Haaglanden

Klacht:

Schade ontstaan door politieoptreden niet vergoed.

Oordeel:

Niet gegrond